Studenten demonstreren tegen de voorgenomen verhoging van de rente op studieleningen. Door de verhoging zou de studieschuld gemiddeld 5000 euro hoger uitvallen.
© ANP Koen van Weel

‘In zichzelf investerende’ student is een verdienmodel

    De basisbeurs is niet meer, lang leve de ‘schuld-gefinancierde investering in het eigen menselijk kapitaal’. Volgende week stemt de Eerste Kamer over ophoging van de rente op studieschuld. Dat banken daar het meest aan verdienen, is pervers, vinden David Hollanders en Geertje Hulzebos.

    Op 1 september 2015 schaften PvdA, D66, GroenLinks en de VVD de basisbeurs definitief af. Sindsdien is een studie voor 18-jarige scholieren een schuld-gefinancierde investering in eigen menselijk kapitaal die met name de banken ten goede komt. Als het aan Rutte-III ligt, wordt 4 juni aanstaande bij stemming in de Eerste Kamer de investeer-in-jezelf-ideologie aangescherpt door de rente op studieschuld op te hogen. De rente wordt niet meer gekoppeld aan de rente van 5-jaarsstaatsobligaties maar aan de (hogere) rente van 10-jarige.

    In de Memorie van Toelichting voor de wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 noteerde dienstdoend minister Jet Bussemaker op 25 september 2014 dat het ‘sociale’ leenstelsel inzet op ‘verhoging van de kwaliteit’ en ‘toegankelijkheid van het onderwijs’. ‘Met nadruk’ stelde PvdA’er Bussemaker dat het ‘geen bezuinigingsmaatregel’ was, maar ‘tot doel heeft geld te investeren in de kwaliteit van het hoger onderwijs’.

    Dat klonk mooi, maar het tegenovergestelde gebeurde. Van de 'opbrengsten' van de afgeschafte basisbeurs is door bezuinigingen weinig overgebleven. In 2016 verdween 200 miljoen euro door het mislukte Beter Benutten-project; in 2017 verdampten 43,6 miljoen euro en 244 miljoen euro door een gat in de begroting; in 2018 kwam er een bezuiniging bij van 183 miljoen euro en nog eens 19 miljoen euro sneuvelden door verkeerde ramingen. Ondertussen stijgt de geschatte gemiddelde studieschuld met 5000 euro naar 26.000 euro. De totale studieschuld staat inmiddels op 21,7 miljard euro.

    Onvermogende ouders zien hun kind afzinken op de arbeidsmarkt met een loden bal van studieschuld

    Bussemakers retoriek verhult de werkelijke stelselwijziging. Studiefinanciering is de facto in tweeën gehakt, waardoor de banken erop vooruitgaan ten koste van de student. Ten eerste wordt voor de middenklasse de studiebeurs niet afgeschaft, maar geprivatiseerd. Om hun kind schuldenvrij te houden, moeten bemiddelde ouders naar quasi-staatsbanken ABN Amro en ING. Ouders storten premies in spaarplannen in plaats van belasting te betalen en studenten ontvangen geen studiebeurs, maar wat er van de premies resteert na aftrek van de hoge kosten. ABN Amro adverteert ook met leuzen als ‘Hoe kan uw kind straks een studie betalen? Help uw kind een handje’ en ‘Sparen voor de studie van uw kind. (..) U kunt nooit vroeg genoeg beginnen.’ Hoe verder de studiebeurs ontmanteld wordt en hoe afschrikwekkender het vooruitzicht voor 18-jarigen, hoe beter dat is voor banken. Dat zet (groot-)ouders aan tot sparen.

    Dat laatste kan niet iedereen en dat vormt het tweede aspect van de stelselwijziging. Onvermogende ouders zien hun kind op de arbeidsmarkt afzinken met een loden bal van studieschuld. Afgestudeerden betreden een sinds de redding van ABN Amro in 2008 nauwelijks gegroeide economie, met als enige reddingsboeien een lucratieve baan, bijvoorbeeld bij een bank, of permanente voltijdse beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt. De staat mobiliseert kinderen voor de arbeidsmarkt door hen met schuld te disciplineren, terwijl banken het spaargeld van vermogende ouders usurperen.

    Het enige alternatief - niet studeren - is weinig aantrekkelijk, nu een hoge opleiding een noodzakelijke, zij het geen voldoende voorwaarde is voor een redelijk salaris en dito arbeidsvoorwaarden. Evengoed gaan minder jongeren uit een bijstandsgezin naar het hbo door leenaversie en de is de doorstroom van mbo naar hbo met 10 procent afgenomen. Het is pijnlijk dat politici dat wisten. In de Memorie van Toelichting meldde Bussemaker immers: ‘De basisbeurs is de afgelopen dertig jaar een effectief instrument geweest om de poorten van het hoger onderwijs te openen voor een brede en diverse studentenpopulatie.’

    Waarom dan toch afschaffen? Zeker, dat levert de schatkist wat op. De rente-ophoging brengt 226 miljoen euro op. Met het huidige begrotingsoverschot is dat niet het hoofdmotief van een kabinet, dat bereid bleek met het schrappen van de dividendbelasting 1,5 miljard euro te fourneren aan grootbedrijven. Abolitie van staatssteun voor studenten levert banken en verzekeraars na de woekerpolissen een mooi verdienmodel op. En het levert andere bedrijven een gedisciplineerd arbeidsleger.

    Afschaffing van de studiebeurs opent voor 18-jarigen niet de weg tot een heroïsche investering in zichzelf maar is een dystopisch verdienmodel voor banken. Het is aan de Eerste Kamer om dit fiasco te stuiten en op 4 juni tegen verhoging van de rentemaatstaf te stemmen.

    Geertje Hulzebos studeert onderwijswetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en was tot september vorig jaar voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond. Daar stapte ze op wegens ‘te radicaal’.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    David Hollanders

    Docent politieke economie aan de Universiteit van Amsterdam.

    Volg David Hollanders
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren