Marten van Dijl/ANP
© Marten van Dijl

In Brussel weet niemand hoe je burgers overtuigt van het nut van wereldhandel

  • lll;

Hoe vertel je het volk dat vrijhandel goed is, temidden van alle protesten tegen internationale handelsverdragen? In Brussel weet men dat ze geen steun voor internationale handel krijgen als ze zich opstellen als betweter. Maar dat is precies wat er gebeurt.

Temidden van de weerstand tegen de liberalisering van markten en vrijhandel probeert de lobby die hier juist vóór is zich staande te houden. Dit zien we concreet bij protesten tegen de handelsverdragen als TTIP (met de VS) en CETA (met Canada). De aversie tegen internationale handel heeft waarschijnlijk ook een rol gespeeld bij de Brexit.

Ook het European Centre for International Political Economy (ECIPE), een onafhankelijke denktank die zich bezighoudt met handelsbeleid, ziet waar het wringt in het debat over vrijhandel: de onderhandelingen van de WTO leveren te weinig op en ondertussen houdt protectionisme de EU in zijn greep. Om die reden organiseerde het centrum afgelopen week een rondetafelgesprek; samen met experts werd er gekeken naar betere communicatievormen met het grote publiek over de vrijhandel.

Geen echte transparantie

Alle Brusselse betrokkenen van het EU-handelsbeleid zijn aanwezig: een Europarlementariër, een lobbyist, een ambtenaar van de Europese Commissie en een actievoerder van een NGO. Daarmee dekt de bijeenkomst de belangrijkste Brusselse perspectieven op het EU-beleidsterrein handel af.

Uitspraken mogen niet openbaar worden gemaakt

De aftrap door een ECIPE-lobbyist laat de insteek van deze bijeenkomst zien: vandaag gaat het over het debat van het handelsbeleid. Het probleem is heel eenvoudig: er worden veel pogingen gedaan burgers te informeren over het handelsbeleid, maar de boodschap komt niet aan bij het grote publiek. De vraag die daarmee op tafel ligt is dan ook hoe deze boodschap beter kan worden verpakt.

Maar ondertussen worden de bijeenkomsten van lobbyclubs zoals die van het ECIPE zelf ook niet echt gekenmerkt door transparantie. Ook bij deze bijeenkomst geldt bijvoorbeeld de Chatham House Rule, die bepaalt dat de informatie uit de bijeenkomst wel door de deelnemers mag worden gebruikt, maar dat niet openbaar mag worden gemaakt wie welke uitspraken heeft gedaan.

Niet voorbereid op debat

Een ambtenaar van de Europese Commissie klapt naar eigen zeggen uit de school. Hij was vier jaar woordvoerder bij DG Trade, een soort Europees ministerie voor handel. Het debat is in die periode aanzienlijk veranderd, denkt hij. De Europese Commissie had nooit verwacht dat er zoveel debat over internationale handel zou komen, met name over TTIP en CETA. Maar de Commissie begreep haar externe omgeving niet goed: social media was in opkomst, er was verzet en een gebrek aan controle.

"De Europese lidstaten communiceerden nauwelijks met burgers"

Vanuit DG Trade was er nooit communicatie nodig geweest: niemand interesseerde zich in internationale handel. Daarnaast was er helemaal geen budget voor deze communicatie. Dit gebrek aan aandacht voor communicatie blijkt bijvoorbeeld uit de naam van het verdrag met de VS. De naam van het verdrag werd op het laatste moment – naar een idee van de Amerikanen – TTIP genoemd: Translantic Trade & Investment Partnership. Tegelijk moesten de Europese lidstaten een ondersteunende rol spelen bij het communiceren met burgers. Ze deden dat echter nauwelijks.

Vier problemen zonder oplossing

De Europese Commissie is daarentegen wél meer gaan communiceren. Toch blijft het verzet tegen de internationale handel bestaan. ECIPE denkt expliciet dat dit verzet gaat afnemen met een andere boodschap. Maar eigenlijk levert de bijeenkomst alleen maar problemen op, zonder oplossingen:

Probleem 1: Geen goed debat

Volgens de experts moet er een betere discussie over handel komen: burgers hebben nooit geleerd wat de waarde van wereldhandel is en dat maakt een goed debat onmogelijk. Ook moet er minder gesproken worden in termen van stereotypen en simplistische boodschappen. Burgers moeten uitleg krijgen dat het sluiten van handelsverdragen op democratische wijze plaatsvindt.

Burgers hebben nooit geleerd wat de waarde is van wereldhandel

Probleem 2: Weinig steunzenders

Voor een beter debat zijn meer steunzenders nodig. Maatschappelijke organisaties moeten de boodschap over wereldhandel verspreiden. Het beleid moet zó goed zijn dat werkgevers en werknemers er van nature achter gaan staan en dit beleid actief gaan uitleggen. Burgers begrijpen dan natuurlijk wel dat er geen alternatief is voor vrijhandel en dat protectionisme tot niets leidt.

Probleem 3: Geen scherpe visie

Ook is er een hoger doel nodig, bijvoorbeeld: waar is TTIP precies voor bedoeld? In een handelsbeleid moeten continu compromissen worden gesloten. Dat is alleen uit te leggen aan het grote publiek als burgers de achterliggende visie kennen en steunen. Maar er doemt meteen een probleem op: in de zaal blijkt namelijk niemand in staat zo’n doel te formuleren.

Probleem 4: Snobisme

En zo komen we bij de kern: de voorstanders van wereldhandel zouden zich snobistisch opstellen. Zo krijgen burgers continu te horen dat experts weten waar ze het over hebben, en dat de burger onwetend is. Eurocommissaris Malmström – die over deze verdragen gaat – heeft daarnaast nooit de indruk gewekt iets met de zorgen van burgers te doen. Het is niet zo gek dat de burger nu denkt dat de EU de vijand is.

Tenslotte zien de experts één ding over het hoofd: wat zou er gebeuren als er meer ruimte wordt gegeven voor de kennis en meningen van burgers? Zou dat in de ogen van de experts een beter debat opleveren? En vooral: zou het ook leiden tot meer wereldhandel? De vraag stellen is hem beantwoorden.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Chris Aalberts

Gevolgd door 122 leden

Gefascineerd door politiek die zich onttrekt aan het oog van veel burgers en media. Schrijft bij Follow the Money over de EU.

Volg Chris Aalberts
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren