Containerschepen aan de Rotterdamse haven.

Containerschepen aan de Rotterdamse haven. © Peter Hilz / HH

Geruzie over importheffingen kost Nederland miljoenen aan EU-boetes

Als de Nederlandse douane te weinig importheffing int voor producten die via de Rotterdamse haven op de Europese markt belanden, deelt Brussel boetes uit. Dat kostte Nederland sinds 2013 al 65 miljoen euro aan ‘vertragingsrente’. Dat bedrag is maar een fractie van de renteboete van 406 miljoen euro die de Nederlandse regering nog boven het hoofd hangt.

Dit stuk in 1 minuut
  • Als er een container via de Rotterdamse haven de Europese Unie binnenkomt, heft de Nederlandse staat importbelasting. Van dat bedrag gaat driekwart naar EU. De rest houdt Nederland.
  • Als de Europese Commissie denkt dat de nationale douane goederen niet juist belast, eist Brussel dat het geld alsnog wordt overgemaakt.  
  • Over het verschuldigde bedrag rekent de Europese Commissie vertragingsrente. Elke maand dat het geld nog niet naar Brussel is overgemaakt, verhoogt de EU het rentepercentage.
  • Onenigheid over importheffingen tussen lidstaten en de Commissie zorgt vaak voor discussies en zelfs rechtszaken die zich jaren voortslepen. 
  • Al die tijd stapelt de rente op, resulterend in torenhoge boetes die kunnen oplopen tot een meervoud van het oorspronkelijk verschuldigde bedrag.
Lees verder

Op 31 oktober 2019 verslikt de Nederlandse overheid zich in ladingen griesmeel uit Aruba en melkpoeder en rijst uit Curaçao. Handelaren verscheepten deze goederen tussen 1997 en 2003 van de Caribische eilanden naar Nederland en Duitsland zonder een cent importheffing te betalen. Ten onrechte, oordelen de Europese rechters op deze donderdag in 2019. De rekening à 53 miljoen euro gaat naar minister Wopke Hoekstra van Financiën, over te maken naar Brussel.  

Op 30 november 2020 schrijft diezelfde minister een brief aan de Tweede Kamer. Hoekstra maakt 659 miljoen euro over naar de Europese Commissie, schrijft hij. Dit keer gaat het niet over griesmeel uit Aruba, maar over zonnepanelen die volgens de Europese Commissie uit Maleisië en Taiwan komen of in ieder geval: de onderdelen daarvan. 

De Nederlandse overheid is het daar niet mee eens. De onderdelen mogen dan wel in Maleisië en Taiwan gefabriceerd zijn, de zonnepanelen zijn in Mexico, India en Vietnam in elkaar gezet. En dus komen ze uit die laatste landen, claimt  Hoekstra in zijn brief aan de Tweede Kamer. Ondanks het meningsverschil besluit de minister van Financiën het geld toch maar vast op de Brusselse rekening te storten. Als hij niet betaalt, zou de rekening nog wel eens veel hoger uit kunnen vallen. Een terechte angst.

Beide zaken draaien om het innen van importheffingen en de zogeheten vertragingsrente, een boete die de Europese Commissie berekent wanneer lidstaten importheffingen niet of te laat afdragen. Al in 1977 is binnen de EU afgesproken dat importheffingen naar de Europese begroting gaan. Ook de hoge rentetarieven, de boetes, kregen destijds de goedkeuring van de toen nog negen EU-lidstaten. Nationale douanediensten halen het geld op en maken het over naar Brussel. Behalve het deel dat de lidstaten mogen houden als vergoeding voor het werk dat zij doen: de zogeheten perceptiekosten.

Nederland profiteert van verborgen korting

Tijdens de Europese top in juli 2020 sleept premier Rutte een extraatje binnen voor Nederland. Hij is op dat moment in Brussel voor snoeiharde onderhandelingen over het coronaherstelfonds en de Europese begroting. Vier nachten en vijf dagen gaat het vooral over giften, leningen en de vraag of de Europese Commissie op eigen houtje geld mag lenen op de financiële markten. Als onderdeel van de onderhandelingen ziet Rutte kans om een voordeeltje voor BV Nederland te behalen: de weinig sexy klinkende perceptiekosten. 

Dat zijn kosten die de douane maakt bij het innen van importheffingen. Lidstaten krijgen vergoed tot een hoogte van 20 procent van de importheffing. De Commissie meent dat 10 procent de kosten ook wel dekt. Dit voorstel overleeft de marathontop niet. Als de regeringsleiders dinsdagochtend huiswaarts keren, is het percentage dat landen zelf mogen houden, verhoogd naar maar liefst 25 procent. 

Voor Nederland is dit een leuke meevaller, en een verborgen korting op wat Den Haag aan Brussel moet betalen. In 2021 verwacht de Europese Commissie dat goederen van buiten de EU, die via Nederland op de Europese markt komen, meer dan 4 miljard euro aan importheffingen opleveren. Drie miljard voor de EU, één miljard voor de Nederlandse schatkist. De begroting van de douane bedraagt 450 miljoen euro. Onderaan de streep blijft er dus 550 miljoen over.

Lees verder Inklappen

Midden in de Europese wijk van Brussel staat een kantoorgebouw dat vanwege de zwarte gevel bekend staat als de ‘Zwarte Parel’. Hier houden achttien ambtenaren van de Europese Commissie zich bezig met de importheffingen. Een of twee keer per jaar komen zij naar Nederland om te controleren of de EU geen geld is misgelopen. Misschien zijn er wel containers met goederen de Rotterdamse haven binnengekomen zonder dat het juiste bedrag is betaald. Misschien is  er wel helemaal geen heffing betaald, zoals bij het Arubaanse griesmeel. 

Woordspelletjes 

De ontdekking van het griesmeel-debacle begint echter een paar straten verderop in Brussel. Uit rechtbankstukken blijkt dat OLAF, het Europese Bureau voor Fraudebestrijding, op 8 augustus 2003 een onderzoek start na een tip van Europese ambtenaren op de afdeling landbouw: het griesmeel uit Aruba is eigenlijk rijst uit Suriname. Cruciaal, omdat voor de import van goederen uit Suriname wél een importheffing betaald moet worden, maar voor een product uit Aruba niet. Het eiland is tenslotte onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden.

Toch besluit de douane op Aruba het griesmeel een EUR.1-certificaat te geven. Daarmee kan het zonder heffing naar Nederland en de andere Europese landen toe. Er is immers een wals over de korrels gegaan, redeneren de douaniers, en daardoor is de Surinaamse rijst veranderd in Arubaans griesmeel: een heel nieuw product, nemen ze aan. Later blijkt dat de behandeling met de wals die claim niet rechtvaardigt. 

Na ‘grondig onderzoek’ blijkt ‘dat de grootte van de rijstkorrels aanzienlijk vermindert wanneer het basisproduct door de walsmachine geleid wordt’

Enkele maanden nadat de Europese fraudebestrijders hun onderzoek starten, brengen zij ook Nederland en Aruba op de hoogte. Dat is de start van een drieënhalf jaar durende discussie, een die illustratief is voor de complexe strijd over importheffingen. Aan de ene kant van de tafel zitten de douane, de belastingdienst en het ministerie van Financiën van een lidstaat. Aan de andere kant enkele ambtenaren van de Europese Commissie. 

Volgens het ministerie van Financiën zijn deze gesprekken tussen Den Haag en Brussel ‘vaak interpretatie discussies’ (sic) en of er geld verschuldigd is een ‘complex en grijs gebied’. Soms gaat zo’n discussie over de betekenis van één woord. In het geval van het griesmeel: wat is walsen, en is dat iets anders dan malen?  

Voor het antwoord halen de autoriteiten op Aruba het Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal van de plank. Daarin staat dat bij walsen een product geplet wordt, bij malen wordt het fijngemaakt: bewijs dat Aruba geen fout heeft gemaakt, want walsen is dus iets anders dan malen. Met die semantische discussie verhult Aruba dat het weet dat fijnmalen niet genoeg is om te claimen dat het griesmeel een nieuw product met als oorsprong Aruba is. Het is en blijft in dat geval rijst uit Suriname waarover een heffing betaald moet worden. Maar in het LGO-besluit, waarin de relatie tussen de EU en overzeese gebieden is geregeld, staat niets over walsen

Brussel gaat niet mee in deze redenering. Na ‘grondig onderzoek’ blijkt ‘dat de grootte van de rijstkorrels aanzienlijk vermindert wanneer het basisproduct door de walsmachine geleid wordt’, stellen de Europese fraude-onderzoekers van OLAF. Of je nu maalt of walst, het resultaat is hetzelfde: het product wordt kleiner, het wordt niet opeens een heel ander product. Schoorvoetend gaat ook de douane op Aruba hiermee akkoord, al is het inmiddels wel al 2007. Al die jaren loopt de vertragingsrente, zoals de Europese Commissie die rekent, verder op. 

Dossier

Blijf op de hoogte

Wil je alle verhalen van Bureau Brussel in je mailbox? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

Volg Bureau Brussel

Ook de poging van de Nederlandse belastingdienst om de misgelopen importheffing te verhalen op de importeur mislukt. De rechtbank van Haarlem oordeelt in 2008 dat de fout is gemaakt door de douanediensten op Aruba, niet door de importeur. 

Toch blijft Nederland weigeren om Brussel te betalen. Maar nu met het argument dat Nederland niet verantwoordelijk is voor fouten die op Aruba zijn gemaakt. Ondanks verzoeken om betaling en aanmaningen duurt deze patstelling jaren. In 2017, vijftien jaar (!) nadat de ladingen griesmeel werden geïmporteerd, besluit de Europese Commissie om Nederland voor de Europese rechtbank te slepen. De vertragingsrente loopt al die tijd op. 

De rechters in Luxemburg oordelen niet alleen over het griesmeel uit Aruba, maar ook over het melkpoeder en de rijst die eind jaren ’90 van Curaçao via Nederland naar Duitsland zijn vervoerd. Ook hierop is geen importheffing geïnd. Op 31 oktober 2019 is er dan eindelijk het finale oordeel. Nederland verliest. Aruba en Curaçao zijn onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden en dus moet Nederland dokken. 

De verschuldigde importheffingen bedragen 18,5 miljoen euro, 3 ton voor het griesmeel en 18,2 miljoen euro voor het melkpoeder en de rijst. Maar de rente doet echt pijn. Door het jarenlange gesteggel en de gang naar de rechter is de boete bovenop de 18,5 miljoen euro opgelopen tot 34,7 miljoen euro.  

Rente in je mik

Uit cijfers van de douane en uit een rapport van de Auditdienst Rijk blijkt dat de Nederlandse overheid tussen 2013 en 2020 meer dan 30 miljoen euro aan rente heeft betaald aan de Europese Commissie. Door het griesmeel, de rijst en het melkpoeder die twintig jaar eerder de Atlantische Oceaan oversteken, komt daar in 2021 nog eens 34,7 miljoen euro bij. Over een periode van acht jaar bedraagt het totaal bijna 65 miljoen euro. 

Dat de rente hard oploopt in conflicten over importheffingen blijkt ook uit cijfers van de Europese Commissie. Tussen 2013 en 2018 betaalden Europese landen 214 miljoen euro aan vertragingsrente. Dat is maar een fractie minder dan het bedrag aan te laat betaalde importheffingen dat zij in diezelfde periode verschuldigd waren: 229 miljoen euro.

In feite is de rente een boete voor landen die niet betalen: iets waar minister Hoekstra begrip voor heeft. Tijdens een debat eind vorig jaar in de Tweede Kamer over zonnepanelen zegt Hoekstra dat hij de rente ook erg hoog vindt, maar ook logisch. ‘Je krijgt gewoon rente in je mik geschoven op het moment dat je de rekening niet betaalt.’ De rente moet, volgens de minister, vooral gezien worden als een prikkel voor andere landen ‘die dit soort disputen vaker aan de hand hebben’. 

Europese Commissie verdient geen cent aan boeterente

Dat Nederland en andere landen importheffingen en de boeterente moeten betalen, klinkt als een mooie meevaller voor de Europese begroting, maar dat is niet het geval. Omdat de EU-begroting een plafond heeft, verschuiven inkomsten alleen. Daar veranderen boetes helemaal niets aan. 

De belangrijkste directe inkomsten van de EU-begroting zijn de importheffingen (11 procent) en btw-afdrachten (11 procent). Dit zijn de zogenaamde Traditionele Eigen Middelen (TEM). De rest komt van afdrachten door de EU-lidstaten. Op het moment dat er meer euro’s binnenkomen, zoals boetes die betaald worden, gaat het bedrag dat landen uit hun eigen schatkist moeten ophoesten omlaag. Alle 27 landen profiteren daar dus van. Voor de EU-begroting maakt het niets uit, want in deze zero sum game er komt er geen cent extra bij. 

De Europese Commissie ziet dit als een belangrijke stok achter de deur. Als bijvoorbeeld Griekenland laks is met het innen van importheffingen op goederen uit China, gaan de afdrachten van alle EU-landen omhoog. Ieder land in de EU heeft een financieel belang bij het efficiënt functioneren van de douanediensten in alle andere landen. Het systeem werkt, in de ogen van de Commissie, omdat er groepsdruk is.  

Lees verder Inklappen

Dat het vooral een prikkel voor andere landen is, weet Hoekstra helemaal niet zo zeker. ‘Ik heb dat niet verder uitgezocht,’ zegt hij tijdens hetzelfde debat. Had hij dat wel gedaan, dan had de minister geweten dat juist Nederland het niet veel beter doet dan andere EU-landen.  

In 2019 was Nederland zelfs het slechtste jongetje van de klas, blijkt uit cijfers van het Europees Bureau voor fraudebestrijding. In dat jaar liep de EU 3,5 procent van de importheffingen mis door ‘frauduleuze en niet-frauduleuze onregelmatigheden’. Ook in de andere jaren waarin deze cijfers zijn verzameld, staat Nederland altijd in de top 7 van slechtst scorende EU-landen. Alleen Griekenland, Letland en Groot-Brittannië, tot hun vertrek uit de EU, scoren in de meeste jaren sinds 2015 slechter. 

Om in de woorden van minister Hoekstra te blijven, wat krijg je ‘in je mik’ als het misgaat? Sowieso een rente van 2,5 procent boven de basisherfinancieringsrente van de Europese Centrale Bank. Maar nu komt het: iedere maand dat er niet betaald wordt, komt er 0,25 procent-punt bij. De rente loopt op vanaf de eerste verplichte betalingsdatum. Of een land pas jaren later weet krijgt van missers van zijn douane, maakt niet uit. Zo komt het in uitzonderlijke gevallen voor dat de rente bijna twee keer zo hoog uitvalt als de heffing zelf, zoals bij de importen uit Aruba en Curaçao.  

Om deze torenhoge bedragen enigszins onder controle te krijgen, zijn in 2016 nieuwe afspraken gemaakt binnen de Europese Unie. De vertragingsrente mag sindsdien niet hoger dan 16 procent per jaar zijn. Hiermee blijft wel het ‘afschrikwekkende effect’ behouden, staat in de verordening te lezen. Het gaat dus duidelijk om een boeterente. 

Zonnepanelen en gympen

De 65 miljoen euro die Nederland in de afgelopen acht jaar aan boetes moest betalen, valt in het niet bij wat de regering in Den Haag nog boven het hoofd hangt: 300 miljoen euro voor het toelaten tot de Europese markt van zonnepanelen  en 106 miljoen euro voor goedkope kleding en schoenen uit China. Althans, dat zijn de bedragen waar het ministerie van Financiën rekening mee houdt. 

De zonnepanelen werden tussen 2015 en 2017 naar Nederland verscheept vanuit Mexico, India en Vietnam. Volgens de Europese Commissie komen ze oorspronkelijk uit Maleisië en Taiwan. Chinese producenten gebruiken die twee landen om goedkope, door de staat gesubsidieerde zonnepanelen op de Europese markt te dumpen. Om deze oneerlijke concurrentie te voorkomen, hanteert de EU van 2013 tot 2018 hoge invoerkosten. Die hoge heffingen zijn door de Nederlandse douane niet geïncasseerd. 

De Commissie kan wel eens 659 miljoen euro opeisen, plus 300 miljoen euro aan vertragingsrente

De hoeveelheid zonnepanelen is gigantisch, en het totaal vermogen ook: 3,1 gigawatt, blijkt uit navraag bij de Nederlandse douane Slechts een fractie minder dan de capaciteit van alle woningen met zonnepanelen in Nederland. 

Op het werkpaleis van Wopke Hoekstra in Den Haag vrezen ze dat de Commissie via de mannen van de Zwarte Parel wel eens 659 miljoen euro kan opeisen. Plus 300 miljoen euro aan vertragingsrente. Om de rente niet verder te laten oplopen, laat minister Hoekstra op 30 november 2020 aan de Tweede Kamer weten de 659 miljoen euro over te schrijven naar Brussel. De 300 miljoen euro boeterente zal hij pas overmaken als daar om gevraagd wordt, wat tot op heden nog niet is gebeurd. 

Op 9 september van dit jaar doet Hoekstra nog een keer hetzelfde. Dit keer gaat het om goedkope kleding en schoenen uit China, geïmporteerd voor een fractie van de werkelijke waarde tussen 2012 en 2019. Het ministerie van Financiën tikt 148 miljoen euro af om te voorkomen dat de vertragingsrente maandelijks oploopt met nog eens 2 miljoen.

Met de betalingen bekent Nederland geen schuld, benadrukt Hoekstra richting de Tweede Kamer. Waarom dan toch 807 miljoen euro naar Brussel overschrijven? Nederland deed dat niet toen het over griesmeel, rijst en melkpoeder ging. 

Maar er is iets veranderd in de tussentijd. 

Juridisch geitenpaadje

Bij een conflict over importheffingen moeten de Europese Commissie en het betrokken EU-land met elkaar in gesprek gaan. Een ‘constructieve dialoog’ voeren uit het oogpunt van ‘loyale samenwerking’. Als dat niets oplevert, kan de Europese Commissie het land voor de rechter slepen. Op hun beurt kunnen landen in dit soort conflicten geen rechtszaak tegen de Europese Commissie beginnen. 

Aan die vreemde situatie komt op 9 juli 2020 een einde, als de hoogste Europese rechter EU-lidstaten de mogelijkheid geeft om de Europese Commissie aan te klagen voor ‘onrechtmatige verrijking van de Unie’. Een tot nu toe onbewandelde weg. Toch geeft dit juridische geitenpaadje Hoekstra genoeg vertrouwen in een uitweg – en op een weerzien met de ruim 800 miljoen euro. 

Op 16 december 2020 zegt de minister van Financiën: ‘Wij hebben ertoe besloten om nu de rekening te betalen zodat die rente niet aantikt, maar we zeggen daar wel bij: we behouden ons alle rechten voor en we willen dit gewoon in een juridische procedure verder uitvechten.’ 

Wanneer Hoekstra naar het Europees Hof stapt, áls hij dat al doet, durft niemand te zeggen. Mocht het Hof de Europese Commissie in het gelijk stellen, dan zal Nederland naast de 807 miljoen euro ook nog 406 miljoen aan boeterente moeten aftikken.