In Parijs zal niet gebeuren wat nodig is, maar wel wat mogelijk is

    In Parijs begint vandaag de klimaatconferentie COP21. Het is de nieuwste in een reeks van mislukte conferenties, maar tegelijkertijd is de druk om met resultaten te komen groter dan ooit. Volgens Jan Rotmans is dat reden voor voorzichtig optimisme.

    Deze week begint de klimaattop in Parijs. Het is al weer de 21ste ronde in een lange reeks van klimaatonderhandelingen, die startte in 1995 in Berlijn. In de loop der jaren zijn deze klimaatbijeenkomsten uitgegroeid tot een megacircus. Waar in de eerste jaren enkele honderden mensen bij elkaar kwamen, worden nu in Parijs meer dan 40.000 mensen verwacht. Het overgrote deel van de conferenties waarbij werd onderhandeld over het klimaat (de zogenaamde COP’s, Conferences of the Parties) is mislukt. Eigenlijk is alleen de bijeenkomst in 1997 in Kyoto geslaagd, toen een mondiaal verdrag werd getekend om de CO2-uitstoot met gemiddeld 5 procent terug te dringen in de periode 2008-2012 t.o.v. 1990. De grootste mislukking was Kopenhagen in 2009, toen de torenhoge verwachtingen geenszins konden worden waargemaakt. Nu komen opnieuw 196 landen bij elkaar en zijn er opnieuw hoge verwachtingen. Is dat terecht of niet? Enig optimisme is op zijn plaats, alleen moeten we geen wonderen verwachten. Daarvoor zijn klimaatonderhandelingen te complex en zijn er te veel tegengestelde belangen onder de deelnemende landen. Een aantal redenen waarom optimisme op zijn plaats is:
    • De urgentie is veel groter dan 5-10 jaar geleden. De druk op de politici vanuit de samenleving, de kerk (de paus!) en het bedrijfsleven neemt van jaar tot jaar toe. Klimaatverandering is allang geen zaak van de politiek meer, maar veel meer van de samenleving zelf.
    • Het aanpakken van klimaatverandering is ook allang geen louter politiek proces meer. Over de hele wereld zijn ontelbaar veel initiatieven in gang gezet en is de samenleving in beweging gekomen om iets aan dit probleem te doen. In buurten, wijken, steden en regio’s barst het van de klimaatinitiatieven die gezamenlijk een onoverzienbare maar krachtige beweging vormen. Ook zijn veel bedrijven allang bezig met het terugdringen van de CO2-uitstoot, zowel multinationals als middelgrote en kleine bedrijven. Terwijl de politiek 25 jaar heeft gefaald, hebben de samenleving en het bedrijfsleven dit opgepakt. Het klimaatbeleid wordt nu gemaakt op straat en in bedrijven.
    • China staat er nu anders in dan in Kopenhagen en heeft aangegeven een juridisch bindend akkoord te willen. Bovendien hebben China en de VS vorig jaar samen al een klimaatakkoord gesloten om de CO2-uitstoot te reduceren. Probleem is wel dat China heeft toegezegd dat de piek in de CO2-uitstoot rond 2030 zal liggen, wat betekent dat de CO2-uitstoot tot die tijd nog kan toenemen. Dat terwijl China al de grootste CO2-uitstoter ter wereld is, verantwoordelijk voor ca. 25 procent van de mondiale CO2-uitstoot.
    • 150 landen hebben nu zelf plannen ingediend voor de CO2-reductie. Opgeteld leiden deze initiatieven ‘van onderop’ tot een gemiddelde temperatuurstijging van bijna 3 graden, wat nog lang niet genoeg is om onder de gewenste 2 graden te blijven. Toch hebben nooit eerder zoveel landen zulke verregaande CO2-reductieplannen ingediend.
    • De opzet is dit keer anders. Eerst beginnen de regeringsleiders en dan pas gaan de ambtenaren en ministers verder onderhandelen, normaal is dat andersom. De huidige opzet lijkt kansrijker om tot een akkoord te komen.
    Niettemin is enig realisme wel op zijn plaats:
    • Een klimaatakkoord telt pas echt als het juridisch bindend is, anders is de waarde vooral symbolisch. En dat is per definitie heel erg lastig te realiseren, leert de geschiedenis. Zo duurde het bij het enige juridisch bindende klimaatakkoord, dat van Kyoto, nog bijna 10 jaar voordat het geratificeerd was, en dan nog hebben de Verenigde Staten het nooit officieel ondertekend.
    • Alhoewel China een juridisch bindend klimaatakkoord lijkt te willen, willen de Verenigde Staten dit niet. Zelfs als Obama dat zou willen, krijgt hij het nooit goedgekeurd door de Senaat en het Congres. Daardoor is de kans klein dat het gehele akkoord juridisch bindend wordt. Een pragmatische oplossing kan hier zijn dat onderdelen van het akkoord wel juridisch bindend kunnen worden en andere onderdelen niet.
    • Alle klimaatplannen die de landen hebben ingediend vormen een ratjetoe, met verschillende doelstellingen met verschillende referentiejaren. Het ene land rekent t.o.v. 2010, het andere neemt 1990. Dat maakt het onderling lastig te vergelijken. Naleving en controle van deze wirwar aan uiteenlopende doelstellingen is dan ook van groot belang.
    • Klimaatonderhandelingen gaan niet over het klimaat. Ze gaan over de economie en geld. In Parijs gaat het vooral over de financiering van klimaatmaatregelen en de verdeling van de gezamenlijke klimaatlast tussen ontwikkelde landen en ontwikkelingslanden. Die landen die het klimaatprobleem hebben veroorzaakt, moeten het verst gaan om met structurele oplossingen te komen (ontwikkelde landen), vinden de landen die de meeste last ondervinden van dat klimaatprobleem (ontwikkelingslanden). Maar die laatste groep groeit het snelst en zal de komende decennia in hoge mate bijdragen aan klimaatverandering. Dit dilemma is diepgeworteld binnen de VN en vormt elke klimaatonderhandelingsronde weer een blokkade.
    Al met al is er reden voor gematigd optimisme. Dat brengt mij tot de verwachting dat er in Parijs een klimaatakkoord wordt gesloten dat niet omvat wat nodig is, maar wellicht wel wat nu mogelijk is.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jan Rotmans

    Is hij een activistische wetenschapper of een wetenschappelijk gedreven activist? Of heeft hij iets van beide? <br /> <br />...

    Volg Jan Rotmans
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren