Integriteitscrisis: de vis rot aan de kop

    Hoe beroerd is het in de top van zakelijk Nederland gesteld met de integriteit? FD-journalist Rob de Lange zoekt in zijn boek 'Ik ben integer, jij bent integer' het antwoord.

    De topman van de Nederlandse Zorgautoriteit die zich door de farmaceutische industrie laat fêteren. Ongegeneerde zelfverrijking door de treasurer van Vestia. De partners van KPMG die hun eigen medewerkers een poot uitdraaien.

    Bankiers die hun cliënten opzadelen met complexe en zinloze financiële producten. Die de Libor-rente manipuleren. Die bedrijven laten verpieteren in de kerkers van van Bijzonder Beheer. Verzekeraars die hun eigen klanten niet informeren over de kosten die ze wérkelijk in rekening brengen. Het hippe modemerk dat zijn kleding onder criminele omstandigheden in Bangladesh laat produceren. De Raad van Commissarissen die zijn ogen sluit voor de milieuschade die het bedrijf aanricht.

    Het lijkt wel alsof integriteit in de top van het zakelijk en bestuurlijk verkeer even zeldzaam is geworden als de dodo

    De trustvennoot die geldstromen van potentaten uit Libië en Oekraïne veilig verstopt met behulp van Nederlandse fiscale wetgeving. De rechter die een zakenvriend bevoordeelt door een vastgoedtransactie terug te laten draaien. Steekpenningen betalen om een project in Brazilië binnen te halen. Leerlingen die hun examens stelen en doorverkopen.

    Het lijkt wel alsof integriteit in de top van het zakelijk en bestuurlijk verkeer even zeldzaam is geworden als de dodo. Alsof het besef van wat wél en wat niet kan totaal is verdwenen. Bijna elke dag staan er voorbeelden van niet-integer gedrag in de schijnwerpers van het nieuws. Het is om moedeloos van te worden.

    Wijsheid

    Toch klopt dat beeld niet helemaal. Niet-integer gedrag is van alle tijden, schrijft Rob de Lange (journalist bij Het Financieele Dagblad). Samen met forensisch accountant Jaap ten Wolde schreef hij het boek Ik ben integer, jij bent integer. Wel is de aandacht ervoor tegenwoordig groter. Internet en sociale media spelen daarbij een rol: ze kunnen een incident enorm uitvergroten, opblazen zelfs.

    De opvattingen over de vraag wat integriteit nu precies is, zijn continu aan verandering onderhevig. Wat een decennium geleden nog als een onschuldig Kavaliersdelikt of als slim op de centen passen werd beschouwd, kan nu als hoogste verwerpelijk worden gezien. En met de wijsheid van nu zullen er ongetwijfeld ook op dit moment zaken geschieden die met de wijsheid van morgen absoluut niet door de beugel kunnen.

    Maar dat betekent niet dat er helemaal niet zo iets bestaat als goed en slecht, als wél en niet integer gedrag. Integriteit heeft per definitie met moraal te maken. De Tien Geboden bieden houvast. Net zoals begrippen als Goed Nabuurschap, verantwoordelijkheid, erflaten. Uit enkele cases die de De Lange en Ten Wolde in hun boek beschrijven blijkt dat de betrokkenen eigenlijk altijd wel in de gaten hadden, dat er iets niet helemaal in de haak zat. Soms durfden of konden ze dat niet melden, in andere werd er niet naar hen geluisterd.

    Vertrouwen goed, controle beter

    Als reactie op de financiële crisis en de vele affaires in de financiële sector is er de afgelopen jaren een groot controle- en toezichtapparaat opgetuigd. Vertrouwen is goed, controle beter, luidt het devies. Toezicht heeft gefaald, dus is het tijd voor repressie, is de gedachte in de politiek. Het is de maakbare samenleving, maar dan net iets anders.

    Het is een begrijpelijke reflex. De Code Tabaksblat, die dit jaar 10 jaar bestaat, trachtte eerder de corporate governance van het Nederlandse bedrijfsleven te verbeteren door middel van zelfregulering. Aanleiding toen was de Ahold-affaire. De Code wilde dat doen door de aandeelhouder meer rechten te geven en de Raad van Commissarissen te professionaliseren. Geestelijk vader Morris Tabaksblat vond het heel belangrijk om de groupthink die inherent is aan het old boys network te doorbreken.

    Op papier is de Code daar in geslaagd. Het aantal commissariaten dat iemand bij een beursgenoteerde onderneming hebben is nu zelfs wettelijk gemaximeerd tot vijf. Het driedelig grijs, de Wassenaarse tongval en de sigaar zijn niet meer het toegangsbewijs tot de boardroom.

    Maar is dat voldoende? Tien jaar Tabaksblat zijn geen garantie gebleken voor schandaalvrij ochtendblad. De beperking van het aantal commissariaten heeft ook niet kunnen voorkomen dat ABN Amro en SNS Reaal werd genationaliseerd en andere banken en verzekeraars met forse kapitaalinjecties op kosten van de samenleving moesten worden gered. De opkomst van zogenoemd 'professioneel bestuur' heeft ook niet kunnen voorkomen dat we nu naar een parlementaire enquête naar de woningcorporaties kunnen kijken. En kennelijk was die aandacht voor goed ondernemingsbestuur ook niet voldoende om het besef bij een Zorgautoriteit door te laten dringen dat je geen zaken kunt aannemen van ondernemingen die je geacht wordt te controleren.

    Holle frases

    Integriteit en transparantie staan als 'kernwaarden' vaak hoog in de mission statements van ondernemingen en instellingen, maar worden als het erop komt vooral met de mond beleden. Het zijn goedklinkende, maar holle frases. Dat is ook niet zo gek. Terecht wijst De Lange er op dat transparantie kan botsen met andere rechten, zoals dat op privacy, of verantwoord bestuur. Het kan zelfs worden misbruikt. 'Transparantie maakt het begrip integriteit en er niet eenvoudiger op.'

    Ook bij integriteit geldt: gelegenheid maakt de dief

    Niet-integer gedrag is van alle tijden. Hoe dat plaatsheeft wordt bepaald door onder meer cultuur, de mores, persoonlijke omstandigheden (schulden!), frustratie (wraak!) en hebzucht. Ook toeval en organisatorische omstandigheden spelen een rol. Gelegenheid maakt de dief. De deregulering in de financiële sector was niet de oorzaak, maar zette de sluizen voor niet-integer, immoreel en soms ronduit crimineel, gedrag wel wijd open. Een volkshuisvester met een salaris van vijf ton? Voormalig ING-topman Michel Tilmant die de Nederlandse samenleving chanteert door openlijk te dreigen met verhuizing van het hoofdkantoor? Het is gedrag dat in sommige kringen normaal werd ervaren.

    Vijftien openhartige gesprekken

    De eerste van de 15 captains die in 'opvallend openhartige gesprekken' over het thema integriteit aan bod komt is Gerard van de Aast van Imtech. Enkele dagen na zijn aantreden als CEO werd hij geconfronteerd met fraude en een integriteitscrisis van zo'n grote omvang dat het voortbestaan van Imtech op het spel stond.

    Het is een interessante case. Natuurlijk, er was bij Imtech sprake van fraude door dochters in Polen en Duitsland. Maar er bleek veel meer aan de hand. De rot zat dieper, zo constateerde Van de Aast na enkele weken in het pluche.

    Na het financiële puinruimen en het hanteren van bezem, liet Van de Aast zijn werknemers verplicht een integriteitscursus volgen. Zou met zo'n cursus alle narigheid zijn voorkomen? vraagt De Lange. 'Nee, dat was geldverspilling geweest.' Maar nodig was het wel: het was na al het gesodemieter en integriteitskwesties niet uit te leggen geweest om geen cursus te organiseren. 'Bij incidenten helpt maar een ding: smijt die mensen eruit.'

    Bij Imtech was het stellen van kritische vragen niet verboden, maar simpelweg not done

    Cruciaal in het geval Imtech was volgens Van de Aast de toon die de bestuurlijk top van de onderneming zelf had gezet: goed nieuws was welkom, slecht nieuws niet. Imtech was jarenlang een beursfavoriet. Dankzij de hoge beurskoers konden overnames gemakkelijk worden gefinancierd. Het stellen van kritische vragen was niet verboden, maar simpelweg not done. Dat, tezamen met het bestaan van koninkrijkjes in de structuur van de onderneming bleken de ideale voedingsbodem voor een cultuur waarin gebrek niet-integer gedrag zich als een onderhuidse schimmel kon woekeren. Onzichtbaar, maar het lichaam uitterend.

    Integriteit begint aan de top

    Het is een thema dat in meerdere gesprekken terugkeert: de onzichtbaarheid van niet-integer gedrag. 'Het gaat om wat mensen doen, niet om wat ze zeggen,' zegt Pamela Bouwmeester, voormalig topvrouw van NS en supercommissaris. 'Iedereen vindt zichzelf integer.' Ook dat blijkt een probleem bij het signaleren van oneerbaar gedrag: we zien vaak wel de splinter in andermans oog, maar niet de balk in het eigen of dat van de onzen.

    Het belangrijkste inzicht komt van voormalig DSM-topman Peter Elverding: de vis rot altijd aan de kop, niet aan de staart. En hoe streng controle en toezicht ook zijn, het gaat uiteindelijk altijd om gedrag. Elverding zegt: 'Integriteit in een bedrijf begint altijd met het gedrag aan de top. Het eigen gedrag, de opvattingen en de manier van doen zijn doorslaggevend. Hoe netter je als bestuur bent, hoe meer mensen dat ook als norm gaan zien.'

    Met andere woorden: als er niet-integer gedrag in uw bedrijf plaatsheeft, is dat (mede) te danken aan u zelf. U geeft onvoldoende het goede voorbeeld.

    De vraag of er misschien een verband is met Kees Storms eigen integriteit – en waarom hij in vredesnaam nog steeds commissaris is bij Aegon – blijft helaas achterwege

    Dat is nog niet voor tot iedereen doorgedrongen. Een van geïnterviewden is Kees Storm, die als voormalig topman van Aegon direct verantwoordelijk was voor de grootste woekerpolisaffaire van Nederland. Terwijl tienduizenden Nederlanders in de val werden gelokt, verzilverde Storm zijn opties en werd schatrijk. Nooit heeft hij zich daarvoor verontschuldigd of berouw getoond. Aan zichzelf twijfelt hij niet: 'Je kunt fatsoen niet met een kannetje in een mens gieten. (…) Iemand die zo geïnteresseerd is in zijn eigen belang dat hij bereid is schade toe te brengen aan een ander of aan de organisatie waar hij werkt, is niet integer.'

    Als hem uiteindelijk toch nog een vraag over de woekerpolisaffaire wordt gesteld zegt Storm: 'Heel simpel. Ik wist het niet. En dat is niet goed te praten. Als hoogste baas blijf je verantwoordelijk.' Consequenties verbindt Storm daaraan echter niet. De vraag of er misschien een verband is met zijn eigen integriteit – en waarom hij in vredesnaam nog steeds commissaris is bij Aegon – blijft helaas achterwege. Wel krijgt Storm nog even de gelegenheid om de verantwoordelijkheidsbal nog even snel bij de accountant te leggen.

    [Correctie 23 juni 2014: Aegon attendeerde FTM er op dat het commissariaat van de heer Storm intussen in mei is beëindigd. Nadat hij aftrad als voorzitter van de RvB was Storm bij Aegon commissaris van 2002 tot 2014. Volgens de best practices bepalingen van de Code Tabaksblat was hij daarmee aan de maximale termijn van een commissariaat bij een beursgenoteerde vennootschap toegekomen]

    Hinken op twee gedachten

    Ik ben integer, jij bent integer is een leesbaar boek, prima voor enkele uren verpozing in het vliegtuig. Helaas zijn niet alle gesprekken even scherp of boeiend. Wie op zoek is naar interessante onthullingen, pikante board room gossip of briljante vergezichten komt niet aan zijn trekken. Door de vorm – 15 interviews achter elkaar – kabbelt het af en toe wat. Bij enkele captains vraag je je af om welke reden ze zijn geselecteerd voor dit thema. Een aantal van de geïnterviewden geeft af op de journalistiek. Zo verklaart Peter Wakkie de roep om meer integriteit als volgt: 'Het komt door jullie journalisten. Elke dag staat er iets over integriteit in de krant. Alles wordt geduwd in het malletje wel of niet integer. (…) Het is zinloos, want geen eenduidig begrip.' Maar bij die constatering blijft het.

    In de slothoofdstukken wordt alles nog eens samengevat en trekken de auteurs de belangrijkste lessen. Als in een cursusboek. Valkuilen en valschermen worden keurig benoemd, punt voor punt. Het is niet slecht of onzinnig, maar weinig opzienbarend. De Lange en vooral zijn partner Ten Wolde trekken vele conclusies, maar een Conclusie of Leidende Gedachte ontbreekt.

    Ook komt de affaire rond Ten Wolde zelf nog ter sprake. Hij is berispt door de Accountantskamer en voor de oppervlakkig observerende buitenwereld deugt hij ineens niet meer. De Lange beschrijft zijn eigen twijfels over de samenwerking met de omstreden accountant, hekelt de argwaan bij de collega's van de krant en voert discussies met Ten Wolde over diens vak en de dilemma's die daarbij komen kijken.

    Het is allemaal goed bedoeld, maar alleen voor fijnproevers en/of  fijnslijpers interessant genoeg om de aandacht vast te houden. Ik vond die meta-analyse ronduit langdradig. Het gegeven valt ook buiten het thema van het boek. Dat geldt ook voor het laatste hoofdstuk over de rol van de journalistiek. De discussie die Ten Wolde met De Lange voert over het begrip 'kwaliteitsjournalistiek' wil maar niet boeien. Er worden keihard wijd openstaande deuren ingetrapt.

    Het boek hinkt uiteindelijk op twee gedachten: het wil zowel journalistiek zijn als de lezer praktische handvatten bieden om de integriteit van zijn organisatie te bewaken en integriteitsvraagstukken op te lossen. Een scherpere en kritische eindredactie had hier heilzaam werk kunnen verrichten.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Arne van der Wal

    Gevolgd door 689 leden

    Mede-oprichter van FTM. Is gek op digitale technologie, maar koestert analoge techniek. Beoefent wing chun kungfu.

    Volg Arne van der Wal
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren