© José Luis Garcia

    FTM onthulde dat topartsen in academische centra vaak verborgen consultancy-contracten hebben met producenten van medische hulpmiddelen. Daarmee lieten we zien hoezeer de medische wetenschap verknoopt is met de industrie. De vermaarde hartchirurg Robert Klautz van het Leiden UMC is consultant van het Amerikaanse Medtronic. Hij ging als enige in op vragen van Follow the Money.

    Op 25 april 2014 houdt Robert Klautz, hartchirurg bij het Leiden UMC (LUMC), een presentatie over behandelopties tegen hartfalen op een symposium in het Hotel Theater Figi in Zeist. Klautz spreekt  voor ruim 130 congresgangers, die aandachtig luisteren en meekijken op een groot scherm. Zijn lezing wordt gesponsord door Medtronic, een producent van hartimplantaten en -apparatuur. Voor datzelfde bedrijf leidt Klautz als ‘primary investigator’ grootschalige klinische trials naar de werking van nieuwe hartkleppen. De resultaten hiervan presenteert hij, zoals nu, op congressen. Daarnaast is Klautz ook als enige Nederlandse arts lid van de adviesraad van Medtronic.

    Afgelopen december onthulde FTM in het bezit te zijn van vijftig verborgen consultancy-contracten tussen artsen en fabrikanten van medische hulpmiddelen. Twee daarvan zijn gesloten met  Klautz. De bedrijfsnaam op zijn contracten: Medtronic. Volgens Klautz is daar niets mis mee. ‘Ik wil hier absoluut niet geheimzinnig over doen. Ik doe mijn werk als consultant vanuit de gedachte dat ik de best mogelijke zorg en technieken aan de patiënt kan aanbieden,’ zegt hij in reactie op vragen van FTM. ‘Om te weten of een product goed is, is wetenschappelijk onderzoek nodig en evaluatie op het gebruik van deze medische hulpmiddelen, zoals een hartklep.’

    Zijn patiënten vertelt hij niets over zijn banden met Medtronic: ‘Wat zou een patiënt met deze informatie moeten?’

    Klautz staat aan het hoofd van de afdeling Thoraxchirurgie van het Leiden UMC. Onder zijn leiding is de afdeling ‘uitgegroeid tot een toonaangevend centrum met een nationale en internationale reputatie op het gebied van reconstructieve klepchirurgie en hartfalenchirurgie,’ meldt de website van het LUMC. Klautz’ biografie op de website van de Universiteit Leiden vermeldt zijn functie als consultant voor Medtronic; daar blijft het bij. Over zijn positie in de adviesraad van het Amerikaanse bedrijf wordt niets gezegd. Evenmin zijn z’n contracten aangemeld bij het Transparantieregister Zorg, terwijl de Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH) dat wel voorschrijft. Klautz denkt dat het register alleen voor de farmaceutische industrie geldt, wat niet zo is. ‘Maar ik moet je eerlijk bekennen dat ik het eigenlijk niet zeker weet.’ Ook zijn patiënten vertelt hij niets over zijn banden met Medtronic: ‘Wat zou een patiënt met deze informatie moeten? De producten die wij gebruiken staan los van de consultancy-contracten.’

    Moeilijk terrein

    Robert Klautz is een productieve onderzoeksleider met 186 publicaties in toonaangevende medische tijdschriften. De Leidse hartchirurg weet zijn werk met verschillende nevenfuncties te combineren. Hij was lid van het bestuur van de Europese Vereniging voor Cardiothoracale Chirurgie, is voorzitter van het consilium van de Nederlandse Vereniging voor Thoraxchirurgie, lid van het Centraal Medisch Tuchtcollege, en zit in de raad van toezicht van het Dijklander Ziekenhuis.

    Artsen als Klautz zijn interessant voor de industrie. Wanneer topchirurgen zich positief uitlaten over producten is dat goud waard, zo blijkt onder meer uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB). ‘Artsen zijn ontvankelijker voor de boodschap van een collega dan voor die van een verkoper of marketingmedewerker. Bedrijven laten tijdens symposia, promotiebijeenkomsten en nascholingscursussen artsen met een gunstige mening over hun product tegen betaling als spreker optreden. Toehoorders zijn vaak niet op de hoogte dat deze opinion leaders (bewust of onbewust) optreden als verlengstuk van een marketingafdeling,’ schrijft het CPB.

    Emeritus hoogleraar Julius Roos, voorheen internist bij het OLVG in Amsterdam, heeft grote bedenkingen bij consultancy-contracten, vertelt hij FTM: ‘Door een consultancy-contract af te sluiten kom je op een ongelofelijk moeilijk terrein terecht. De industrie heeft als doel om een arts te beïnvloeden. Ze willen dat de artsen reclame maken voor hun producten. Ze pakken juist de artsen die in hoge aanzien staan bij hun collega’s. Die genieten gezag en gehoor. Andere artsen zijn hierdoor geneigd om het advies van de consultant op te volgen. Die beïnvloeding is er. En daar zijn de fabrikanten op uit. Daarnaast zijn er artsen die verliefd worden op een bepaald hulpmiddel en zich hierdoor ook positief uitlaten in wetenschappelijke tijdschriften en op congressen.’


    Robert Klautz

    "De producenten gaan niet naar ziekenhuizen, maar zijn massaal aanwezig op congressen om artsen te vinden die adviseur willen worden"

    Het patiëntenbelang

    Van de vijftig geanonimiseerde consultancy-contracten die FTM via een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) in handen kreeg, wisten we bij tien contracten te achterhalen welke artsen hun handtekening eronder hadden gezet. Al die artsen hebben we gebeld, maar Klautz is de enige die bereid is FTM te woord te staan. Over een periode van anderhalf jaar benadert FTM hem verschillende malen, zowel via e-mail als per telefoon. Al die keren is hij bereid om serieus op onze vragen in te gaan, en spreekt vol enthousiasme over zijn vakgebied.

    Hij vertelt dat hij na een lezing door iemand van Medtronic werd benaderd: zou hij het interessant vinden betrokken te worden bij de ontwikkeling van hun nieuwste hartklep, de Avalus Pericordial Aortic Surgical Valve? ‘Zo gaat dat altijd,’ zegt Klautz. ‘De producenten komen niet naar de ziekenhuizen, maar zijn massaal aanwezig op congressen om artsen te vinden die adviseur willen worden voor hun producten.’ Klautz stemde uiteindelijk in met het voorstel dat Medtronic deed. Vanaf dat moment was hij adviseur c.q. consultant. Tot op de dag van vandaag levert hij betaald advies over de ontwikkeling en doorontwikkeling van hartkleppen en is hij nauw betrokken bij Medtronics onderzoek en klinische evaluatie. Dat betekent onder meer dat zijn naam in een persbericht van Medtronic opduikt waarin hij het ‘unieke’ ontwerp van de nieuwe Avalus-hartklep aanprijst. Klautz: ‘Alles ten behoeve van een zo goed mogelijke patiëntenzorg.’

    Wanneer sprake is van negatieve onderzoeksresultaten, kan het bedrijf die achterhouden

    In consultancy-contracten speelt het belang van de patiënt echter een ondergeschikte rol, zo blijkt uit de tientallen contracten waarover FTM beschikt. In slechts enkele contracten wordt het patiëntenbelang genoemd. De belangen van de producenten daarentegen worden uitputtend omschreven. Een standaardclausule is dat het intellectueel eigendom, waaronder alle bevindingen en ontdekkingen van de consultant, volledig aan de producent toevalt. Een andere is dat alle informatie geheim wordt gehouden, wat betekent dat de producent exclusief kan bepalen of en wanneer er iets over de onderzoeksresultaten naar buiten wordt gebracht. Wanneer er sprake is van negatieve onderzoeksresultaten, kan het bedrijf die achterhouden. Ook in drie van de zes Medtronic-contracten die FTM in handen heeft, zijn deze bepalingen opgenomen. Advocaat Tineke Wolfswinkel was  heel stellig in de eerste FTM-publicatie over de verwevenheid van artsen met de hulpmiddelenindustrie: door deze clausules komt het publiek belang in het geding.

    De contracten met Klautz waarover FTM beschikt, betreffen betaalde optredens; er staan geen clausules in over intellectueel eigendom. Een dergelijke overeenkomst zou hij ook niet sluiten, zegt Klautz. Maar hij denkt dat ‘het best zou kunnen’ dat fabrikanten resultaten die hen minder welgevallig zijn, proberen te manipuleren of niet te publiceren. ‘Ik zou hier nooit mee akkoord gaan. Ik laat consultancy-contracten ook altijd door de juristen van het LUMC controleren, juist op dit soort zaken. Binnen mijn ziekenhuis wordt er altijd goed op gelet dat wij zonder ruggespraak de resultaten kunnen publiceren.’

    200.000 incidenten met Medtronic-producten

    Uit een recent internationaal onderzoek van het International Consortium for Investigative Journalism (ICIJ), The Implant Files, blijkt dat de wereld van de medische hulpmiddelen uiterst ondoorzichtig is, en implantaten aanzienlijk minder veilig zijn dan wordt aangenomen. Gebrekkige implantaten hebben tot meer dan 1,7 miljoen gevallen van letsel en bijna 83.000 doden geleid. Complicaties met medische hulpmiddelen worden bewust verborgen gehouden, het toezicht ontbreekt en patiënten, met name in Europa, zijn vaak zonder het te weten proefkonijnen voor de Amerikaanse markt.

    De meeste problemen met medische hulpmiddelen worden veroorzaakt door producten van Medtronic

    Ook de reputatie van Klautz’ sponsor Medtronic is bepaald niet smetteloos. Het concern kwam de afgelopen jaren herhaaldelijk in opspraak. ‘From garage startup to global dominance, Medtronic bent and broke rules in its relentless pursuit of success,’ schreef het ICIJ vorige maand naar aanleiding van The Implant Files. Medtronic wordt er onder andere van beschuldigd smeergeld te hebben betaald om het voorschrijfgedrag van artsen te beïnvloeden, en zou onderzoeksresultaten hebben gemanipuleerd. Voorts betaalde het bedrijf miljoenen aan consultancy-vergoedingen aan Amerikaanse artsen die in wetenschappelijke tijdschriften de nadelige effecten van Medtronics producten bagatelliseerden.

    Uit een openbare database van de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) blijkt bovendien dat de meeste problemen met medische hulpmiddelen worden veroorzaakt door producten van Medtronic. In de periode 2007-2018 waren er 200.000 incidenten waarbij patiënten gezondheidsschade opliepen door producten van het bedrijf; het betrof voornamelijk problemen met insulinepompen, pacemakers en defibrillatoren van Medtronic. Er zijn ook twijfels gerezen over de veiligheid en effectiviteit van de Tavi, een aortaklep die via de lies wordt ingebracht. Klautz is bekend met de affaires met onder meer de pacemakers van Medtronic. Hij onderstreept dat die een ander vakgebied betreffen: pacemakers vallen onder cardiologie, en hij is hartchirurg – géén cardioloog. Hij stelt dat er binnen zijn vakgebied geen problemen zijn. ‘Ik heb binnen de hartklepindustrie nooit gehoord dat bedrijven artsen geld betalen om hun apparaten en producten verkocht te krijgen. Ik weet daar niks van.’

    Commerciële belangen

    Terwijl onveilige producten te makkelijk worden gepromoot, is het soms lastig om goede producten op de markt te krijgen. Implantaten die van belang zijn voor de patiënt, worden niet in productie genomen wanneer ze commercieel gezien niet interessant genoeg zijn. Die kwestie kwam eerder bij FTM aan de orde. ‘De industrie betaalt en bepaalt welke producten op de markt komen en die zijn niet altijd in het belang van patiënten,’ zei internist Julius Roos, die in 2004 al in een artikel in NRC waarschuwde voor de aantasting van de onafhankelijkheid van artsen door de industrie.

    Robert Klautz moet lachen wanneer FTM hem vraagt of hij, ondanks zijn plek in de adviesraad van Medtronic en zijn andere werkzaamheden voor het concern, nog een onafhankelijk kritisch oordeel kan geven. ‘Ja, dat is juist de bedoeling. Waarom niet? Zo’n bedrijf vraagt mij op grond van mijn expertise om nieuwe ontwikkelingen te bekijken en te evalueren.’ Hij benadrukt dat hij de opbrengsten uit zijn activiteiten voor Medtronic niet in eigen zak steekt. ‘Binnen het LUMC is er een potje. Dat wordt gevuld met honoraria uit de contracten en daar betalen we onderzoeksgerelateerde activiteiten mee.’

    Hij begrijpt wel degelijk dat er commerciële belangen spelen. ‘Medtronic wil natuurlijk winst maken,’ zegt Klautz, ‘dat kan ik niet ontkennen. Maar als ze via mij hartkleppen proberen te verkopen, zou dit voor mij reden zijn om de banden met hen te verbreken. Het kan niet zo zijn dat Medtronic mij kan kopen. Ik ben niet te koop.’

    Volgens hem is het simpel: ‘Ik ben consultant voor het Amerikaanse hoofdkantoor van Medtronic. Mijn ziekenhuis koopt producten van Medtronic in bij de Nederlandse divisie. Onze inkopers doen zaken met het Nederlandse verkoopdeel van dit concern. Daar heb ik helemaal niks mee te maken. Ook heeft de Nederlandse tak van Medtronic inhoudelijk niets te maken met de onderzoeken die ik uitvoer. Vaak hebben ze niet eens weet van wat ik doe. De inkoop loopt bovendien via Europese aanbestedingsregels. Ik kan niet zeggen: “Ik vind die jongens aardig, dus we kopen hun hartkleppen in.” Dat kan niet. Alles loopt via de aanbesteding.’

    Inkoop ziekenhuizen

    Klautz stelt dat tegenwoordig ‘alle hartkleppen van dezelfde kwaliteit’ zijn. ‘Aan de onderhandelingstafel gaat het er vooral om de hartklep zo goedkoop mogelijk in te kopen,’ zegt hij. In de praktijk blijken de inkopers van ziekenhuizen aan de onderhandelingstafel zelden opgewassen te zijn tegen de vertegenwoordigers van de meestal multinationaal opererende producenten van medische hulpmiddelen.

    ‘Ziekenhuizen betalen honderden miljoenen te veel voor medische hulpmiddelen’, kopte Het Financieele Dagblad in augustus 2017. In de afgelopen tien jaar zijn de inkoopkosten van ziekenhuizen verdubbeld naar zo’n 8 miljard euro in 2016, stelde onderzoeksbureau Gupta vast. Volgens de onderzoekers spannen ziekenhuisbestuurders en inkopers zich onvoldoende in om de beste prijs voor implantaten en andere medische hulpmiddelen te betalen. Ze laten zich verleiden door verkooppraatjes en de ingewikkelde offertes van de fabrikanten. Kees Isendoorn, een van de opstellers van het Gupta-rapport, vindt dat ziekenhuizen hun onderhandelingspositie moeten verbeteren door hun inkoopproces kritisch onder de loep te nemen. ‘De inkoop verdient echt een centrale plaats aan de bestuurstafel, waarbij ook het gesprek over de switchbereidheid met de artsen plaats moet vinden.’

    Lees verder Inklappen

    Toch kan Klautz wel degelijk  invloed uitoefenen op de omzet van Medtronic. Hij is bijvoorbeeld ‘nauw betrokken’ bij het formuleren van de eisen die aan klepprothesen worden gesteld. Ook kan hij zijn patiënten een bepaald type hartklep voorschrijven. Daarnaast is het aannemelijk dat Klautz een voorkeur voor een hartklep heeft ontwikkeld: hij is immers intensief betrokken bij de ontwikkeling van Medtronics hartkleppen en zegt in een persbericht dat een van die kleppen over ‘unieke’ kwaliteiten beschikt. Het LUMC koopt ook hartkleppen van Medtronic in.

    Klautz ontkent niettemin een voorliefde voor die kleppen. ‘Ik heb geen favoriet. Interesseert mij helemaal niets.’ Hij legt uit dat op zijn afdeling tien verschillende hartklepprotheses op de plank liggen, afkomstig van vijf verschillende fabrikanten. ‘Er zijn tal van kleine verschillen die maken dat de ene klep beter geschikt is voor de ene patiënt en de andere klep voor een andere patiënt. Vaak is dat een individuele keuze, waar ook de patiënt een belangrijke stem in heeft. Het onderzoek dat wij doen heeft precies met dit soort keuzes te maken. Het gaat dus niet direct om kwaliteit maar om relatieve voordelen in bepaalde omstandigheden. Dit vind ik precies het leuke aan mijn vakgebied. Ik hoef die klep van Medtronic helemaal niet te gebruiken.’

    ‘Wil je invloed hebben op de vernieuwingen in de hartklepchirurgie, dan moet je wel’

    Onderzoeksgeld

    Afgelopen augustus publiceerde FTM een artikel over de opdroging van het onderzoeksgeld in de medische wereld. De overheid heeft zich voor een groot deel teruggetrokken en dus zijn artsen genoodzaakt om voor onderzoek naar nieuwe implantaten aan te kloppen bij de industrie. Daar ligt een belangrijk motief voor Klautz om met een producent als Medtronic in zee te gaan: zijn wetenschappelijke aspiraties. ‘Als je invloed wilt hebben op de vernieuwingen in de hartklepchirurgie, dan moet je in een vroege fase van de ontwikkeling van zo’n hartklep betrokken zijn. In dat geval ben ik als arts afhankelijk van de hulpmiddelenindustrie.’

    Klautz: ‘Wij hebben er met elkaar voor gekozen dat fabrikanten medische producten ontwikkelen en verkopen. Bij hen ligt ook de verplichting om de veiligheid en effectiviteit te testen. Daarbij zullen ze moeten samenwerken met medische professionals.’ Publieke instanties zijn amper in staat om nieuwe kleppen te ontwikkelen. ‘Onderzoek doen naar hartkleppen is ontzettend duur. Wij hebben geen financiële middelen om kleppen te ontwerpen, grote trials op te zetten en de effectiviteit en veiligheid van kleppen op grote schaal te testen.’

    Hij schat dat een nieuwe hartklep ontwikkelen en testen tussen de 20 en 30 miljoen euro kost. ‘Van de Hartstichting bijvoorbeeld krijg je maximaal 1 miljoen euro,’ weet Klautz. ‘Bij de Europese gemeenschap ontvang je iets meer subsidie, rond de 5 miljoen. Dan ben je er nog lang niet. Wij hebben simpelweg onvoldoende financiële middelen ter beschikking. Daarom zijn we afhankelijk van de industrie. Universiteiten, ziekenhuizen en onderzoeksinstituten zouden eigenlijk de leidende rol moeten krijgen. Ik vraag me af of je geen instituten moet opzetten die zelf producten ontwikkelen. Overheden kunnen onderzoeksgeld beschikbaar stellen om dit soort grootschalig evaluatieonderzoek te doen. Ik zou daar erg voor zijn.’

    [Met medewerking van Eric Smit]

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Ilona Dahl

    Gevolgd door 378 leden

    Onderzoeksjournalist, in het verleden voor o.a. nrc.next en De Correspondent. Schrijft voor FTM over de Nederlandse zorg.

    Volg Ilona Dahl
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Gesponsorde artsen

    Gevolgd door 1293 leden

    Ilona Dahl wist via een wob-verzoek 50 verborgen consultancy-contracten tussen artsen en producenten van medische hulpmiddele...

    Volg dossier