Houdt AFM 'perverse prikkel' in stand?

    De uitzending van Tros Radar en FTM over schending van het provisieverbod bij de verkoop van pensioenen leidde tot interessante reacties van marktpartijen. Die roepen de vraag op: houdt de toepassing van het verbod door toezichthouder AFM niet precies dezelfde 'perverse prikkel' in stand?

    Aanbieders van collectieve pensioenregelingen overtreden het provisieverbod, zo onthulde FTM in samenwerking met Tros Radar vorige week. DeltaLloyd, Aegon, BrandNewDay en Zwitserleven (SNS) betaalden namelijk een vergoeding aan de klant bij het aangaan van een pensioencontract. Die vergoeding kan de klant gebruiken om de advieskosten van de tussenpersoon mee te betalen. Strijdig met het provisieverbod, zo oordeelde de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Reden is dat zo'n vergoeding volgens AFM sturing van het advies kan opleveren. Het gevaar bestaat immers dat de tussenpersoon een pensioenproduct adviseert dat het hem gemakkelijker maakt de klant een fikse adviesnota te sturen. Die kan de nota namelijk voldoen met behulp van de vergoeding – een 'perverse prikkel' die het provisieverbod juist probeert uit te bannen. Bovendien – en dat is wellicht nog kwalijker – breng je de werkgever zo in de verleiding te kiezen voor de hoogste vergoeding in plaats van voor het beste pensioen voor zijn werknemers.
    'Het zijn gewoon kosten die werkgever eerste jaar niet hoeft te betalen. Met korting op productkosten is niets mis.'
    BrandNewDay (BND) reageerde verontwaardigd op de uitzending en stelt dat de vergoeding 'niets meer (of minder) is dan een éénmalige korting op onze productkosten. Deze heeft niets te maken met een tegemoetkoming in de advieskosten of het omzeilen van het provisieverbod waar jullie het over hebben. Het zijn gewoon kosten die de werkgever het eerste jaar niet hoeft te betalen. Met korting op productkosten is niets mis.' Commercieel directeur Bas van Beusekom van BND erkent desgevraagd dat het de korting op de productkosten vorig jaar wel degelijk direct heeft betaald aan de klant. 'Maar dat is slechts gebeurd in 1 procent van de gevallen.' Volgens Van Beusekom is het beleid sinds begin dit jaar anders. 'De administratiekosten worden op “uit” gezet in het systeem, worden niet in rekening gebracht.'

    Reactie van toezichthouder

    Vanzelfsprekend legden we de reactie van BND voor aan de toezichthouder. Hoe legt die het verschil uit tussen korting die de pensioenaanbieder direct betaalt of verrekent met de premie? De AFM laat weten dat een betaling niet mag, maar een verrekende korting gedurende het eerste jaar wél. Dan is de vervolgvraag: is er in het licht van het provisieverbod een materieel verschil tussen een korting die direct betaalt wordt of eentje die verrekend wordt? Afgezien van het feit dat het prettig is dat de korting direct op de bankrekening staat, lijkt er weinig onderscheid te zijn. Of je als werkgever die paar duizend euro meteen krijgt of uitgesmeerd over een jaar, maakt in beginsel weinig uit. In beide gevallen landt de adviesnota van de tussenpersoon wat zachter en bestaat het risico dat de werkgever kiest voor de hoogste korting, niet voor het beste pensioen voor zijn werknemers. Met andere woorden: houdt de AFM met haar beleid de 'perverse prikkels' niet in stand?
    'kan wel in belang van klant zijn als adviseur met aanbieder een korting verwerkt in productprijs overeenkomt'
    De AFM is niet in staat uit te leggen waarom directe betaalde korting een verkeerde prikkel oplevert en waarom gewone korting niet, zo blijkt uit het antwoord: 'Als een klant een welkomstbonus (een geldbedrag) ontvangt van een aanbieder om vervolgens zijn adviseur te betalen, bestaat het risico van sturing omdat een adviseur door deze tegemoetkoming zijn advies mogelijk beter kan verkopen. Het kan wel in het belang van de klant zijn als zijn adviseur met een aanbieder een korting verwerkt in de productprijs overeenkomt. De klant profiteert daar direct van; zijn adviseur ontvangt vervolgens de advieskosten van de consument.' Dit suggereert dat de klant alleen profiteert van een korting verwerkt in de productprijs, en niet van een directe betaling van die korting. Naar de redenen daarvan kunnen we slechts gissen. Daarom nog een laatste vraag aan de toezichthouder: zou het niet zuiverder zijn alle kortingen toe te staan, al dan niet direct betaald? Werkgevers kunnen dan de hoogste korting onderhandelen, zoals gebruikelijk op een vrije markt. Of kies vanwege het risico op verkeerde prikkels ervoor alle kortingen uit te bannen en laat pensioenaanbieders alleen concurreren op de kosten van het product op de lange termijn. Dan weet iedereen waar ie aan toe is.
    Over de auteur

    Jan-Hein Strop

    Jan-Hein Strop is freelance financieel-economisch journalist met een grote belangstelling voor de werking, macht en gedraging...

    Lees meer

    Volg deze auteur

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid