Mahir Alkaya.
© ANP / Alexander Schippers

Van wie is ons geld?

Waarom is de creatie van geld in handen van – particuliere – banken? En moet dat altijd gepaard gaan met schuld? Ofwel: kunnen we ons monetaire systeem op een eerlijkere manier organiseren? Lees meer

Het zijn vragen waar menig econoom zijn tanden op stuk gebeten heeft. Toneelgroep De Verleiders zette een brede discussie in gang door op te roepen tot een burgerinitiatief. Met 120.000 handtekeningen moest de politiek wel reageren en nadenken over de aard en wezen van ons geld en de manier waarop het wordt gecreëerd. Dat leidde tot een opdracht voor Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) om onderzoek naar geldschepping te doen.

Op Follow The Money begon in 2015 het debat toen voormalig bankenlobbyist en auteur Robin Fransman reageerde met een open brief aan het toneelgezelschap, die werd beantwoord door Martijn Jeroen van der Linden, bestuurder van de Stichting Ons Geld. Daarnaast gaven tientallen lezers in het discussieforum hun visie op wat misschien wel dé vraag van het moment is: van wie is ons geld eigenlijk?

69 Artikelen

‘Nederlandse overheid moet haar burgers een veilige spaar- en betaalrekening bieden’

3 Connecties

Onderwerpen

full reserve bank Mahir Alkaya

Organisaties

Depositobank
651 Bijdragen

Ondanks de unanieme steun van de Tweede Kamer is de oprichting van een private depositobank mislukt. Mahir Alkaya (SP) wil daarom dat de Nederlandse overheid burgers een 100 procent veilige rekening biedt. ‘Binnen het huidige stelsel wordt iedereen gedwongen om de investeringen van banken te financieren.’

Tweede Kamerlid Mahir Alkaya (SP) diende woensdag 12 december  een initiatiefnota in voor een parlementair onderzoek naar het oprichten van een publieke depositobank. Alkaya: ‘Nederlanders hebben op dit moment niet de mogelijkheid om (een deel van) hun spaargeld risicovrij te bewaren in een digitale vorm.’ Hij wil dat de Nederlandse overheid haar burgers een rekening aanbiedt waarmee ze 100 procent veilig kunnen sparen en betalen, een soort ‘digitale kluis’.

Alkaya vindt het onwenselijk dat de veiligheid van ons spaargeld volledig afhankelijk is van het functioneren van banken: ‘Binnen het huidige stelsel wordt iedereen gedwongen om de investeringen van banken te financieren. Banken bewaren het digitale spaargeld immers niet, maar investeren het voor eigen rekening. Het spaargeld van burgers draagt zo de risico’s die zijn verbonden aan kredietverlening door private banken.’

Het geld van burgers zal bij de publieke depositobank ook veilig zijn in het geval van een financiële crisis; de bank leent het gestalde geld niet uit. Daarnaast pleit hij voor een publieke betalingsinfrastructuur: ‘Om de stabiliteit van het stelsel te garanderen zouden wij onafhankelijk van private organisaties ook digitale betalingen moeten kunnen uitvoeren.’ Dat publieke betalingssysteem moet zelfstandig  overboekingen en betalingen kunnen faciliteren, maar wel aansluiten op de bestaande betalingssystemen van private banken. 

Volgens Alkaya kan de oprichting van een publieke depositobank een einde maken aan de huidige verwevenheid van private belangen en publieke taken. Hij schrijft: ‘Na het inrichten van een publieke depositobank [..] kunnen [mensen] afwegen of zij de rente die een private bank belooft het risico waard vinden. Private banken kunnen dan weer volledig als ondernemingen functioneren. Zij kunnen nog steeds spaargeld aantrekken en winst maken, als zij het vertrouwen van mensen terugwinnen en verstandig investeren.’

Rondetafelgesprek

Het voorstel van Alkaya voor een publieke depositobank sluit aan op de pleidooien die de hoogleraren Arnoud Boot (Corporate Finance & Financial Markets aan de UvA) en Harald Benink (Banking & Finance aan Tilburg University) woensdag hielden tijdens het rondetafelgesprek over de ‘stand van zaken in de financiële sector’ in de Commissie Financiën. Boot: ‘Het evenwicht tussen het behartigen van het publieke belang en de commerciële prikkels die leven in het bankwezen, is verstoord.’

‘Het voorstel komt misschien vrij radicaal over, maar het is eigenlijk heel logisch’

De hoogleraren publiceerden diezelfde dag een gezamenlijk opiniestuk in Het Financieele Dagblad. Daarin wijzen ze op de ‘schijnzekerheid’ die wordt geboden met het huidige toezicht: ‘De publiek-private rol van banken is te diffuus. Maak helder wat de (onmisbare) publieke activiteiten van banken zijn, veranker en bescherm deze beter, en verkrijg daarmee vervolgens een grotere vrijheid in de meer commerciële activiteiten.’

De meeste aandacht bij het rondetafelgesprek ging uit naar ING-ceo Ralph Hamers, die op woensdag voor het eerst in de Kamer verscheen om (voor de zoveelste keer) zijn excuses te maken voor de witwaszaken bij zijn bank. Volgens Alkaya is de affaire rondom ING slechts een ‘symptoom van een ziek stelsel’: ‘Het is verleidelijk om aan symptoombestrijding te doen, maar we moeten niet vergeten om het stelsel te genezen.’

Depositobank

Het voorstel van Alkaya is een publieke variant van de private depositobank van Stichting Full Reserve. In 2016 schaarde de Kamer zich unaniem achter een motie van Wouter Koolmees (D66), Henk Nijboer (PvdA) en Arnold Merkies (SP) om de oprichting van een private depositobank te onderzoeken. Dat experiment werd echter gedwarsboomd door DNB en Financiën.

Paul Buitink, voorzitter van Stichting Full Reserve, ondersteunt de initiatiefnota. Hij schrijft: ‘Alkaya constateert net als wij dat het betalingsverkeer steeds meer digitaal verloopt, terwijl een kredietrisicovrij digitaal alternatief ontbreekt.’ Buitink ziet het liefst een model ontstaan met meerdere aanbieders van full reserve depositorekeningen. Hij beveelt aan dat deel uit te laten maken van het onderzoek: ‘Elke full reserve optie is een verbetering ten opzichte van wat we nu hebben. Het is het allerbelangrijkste dat het debat wordt hervat.' 

Politieke steun

‘Het voorstel komt misschien vrij radicaal over,’ licht Alkaya telefonisch toe, ‘maar het is eigenlijk heel logisch. Het is volledig in lijn met de bevindingen van de Commissie de Wit na de crisis: “scherm de nutsfuncties af van de zakelijke activiteiten.” De belastingbetaler hoeft dan ook niet meer impliciet garant te staan voor het omvallen van banken.’

Alkaya rekent op steun vanuit de oppositie, maar ook op de steun van regeringspartij D66. ‘Zij stonden volledig achter de oprichting van een private depositobank. Dat was niet mogelijk, maar daar houdt het denken niet op. Er zijn andere opties.’ Hij noemt alvast enkele voorbeelden die hij graag onderzocht ziet worden: ‘DNB zou zelf een front office kunnen inrichten, om vervolgens de reserves bij de Europese Centrale Bank (ECB) te stallen. Maar je zou ook de SNS of een andere tak van de Volksbank kunnen omvormen tot depositobank.’

In januari komt het WRR-rapport over het geldstelsel uit. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid is daar bijna drie jaar mee bezig geweest. ‘Daardoor is het onderwerp grotendeels van de politieke radar verdwenen,’ zegt Alkaya. Hij hoopt met zijn voorstel de discussie over het geldstelsel weer aan te zwengelen. ‘Er moet een einde komen aan het huidige stelsel van private winsten in tijden van voorspoed, maar publieke lasten zodra het mis gaat.’

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Thomas Bollen
Thomas Bollen
Onderzoekt als financieel econoom de 'economische religie' om nuttige inzichten van dogma's te scheiden.
Gevolgd door 4099 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren