Idealisme als wapen tegen foute bankiers [interview]

    Theodor Kockelkoren was jarenlang een van de belangrijkste mensen van de financiële waakhond AFM. Hij schreef een boek over de ervaringen die hij er opdeed. ‘Vooruitlopen word je niet in dank afgenomen.’

    Theodor Kockelkoren was niet te beroerd om de financiële sector zijn tanden te laten zien en zwengelde herhaaldelijk het publieke debat aan. Hij stond aan de wieg van de financiële waakhond Autoriteit Financiële Markten (AFM) en leek ook dé aangewezen man om de AFM te gaan leiden. Dat gebeurde echter niet. In 2014 werd niet hij, maar Merel van Vroonhoven, voormalig directielid van verzekeraar Nationale Nederlanden, gekozen om die positie in te nemen. Velen spraken van een politieke benoeming. Kockelkoren zou te veel een ‘havik’ zijn geweest. Ruim een jaar later, in 2015, brak hij zijn loopbaan bij de toezichthouder af en ging zijn vrouw bijstaan in haar strijd tegen borstkanker. En hij schreef een boek over de lessen die hij in de 13 jaar die hij bij de AFM doorbracht, leerde. Toezicht als beroep luidt de titel van het 135 pagina’s tellende werk.

    ‘Het is beslist niet bedoeld als een opgeheven vinger en het is ook niet belerend bedoeld,’ zegt Kockelkoren op het zonnige terras van Vondel CS in het Amsterdamse Vondelpark. ‘Het is wel een boek dat geschreven moest worden.’

    Denken over toezicht

    De eerste aanzet tot het schrijven kwam door een verzoek van die andere toezichthouder waar Kockelkoren vanuit zijn kantoor bij de AFM op uitkeek. ‘Ik werd door De Nederlandsche Bank gevraagd om een voordracht over mijn ervaringen in het toezicht te geven. Bij het voorbereiden van de presentatie vloeiden de teksten uit mijn pen. De reacties op de presentatie waren goed en toen vroeg journalist Pieter Couwenberg van Het Financieele Dagblad me: “Waarom schrijf je er geen boek over?”’

    Voor de meeste mensen is het toezicht nog een zwarte doos

    Aldus geschiedde. Het ‘boekje’ — zoals Kockelkoren (Geldrop, 1969) zijn pennenvrucht zelf omschrijft — kwam er. ‘De insteek is om iets bij te dragen aan het denken over toezicht. Iedereen heeft er een mening over, zeker wanneer het mis is gegaan. Maar voor de meeste mensen is het toezicht nog een zwarte doos. Dat geldt ook vaak voor de partijen die met toezicht te maken krijgen.’

    ‘De inzichten die ik in de afgelopen 13 jaar bij de AFM heb opgedaan, waren er vanzelfsprekend niet op dag één, en ze vormen ook geen afgerond geheel. Er zitten nog tal van worstelingen en vragen in het boek. Het leveren van toezicht is ook een continue worsteling en de buitenwereld heeft er ook steeds kritiek op, dat zag je ook gebeuren bij andere toezichthouders, inzake woningcorporaties, ziekenhuizen en voedselveiligheid.’


    Theodor Kockelkoren

    "Het leveren van toezicht is een continue worsteling"

    De missie moet leidend zijn

    De essentie zit hem volgens Kockelkoren in het grote verschil tussen een idealistische en een niet-idealistische toezichthouder. De eerste zal de missie van de toezichthouder als leidraad nemen en altijd wegen proberen te bewandelen die het welslagen van de missie dichterbij brengen. De niet-idealistische toezichthouder is iemand die puur naar de wetten en regels kijkt, en observeert of die goed of slecht worden gevolgd. Niet alles kan echter in regeltjes en wetten worden gegoten. Er is geen codex financialis die beschrijft hoe een bankier of verzekeraar een deugdzaam leven kan leiden, hoezeer daar ook aan is gewerkt. Naar de letter van de wet zullen er altijd handelingen bestaan die weliswaar toegestaan zijn, maar waarvan het resultaat kan zijn dat de één de ander bewust een oor aannaait. Het enige dat voor velen telt, is of er geld — liefst heel veel — mee kan worden verdiend en dat je er niet door in de gevangenis zult belanden. Het is dit amoraliteit waar de financiële sector berucht om is en die door Joris Luyendijk in zijn boek Dit kan niet waar zijn nadrukkelijk aan de kaak werd gesteld.

    Het resultaat kan zijn dat de één de ander bewust een oor aannaait

    ‘Ieder mens moet zichzelf ethische vragen blijven stellen. Onze samenleving kan niet functioneren als je alle ethiek verschuift naar wetgeving,’ liet Kockelkoren vorig jaar bij zijn afscheid in Het Financieele Dagblad optekenen. Bij die werkelijkheid past dus een idealistische opvatting van toezicht houden. De missie ‘moet leidend zijn’. Want wie alleen naar de regeltjes kijkt, wordt vroeg of laat door een amorele of — nog slechter — immorele bankier of verzekeraar om de tuin geleid. 

    Is de AFM een idealistische toezichthouder?

    ‘De AFM is voor een belangrijk deel een idealistische toezichthouder.’

    Leg eens uit hoe deze vorm van toezicht in zijn werk gaat.

    ‘Een toezichthouder wordt op pad gestuurd met een opdracht. Die van de AFM is: eerlijke en doorzichtige markten. De praktijk is echter een dik boek vol met regels. De niet-idealistische toezichthouder pakt het boek en zegt: zo wel, zo niet. De idealistische toezichthouder gaat van de opdracht uit. Dat is een fundamenteel andere benadering.’

    Wat is in de praktijk het verschil?

    ‘Dat zit hem onder andere in de keuze van de onderwerpen. De idealistische toezichthouder pakt de belangrijkste op en doet dat vanuit het kader van de missie. Hij of zij gaat op zoek naar wegen om veranderingen teweeg te brengen. Dat kunnen ook onderwerpen zijn die nog niet in het wetboek staan. Voor een goed voorbeeld kunnen we terug naar het jaar 2005, toen de AFM onderzoek ging doen naar de beleggingsverzekeringen [die later woekerpolissen gingen heten, red.]. Daar was op dat moment nog niets over in het wetboek opgenomen. Dat had een niet-idealistische toezichthouder nooit gedaan. En wat heel belangrijk is: het bleek effectief.

    ‘Of neem bijvoorbeeld de nieuwe regelgeving over kickbacks [provisies, red.]. Een niet-idealistische toezichthouder kijkt heel droog naar de regel en de wijze waarop die wordt uitgevoerd. Hij kijkt om zich heen en als niemand verder iets doet, doet hij ook niets. De idealistische toezichthouder kijkt verder naar het fenomeen kickbacks. Deugt het principe? En als er dan op een zeker moment een norm wordt vastgesteld, grijpt hij die aan om verandering teweeg te brengen. Om die reden lopen we in Europa voorop waar het om toezicht op provisies gaat. Samen met de Britten.’

    Wordt idealistisch toezicht begrepen?

    ‘In eerste instantie totaal niet. Vooruitlopen word je niet in dank afgenomen. De financiële sector wil vooral op de regels worden beoordeeld. En ze meenden tot aan de financiële crisis dat ze in het belang van de klant handelden. Een totaal ander normbesef! Ze geloofden écht dat ze dat deden.

    In de code voor banken stond het ook niet goed beschreven: het klantbelang. Een simpel zinnetje uit het rapport van de commissie Maas vonden we er niet in terug. Toen hebben we de discussie weer publiek gemaakt [Kockelkoren zei in 2009 dat banken ‘knollen voor citroenen’ verkochten, red.] en dat heeft het nodige teweeggebracht. En de kredietcrisis heeft daar natuurlijk ook veel toe bijgedragen.’

    Hoe is het mogelijk dat het normbesef bij banken en verzekeraars zo ver kon afglijden?

    ‘Een goede verkoper is toch begaan met het lange termijn belang van zijn klant? Natuurlijk is die verkoper dat. Die wil over tien jaar nog steeds de klant kunnen helpen. In de financiële sector is de prestatiedruk op een zeker moment omhoog gegaan. Er moest meer verkocht worden om de aandeelhouders te kunnen blijven plezieren. Maar de essentie is dat ondernemingen — dus ook banken en verzekeraars — iets leveren dat waarde heeft voor klanten. Daar ging het langzaam mis. De producten die werden ontwikkeld, hadden vooral waarde voor de aanbieder. Daarnaast had men weinig oog voor de risico’s. Zie daarbij vooral de ontwikkelingen in de variabele beloning. De verkoper gaat stapje voor stapje denken dat zijn acties gelegitimeerd zijn. Ontwikkelaars van producten beginnen dat ook te denken, en de mensen bovenin de organisatie raken vervolgens langzaam het zicht op die werkelijkheid kwijt. Dat is de glijdende schaal, een gebruikelijk proces en niemand die in de tussentijd aan de bel trekt. Bij de bakker zou de klant dat doen, want die ziet de kwaliteit van het brood snel afnemen en zegt daar wat van, of hij gaat naar een andere bakker. Dat werkt met financiële producten anders. Die zitten ingewikkeld in elkaar en daarvan weet je pas na jaren hoe goed of slecht ze waren. De directe terugkoppeling ontbreekt dan.’

    Heb je iets van deze inzichten op banken en verzekeraars kunnen overbrengen?

    ‘We hebben onze analyse met ze gedeeld. En gaandeweg zijn we het eens geworden over de richting: klanten dienen voorop te staan. Preciezer gezegd: het belang van de klanten. We hebben ook veel discussies gehad over wat dat dan betekende. Het heeft geholpen bij de ontwikkeling van het normbesef en om het moreel kompas weer te laten werken. Volgens mij zijn ze dat gaandeweg gaan waarderen. Ik denk ook dat ik mag stellen dat de Nederlandse instellingen verder zijn dan veel Europese collega’s. Tegelijkertijd is er nog een hele weg af te leggen.'

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Eric Smit

    Gevolgd door 1929 leden

    Mede-oprichter van FTM. Als voormalig professioneel squasher gewend om klappen te incasseren en uit te delen.

    Volg Eric Smit
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren