Visafslag Urk

Gigantische trawlers, omstreden keurmerken, overbevissing en verduurzaming. Achter het visje op ons bord en de haring aan de kar schuilt een complex web van belangen. Lees meer

Gigantische trawlers, marktverstorende EU-subsidies, omstreden keurmerken en illegale overbevissing. Achter het visje op ons bord en de haring aan de kar schuilt een complex web van belangen, politieke machinaties en machtige partijen. Het vangen en verwerken van vis is big business, en gaat nogal eens ten koste van het milieu. Nederlandse bedrijven spelen een sleutelrol in zowel de internationale visvangst als vishandel. Dat willen we in dit dossier in kaart brengen. Wie trekken er precies aan de touwtjes, waar wordt het grote geld verdiend en wie verliest er? Follow the Money duikt in de wereld van de visindustrie.

15 artikelen

Visafslag Urk © Rob Keeris / Nederlands Visbureau

Vissersvloot Urk kan niet opboksen tegen de import uit Alaska

Het hart van de Europese vishandel is een industrieterrein op Urk. Schol uit de Noordzee legde de basis voor het internationale succes. Maar de lokale visverwerkingsindustrie haalt steeds meer handelswaar uit het verre Alaska. Dat leidt tot wrijving met de eigen vissers, die kopje onder gaan tussen de vergroeningsagenda van Europa en de torenhoge brandstofprijzen.

0:00
Dit stuk in 1 minuut
  • Platvis uit de Noordzee (tong en schol) is een succesvol exportproduct. Maar de vissers hebben het zwaar, ondanks de stijgende vraag. Hun vangsten worden kleiner en de omzetten lopen terug. 
  • Visverwerkende bedrijven en vishandelaren importeren bovendien steeds meer platvis uit omliggende Noordzeelanden. En uit Alaska, waar de vangsten groter, goedkoper en duurzaam zijn.
  • Omdat voor de vangst van platvis de zeebodem met sleepnetten moet worden omgewoeld, eist de Europese Unie dat de sector innoveert met milieubesparende technieken. Noordzeevissers die daarin investeren, raken bekneld. De kosten zijn te hoog, de inkomsten te laag – zeker nu door de oorlog in Oekraïne de brandstofprijzen alle records verbreken. 
  • Het tv-programma Pointer (KRO-NCRV) en Follow The Money doen gezamenlijk onderzoek naar duurzame vis. Bekijk hier de uitzending.
Lees verder

Omdat vis niet kan wachten, haast een jonge visverwerkster van Neerlandia Urk zich na een korte pauze in haar werktenue: zwarte veiligheidsschoenen, het haar onder een rood mutsje, een blauwe, plastic schort over de witte labjas. Vannacht is een nieuwe lading uit Alaska binnengekomen, die wacht in de koelruimtes beneden. 

Daar, in een koud labyrint van opslag-, sorteer- en machinekamers, wordt de vis zo snel mogelijk schoongemaakt, gefileerd, verpakt. Jaarlijks gaat er bij het visverwerkingsbedrijf zo’n 16 duizend ton kweekzalm uit Noorwegen en platvis uit de Noordzee door de handen van de 200 medewerkers, merendeels arbeidsmigranten uit Oost-Europa. 

Vanaf Neerlandia vertrekken de verse exemplaren, in zijn geheel of in filets naar viswinkels en – via de groothandel – naar de horeca in heel Europa. 

‘Nieuwe’ vissoorten

Maar de meeste vis verdwijnt diepgevroren naar de exportmarkten. Italië is een van de belangrijkste afnemers van schol uit de Noordzee. Schoolkantines zijn een belangrijke afnemer, want Italiaanse kinderen groeien op met filetti di platessa, ambachtelijk bereide, verse platvis uit de Noordzee. 

Sinds kort zetten ze bij Neerlandia hun fileermessen ook in ‘nieuwe’ platvisvissoorten als yellowfin sole, rock sole en Alaska plaice. Die komen uit de Beringzee bij Alaska, vanwaaruit ook koolvis (pollock) en kabeljauw (cod) wordt geïmporteerd. Visverwerkers op Urk handelen tegenwoordig ook volop in voorheen exotische soorten als dorade en forel uit Turkije, en pangasius en tilapia uit Azië. 

Geen enkele vis stelt de Urker nog voor verrassingen. Hun kleine gemeente (nog geen 22 duizend inwoners) is in Europa het centrum van de import én van de export van vis. Zo’n 80 procent van alles wat er binnenkomt, gaat schoongemaakt en bewerkt op doorreis naar de Europese interne markt. Het industrieterrein ten zuiden van de iconische vuurtoren van het vissersdorp is de ‘visdraaischijf’ van Europa geworden.

Urk, de draaischijf van de Europese visindustrie

De Urker visverwerkingsbedrijven specialiseerden zich in de jaren ’80 met nieuwe opslag- en verwerkingsmethoden van tong en schol. Ze richtten zich op de productie van kant-en-klare gerechten voor in het vriesvak van de supermarkt: visschnitzels, vissticks, vis in jasjes van deeg of saus. 

De handelaren stortten zich op de export, eerst alleen naar de lidstaten van de Europese Unie en later ook naar de rest van de wereld. Zo’n 70 procent van het totale volume aan platvis wordt hier verwerkt, met een omzet van 670 miljoen euro in 2017.

Nederland staat in de top 10 van vis exporterende landen, met hubs als Yerseke, Katwijk en IJmuiden, waar in totaal zo’n vijfduizend mensen in de sector werken. Maar het hart van de bedrijvigheid bevindt zich nog altijd op Urk. Daar was de handel- en verwerking in 2021 met 2.350 arbeidsplaatsen de op één na grootste werkgever.

Het is dringen om ruimte op het industrieterrein in Urk

Het Urker industrieterrein heeft met de komst van buitenlandse concerns een internationaal karakter gekregen. Zo is Seafood Connection er gevestigd, een dochterbedrijf van de Japanse multinational Maruha Nichiro, een van ‘s wereld grootste handelaars in diepvriesvis. 

De Noorse rokerij Lerøy Seafood heeft met de overname van het familiebedrijf Rodé Vis het grootste zalmbedrijf op Urk in handen gekregen. Onlangs breidde de multinational uit met een vijfde productiehuis. 

Het is dringen om ruimte op het industrieterrein. Daarom start in 2023 de aanleg van de Port of Urk, een nieuwe bedrijvenverzamelplaats waarmee 100 hectare aan de haven wordt toegevoegd.

Lees verder Inklappen

Neerlandia is een van de grotere en oudste platvisverwerkers op Urk, met een gemiddelde jaaromzet tussen 45 en 50 miljoen euro. Cees Koffeman, verkoopmanager van het vijftig jaar oude familiebedrijf, wil graag vertellen wat een vishandelaar drijft en laten zien wat het ‘eerlijke verhaal’ is. ‘Als het slecht gaat – zoals nu met de platvisvloot, die worstelt met de verduurzaming van de Noordzee en het verlies aan visgronden – wordt vaak met de vinger naar ons gewezen, naar de handel.’

Vanuit het kantoor op de bovenverdieping van Neerlandia gaat Koffeman voor naar de koelruimtes onder de grond. Wanneer achter ons de zoveelste deur zich sluit, rolt met een druk op de knop het volgende luik omhoog. In een nieuwe koelhal toont Koffeman ons zijn handelswaar: enorme, rode plastic tubs van 400 kilo per stuk, met op het ijs ontkopte vissen. ‘Dit is yellowfin sole, herkenbaar aan hun gele vinnen. Voor die koppen hebben ze in Azië een aparte markt. Dus ja, wij krijgen ze zonder.’ 

Yellowfin sole

Hij pakt er een op. ‘In Nederland noemen we deze ook wel Japanse schar, het is een substituut voor de zoetige schar uit de Noordzee. Bij die smaak komt de yellowfin uit Alaska het meest in de buurt.’ Hij is vooral geliefd in Frankrijk, zegt Koffeman. ‘Yellowfin sole en Alaska plaice zijn alternatieven voor schol uit de Noordzee. Schol is het gehakt van Italië, met 50 procent van onze omzet is dat land een van onze belangrijkste afnemers. Rock sole gaat weer vooral naar Duitsland.’

Nederlandse vissers brengen jaarlijks gemiddeld 20 duizend ton schol uit de Noordzee aan wal. Dat loont bij grote volumes en bij lage kosten. Maar de brandstofkosten zijn al een tijdlang erg hoog, en breken door de oorlog in Oekraïne helemaal records. In de afgelopen weken besloot menig kottereigenaar maar helemaal niet uit te varen. Het kost meer dan het oplevert.

De platvisvangst loont bij grote volumes en lage kosten, maar de brandstofkosten zijn al een tijdlang erg hoog

De gemiddelde prijs voor een kilo schol varieerde van 2015 tot 2018 tussen 4,27 en maximaal 6,17 euro. Er zit een grens aan de prijs, legt Koffeman uit, omdat de vis minder exclusief is dan tong, die een specifiekere smaak heeft. En filets van schol concurreren op de wereldmarkt ook nog eens met andere witvissoorten als koolvis en kabeljauw, zo blijkt uit een rapport van Wageningen University & Research. 

Koffeman begon eind vorig jaar met de rechtstreekse import uit Amerika. Voor Neerlandia Urk werd dat noodzakelijk omdat er meer vraag is dan aanbod van schol en tong. Zoals dat overigens geldt voor alle vissoorten zo blijkt telkens weer uit de jaarrapportages van Eumofa, de Europese marktonderzoeker van de visserij. Vis is wereldwijd een van de meest verhandelde voedselproducten, en Europa is de grootste importeur.

Minder platvis uit de Noordzee

De aanvoer van tong uit de Noordzee daalde sinds 2016 tot 2020 gemiddeld met 17 procent, en die van schol zelfs met 34 procent. 

Waar voorheen jaarlijks tussen de 60 en 80 duizend ton schol aan land werd gebracht, komt de visserij nu nog maar aan zo’n 20 duizend ton. De Nederlandse kottervloot (het type schip waarmee op tong en schol wordt gevist) kromp van 374 in 2003 naar 290 kotters nu. De omzet in platvis uit de Noordzee nam met bijna een kwart af: van 305 miljoen euro in 2018 naar 234 miljoen in 2019.

Wetenschappers hebben geen eenduidige verklaring voor het teruglopen van de vangsten. Mogelijke factoren zijn onder meer de aanleg van beschermde natuurgebieden en van windparken, waardoor delen van de Noordzee voor vissers verboden zijn. Ook speelt klimaatverandering een rol. Schol bevindt zich nu meer in de noordelijke delen van de Noordzee. 

Om hun marktaandeel te behouden, zijn de Nederlandse verwerkingsbedrijven genoodzaakt vis te importeren. Dat doen ze uit andere landen aan de Noordzee (België, Denemarken en Groot-Brittannië) en uit de eilandengroep Aleoeten in de Beringzee (Alaska). 

In Alaska is de yellowfin sole de voornaamste platvissoort, maar ook de Alaska plaice en de rock sole zijn hier meer dan welkom voor de visverwerking – vooral wanneer de Noordzee magere tijden kent.

Lees verder Inklappen

De vangst uit Alaska arriveert op Urk als diepgevroren, hele vis. ‘Voorheen kochten we ook al platvis uit de Beringzee, maar toen kwam die in ingevroren filets via China naar Nederland.’ Dat veranderde door de coronapandemie, toen de vistransporten uit China stil kwamen te liggen en de Chinese overheid haar burgers opriep om zelf meer vis te eten. 

Koffeman heeft geen slechte herinneringen aan de vis die hij uit China haalde. ‘Ik heb weleens op filmpjes gezien hoe ze dat daar doen. Strak geroutineerd, met een pincet wordt het vlees er vakkundig en precies afgehaald. Bovendien, de arbeidskosten zijn er laag en de rendementen waren erg goed. Maar aan die import is nu dus een eind gekomen.’ 

Door de coronapandemie kwamen vistransporten uit China stil te liggen

Toch is het beter zo, zegt Koffeman. De vis wordt nu op Urk schoongemaakt, gefileerd en ingevroren. Een deel ondergaat een extra behandeling en krijgt bijvoorbeeld een knapperig paneerlaagje. ‘Met het toevoegen van waarde proberen we nog iets te verdienen, want de supermarkten pakken doorgaans een marge van 35 procent.’

En door de rechtstreekse import uit Alaska besparen we ook nog emissies op het transport, zegt Koffeman. ‘Je haalt er weer een lijntje tussenuit. Dat is beter voor het milieu.’ Die duurzaamheid wordt ook door steeds meer klanten gewaardeerd, vooral die in de supermarkten.

Vangstquota en belastingcontingenten

‘Quota’ ter bescherming van de visstand
Zeevis is niet onuitputtelijk. Daarom gelden er quota (maximaal te vangen hoeveelheden van een soort) ter bescherming van het zeemilieu en om overbevissing te voorkomen. De quota zijn gebaseerd op wetenschappelijke adviezen en worden vastgesteld op Europees niveau.

Nederland heeft hoge quota voor platvis omdat het al vanaf de jaren ’60 veel schol en tong aanvoert. Maar het lukt door teruglopende vangsten niet meer om de toegestane volumes op te vissen (zie ook het kader ‘Minder platvis uit de Noordzee’). Nederlandse vissers benutten de afgelopen vier jaar slechts 70 procent van het tongquotum en 50 procent van het scholquotum. 

‘Contingenten’ ter bescherming van de handel in schaarse vissoorten
De Europese Commissie verleent ook belastingvoordelen via een gereduceerd invoertarief voor bepaalde schaarse vissoorten. Zo geldt er sinds 2010 een nultarief voor een ‘contingent’ van maximaal 10 duizend ton ingevroren platvisfilets uit China en de Verenigde Staten, en sinds 2021 een contingent van maximaal 7,5 duizend ton voor hele, onverwerkte platvis. 

De belastingreductie geldt alleen voor verwerkingsbedrijven die ‘waarde toevoegen’ aan het product – denk vis met een krokantje of sausje – en daarmee extra werkgelegenheid creëren.

De contingenten gelden voor alle Europese visverwerkers tezamen volgens het principe wie het eerst komt wie het eerst maalt. Het contingentdeel dat Urk weet te bemachtigen wordt door de plaatselijke visverwerkers onderling verdeeld.

Lees verder Inklappen

Sommige Nederlandse vissers zien de import van vis als oneerlijke concurrentie. Met hun kleinschalige Noordzeevisserij kunnen ze onmogelijk opboksen tegen de aanvoer uit Alaska. 

Geert Hoekstra, economisch onderzoeker seafood in Wageningen, kent de klachten over concurrentievervalsing, die hij deels begrijpelijk noemt. ‘Visserijorganisaties waren in het verleden weleens kwaad op de verwerkers die via China schol uit Alaska importeerden. Maar visgroothandelaren moeten wel, omdat het aanbod uit de Noordzee steeds verder daalt. Als je je schapruimte bij de detailhandel in Europa wilt behouden, heb je schol nodig. Hetzij uit de Noordzee hetzij uit de Grote Oceaan bij Alaska, maar niet leveren is een doodzonde.’

‘Een visser is een jager, wij handelaren kijken hoe we de beste prijs kunnen krijgen’

Volgens Cees Koffeman is de tweestrijd tussen vissers en handelaren meer ‘iets van vroeger’ maar ook vandaag de dag herkenbaar. Hij gebaart, draaibeweging met de knokkels van beide handen: ‘De handel en de vissers, altijd mot met elkaar. Een visserman is een jager, die probeert zoveel mogelijk te vangen. Terwijl wij kijken hoe we de beste prijs kunnen krijgen voor het volume dat gevangen wordt.’ 

Koffeman ontdekte dat hij meer het gen heeft van een handelaar dan van een visser. ‘De visserij is een herhaling van zetten. In de handel kun je meer kanten uit.’ De handelaar kan in moeilijke tijden over de hele wereld naar alternatieven zoeken. Voor een visser is dat lastiger. Die zit met zijn investeringen in een schip, vistuigen en licenties vast aan een bepaalde vissoort in een bepaald vangstgebied.

Vaststaat dat het moeilijke tijden zijn voor vissers die het moeten hebben van de Noordzee. Door de toename van het aantal windparken en natuurgebieden kan op steeds minder plekken worden gevist. 

Door ‘Brussel’ werd het relatief milieuvriendelijke pulsvissen – waarin veel was geïnvesteerd – verboden. In Nederland eist het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselvoorziening dat de bodemvisserij transformeert naar ‘zero-emissies’: minder brandstofverbruik, minder bijvangst en minder bodemberoering, maar hoe ze dat precies voor elkaar moeten krijgen is nog een raadsel. 

Opvallend is dat veel jonge vissers zich toch niet laten afschrikken. Een van de koplopers in de transitie naar een duurzamere visserij is de Urker Hendrik Kramer. Hij kreeg de bank een paar jaar geleden zover miljoenen te investeren in een hypermoderne kotter, de MDVII. Daarmee vist hij in de zomer op de Noordzee op schol, en in de winter in de zuidelijke Noordzee op inktvis. Met zijn energiezuinige schip en vangstmethoden bespaart Kramer soms wel een halve tank brandstof. Dat scheelt zo 5 à 10.000 euro per week, maar met wat hij aan vis naar boven haalt, komt hij toch niet uit de kosten.

Het is helemaal hopeloos als je Kramers visvolumes en brandstofkosten afzet tegen de enorme vangsten van de Amendment 80, een vloot van achttien vriestrawlers op de Beringzee. Elk schip van deze in Washington gevestigde rederij – waarvan de Urker visverwerkers sinds kort rechtstreeks importeren – vangt jaarlijks gemiddeld 29 duizend ton platvis, een totaal van 551 duizend ton per jaar. Daarvan gaat zo’n 90 procent naar de Chinese markt. 

Handelsroutes

‘Die Amendment 80-trawlers zijn heel efficiënt,’ zegt visconsultant Willem Appeldorn. ‘Ze zijn uitgerust met de nieuwste technologie om bodemverstoring en bijvangsten zoveel mogelijk te beperken.’ 

De Amendment-trawlers zijn uitgerust met de nieuwste technologie om bodemverstoring en bijvangsten te beperken

Appeldorn is expert in de visserij in Alaska en bekend met de handelsroutes daar. Jarenlang verkocht hij surimi (vissticks van gemalen witte vissoorten) en pollock (koolvis) uit Alaska aan Aziatische en Europese markten. Hij was ook degene die Cees Koffeman van Neerlandia het advies gaf om het avontuur met de import van yellowfin sole en Alaska plaice rechtstreeks aan te gaan. 

De vis die de Amendment-vloot binnenhaalt, wordt direct aan boord verwerkt en komt ingevroren aan in Dutch Harbor op de eilandengroep Aleoeten bij Alaska. Appeldorn: ‘Vandaar gaan de transits – met een gemiddelde oversteek van vijftig tot zestig dagen – naar Nederland. De vis reist via Azië naar Rotterdam, of maakt via het Panamakanaal en Bay Side in Canada de overtocht naar IJmuiden.’

Vis importeren van de andere kant van de wereld, hoe duurzaam is dat? Ray Hilborn, hoogleraar water- en visserijwetenschappen aan de Universiteit van Washington, zegt dat het transport en de opslagkosten van platvis uit Alaska voor de ecologische voetafdruk verwaarloosbaar zijn.

Heilbot overboord

Maar, benadrukt hij, voor het bepalen van de duurzaamheid moet je vooral letten op het brandstofverbruik van de schepen, de ongewenste bijvangsten en de bodemberoering. En dan blijkt dat de platvisvisserij in de Beringzee een zeer laag brandstofverbruik heeft in vergelijking met de Europese, zegt Hillborn. ‘Bovendien is het omwoelen van de zeebodem er marginaal en zijn het wetenschappelijk zeer gecontroleerde visbestanden.’ 

Volgens Hillborn heeft de vraag uit Nederland geen invloed op de hoeveelheden vis die bij Alaska gevangen mogen worden. Het Amerikaanse milieuagentschap NOAA, bevestigt dat: ‘Niet de markt, maar de wetenschap bepaalt de vangsthoeveelheden voor de platvisserij in de Beringzee.’ 

Hilborn plaatst wel een kanttekening bij de bijvangst. De Amendment-vloot vist op platvis, maar vangt onbedoeld veel heilbot. Die gaat officieel grotendeels weer overboord omdat de trawlervloot voor die vissoort maar een beperkt visquotum heeft – om de heilbotmarkt van lokale vissers te beschermen. Maar de realiteit is dat de Amendment-schepen meer heilbot vangen dan toegestaan.

De heilbotvissers menen dat zij daardoor inkomen mislopen. Hilborn: 'Een oplossing zou kunnen zijn dat beide partijen vangstrechten voor heilbot onderling uitwisselen, maar de kleinere vissers zijn daar fel tegen. Ze zijn bang dat de trawlerindustrie op die manier toch hun heilbotmarkt volledig in handen krijgt.’ 

‘De platvisvisserij in de Beringzee heeft een zeer laag brandstofverbruik in vergelijking met de Europese’

Platvis uit de Beringzee lijkt te voldoen aan alle duurzaamheidseisen. Hij wordt daarmee aantrekkelijk voor de detailhandel in Europa. Supermarkten willen duurzame producten voor een zo laag mogelijke prijs – en de Amendment-vloot kan bijvoorbeeld schol leveren voor 5,50 per kilo. Daar steekt de Noordzeeschol met 7,25 euro schril bij af.

Die bodemprijzen zijn overigens ook slecht nieuws voor de kleinere vissers in Alaska. Die zien hun marges ook dalen. Maar stoppen met de import is geen optie, meent handelseconoom Hoekstra. ‘Met alleen Noordzeevis kan Europa niet worden gevoed. De kunst is om beide in het schap te hebben. Alléén maar importvis is ook niet wenselijk, dan geef je lokale bevolkingsgroepen elders een zak met geld maar ontneem je ze de kans op hun eigen eiwitrijk voedsel.’ 

Om die reden is Hoekstra persoonlijk voorstander van ‘dichtbijvangst’. ‘Nederland is geen groot visetend land. Als we onze Noordzeevis meer zouden eten in plaats van vis die we van buiten Europa importeren, hoeven we voor onze eigen consumptie minder te importeren. Dat betekent minder druk op visbestanden en op lokale gemeenschappen aan de andere kant van de wereld.’

Zalm en bloemen

Maar een verandering in eetcultuur is moeilijk te bewerkstelligen, erkent hij. ‘Mensen hebben een persoonlijke voorkeur voor een vis, vanwege de smaak of de bereidingswijze. Dat zie je nu ook met zalm. De oranje kleur rukt op in de supermarkten, zelfs in Italië. Rauwe zalm – sushi – is booming.’ 

Die populariteit zorgde ook voor een ommekeer op het industrieterrein van Urk. ‘Veel platvisverwerkende bedrijven zijn omgeschakeld naar de verwerking van kweekzalm uit Noorwegen.’ 

Van de vis die Neerlandia verwerkt, is nu 50 procent zalm. Koffeman: ‘De prijzen gaan sterker op en neer, maar kweekzalm geeft in vergelijking tot wilde vis meer zekerheid en regelmaat. Je hebt het hele jaar aanvoer en bovendien is het een groeimarkt.’

‘Met alleen Noordzeevis kan Europa niet worden gevoed, de kunst is om beide in het schap te hebben’

Tegenwoordig is Urk zelfs drukker met ‘exoten’ als zalm, van buiten Europa, dan met de traditionele tong en schol uit de Noordzee. De verwerkers kunnen voor hun import gebruikmaken van al langer bestaande transportlijnen. Vrachtwagens die met bloemen naar Scandinavië rijden, nemen op de terugweg zalm mee. ‘Zo’n tachtig vrachtwagens per week,’ noteerde Jaap Brink van Profinis Accountants en Adviseurs onlangs in Visserijnieuws, het vakblad voor vissers. 

Eerlijke prijs

Hoe moet het verder met de Noordzeevissers en de platvishandel? ‘Tot 2018 werden de hogere prijzen van platvis door de consument geaccepteerd, vanwege een gunstige dollarkoers en het gebrek aan voorraad van alternatieve vissoorten voor schol,’ schreef Geert Hoekstra in het rapport Rond- en Platvisindustrie

Maar nu lijken toch echt andere tijden aan te breken. Windparken en afgesloten natuurbeschermingsgebieden worden gezien als grote bedreigingen voor de aanvoer van Noordzeevis. Hoekstra schrijft in het rapport dat verwerkingsbedrijven die daarvan afhankelijk zijn ‘in het slechtste scenario’ ook de vervaardiging van platvisproducten naar het buitenland zullen zien verdwijnen.

In de koelruimtes van Neerlandia ligt de Noordzeeschol tegenover de koploze yellowfin. De lokale variant ziet er met zijn kenmerkende oranje roestvlekken duidelijk anders uit, kleiner ook, dan zijn neef uit Alaska.

‘Hij is nog steeds populair bij de Italianen,’ duidt Koffeman het ongekende succes van de vis die Urk op de wereldkaart zette. ‘Noordzeeschol blijft een high end-product, met een betere structuur en smaak dan andere scholsoorten. Italianen zijn nu nog bereid iets meer te betalen voor kwaliteit, maar het is een prijsgerichte markt. Als de prijs té hoog wordt, vrees ik dat ze gaan kijken naar andere alternatieven.’

‘Maar als de Noordzeevisser meer vraaggestuurd kan en wil aanvoeren – door gerichter samen te werken met de handelaren – dat ligt er zeker een blijvende markt voor Noordzeeschol,’ zegt Hoekstra.

‘Het kan niet zo zijn dat de retail een goede marge heeft en de visser met niets naar huis gaat’

Tegelijk is de aanvoer van platvis uit Alaska overvloedig en goedkoper, en kan die bovendien bijdragen aan verduurzaming van de wereldwijde handel. Henk Staghouwer, de nieuwe minister van LNV, zegt hierover tegenover Pointer en Follow the Money: ‘Misschien moet er wet- en regelgeving komen. Uiteindelijk gaat het erom dat er in de hele keten een eerlijke prijs verdiend kan worden. [..] Het kan niet zo zijn dat de retail een goede marge heeft en de visser met niets naar huis gaat.’

Hendrik Kramer, de jonge duurzaamheidspionier met zijn hypermoderne kotter, gaat vooralsnog met minder dan niets naar huis. Hij zoekt zich suf naar innovaties die tegen lagere kosten meer vangst opleveren, maar wekelijks draait hij 10.000 euro verlies. Een faillissement hangt hem continu boven het hoofd.

Follow the Money onderzoekt samen met Pointer (KRO-NCRVde duurzame visserij. In dit dossier vindt u onze gezamenlijke artikelen.