Schroothoop Noordzee

De gasvelden in de Noordzee raken leeg, maar de zee staat nog vol met verouderde platforms. Exploitanten zijn wettelijk verplicht na gebruik de platforms te verwijderen, maar tot nu toe is hier weinig van gekomen. Waarom? Wie moet opdraaien voor de opruimkosten? Wordt de Noordzee de eeuwige rustplaats van honderden betonnen en stalen boorplatforms? Follow the Money duikt de komende tijd in de ontmantelingsproblematiek op de Noordzee.

6 Artikelen

Hollands Glorie kan welvaren bij opruimen Noordzee-schroot

Duizenden mensen in de offshoresector, Hollands glorie, dreigen hun baan te verliezen door de lage olieprijs. En dat terwijl er zat werk is: in de Noordzee moeten tientallen verroeste olieplatforms worden opgeruimd. Maar de offshorebedrijven wachten braaf totdat de oliemaatschappijen weer willen boren. Waarom gaan ze niet gewoon aan het werk?

‘Zonder de oliesector geen offshoresector,’ stelt Theodoor Vollaard, hoofd projecten bij ontmantelingspecialist Atlantic Marine and Offshore (AMO). ‘De oliemaatschappij is de cash machine en huurt aannemers in voor hun activiteiten op zee.’ Deze activiteiten – exploratie en exploitatie van gasbronnen en de bouw van platforms op zee – liggen nu door de lage olieprijzen zo goed als stil.

Deze eenzijdige afhankelijkheid is tijdens de huidige dip in de olieprijs duidelijker dan ooit. Schepen liggen aan de wal en duizenden mensen staan binnenkort op straat. De offshoresector kampt met een diepe crisis. De geplande windturbineparken voor de Nederlandse kust bieden enig soelaas, maar tot nu toe is het onzeker of Nederlandse offshorebedrijven daadwerkelijk een rol zullen spelen bij de bouw van de grote windparken op zee. Aannemer Van Oord bracht recent samen met Shell een bod uit op de tender voor de nieuwe windparken, maar de de Deense energiereus Dong is er met de buit vandoor gegaan

Maar de komende jaren zal wel tot 100 miljard euro uitgegeven worden aan het opruimen van verouderde olie- en gasplatforms op de Noordzee, aldus Karen Seath tegen Het Financieele Dagblad, waarnemend directeur Decom North Sea, een club van Britse bedrijven betrokken bij ontmanteling. Het opruimen is zwart-op-wit vastgelegd in de Mijnbouwwet: na gebruik moeten de platforms verwijderd worden.

 


"Tussen 2006 en 2014 presteerde de maritieme sector, ondanks de crisis, beter dan de Nederlandse economie"

Naar de schattingen van AMO zijn op de hele Noordzee zo’n 245 platforms rijp voor de schroothoop, waarvan er 21 in Nederlandse wateren staan. Kan de ontmanteling van Noordzeeplatforms een reddingsboei zijn voor onze ‘natte’ aannemers? 

Hollands glorie

De offshoresector is sinds jaar en dag Hollands glorie. Grote Nederlandse namen op zee zoals Heerema, Boskalis en Allseas zijn internationaal de leiders in de offshore industrie. Deze bedrijven zetten onder andere hun materieel in bij het bouwen van mijnbouwinstallaties en windparken op zee en zijn toeleveranciers voor de kernspelers in de offshore: de grote gas- en oliemaatschappijen.

De offshoresector is sinds jaar en dag Hollands glorie

De lovende woorden van minister Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu) onderschrijven deze trots. ‘We zijn wereldwijd toonaangevend in oplossingen die anderen niet zien of niet aandurven,’ zegt ze in een rapport over de Nederlandse maritieme strategie de komende 10 jaar. ‘Hierdoor kunnen we de zware internationale concurrentie net die ene belangrijke stap voor blijven.’

 

Tussen 2006 en 2013 presteerde de maritieme sector, ondanks de crisis, beter dan de Nederlandse economie. Als we havengebonden bedrijven meenemen, dan was de sector in 2014 goed voor 7,3 procent van het bruto binnenlands product en biedt werk aan 446.000 personen. De offshoresector draagt na de havens het meeste bij aan de toegevoegde waarde van de maritieme sector. Zo’n 44.000 werknemers verdienen hun brood in deze sector. 

Braaf

Het rapport stelt verder dat de drijfveren voor de ontwikkeling van de bedrijven in de offshoresector vooral liggen in de ontwikkelingen in de olie- en gaswinningssector. Het is dus vrijwel uitsluitend eenrichtingverkeer van de oliesector naar de offshore-industrie. Stuk voor stuk grote Nederlandse bedrijven die historisch een belangrijke bijdrage leveren aan de Nederlandse economie wachten nu braaf totdat de olieprijs weer zover stijgt dat ze weer voor de oliebedrijven aan de slag kunnen. Intussen meldt Het Financieele Dagblad  dat er duizenden banen in de offshore- en scheepsbouwsector zullen verdwijnen 

Op hetzelfde moment staan offshorebedrijven als Allseas en Heerema in de startblokken om verouderde olie- en gasplatforms op de Noordzee op te ruimen, wat sinds 1998 volgens het Ospar-verdrag een wettelijke verplichting is. Bovendien is het nu, volgens Jo Peters, topman van de olie- en gasbranchevereniging Nogepa, het juiste moment om over te gaan tot opruimen; het is nu goedkoop om offshoremateriaal te huren. Het marktpotentieel van wereldwijde ontmanteling en sloop van verouderde platforms is volgens onderzoeks- en consultancybureau Wood Mackenzie uit Edinburgh tot 2030 geschat op zo’n 160 miljard dollar.

De ontmantelingskwestie is dus een geval van Catch-22

De ontmantelingskwestie is dus een geval van Catch-22. De offshore bedrijven zijn afhankelijk van de oliemaatschappijen, die op hun beurt weer overgeleverd zijn aan de volatiliteit van de olieprijs. Omdat de olieprijs nu laag is, kampen de oliemaatschappijen met een cashflowprobleem. Clarkson Platou, een Brits bedrijf  dat scheepvaartdiensten levert en de ontwikkelingen in de markt nauw in de gaten houdt, stelt in een rapport dat alle segmenten in de offshoresector momenteel lijden onder de focus van de oliemaatschappijen op het aanhouden van kasreserves. De huidige olieprijzen zetten alle geplande projecten onder druk. Maar als de olieprijzen aantrekken, gaan de maatschappijen volgens Nogepa topman Peters weer het liefst over tot produceren. Dan komt opruimen weer onderaan de prioriteitenlijst te staan. 

 

 


"De offshore bedrijven zijn afhankelijk van de oliemaatschappijen, die op hun beurt weer overgeleverd zijn aan de volatiliteit van de olieprijs"

De olieprijs behaalde in de jaren na de eeuwwisseling recordhoogtes, maar kelderde in 2008 en weer in 2014. Nu schommelt de prijs rond de 50 dollar per vat. ‘Vanaf 60 tot 80 dollar per vat wordt offshore-olie weer rendabel,’ legt offshore expert en voormalig hoofd van de juridische afdeling van Heerema Marine Contractors Geertjan Hoek uit. ‘En vanaf 100 dollar per vat is alles mogelijk.’ Maar volgens de Noorse minister van Petroleum en Energie Tord Lien is het niet verstandig te hopen op terugkeer van prijzen van meer dan 100 dollar per vat en daarvoor te plannen. ‘Het is eerder verstandig om voor 60 dollar per vat te plannen en als het 100 dollar per vat wordt is dat mooi meegenomen,’ aldus Lien tegen Bloomberg. ‘Hoge olieprijzen van 140 dollar per vat staan economische groei eigenlijk alleen maar in de weg.’

Verder is de boel opruimen volgens ontmantelingspecialist Theodoor Vollaard de oliemaatschappijen een financieel spel. ‘Ze realiseren zich wel dat ze die plicht hebben, alleen moeten ze het ergens financieel weten te verantwoorden binnen het budget dat ze hebben,’ legt hij uit. ‘Daarvoor zijn ze afhankelijk voor wat ze binnenkrijgen en op het moment krijgen ze te weinig binnen.’  

'Als de markt weer skyhigh is, dan geeft iedereen vol gas'

‘Maar,’ vervolgt Vollaard, ‘het platform laten staan kost de maatschappijen ook geld. Het is een afweging tussen hoeveel het kost om het te laten staan versus opruimen. Dat is het spel van de markt.' Nu is het goedkoop om op te ruimen. 'Maar als de markt weer skyhigh is, dan geeft iedereen vol gas.’

Ontmanteling niet genoemd

Het financiële spel van de oliemaatschappijen leidt dus tot een verlamming van de offshore sector, terwijl het opruimen van stilliggende platforms de aannemers in deze moeilijke tijden een reddingsboei biedt. Maar ook de overheid draalt met de aanpak van dit probleem. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu noemt namelijk nergens in hun rapporten ontmanteling als serieuze kans voor de offshore sector. Sterker nog, de woorden ‘ontmanteling’, ‘opruimen’, of ‘olie- en gasplatforms’ komen überhaupt in geen van de rapporten voor. Alleen windturbineparken op zee worden genoemd als toekomstperspectief.

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu wijst naar het ministerie van Economische Zaken (EZ). Volgens woordvoerder Karim Mostafi is de aanvliegroute voor dit probleem puur economisch. ‘De enige manier waarop het ministerie van IenM bij dit onderwerp betrokken zou kunnen zijn,’ zegt Mostafi, ‘is wanneer er bijvoorbeeld milieuschade ontstaat of dreigt te ontstaan bij de ontmanteling van platforms. Wij zijn namelijk in de eerste lijn verantwoordelijk voor milieuinspecties.’ 

Kennelijk behoort ontmanteling niet tot de maritieme strategie van de Rijksoverheid

Maar is dit niet per se in lijn met wat de Rijksoverheid, in een rapport over de Maritieme Strategie 2015-2015, zelf zegt te ambiëren: ‘Een internationale duurzame maritieme toppositie van Nederland door integrale samenwerking tussen Rijksoverheid en maritieme cluster op basis van een gezamenlijke maritieme strategie.’ Kennelijk behoort de bouw van windmolenparken op zee wel tot deze strategie, maar ontmanteling van oude Noordzeeplatforms niet. 

EZ is voor 100 procent aandeelhouder van het staatsbedrijf Energie Beheer Nederland (EBN), dat samen met oliemaatschappijen de gasvelden op land en zee exploiteert. Via deze constructie zal volgens EBN 70 procent van de opruimkosten bij de belastingbetaler terechtkomen. Tot nu toe laten EZ en EBN verzoeken van Follow the Money om meer informatie over ontmanteling links liggen.

Eerste project: megaschip

Toch hoort ontmantelingsexpert Vollaard wel wat voorzichtige geluiden in de markt. ‘Er is steeds meer activiteit op dit gebied,’ zegt Vollaard. ‘Er is nu bijvoorbeeld een werkgroep opgezet bij Nogepa die zich gaat richten op ontmanteling. Maar die bestaat alleen uit olie- en gasmaatschappijen. En dan denk ik: wat gaan jullie precies doen?’ Dit vraagstuk eist volgens Vollaard inderdaad het type 'integrale samenwerking' dat de Rijksoverheid ambieert, maar het is zelden tot nooit gebeurd dat oliemaatschappijen samenwerkten. 'Volgens mij is het van belang dat je meer interactie krijgt met de offshore industrie, dan krijg je spinoff en goede ideeën. Maar iedereen is heel terughoudend met het delen van informatie, en oliemaatschappijen al helemaal. Het zou goed zijn als ze meer transparant waren.'

‘Dat er rumoer in de markt is wil ook niet zeggen dat er daadwerkelijk nu allerlei contracten worden ondertekend en er ontmantelingsprojecten worden geïnitieerd,’ merkt Vollaard op. ‘In juni had ik een project, maar dat werd uitgesteld door de oliemaatschappij. Jammer, maar zij zijn degenen die het moeten betalen. Dus als zij willen uitstellen, dan moet ik maar even wachten. Ik ben wel optimistisch, omdat het grote gedeelte van de projecten tussen 2020 en 2025 zullen plaatsvinden.’ 

 

Offshorebedrijf Allseas is all-in gegaan met zijn 2,6 miljard euro kostende megaschip Pioneering Spirit. Dit schip is speciaal ontworpen om platforms tot 48.000 ton in één keer op te tillen (in alle glorie te bewonderen op deze video vanaf minuut 8). En laat het nou net zo zijn dat Nederland overwegend kleine platforms op zee heeft staan; zo’n 50 procent van de platforms weegt minder dan 2.500 ton. Inkoppertjes voor Pioneering Spirit. 

Pioneering Spirit voer in september voor haar eerste project naar Noorwegen. Het ontmantelde platform is gebracht naar Lutelandet in Noorwegen om gesloopt te worden. Volgens Vollaard wordt er nu alleen nog nagedacht over het opruimen op zee, en kan Nederland ook op land met zijn havens een cruciale rol spelen in de onmantelingsketen. 

Mensen

Naast Noorwegen, is de VS ook al druk bezig met het opruimen. In 2014 alleen al werden er in de Golf van Mexico 210 platforms verwijderd, en in de periode 2009-2013 waren dat er in totaal 1.240. Ook het Verenigd Koninkrijk is actief op dit gebied. Daar gaat Shell binnenkort de reuzenplatforms in het Brent olieveld ontmantelen. Waarom gebeurt er hier nu nog zo weinig? 

‘Blijkbaar is de essentie nog niet genoeg,’ legt Vollaard uit. ‘Er is nog geen platform omgevallen en in de wetgeving is er geen tijdslimiet. Terwijl het uitstellen ons steeds meer geld gaat kosten. Maar zo’n reactie is eigenlijk ook wel menselijk. We denken allemaal wel eens: “Ja laat die reparatie nu maar even zitten, ik doe het later wel. Dan wordt het wellicht anderhalf keer duurder, maar ja het zij zo.” Er zitten gewoon mensen hierachter, en dat moeten we ook niet vergeten.’ 

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Lorenzo Fränkel

Lorenzo studeerde milieu-economie aan de VU Amsterdam, en richt zich met passie op de grote energietransitie. Voor Follow the...

Volg Lorenzo Fränkel
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Schroothoop Noordzee

Gevolgd door 137 leden

De gasvelden in de Noordzee raken leeg, maar de zee staat nog vol met verouderde platforms. Exploitanten zijn wettelijk verpl...

Volg dossier