Een van de plofkip megastallen in Chailley, Yonne.

Van stikstofcrisis tot dierenwelzijn: Follow the Money onderzoekt de belangen in de dierenbusiness. Lees meer

De intensieve veehouderij speelt in veel hedendaagse vraagstukken een centrale rol: de stikstofcrisis, de uitstoot van broeikasgassen, de opkomst van zoönosen. Follow the Money onderzoekt de belangen in de dierenbusiness.

Nederland heeft de ambitie de wereld te voeden met vlees, eieren en zuivelproducten. Jaarlijks exporteren we voor ruim 16 miljard euro aan vlees (8,7 miljard) en zuivel (8,2 miljard). Daar staat tegenover dat we granen en soja moeten importeren (ter waarde van zo’n 3 miljard euro) om al onze koeien, varkens, geiten en kippen te kunnen voeden.

Intussen wordt de grootschalige vleesindustrie een steeds groter probleem. Ze legt meer en meer beslag op de schaarse ruimte, vergiftigt de bodem en het (drink)water, en staat aan de wieg van dierziekten die soms ook mensen kunnen treffen (Q-koorts). En dan de dieren zelf. Steeds minder mensen vinden het acceptabel dat ze louter omwille van onze honger naar vlees worden geboren, vetgemest en geslacht.

In dit dossier onderzoekt Follow the Money de belangen achter de vleesindustrie, of en hoe er veranderingen mogelijk zijn, en welke krachten een omwenteling in de weg staan.

22 artikelen

Een van de plofkip megastallen in Chailley, Yonne. © Abaca / L214

Nederlandse pluimveegigant nestelt zich met plofkip in Frankrijk

3 Connecties

Relaties

plofkip Plukon

Personen

Henk Staghouwer
9 Bijdragen

De intensieve vee-industrie is niet meer langer overal welkom. Deze bedrijven kijken daarom steeds vaker over de grens. Dat geldt ook voor de Nederlandse pluimveegigant Plukon, die zich in Frankrijk heeft genesteld en daar plofkippen laat fokken. Dat gaat ten koste van de biologische kippenteelt aldaar. Zowel de betrokken boeren als de lokale bewoners zijn er niet gelukkig mee.

Dit stuk in 1 minuut
  • Geconfronteerd met strikte regelgeving in Nederland kocht het Nederlandse pluimvee concern Plukon in 2017 de Franse firma Duc met het oog op verdere uitbreiding. Na de overname van Duc, is Plukon begonnen met een grootschalige herinrichting van de lokale industrie waarbij de biologische pluimveeproductie wordt stopgezet, hun slachthuis in Chailley fors wordt uitgebreid, en 80 nieuwe megastallen worden gebouwd.
  • Maar de ondoorzichtige wijze waarop het bedrijf opereert rondom Chailley, onder Parijs in Frankrijk, leidt tot frustratie onder boeren en spanning onder de bevolking, zo blijkt uit onderzoek van Lighthouse Reports, Mediapart en Follow the Money. Weerstand wordt niet gewaardeerd en in een aantal dorpen spreken tegenstanders van een klimaat van intimidatie.
  • Dit project is een samenwerking tussen Mediapart (Amélie Poinssot), Lighthouse Reports (Ludo Hekman) en Follow the Money (Lukas Kotkamp).
Lees verder

Pluimveehouder Mathilde Godard tekende in 2012 een contract met Duc, een slachterij en producent van pluimveeproducten in Chailley, net onder Parijs. Ze zou het bedrijf 15 jaar lang biologische kippen leveren. Veel andere plaatselijke pluimveehouders hadden zich al bij Duc aangesloten en de biologische pluimveehouderij was in volle opmars.

Godard, afkomstig uit een boerenfamilie, was haar bedrijf net begonnen en kreeg snel toestemming voor haar project van de plaatselijke Landbouwkamer. Ze sloot een lening af voor de bouw van twee grote pluimveestallen waar de kippen vrij konden scharrelen, alles volgens de voorschriften voor het houden van biologische kippen. De organische mest van haar kippen gebruikte ze voor haar biologische gewassen.

Zo ging het zeven jaar. Maar begin 2020 kondigde Duc, dat drie jaar eerder was opgekocht door het Nederlandse Plukon, aan te stoppen met de productie van biologisch pluimveevlees. Duc eiste dat Godard de resterende acht jaar van haar contract zou volmaken met de fok van niet-biologisch gekweekte kippen, in de volksmond beter bekend als de ‘plofkip’.

Hoewel de nieuwe dieren scharrelkippen zouden blijven vanwege de inrichting van haar boerderij, zou hun voer, anders dan bij de biologische kip, conventioneel mengvoer zijn en moesten ze worden geslacht als ze rond de 40 dagen oud waren – terwijl voor haar biologische kippen een termijn van 81 dagen gold. Godards eerdere investeringen leken voor niets te zijn geweest.

Ze weigerde.

‘Dit was niet waarvoor ik had getekend. Bovendien kan ik mijn biologische gewassen niet voeden met de mest van de kip die Duc opeens wilde. Daarom heb ik de nieuwe levering kuikens moeten weigeren,’ zegt Godard tegen FTM’s collega van Mediapart.

‘De boeren worden onderworpen aan beslissingen waarover ze zelf niets te zeggen hebben’

Duc, ooit de op één na grootste pluimveeverwerker van Frankrijk, ging in 2016 bijna failliet en werd kort daarna opgekocht door het Nederlandse concern Plukon. In 2020 besloot Plukon zonder overleg met de betrokken pluimveehouders een einde te maken aan de biologische productie. In plaats daarvan besloot Plukon om de opgebouwde biologische industrie in te richten voor de productie van de ‘standaard’ snelgroeiende kip.

Voor Godard volgden een aantal hectische maanden, die ze besteedde aan het ontwikkelen van een nieuw project en het aanboren van een nieuwe markt. Uiteindelijk heeft ze haar bedrijf weten om te schakelen naar de fok van legkippen, nog steeds onder biologische certificering. Maar in de tussentijd daalde de omzet van haar boerderij tot een dieptepunt, terwijl de rekeningen van de bank zich opstapelden.

Andere pluimveehouders in het departement Yonne raakten door toedoen van Duc in een vergelijkbare situatie verzeild.

‘Niet iedereen is erin geslaagd zich te herpakken,’ zegt Jean-Bertrand Brunet, woordvoerder van de boerenvakbond in de regio, de Confédération Paysanne de l'Yonne. ‘De meesten hebben de standaard pluimveeproductie opgepakt en hebben moeten investeren in de aanpassing van hun hokken aan de nieuwe eisen van Duc. Die ombouw kost veel tijd en geld.’ De financiële lasten daarvoor liggen intussen bij de boer. ‘De boeren worden onderworpen aan beslissingen waarover ze zelf niets te zeggen hebben.’

Meer slacht, meer kippen

Ondertussen zijn er vergevorderde plannen voor de opschaling van het slachthuis in Chailley, het zenuwcentrum van de aan Duc verbonden pluimveehouders. Duc wil de capaciteit ervan verdubbelen, net als in 2017 al gebeurde. 

Door die uitbreiding zal de totale slacht oplopen tot 265 duizend vleeskuikens per dag. Om dat aantal te halen, worden er tachtig nieuwe megastallen rondom Chailley gebouwd, naast de 120 pluimveebedrijven die al bij Duc onder contract staan.

Legenda

In deze stallen kunnen veel meer dieren tegelijkertijd worden gefokt. In stallen van 1800 m2 kunnen er, bij een dichtheid van 22 kippen per m2 zoals de ‘standaard kip’ voorschrijft, liefst 39.600 vleeskuikens worden gehouden. Die hoeveelheid ligt net onder de Europese wetgeving voor IPPC-veehouderijen: pluimveebedrijven met meer dan 40.000 vleeskuiken per stal moeten een aanvraag doen om een milieuomgevingsvergunning te krijgen. Bovendien moet dan ook uitgebreid omgevings en bodemonderzoek worden gedaan. Bij de bedrijven in Yonne die werken met Ducs model hoeft dit dus net niet. 

Al deze stallen krijgen hetzelfde regime opgelegd: ze krijgen allemaal dezelfde kuikens, de Ross 308, de dieren krijgen hetzelfde voederrantsoen, ze worden gefokt onder kunstlicht en worden tussen hun 35e en 42e dag geslacht.

Plukon hoort bij de Europese top-drie

Nederland is de grootste vleesexporteur in de EU. De Plukon Food Group, ontstaan in 1978, is uitgegroeid tot de derde grootste pluimveeverwerker van Europa, en de tweede binnen de EU, speelt daarin een belangrijke rol. De Duitse EW Groep en het Nederlandse veevoederbedrijf De Heus hebben inmiddels een minderheidsbelang in Plukon. Het bedrijf heeft een bruto jaaromzet van iets minder dan 2 miljard euro en was in 2021 goed voor de slacht van zo'n 468 miljoen vleeskippen.

De Franse LDC Group, het Oekraïense Myronivsky Hliboproduct en Plukon nemen samen bijna een derde van de totale Europese kippenslacht voor hun rekening. De producten van deze top-drie gaan zowel naar de ‘industry and food services’ (denk aan Kentucky Fried Chicken en McDonalds) als de retail: supermarktketens als Albert Heijn, Lidl en Aldi.

En hun greep op de markt zal alleen maar groter worden, zeggen deskundigen.

‘Door kleinere marges, faillissementen door vogelgriep etc. is de pluimveemarkt al jaren behoorlijk aan het consolideren, met veel horizontale fusies die leiden tot minder concurrentie,’ zegt pluimvee-econoom aan de Wageningen Universiteit Peter van Horne. ‘Op de Europese markt zijn maar een paar echt grote bedrijven actief. Natuurlijk is er concurrentie, maar als je een kleinere verwerker of slachterij bent, is het David tegen Goliath.’

Het Franse LDC, Plukons grootste concurrent in Noordwest-Europa, heeft het afgelopen decennium verschillende kleinere spelers opgeslokt; inmiddels heeft het concern meer dan 44 slachthuizen in de EU. Plukon zelf is in de afgelopen vijftien jaar in omvang verdrievoudigd door overnames en fusies in onder meer België, Duitsland, Frankrijk en Polen. Het bedrijf exploiteert momenteel 27 productielocaties in heel Europa.

Uitwijken naar het buitenland

‘Uitbreiding is voor Plukon in Nederland geen doel. De Nederlandse vleeskuikenhouderij blinkt uit in duurzaamheid en is een baken op het gebied van dierenwelzijn en diergezondheid. Plukon heeft de ambitie om ook in de toekomst bij te dragen aan deze duurzaamheid,’ meldt het bedrijf trots aan Follow the Money.

Maar als Plukon verder zou willen uitbreiden in Nederland, is het de vraag of daar ruimte voor is. ‘Er is al jaren geen groeipotentieel in Nederland door de ingewikkelde wetgeving rond vergunningen,’ zegt pluimvee-econoom Van Horne. ‘Als je dan besluit over te stappen op de productie van een kippenras dat twee keer zoveel bedrijfsruimte nodig heeft, gaan die grote bedrijven gewoon de grens over om de ruimte te vinden die ze nodig hebben.’

Van Horne verwijst daarmee naar de toezegging van alle grote Nederlandse retailers om in 2020 alleen nog kipproducten te verkopen met een erkend keurmerk voor dierenwelzijn, zoals Beter Leven. De Rabobank schat dat door deze verschuiving de totale pluimveeproductie in Nederland de komende jaren met meer dan 25 procent zal afnemen. 

En als klap op de vuurpijl kondigde de Nederlandse regering in februari aan dat zij van plan is de totale veestapel de komende tien jaar met 30 procent te laten krimpen. Want met de stikstofuitstoot hebben we de grens bereikt, zei minister van Landbouw Henk Staghouwer onlangs: ‘Daar moeten we niet voor weglopen.’

‘In Nederland is het ongelooflijk moeilijk om vergunningen te krijgen om nieuwe projecten op te zetten’

Plukon liet weten dat de wetgeving inzake stikstof ‘op geen enkele manier’ invloed heeft gehad op hun bedrijfsvoering. Maar deskundigen en professionals in de pluimveesector betwijfelen dat. 

In een interview met vakblad PoultryWorld stelde Plukon-ceo Peter Poortinga al in 2016, ten tijde van de overname van Duc in Frankrijk, dat uitbreiding binnen Nederland steeds lastiger werd: ‘Hier is het ongelooflijk moeilijk om vergunningen te krijgen om nieuwe projecten op te zetten.’ Uitbreiding buiten Nederland is bedoeld om ‘onze eigen ketens weer te sluiten,’ meldde Poortinga toen. Zo hoopt het bedrijf de klap van toekomstige tekorten in de Nederlandse productie te kunnen opvangen.

‘Van professionals in de sector krijg ik signalen dat de grotere bedrijven, vanwege de vele hordes die ze in Nederland moeten nemen, over de grens zijn gaan zoeken naar groeimogelijkheden,’ zegt Aalt den Herder, secretaris van de Nederlandse Vakbond van Pluimveehouders (NVP).

De Nederlandse pluimveeketen in cijfers

De intensivering en schaalvergroting in de agrarische sector heeft ook de Nederlandse pluimveesector veranderd. Sinds 2000 is het aantal Nederlandse kippenhouderijen van 3860 tot 1720 gezakt: meer dan een halvering, volgens de meest recente cijfers van het CBS. En hoewel het aantal bedrijven gestaag is afgenomen, is de productie van verschillende soorten kippen – vleeskuikens, leghennen en ouderdieren – gelijk gebleven: rond de 100 miljoen.

Het gemiddeld aantal vleeskuikens per boerenbedrijf is dan ook fors gestegen. In 2000 waren dat er 46.730; in 2020 waren dat er 75.942; een stijging van bijna 50 procent. Ook het gemiddelde slachtgewicht is – door optimale voeding en vergaande genetische selectie – flink toegenomen: van 1,9 kilo in 2000 tot ruim 2,5 kilo nu.

In 2020 exporteerde Nederland circa 1,66 miljard kilo kippenvlees ter waarde van 2.3 miljard euro naar het buitenland, voor het grootste deel bestemd voor de Europese interne markt.

Lees verder Inklappen

Verzet

In het departement Yonne hebben verschillende incidenten plaatsgevonden waarbij plaatselijke bewoners die zich tegen de pluimveeprojecten keren, door Duc of zijn projectpartners onder druk zijn gezet. Dat gebeurde bijvoorbeeld in het dorpje Saint-Brancher, in het zuiden van Yonne. Tegen de plannen voor de bouw van een vleeskuikenstal met 39.600 kippen ontstond fel lokaal verzet. 

Het project vereiste een wijziging van de plaatselijke stedenbouwkundige voorschriften (PLUi). Volgens het PLUi waren de twee percelen waar de stal werd gepland, niet geschikt; dit vanwege de beschermde status van het berggebied de Morvan, waar het dorp ligt. 

Joëlle Guyard, de burgemeester van Saint-Brancher: ‘We hebben een manifest waarin staat dat industriële projecten die niet verenigbaar zijn met het bewaren van een goed evenwicht tussen milieu en natuur hier geen plaats hebben. Daarom verzette het gemeentebestuur zich tegen de wijziging van het PLUi die voor dit pluimveeproject noodzakelijk was.

Guyard vertelt hoe een woordvoerder van Duc haar daarna onder druk zette. ‘Die vertelde me dat ik de zaken op de oude manier aanpakte, dat wij degenen waren die fout zaten, dat de prefect [lokale vertegenwoordiger van de staat] ertussen zou komen en het laatste woord zou hebben, dat zelfs als ik tegen het project zou zijn, mijn beslissing niet zou worden erkend [..]. Als de gemeenteraad het project niet zou goedkeuren, zouden Duc en zijn aandeelhouders “plan B” in werking stellen.’

‘Soms ben ik bang, ik slaap niet goed. Het zijn geen zachtaardige types,’ zei Guyard,

De woordvoerder van Duc in kwestie weigert in te gaan op het relaas van de burgemeester.

Veehouder Didier Couhault – de initiatiefnemer van dit project en partner van Duc – voert de druk vervolgens verder op: ‘Misschien stappen we wel naar de rechter,’ zegt hij. En dan: ‘Dit project zal hoe dan ook doorgaan.’

Optimaal intensief

Zo’n 80 kilometer ten noordoosten van Saint-Brancher, in Villiers-le-Bois, nodigde Duc een aantal boeren uit om een nieuw vleeskuikenstallenproject te bekijken. Deze pilot moest hen aanmoedigen zich bij Ducs productienetwerk aan te sluiten

‘Toen we dat ontdekten, vroegen we om een openbare vergadering met Duc en de boer op wiens land het project gepland stond,’ zegt Christine Gheza. Ook dierenrechtenorganisatie L214 was aanwezig bij de vergadering; met dat als argument werd de omgeving op slot gegooid. Gheza: ‘Vijf brigades politieagenten waren aanwezig om mensen aan te houden, te fouilleren en te ondervragen. Het voelde alsof we zwaar onder druk werden gezet. Tot zover een open gesprek.’

Maar het was al te laat: de burgemeester had de bouwvergunning voor het uiteindelijke project al goedgekeurd. Het beroep van de buurtbewoners, wier huizen op ongeveer 200 meter van de megastal liggen, werd verworpen. Inmiddels staat die er.

Na ongeveer 35 dagen worden de eerste dieren al geslacht

De bewoners hebben veel stank- en geluidsoverlast, met name wanneer de stallen worden schoongemaakt. Zware vrachtwagens rijden ’s nachts en ’s ochtends vroeg af en aan van de boerderij naar de slachterij, en er zijn permanent reusachtige ventilatoren in gebruik. Gheza kan het allemaal vanuit haar tuin zien.

‘De eerste partij kuikens is op 1 maart 2021 aangekomen,’ staat in haar aantekeningen. Op 9 april kwamen de vrachtwagens de kippen ophalen om ze naar het slachthuis te brengen. Na een sanitaire pauze van 15 dagen arriveerde de tweede partij; die werd op 25 mei opgehaald. ‘We zijn nu bij partij 7: die kwam rond 25 januari binnen.’

Gheza merkt op dat de eerste batch kippen zo vroeg mogelijk in de toegestane uithaalperiode worden opgehaald. Getuigenissen van andere houders bevestigen dat: na ongeveer 35 dagen worden de eerste dieren al geslacht. Ongeveer 4000 voor consumptie bestemde dieren worden vroegtijdig weggehaald. Voor de fabrikant is dit een manier om de winst te maximaliseren en de stalruimte optimaal te gebruiken. De resterende kippen groeien nog een week door.

Weinig autonomie

De strakke regie van grote landbouwconsortia als Plukon geeft de slachthuizen een enorme macht over de boeren. De rol van de pluimveehouders is in het Franse systeem beperkt tot de fok van de dieren.

‘Duc is de eigenaar van de dieren. Wij leveren de eendagskuikens bij onze pluimveehouders en wij betalen voor het voer,’ zei Kees van Oers, voormalig chief procurement officer van Plukon, betrokken bij de herindeling van de Franse keten in een interview in 2018.

‘Wij zijn slechts werknemers in onze eigen houderij’

Wanneer een boerderij anders ingericht moet worden om geschikt te zijn voor de productie van een ander soort kip, ligt die verantwoordelijkheid bij de boer. ‘Technisch risico’ noemt Van Oers dat, maar ‘het marktrisico ligt bij de slachterijen,’ stelt hij.

Couhault, de veehouder die van plan is samen met Duc een pluimveehouderij in Saint-Brancher te starten, ziet dat anders. ‘Wij zijn slechts werknemers in onze eigen houderij,’ stelt hij. Het ras dat hij van Duc moet houden, de Ross 308, is een snelgroeiende kip, maar de soort is kwetsbaarder voor ziektes en vereist meer werk. ‘Alles luistert erg nauw, er is geen ruimte voor fouten.’

Ross 308: de plofkip

Pluimveehouders die met Duc in zee gaan, moeten hun biologische kippen vervangen voor sneller groeiende rassen. De vraag van de Franse markt naar biologische kip was ‘weinig perspectiefrijk’, laat een woordvoerder van Plukon aan Follow the Money weten. De boerderijen werd gevraagd over te schakelen op een sneller groeiend ras: de Ross 308. 

De Ross 308 is door het fokbedrijf Aviagen - onderdeel van de Duitse EW Group – ontwikkeld als snelle, grote groeier die minder calorieën in het voer nodig heeft. In Nederland staat het ras bekend als de ‘plofkip’.

In Marne en de Ardennen zijn een zestal projecten in ontwikkeling in opdracht van voerproducent De Heus, die een belang van 40 procent in Plukon heeft. In een van deze stallen zullen tot 257.600 dieren tegelijk worden gehuisvest, wat overeenkomt met een jaarproductie van 1,8 miljoen dieren. Deze kippen zullen voor een groot deel door Duc in Chailley worden geslacht. 

Beide bedrijven, EW Group en De Heus, hebben een minderheidsbelang in Plukon.

Lees verder Inklappen

Couhault stelt dat hij er alleen is voor het fokken van de kip, en geen keuze heeft welk kippenras hij moet produceren, laat zelf staan de prijs van zijn kip kan vaststellen. Ondertussen heeft hij wel een lening moeten aangaan om de nieuwe stal te kunnen bouwen. En zijn gas- en elektriciteitsrekeningen zijn hoog: de stallen worden kunstmatig verlicht en intensief verwarmd om de groei van de kuikens te bevorderen.

De boer legt uit hoe smal de marges zijn. In een houderij in een naburig dorp woog een partij kippen bij aflevering slechts 2,3 kilo in plaats van de verwachte 2,5 kilo, door een probleem met het voer. ‘Als er iets misgaat met het rantsoen, komt dat bij dit ras direct tot uiting in het gewicht van de kip. Dat zie je meteen terug in je opbrengst.’

Duc vergoedt zijn leveranciers namelijk op basis van het gewicht van de kippen per vierkante meter, met een minimum van 9,18 euro. Dat komt erop neer dat Duc de boeren 40 eurocent per volgroeide kip betaalt – oftewel 16 cent per kilo bij het streefgewicht van 2,5 kilo.

‘Boeren zijn niet de eigenaar van de dieren, maar Duc. Het is daarom logisch dat inhoudelijke vragen aan Duc worden gesteld’

‘Tussen de grote corporaties, de slachthuizen en de veevoerbedrijven hebben pluimveehouders weinig alternatieven om op terug te vallen. Gebonden door de marktwaarde die hen weinig autonomie laat, zijn ze in handen van de markt, en dus van wat de industrie wil,’ aldus Den Herder.

Een aantal pluimveehouders die we voor dit onderzoek benaderden, wilde niet praten en verwees ons door naar het hoofdkantoor van Duc. Sommigen waren zelfs geïnstrueerd niet met journalisten te praten. Gevraagd naar de reden daarvoor antwoordde Plukon dat binnen het model dat Duc in Frankrijk hanteert, ‘boeren niet de eigenaar van de dieren [zijn] maar Duc. Het is daarom logisch dat inhoudelijke vragen aan de eigenaar worden gesteld.’

‘Het vuile werk’

De uitbreiding van het slachthuis in Chailley krijgt 395 duizend euro subsidie via het economische stimuleringsplan van de overheid, ‘France Relance’, dat in 2020 van start ging. Officieel kreeg het die subsidie omdat de uitbreiding ‘de bescherming van dieren, de gezondheid en veiligheid op de werkplek verbetert’ en ‘het concurrentievermogen versterkt’. Daarbovenop komt nog 40 duizend euro vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de Europese Unie. Duc stopte er zelf maar 40 duizend euro in.

De uitbreidingsplannen wachten nog op een milieueffectbeoordeling. Maar die heeft alleen betrekking op de activiteit van het slachthuis, en niet op die van de 200 vleeskuikenstallen die het zal bedienen. In de milieueffectbeoordeling wordt daarom geen aandacht besteed aan de toename van de uitstoot van broeikasgassen, stikstof en ammoniak die door staluitbreidingen worden veroorzaakt.

‘Nu in Nederland niks kan door de strenge regelgeving, komt Plukon zijn vuile werk hier doen,’ verzucht Catherine Schmitt, voorzitter van de vereniging Yonne Nature Environnement. ‘Maar deze bedrijven zijn genoeg om je af te schrikken nog kip te eten. Het eerste werk van de pluimveehouders is ’s morgens de karkassen oprapen,’ zegt ze. De intensieve werkwijze doet de gezondheid van deze kippen geen goed.

Dit project is een samenwerking tussen Mediapart (Amélie Poinssot), Lighthouse Reports (Ludo Hekman) en Follow the Money (Lukas Kotkamp).