Tommaso Valletti

Samen met journalisten uit heel Europa controleren we de macht in Brussel. Lees meer

Steeds meer ingrijpende besluiten worden op Europees niveau genomen. Maar zolang burgers niet weten wat er gaande is in Brussel, kunnen politici er verborgen agenda’s op nahouden en hebben lobbyisten vrij spel. Om hier verandering in te brengen lanceert Follow the Money ‘Bureau Brussel’. Drie EU-specialisten controleren in samenwerking met collega’s uit heel Europa structureel de macht.

90 artikelen

Wat gebeurt er met de gegevens die overheden, bedrijven en instellingen over ons opslaan? Wat als ze gehackt of gegijzeld worden? Hoe veilig zijn onze systemen, en onze data? Lees meer

De analoge en digitale wereld lopen steeds meer in elkaar over, internet en technologie knopen alles aan elkaar: beleid, sociale structuren, economie, surveillance, opsporing, transparantie en zeggenschap.

Ondertussen worden we overspoeld door ransomware, digitale desinformatie en diefstal van intellectueel eigendom. Conflicten worden tegenwoordig ook uitgevochten in cyberspace. Hoe kwetsbaar zijn we precies, en hoe kunnen we ons beter wapenen?

We laten overal digitale sporen achter, vaak zonder dat te weten of er iets tegen te kunnen doen. Al die aan ons onttrokken data worden bewaard en verwerkt, ook door de overheid. Dat gebeurt niet altijd netjes. Zo veegde  het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in een vernietigend vonnis het Nederlandse anti-fraudesysteem Syri van tafel. Hoe riskant het is om op dataverzamelingen van burgers algoritmes los te laten – datamodellen die vrij autonoom beslissingen nemen – bewijst de Toeslagenaffaire. Die laat ook zien wat het effect is van ‘verkeerde’ registraties die zich als onkruid door overheidssystemen lijken voort te planten, zonder dat iemand ze nog kan stoppen of wijzigen.

En zijn al die gegevens van burgers en klanten wel veilig? Wie kan erbij, wie mag erbij, wat als ze gehackt of gegijzeld worden? Hoe kwetsbaar maakt onze afhankelijkheid van data ons?

46 artikelen

Tommaso Valletti © Fenna Jensma

‘Tijd om het gevecht met de tech-reuzen aan te gaan,’ zegt econoom Tommaso Valletti

Grote delen van onze economie worden beheerst door slechts een handjevol machtige technologiebedrijven, en de internationale mededingingsautoriteiten hebben die ontwikkeling onderschat. Hoogleraar economie Tommaso Valletti sloeg als een van de eersten alarm toen hij als hoofdeconoom bij het directoraat-generaal Concurrentie van de Europese Commissie werkte. Toch duurde het lang voordat de autoriteiten wakker werden.

Tommasso Valletti is expert op het gebied van industriële economie en mededinging. Follow the Money sprak hem tijdens de pauze van een workshop in Brussel, waar hij met toezichthouders sprak over het bedrijfsmodel van Big Tech-platforms. Later die middag vertrok hij per trein naar Londen, waar hij met zijn gezin woont. Hij werkt daar als hoofd van het departement economie en overheidsbeleid van het Imperial College London.

Naast zijn academische werk zit Valletti in het bestuur van de Payment Systems Regulator, de Britse toezichthouder op de betaaldiensten. Hij is adviseur bij Ofcom, de toezichthouder voor media en communicatie van het Verenigd Koninkrijk, en heeft net een termijn van 3 jaar afgerond als bestuurslid van de Financial Conduct Authority, die toeziet op de financiële markten.           

De Italiaanse hoogleraar werkte tussen 2016 en 2019 als hoofdeconoom bij het directoraat-generaal Concurrentie van de Europese Unie – een periode die hij omschrijft als ‘uiterst belangrijk’ voor zijn persoonlijke ontwikkeling. Hij werkte in Brussel aan tal van rechtszaken, waaronder drie tegen Google die tot boetes hebben geleid van bij elkaar 8 miljard euro wegens misbruik van economische machtspositie.

Toen Valletti voor het eerst zijn zorgen uitte, ging hij zijn boekje nog te buiten

Zijn directheid valt niet altijd in goede aarde bij het mededingings-establishment. Zo schuwde hij niet zijn collega’s te bekritiseren vanwege het gemak waarmee ze overnames van veelbelovende start-ups door Big Tech goedkeurden, bijvoorbeeld die van Instagram en Whatsapp door Facebook.

Nu de marktkracht van techreuzen blijft groeien en het fortuin van hun eigenaren astronomische proporties heeft aangenomen, worden beleidsmakers op wereldniveau steeds kritischer.Een van hen: Joe Biden, de president van de Verenigde Staten.

Maar toen Valletti voor het eerst zijn zorgen uitte, ging hij zijn boekje nog te buiten.

Persoonlijke bewustwording

De periode waarin Valletti voor de Europese Commissie werkte, beschrijft hij als ‘uiterst belangrijk voor me’. De functie van hoofdeconoom werd in 2003 geïntroduceerd om een ‘onafhankelijk economisch perspectief te kunnen bieden‘ op mededingingszaken en -regels. Valletti’s opvolger, Pierre Régibeau, leidt nu een team van 30 mensen.

‘Je belandt ineens aan de top van de hiërarchie. Je spreekt rechtstreeks met de Commissaris, die je baas is. Die rol bevorderde ook het kritisch denken bij het instituut. Tot dan was er te veel groepsdenken, een tendens die je vaker ziet bij grote bureaucratieën. Mensen zullen sommige dingen negeren omdat hun baas heeft gezegd dat ze niet belangrijk zijn. Maar die blijken dan later toch belangrijk te zijn. Een onafhankelijk persoon inhuren is om die reden een fantastisch idee: dat leidt uiteindelijk tot betere beslissingen.’

Valletti vertelt dat er ‘uiteenlopende meningen’ waren over of zijn persoonlijkheid wel in lijn was met hoe een EU-functionaris zich dient te gedragen. ‘Ik was altijd trouw aan de beslissingen van de Commissie,’ zegt hij. Hij voegt eraan toe dat hij wel begrijpt dat zijn toegang tot vertrouwelijke informatie beperkingen met zich meebracht, hoewel een blunder zo nu en dan niet te vermijden was.   

Hij haalt een incident aan waarbij hij onmiddellijk werd berispt nadat hij zich had versproken. Dat gebeurde tijdens een conferentie van de Universiteit van Oxford, een paar weken voordat de Eurocommissaris voor Mededinging, Margrethe Vestager, Google een eerste boete van 2,42 miljard euro oplegde omdat het zijn eigen prijsvergelijker bevoordeelde.

‘Ik had gezegd dat er “de komende maanden” over Google Shopping zou worden besloten. En dat was niet het juiste jargon, het jargon was “zo spoedig mogelijk’’.’ Persbureau Reuters snapte de portee van Valletti’s woorden en hij kreeg kort daarna een telefoontje van Johannes Laitenberger, directeur-generaal van DG COMP.

Valletti vertelt hoe dat gesprek verliep: ‘Hij vroeg: “Heb je dat gezegd?” Ik zei: “Ja, Johannes, dat klopt. Wat was daar niet goed aan?” “Je had moeten zeggen dat ‘de beslissing zo spoedig mogelijk komt’.” En toen zei ik zelfs, “Johannes, wat komt eerst, zo spoedig mogelijk, of in de komende maanden?’’ Niemand lachte.’

Je zag altijd dezelfde grote advocatenkantoren en dezelfde adviseurs, die hun eigen belangenverstrengeling niet kenbaar wilden maken

Los van dergelijke incidenten, die vooral lijken te wijzen op de bureaucratische cultuur, liet Valletti zich gaandeweg explicieter uit over de gevaren van Big Tech. Naar zijn idee werden die onvoldoende belicht , juist doordat het debat in Brussel werd gekaapt door de lobbyisten van de bedrijven die ter discussie stonden.

‘Deze Brusselse bubbel moest worden opengebroken. Het waren altijd dezelfde grote advocatenkantoren en dezelfde adviseurs, die hun eigen belangenverstrengeling niet kenbaar wilden maken. De academische wereld was vrijwel niet bij deze discussies betrokken. Hier en daar zag je een denktank die kwam met “uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat…,” maar dat klopte dan niet. Dus ik zat daar in feite om de stekker uit die onzin te trekken en ik had er de papieren voor. Als academici hebben we een riante positie, maar laten we alsjeblieft iets doen dat ook zinvol is.’

Wees iets in uw jeugd erop dat u later een non-conformist zou worden? Was u op school een rebel?

‘In tegendeel, ik was een goede, getalenteerde leerling. Mijn probleem was dat ik te veel talenten had. Ik was erg muzikaal. Ik was de beste ingenieur op mijn technische universiteit. Daarna ben ik begonnen als consultant, een baan die ik haatte. Maar ik kon nooit besluiten wie of wat ik wilde wezen, ik kon uit te veel dingen kiezen. Maar ik studeerde veel en werkte keihard. Ik was niet alleen maar een natuurtalent.’

Waarom werd u zo uitgesproken over Big Tech?

‘Op een zeker moment kwam ik voor de vraag te staan: waarom doe ik dit werk? Ik kwam uit mijn eigen bubbel, de academische bubbel, de ivoren toren, waar men zegt, “O, dit is een opmerkelijk argument, wat interessant. Zo had ik er nog nooit over nagedacht. Nu kan ik een wetenschappelijk artikel schrijven in een of ander obscuur tijdschrift!” Die houding moest ik snel laten varen en verruilen voor: “Wat is relevant? Waar sta ik achter?” Mijn eigen gevoel voor normen en waarden kwam terug, na een lange sluimerperiode. Het was mijn persoonlijke herontwaken en daar ben ik erg dankbaar voor: het houdt me in leven en vol energie.’

Was er een specifieke aanleiding?

‘Ja, een van persoonlijke aard. Mijn vader had dementie en stierf een paar maanden nadat ik bij de Europese Commissie was begonnen. Dat waren erg intense en chaotische maanden; mijn vrouw en kinderen zaten in Londen, mijn vader zat in Turijn en ik in Brussel. Het was ook belangrijk voor mij als man. Ik vroeg me af wie ik was, waar ik vandaan kwam, wat ik onderweg had geleerd en wat voor mij belangrijk was.’

Platforms waaruit je ‘niet kunt ontsnappen’

Tommaso Valletti is inmiddels een van de meest uitgesproken critici van Big Tech ter wereld, en treedt onvermoeibaar op als getuige-deskundige bij het Congres van de Verenigde Staten, het Europees Parlement en op internationale congressen. Tijdens het interview in Brussel belicht hij twee periodes in de evolutie van de vijf ‘GAFAM’-bedrijven: Google, Amazon, Facebook (nu omgedoopt in Meta), Apple en Microsoft.

‘De meeste van deze bedrijven werden midden jaren ’90 opgericht. Microsoft was toen een extreem dominant bedrijf en had met Windows de alleenheerschappij op het gebied van besturingssystemen. Maar toen Microsoft consumenten via Windows probeerde te dwingen Internet Explorer of Windows Media Player te gebruiken, werd het bedrijf tegengehouden door mededingingsautoriteiten.

De dynamiek binnen deze markten is sterk gedaald. Dat betekent dat de tech-reuzen de competitie vermorzelen en gebruikers geen alternatieven bieden

Dat schiep ruimte voor een nieuwe generatie ondernemers: Sergey Brin en Larry Page, de oprichters van Google, Mark Zuckerberg van Facebook, Jeff Bezos van Amazon en al die anderen. Je kunt niet spreken van een oorzakelijk verband, maar ik denk dat het geen toeval is dat er toentertijd een groot monopolie was en dat er nieuwe mogelijkheden ontstonden nadat dat was opengebroken. Daarom beschouw ik de eerste tien tot vijftien jaar van ongeëvenaarde groei en disruptieve technologie in Silicon Valley – deze belofte van democratie, omdat het internet een bron van oneindige informatie voor iedereen zou zijn – als een grote sprong vooruit in de kennis van de mens. Dat is inderdaad deels gebeurd, maar we zagen niet dat zo rond de jaren 2010-2012 een nieuwe monopolisatie haar intrede deed.

95 procent van alle zoekopdrachten in Europa wordt sindsdien gedaan via Google, een gigantisch percentage. Facebook kon zijn investeerders al in 2011 meedelen dat 90 procent van alle advertenties op sociale media in de Verenigde Staten via hen ging. Tijdens de pandemie kochten we massaal via één internetplatform: Amazon. En zo kan ik doorgaan. De droom van universele kennis die ons werd verkocht, bleek een leugen. In plaats daarvan creëerden ze een ecosysteem waaruit ze ons niet willen laten vertrekken. Ze pakken onze ‘aandacht’ en onze data en maken die te gelde door advertenties en producten te verkopen.

Ze bouwden een slotgracht die het je heel makkelijk maakt op het platform te komen, maar waarover je er niet meer vanaf kunt. Op Google zijn bijvoorbeeld tweederde van de zoekopdrachten die we doen zogeheten “zero-click searches”, wat betekent dat je het platform niet verlaat totdat je hebt wat je zocht. De consequenties daarvan zijn enorm. De dynamiek binnen deze markten is sterk gedaald. Dat betekent dat de tech-reuzen de competitie vermorzelen en gebruikers geen alternatieven bieden: zij moeten het doen met wat ze aangeboden krijgen en privacy-voorwaarden accepteren die ze niet begrijpen.’

Wat onderscheidt deze bedrijven van andere monopolies?

'We hebben eerder met giganten te maken gehad. De antitrust-beweging begon bij Rockefeller en Standard Oil. Wat er in mijn ogen veranderd is, is de schaal en de snelheid. Google heeft drie miljard gebruikers per dag, Facebook ongeveer tweeënhalf miljard. Die schaal is ongeëvenaard. Vier van deze tech-bedrijven staan in de top vijf van beursgenoteerde bedrijven. We hebben het over biljoenen dollars.

‘Nepnieuws is zo oud als de media-industrie zelf, maar eerder werd er geschreven in kranten. Informatie verspreidde zich lang zo snel niet als nu’

Het tweede punt is de snelheid waarmee informatie zich verspreidt. Nepnieuws is zo oud als de media-industrie zelf, maar eerder werd er geschreven in kranten, met misschien 10 duizend lezers. Informatie verspreidde zich daardoor lang zo snel niet als vandaag de dag. Tegenwoordig kan het echt exploderen.

Een derde punt is hun supranationale dimensie. In het verleden bleef een probleem beperkt tot binnen de landsgrenzen, waardoor duidelijk was welke instanties bevoegd waren. Maar deze bedrijven met miljarden gebruikers zijn niet alleen binnen Europa of de Verenigde Staten actief, maar wereldwijd. Ze zijn groot genoeg om overheden dwars te zitten. Dat is precies wat Facebook nu in Canada doet, waar de overheid overweegt platforms te verplichten nieuwsmedia voor hun content te doen betalen. Facebook zegt simpelweg: “We sluiten jullie af, zodat alle media in Canada niet meer aan Facebookgebruikers worden getoond.” Ik vind dat een respectloze intimidatie van de democratie.’

Kan de nieuwe regelgeving van de Europese Commissie, de Digital Markets Act (DMA) deze bedrijven intomen?

‘Over het geheel genomen ben ik positief over de DMA. Neem mobiele telefoons. Wil je in Nederland of België van telefoonprovider veranderen, dan krijg je een nieuwe simkaart, maar je kunt je telefoonnummer houden en nog steeds met iedereen bellen. Maar bij een nieuwe berichtendienst kun je mensen die op een ander platform zitten geen berichten sturen, omdat het gesloten systemen zijn. De DMA verplicht sociale-netwerkreuzen zoals Facebook om zichzelf open te stellen.

De regels verbieden Big Tech platforms ook hun eigen diensten voorrang te geven. Dat is gebaseerd op ervaring uit eerdere mededingingszaken: Google bevoordeelde zijn eigen prijsvergelijker, Apple gaf Apple Music voordelen boven Spotify en Amazon gaf zijn eigen producten een beter positie.

Dit zijn dus mooie uitgangspunten. Maar de praktijk moet uitwijzen of de Commissie deze regels kan implementeren en handhaven. Daartoe heeft ze vooral veel meer middelen nodig. De DG Mededinging kan deze klus niet met het huidige personeel klaren. Dit vergt op zijn minst mensen met een technische achtergrond: computerwetenschappers, softwareontwikkelaars, etc. En er is een cultuuromslag nodig. Het typisch legalistische aspect van naleving controleren is uiteraard belangrijk, maar tech-bedrijven kunnen gemakkelijk gehoorzamen en toch de geest van de wet omzeilen.

De Commissie zou zich wat meer moeten openstellen voor de maatschappij als geheel. Er zijn tal van belangrijke discussies gaande over onze toekomst

Een paar jaar geleden, nadat ik bij de Commissie was vertrokken, heb ik met een coalitie van academici, consumentengroepen en privacy-voorvechters geprobeerd de Commissie over te halen om de privacyproblematiek te analyseren die was ontstaan nadat Google het wearables-bedrijf Fitbit had overgenomen. We bestudeerden in het bijzonder de vraag hoe Google de data die Fitbit-apparaten genereren, zou kunnen uitbaten voor zijn gezondheids- en verzekeringsbedrijven. Maar de Commissie wilde niet met ons in gesprek. Het kan soms lastig zijn om buiten de formele kanalen om de Commissie te spreken te krijgen. De Commissie zou zich wat meer moeten openstellen. Niet per se voor mij, maar voor de maatschappij als geheel, want er zijn tal van belangrijke discussies gaande over onze toekomst.

Een ander belangrijk ijkpunt voor het succes van de DMA zal zijn of de ontwikkelaars bij Apple, Google en andere tech-bedrijven hun producten anders zullen ontwerpen, op een manier die de concurrentie niet doelbewust buitensluit.’

Zullen deze nieuwe regels volstaan om de gevaren van deze platforms binnen de perken te houden?

‘Om die vraag te beantwoorden, moeten we een stap terug zetten en om de tafel gaan zitten met journalisten, academici, bedrijven, handhavers, politici en burgers, en deze vraag proberen te beantwoorden: “In wat voor digitale wereld willen we over twintig jaar leven?” We proberen steeds Apple hier te fiksen en Google daar, maar die aanpak is, intellectueel gezien, nogal reductionistisch. We moeten als maatschappij denken: hoe willen we geïnformeerd worden? Hoe willen we onszelf scholen? Hoe willen we communiceren over onze gezondheid, onze sociale interacties, inclusief onze aankopen? Kunnen we een gezonde digitale toekomst bedenken waarin dat allemaal mogelijk is?

‘We proberen steeds Apple hier te fiksen en Google daar, maar die aanpak is, intellectueel gezien, nogal reductionistisch’

Een dergelijke discussie wordt onvoldoende gevoerd, althans niet op technocratisch niveau hier in Brussel, omdat we problemen pas proberen op te lossen nadat we doorhebben dat ze bestaan. Er zullen zeker uiteenlopende meningen zijn. Sommige mensen zullen thuis op de bank willen blijven zitten en alles met één klik bestellen, terwijl anderen liever de straat opgaan om met mensen bij de buurtsuper te kletsen. Dat is de discussie die we dienen te voeren, want pas als we ons een voorstelling kunnen maken van onze digitale toekomst, kunnen we bedenken hoe daar te komen. Apple en Google zullen wel blijven, maar we hoeven niet als fait accompli te accepteren dat we altijd afhankelijk van ze zullen zijn.’

Valletti illustreert deze alternatieve aanpak met een beschrijving van een project in Barcelona. De data die in deze stad worden gegenereerd, zijn voor iedereen in geanonimiseerde vorm beschikbaar. En hij verwijst naar een toezichthouder voor patiëntgegevens in Denemarken – een aanpak die hij afzette tegen het wanbeheer van medische gegevens in het Verenigd Koninkrijk door DeepMind, het AI-bedrijf van Google.

Een probleem voor de hele economie

Volgens Valletti is de monopoliepositie van de GAFAM-bedrijven een voortvloeisel van een groter probleem: onze economie raakt in toenemende mate geconcentreerd tot een handvol partijen.

‘De laatste dertig jaar is er een concentratie in onze industrieën gaande. De marges – het verschil tussen de kostprijs en de verkoopprijs – gaan al sinds de jaren ’80 omhoog. Innovatie is lastiger dan in het verleden: bedrijven vallen nog steeds uit de markt, maar er worden niet met dezelfde snelheid nieuwe bedrijven opgericht. Het nadeel van marges en winst die in steeds minder handen vallen, is dat het aandeel van de beroepsbevolking in het bnp kleiner wordt. Er wordt dus geld verdiend, maar dat sijpelt niet gelijkmatig naar beneden, wat mogelijk de ongelijkheid aanzwengelt. Dit is wat economen recent hebben blootgelegd. De initiële reactie was: “Dat kan niet waar zijn.” Elk onderzoek werd volledig ontleed en, zoals gewoonlijk, was geen enkel onderzoek perfect. Maar als je alle factoren samenvoegt, wijzen ze steevast in één en dezelfde richting.

‘Wat we nodig hebben is veerkracht, wat wil zeggen dat we alternatieven nodig hebben, andere leveranciers’

We ontdekken door de pandemie en de oorlog in Oekraïne helaas ook dat deze marktconcentratie grote consequenties heeft voor onze dagelijkse uitgaven. De kosten van het levensonderhoud zijn door disrupties in de economie aanzienlijk gestegen. Deze disrupties hebben een grotere impact wanneer er slechts weinig leveranciers van die goederen zijn, of dat nu gas is, of iets anders. Wat we nodig hebben is veerkracht, wat wil zeggen dat we alternatieven nodig hebben, andere leveranciers. Want wanneer je afhankelijk bent van een superefficiënt bedrijf en er ergens iets misgaat, ben jij degene die met de consequenties zit. Mededingingsbeleid is weliswaar slechts één instrument, maar wel een dat ons op koers kan zetten naar een veerkrachtiger Europese economie.’

Hoe is deze concentratie ontstaan? En wat kunnen we ertegen doen?

‘De eerste vraag is het lastigst te beantwoorden, want ik denk dat meerdere factoren een rol speelden: technologische verandering, globalisatie, en misschien het gebrek aan een strikte handhaving van de mededingingsregels. Naar mijn idee hadden we meer moeten doen.

Maar wat er ook gebeurd moge zijn: we weten nu terdege dat je je concurrentiebeleid krachtiger moet handhaven wanneer je met dominante bedrijven te maken hebt, omdat de schade die deze bedrijven zowel nu als in de toekomst aan de economie kunnen toebrengen, zoveel groter is dan in het verleden.’

Jesse Pinster leverde een bijdrage aan dit artikel