Waarom hypotheekrente omlaag moet

3 Connecties

De Nederlandse hypotheekrente behoort tot de hoogste van Europa. Drie redenen waarom de rente volgend jaar moet dalen.

De hoge hypotheekrente in Nederland is al jaren een grote bron van ergernis. Belangenclubs als Eigen Huis roepen dat banken de rente kunstmatig hoog houden en onderling prijsafspraken maken. Publicitaire ophef heeft er zelfs voor gezorgd dat de Nederlandse Mededingingsautoriteit er nu opnieuw onderzoek naar doet. 

 
Want iedereen wil weten waarom bijvoorbeeld ING in Duitsland 2,5 procent minder rente rekent dan voor dezelfde hypotheek in Nederland, zoals wij deze week meldden. Een deel van de verklaring voor de Nederlandse situatie zou het gebrek aan spaargeld zijn. Spaargeld is een goedkope bron van financiering van hypotheken. Daardoor moeten banken hier een groter beroep doen op de kapitaalmarkt - een duurdere bron van financiering. Het verschil tussen de uitstaande schuld en het spaargeld heet het “financieringsgat”. 
 
Maar het tij voor de banken keert.  Dat we 2,5 procent meer betalen dan in Duitsland, lijkt niet langer houdbaar, vanwege veranderende marktomstandigheden. Vijf redenen waarom de rente volgend jaar moet dalen:
 
Reden 1: Berg spaargeld groeit met de dag
Wij Nederlanders zijn aan het sparen geslagen. En hoe. Sinds de start van de financiële crisis namen de deposito’s toe van 315 miljard (eind 2008) euro tot 377 miljard medio dit jaar. Aan deze spaarzucht komt voorlopig geen einde, omdat Nederlanders zich indekken tegen de crisis.
 
Het volstromen van de bankkluizen betekent dat het financieringsgat slinkt, dat banken dus minder afhankelijk worden van de kapitaalmarkt. Dat zou niet zo zijn als de uitstaande hypotheekschuld in het zelfde tempo meegroeit met het spaargeld, maar zoals bekend ligt de woningmarkt en daarmee de hypotheekproductie op zijn gat.
 
Bovendien is het de laatste tijd heel populair om aflossingsvrije hypotheken om te zetten in bankspaarhypotheken, nu de termijn waarbinnen dat kan binnenkort afloopt. Omdat zo veel mensen dat willen, overweegt minister van Wonen Stef Blok (VVD) de termijn voor omzetting te verlengen. Een nieuwe golf spaargeld stroomt zo binnen via banksparen, waarmee banken al meer dan 11 miljard euro hebben binnengehaald.    
 
Reden 2: Aflossen is de norm                         
Vanaf 1 januari moeten huizenkopers aflossen om recht te hebben op renteaftrek. De aflossingsvrije hypotheek verdwijnt daarom, iedereen gaat aan de annuïteitenhypotheek. Gevolg is dat de hypotheekportefeuille langzaam minder risicovol wordt (minder kans op verlies bij gedwongen verkoop). 
 
In het nieuwe systeem is de kans immers klein dat de woningwaarde onder de hoogte van de lening duikt, wat nu zoveel restschuldproblemen oplevert. Los van de nieuwe fiscale regels, zijn Nederlanders sowieso meer gaan aflossen om de hypotheekschuld weer in lijn te brengen met waarde van de woning (hoe fiscaal onverstandig dat ook kan zijn).
 
Banken zijn hiernaast prima in staat de risico’s nog verder af te bouwen, door ook voor bestaande hypotheken aflossing af te dwingen. Want wie zijn hypotheek moet oversluiten na afloop van de rentevaste periode en een lening heeft die hoger is dan de woningwaarde, zit als een rat in de val. Andere banken zijn niet bereid de hypotheek over te nemen, waardoor je gedwongen bent de voorwaarden te accepteren die je bank je aanbiedt. En waarom zou een bank je in dat geval niet minimaal een bankspaarhypotheek aanbieden? 
 
Resultaat van dit alles is een verdere afname van het risico voor banken. Tijd dus dat de risico-opslag naar beneden gaat. Die is sinds de crisis flink opgelopen en maakt dat de rente zo sterk uit de pas loopt met het buitenland.
 
Reden 3: Geen staatssteun meer? Concurreren maar
ING mocht van Brussel lange tijd niet prijsstunten met rente, omdat het concern staatssteun had ontvangen. Maar vorige maand is het “prijsleiderschapsverbod” door de Europese Commissie in de ban gedaan, waarschijnlijk omdat het de Commissie eindelijk duidelijk is dat het verbod voor Nederlandse consumenten kwalijke gevolgen heeft. Zo bleef de rente bij ING hoog en had marktleider Rabobank al die tijd geen prikkel om scherp te concurreren.  
 
Voor ABN Amro blijven de beperkingen als staatsbank helaas nog bestaan. Hetzelfde geldt voor SNS Reaal dat moeite heeft de staatssteun af te lossen.