• Monopolies zijn ook zonder internet ontstaan: https://en.wikipedia.org/wiki/History_of_United_States_antitrust_law

Jan Kuitenbrouwer ging op vakantie naar de toekomst en stuurde de achterblijvers een geheim document op dat hij daar wist los te peuteren.

Je hebt dit file opgevraagd, dus je wilt iets weten over onze geschiedenis.

Als je nog jong bent – misschien ben je geboren in de Indigi-beweging – is het wellicht moeilijk voor te stellen, maar er was een tijd dat iedereen, elk individu, een computer had. Een ‘personal computer’ werd die genoemd. Toen, in de jaren negentig van de vorige eeuw, kwam het digiweb. In korte tijd was vrijwel iedereen in de Westerse wereld er met zijn personal computer op aangesloten. De cultuur begon te veranderen. Alle informatie die de wereld bevatte, werd opgezogen door het digiweb en er ontstonden geheimzinnige chemische reacties, waarbij nieuwe, ongekende stoffen vrijkwamen met een bewustzijnsveranderende werking. Informatie is een essentieel bestanddeel voor al het leven, maar te veel zuurstof werkt als een gif en leidt tot duizelingen, prikkelbaarheid, hallucinaties en kokervisie. Het Vrije Westen raakte in een diepe crisis. Wij noemen dit De Grote Informatievergiftiging. Mensen raakten bedwelmd door informatie, bezeten van hun eigen gelijk en de drang om gehoord te worden. De exploitanten van het digiweb brachten steeds meer opzienbarende informatie in omloop: leugens, verzinsels en extreme propaganda. In Amerika wist een egomane vastgoedboer dit mechanisme zo goed te bespelen dat hij president werd. Ook Engeland raakte in de greep van de digitale desinformatie en scheidde zich af van Europa. 

Na Amerika en Engeland kwamen ook in Europa steeds meer autoritaire leiders aan de macht, charismatische figuren die samenzweringstheorieën verkondigden en haat zaaiden tegen minderheden, om overeind te blijven in de informatiestorm. Vreemdelingen werden uitgezet of in speciale inburgeringskampen geplaatst, bejaarden werden verplicht aangesloten op het digiweb of geherhuisvest in gerobotiseerde zorgcomplexen, onder permanente online surveillance van het datakartel, dat geleidelijk ook de gezondheidszorg overnam. Voor rokers, mensen met overgewicht of andere ongezonde gewoonten werden de zorgpremies vervijfvoudigd, tenzij zij zich lieten herhuisvesten in speciale wijken met intensieve ‘datacoaching’.

Innovatie stagneerde, steeds meer kapitaal ging naar de webgiganten, de economie draaide meer en meer om data. Het digiweb plaatste kastjes in elke woonkamer, zogenaamd als gemaksvoorziening, maar in werkelijkheid om mensen af te luisteren en zo nog meer exploiteerbare data te verzamelen. Alles wat mensen zeiden, lazen of deden werd vastgelegd en de data waren te koop voor de hoogste bieder, legaal of op de zwarte markt. Het web werd zo groot, en er was zoveel informatie, dat het alleen nog bestuurd kon worden met behulp van algoritmen en kunstmatige intelligentie. Daardoor kwam steeds meer giftige informatie in omloop. De webexploitanten huurden personeel in om het ergste tegen te houden, maar het was te veel, zij kregen vergiftigingsverschijnselen en werden vaak al na enkele weken gillend afgevoerd.

Onder menswetenschappers deed zich een zelfmoordepidemie voor. Papieren kranten werden verboden, zogenaamd omwille van het milieu

Niemand wist nog hoe dingen werkelijk zaten, niemand werd geloofd, niemand werd vertrouwd, het publieke debat was een schervengericht, eerlijke democratische verkiezingen waren niet meer mogelijk. Feiten bestonden niet meer.

De beta-wetenschappen werden ingelijfd door het webkartel, alfa- en gamma-wetenschappen werden gemarginaliseerd. Een beweging genaamd Fahrenheit 451, gefinancierd door het webkartel, stichtte brand in de Library of Congress, de bibliotheken van Yale, Oxford, het Vaticaan. Onder menswetenschappers deed zich een zelfmoordepidemie voor. Papieren kranten werden verboden, zogenaamd omwille van het milieu. Niemand kon meer ongemerkt iets lezen of schrijven. Sociale en culturele tegenstellingen werden door het algoritme steeds verder aangescherpt. Gematigde, aangepaste burgers raakten verslaafd aan extreme webcontent en veranderden in haatzaaiende fanatici. Bevolkingsgroepen keerden elkaar de rug toe, in de grote steden braken onlusten uit, vaak naar aanleiding van via het web geïnitieerde lynchings.  

Er waren natuurlijk mensen die deze ontwikkelingen probeerden te keren, maar zonder succes. Het systeem creëerde webreservaten. Kritische nieuwsmedia werden gemarginaliseerd, journalistiek werd een hobby voor een kleine elite. Zij deden onderzoek naar de werking van het systeem, maar datzelfde systeem presenteerde hun onthullingen als de bizarre verzinsels van een verwarde minderheid (‘nepnieuws’). Politici die probeerden het datakartel aan banden te leggen kregen toegang tot een beperkte, zorgvuldig geselecteerde groep sympathisanten, om de schijn te wekken dat zij ertoe deden, maar nooit tot de macht. Hun voorstellen werden weggestemd of aangenomen, maar niet uitgevoerd. De politiek werd een verbale bloedsport, een spektakel aangedreven door  kijkcijfers, clicks en likes. De ene regering na de andere werd vervangen door een populistisch regime met een xenofobe, nationalistische agenda, gesteund door het webkartel, dat daardoor ongestoord zijn invloed kon uitbreiden. Het  introduceerde zijn eigen valuta en betaalsystemen, nam het openbaar vervoer over en ontwikkelde tracking- en surveillancesystemen voor lokale overheden en het onderwijs. Ook China breidde zijn invloed in Europa en Amerika uit, onder andere via het 5G-netwerk, dat door Peking gebruikt werd om westers dataverkeer te scannen, onder andere voor industriële spionage. Overal werd digitale gezichtsherkenning ingevoerd. 

Toch ontstond een tegenbeweging. Het begon in 2010 met zogeheten ‘offline hackers’, die, gebruikmakend van de internet-infrastructuur, maar volledig los van het web, een eigen, onafhankelijk netwerk opzetten. In Spanje keerden jonge werklozen de grote steden de rug toe en stichtten op het platteland kleine, autarkische gemeenschappen met hun eigen netwerk, los van het digiweb. Hetzelfde gebeurde elders in Europa. Als een van de weinige landen slaagde Noorwegen erin om het digikartel buiten de deur te houden. Het land is onmetelijk rijk dankzij zijn oliebronnen, en met geld van de Noorse overheid werd een netwerk opgezet om al deze nieuwe ‘offline communities’ te verenigen: ‘Utoya’, naar het eiland waar zeventig mensen vermoord werden door Anders Breivik, die radicaliseerde door het digiweb. Zo ontstond de Indigi-beweging. 

Verdeelde, instabiele regeringen, steeds sneller opeenvolgende verkiezingen en referenda, stakingen, demonstraties en onlusten

De beweging kent inmiddels ongeveer 70 miljoen leden, verspreid over dertien landen. Sommigen noemen ons de Amish van het digitale tijdperk. Het belangrijkste principe is dat elke Indigi-gemeenschap maar één computer heeft. Geen ‘personal computer’ of andere online devices, maar één gemeenschappelijke, openbare computer. Alles wat daarmee gedaan wordt gaat in overleg. Contact met het gewone digiweb is mogelijk, maar ‘read only’. Zoveel mogelijk informatie wordt geprint, boeken en kranten zijn van papier. Er zijn geen ‘sociale media’, geen blogs, geen vlogs, geen Twitter, geen Facebook, geen Instagram. De ‘commputer’, zoals hij genoemd wordt, is een werktuig, geen expressiemiddel. Een ‘fiets voor de geest’, zoals Steve Jobs ooit zei. Het orakel, zeggen anderen.

In de online wereld neemt de informatievergiftiging steeds verder toe, en de gevolgen zijn dramatisch. Verdeelde, instabiele regeringen, steeds sneller opeenvolgende verkiezingen en referenda, stakingen, demonstraties en onlusten, een bloedige medicijnenopstand in het Verenigd Koninkrijk, burgeroorlog in Amerika, de aanslag op het nieuwe Amazon-hoofdkwartier in 2025 – de dictatuur van het digikartel is een tranendal, behalve voor een elite die steeds kleiner en machtiger wordt.

Intussen leven de Indigi eenvoudig: offline, maar tevreden.

Onze doelstelling: geweldloze vernietiging van het digikartel. Door te groeien onttrekken wij zoveel mogelijk gebruikers (‘dataslaven’) aan het digikartel en door middel van hack-aanvallen brengen wij het systeem zo veel mogelijk schade toe. Het is een strijd van zichtbaarheid en beeldvorming, van waarheid tegen fictie. De hacks zijn soms echt, soms ‘virtueel’, het gaat erom dat zij, ondanks de filters van het digikartel, doordringen tot het grote publiek. Om de gevangenen van het digiweb te laten zien dat er ook een rode pil is.

©Indigi-DOC 2030 

(NB: Dit file is vertrouwelijk en kan niet worden geprint.)

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Jan Kuitenbrouwer

Gevolgd door 424 leden

Journalist, schrijver en presentator. Auteur van het boek 'Datadictatuur, hoe de mens het internet de baas blijft'.

Volg Jan Kuitenbrouwer
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Datadictatuur

Gevolgd door 826 leden

2018 was het jaar van de Grote Internet Ontnuchtering. Voor het eerst zagen we de techindustrie met haar datahonger als een G...

Volg dossier