In Europa telt een Litouwse stem meer dan een Nederlandse

3 Connecties
4 Bijdragen

Grote landen in Europa krijgen bij de Europese verkiezingen veel minder zetels per uitgebrachte stem dan kleine landen. Een Nederlandse stem voor het Europees Parlement heeft vier keer minder invloed dan een Litouwse. Hoe zou het Europees parlement eruit zien als elke stem even veel zetels zou opleveren?

Het Europees Parlement is de enige rechtstreeks gekozen instelling van de Europese Unie. Maar niet elke stem bij de Europese verkiezingen telt even zwaar. Vanwege de onevenredige verdeling van de zetels onder de lidstaten telt een Nederlandse stem twee keer minder dan die van een Ier of een Kroaat en die van een Luxemburger tien keer meer dan die van een Duitser. De zetels zijn niet evenredig verdeeld over het aantal inwoners per land en de opkomst maakt niet uit. 6,5 miljoen Belgen (een opkomst van ruim 90 procent) vullen nu net zoveel zetels in als de 2,4 miljoen Tsjechen die in 2009 naar de stembus gingen (een opkomst van 43,9 procent). Wat zou er gebeuren als het Europese Parlement geen indirecte democratie meer zou zijn, maar een directe democratie waar de stem van elke Europeaan gelijk is?

Nederland

Vanaf 2014 heeft Nederland 26 zetels in het Parlement, die verdeeld zullen worden onder de nationale partijen die mee doen aan de verkiezingen. Duitsland heeft 82 miljoen inwoners, bijna vijf keer zoveel als Nederland. Maar dit betekent niet dat Duitsland ook vijf keer zoveel zetels heeft. Het land heeft er 96, nog geen vier keer zoveel. Dit is bewust gedaan. Grote landen hebben minder zetels dan je op basis van de bevolking zou verwachten om te voorkomen dat ze te veel macht krijgen. En kleinere landen krijgen er relatief meer. In de onderstaande grafiek zie je het aantal zetels dat elke lidstaat krijgt in 2014, en het aantal zetels dat lidstaten zouden hebben als het echt gebaseerd was op de bevolkingsgrootte. In totaal zijn er 751 zetels die verdeeld worden over 28 lidstaten.   In tegenstelling tot andere, kleinere landen krijgt Nederland niet meer zetels, dan op basis van het aantal inwoners verwacht kan worden. Sterker nog, het zit van alle lidstaten het dichtstbij de ‘natuurlijke’ verdeling van de zetels. Hierdoor heeft de Nederlandse bewoner ook relatief minder invloed dan kleinere Europese landen. Ten tijde van de Europese verkiezingen in 2009 stond Nederland met zo’n 659.000 inwoners per Parlementszetel dan ook op de 22e plek in de rangorde. Invloedrijkst zijn de kleinere landen zoals Luxemburg en Malta, waarbij elke zetel staat voor ongeveer 80.000 inwoners. De minste invloed hebben Spanje en Frankrijk. Zij  krijgen per 900.000 bewoners een europarlementariër.

Scheve verhoudingen

Ook het verschil tussen de verkiezingsopkomst van landen bij de Europese verkiezingen creëert binnen het huidige systeem met een onevenredige zetelverdeling scheve verhoudingen. De opkomst in de lidstaten bij de Europese verkiezingen is altijd laag. Bij de vorige verkiezingen in 2009 was de gemiddelde opkomst in de EU 43 procent. In Belgie en Luxemburg was de opkomst negentig procent, maar daar is stemmen dan ook verplicht. Met uitzondering van Malta (78 procent) en Italië (65 procent) komt de opkomst in andere landen meestal niet boven de vijftig procent. Dit heeft zijn uitwerking op de invloed per stem, weergegeven in de onderstaande tabel:   Zo heeft een Belgische stemmer veel minder invloed dan een Sloveen, het land dat met een opkomst van 19,6 procent de hekkensluiter vormt. In Slovenië waren zo'n 66.000 stemmen benodigd voor een zetel, terwijl in België bijna 300.000 keer gestemd moest worden voor 1 zetel.  Zo ook in Ierland. Het land kreeg in 2009 twaalf zetels, net als Litouwen. Maar in Litouwen kwam slechts 21 procent naar de stembus, in Ierland was dit 59 procent waardoor de Litouwse stemmer relatief drie keer meer invloed heeft. Luxemburgse stemmers zijn relatief het meest invloedrijk. Ze hebben bijna dertien keer meer invloed dan de Italianen, die het minst gewicht uitoefenen. Ondanks de lage opkomst in Nederland, profiteren degene die wel zijn gaan stemmen niet van een soortgelijk invloedsvoordeel. Nederland blijft een lage positie houden.

Een man, een stem

Wat zou er gebeuren als elke stem gelijk telde? In de onderstaande grafiek staat per land het aantal zetels dat zou zijn verkregen op basis van de uitgebrachte stemmen in 2009 (en in 2013 in het geval van Kroatië):   Als de zetels in 2009 waren verdeeld op basis van het aantal uitgebrachte stemmen zouden de Belgen beloond worden voor de hoge opkomst. Ze hadden 30 zetels bij elkaar weten te stemmen, 8 meer dan ze er in de huidige situatie kregen.  Ook de Italianen zouden profiteren. Met 19 procent vormen ze het grootste deel van de Europese stemmen en dit zou zich vertalen in 142 zetels, een winst van 70. Ook Spanje en Duitsland winnen. De grootste verliezer zou Polen zijn dat 16 zetels zou kwijtraken. Ook Nederland zou bestraft worden voor haar lage opkomst en het met vier zetels minder moeten doen.  

Elke stem gelijk?

Hoe zou de samenstelling eruit zien als iedere stem gelijk telt? Voor elke lidstaat is gekeken naar het percentage kiezers dat op een nationale partij heeft gestemd, bij welke Europese fractie deze is aangesloten en het aantal zetels dat hieruit volgde. De 18 extra parlementariërs die na het Verdrag van Lissabon in 2011 erbij kwamen, zijn niet meegenomen in de analyse. In 2009 stemden 27 lidstaten voor 736 zetels en in 2013 kreeg Kroatië 12 zetels, waardoor er in totaal voor 748 parlementariërs gestemd is. Nationale partijen sluiten zich veelal aan bij Europese fracties. Op dit moment zijn er zeven fracties, ontstaan vanuit de huidige zetelverdeling. Er kunnen ook meerdere nationale partijen in een fractie zitten, onder andere in het geval van VVD en D66 die samen in de liberale alliantie (ALDE) zetelen.  De grootste fractie is de Europese Volkspartij (EVP) waar het CDA lid van is, gevolgd door de sociaaldemocraten (S&D). Er verandert weinig na deze denkbeeldige excercitie. De verhouding tussen fracties blijft vrijwel gelijk. Wel zou het aantal niet ingeschreven Parlementariërs verdubbelen. Wanneer elke stem gelijk telt, krijgen kleinere partijen, die zich niet aansluiten bij een Europese fractie, een grotere kans om een zetel te winnen in het Europees Parlement.  Geen slechte eigenschap voor een democratie.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Jessica de Vlieger

Er zijn maar weinig meisjes die een voorliefde voor prosecco en jurkjes weten te combineren met een passie voor rekenkundige...