Het aantal melkgeiten blijft toenemen, ook al veroorzaakt de intensieve geitenhouderij longontsteking bij omwonenden.
Coronacrisis

De coronapandemie zet de wereld op zijn kop. Wie betaalt de rekening? En wie profiteert? Lees meer

Het virus SARS-CoV-2, beter bekend als het coronavirus, dook eind 2019 op in de Chinese provincie Hubei. In een paar weken tijd veroorzaakte het virus daar een epidemie, waarna het zich over de rest van de wereld verspreidde. Begin maart 2020 verklaarde de World Health Organisation de ziekte tot een pandemie en gingen landen wereldwijd 'op slot'.

Al met al is met het coronavirus een crisis van historische proporties ontstaan. De gevolgen van deze crisis zijn nog grotendeels onbekend. Maar de maatregelen die we nu nemen, zullen bepalen hoe de samenleving van de toekomst eruitziet. Daarom volgt de redactie van FTM de ontwikkelingen op de voet. Welke oplossingen dienen welke belangen?

173 Artikelen

Het aantal melkgeiten blijft toenemen, ook al veroorzaakt de intensieve geitenhouderij longontsteking bij omwonenden. © ANP/Rob Engelaar

Groei intensieve veehouderij leidt tot nieuwe dier-op-mens-ziekten

Covid-19 dwingt de wereld opnieuw te kijken naar een al ouder maar groeiend probleem: zoönosen, ziekten die overgaan van dier op mens. Wetenschappers verwachten dat van elke vier nieuw opkomende ziekten er drie van dierlijke oorsprong zullen zijn. Nederland lijkt er nu al met een te maken te hebben: een nieuwe ziekteverwekker afkomstig uit – alweer – de intensieve geitenhouderij.

Er komen steeds meer geiten bij, ook al staat vast dat rond geitenboerderijen meer longontsteking voorkomt dan elders. RIVM-expert Joke van der Giessen vermoedt dat het gaat om weer een nieuwe zoönose, een ziekte die net als Q-koorts en Covid-19 van dieren op mensen kan overspringen. In Nederland wonen 1,7 miljoen mensen in de buurt van een geitenhouderij – zij staan hierdoor bloot aan een extra gezondheidsrisico.

Het probleem is ernstig genoeg voor een strikte richtlijn, vinden de GGD’s. In een cirkel van twee kilometer rond elk geitenbedrijf mogen geen nieuwe woningen, scholen of ziekenhuizen meer worden gebouwd. Maar dat is een richtlijn, gemeenten hoeven zich er niet aan te houden. Strikte toepassing zou een onbekend aantal gemeentelijke bouwplannen van tafel vegen, of het uitkopen van geitenboeren vereisen. 

22.500 extra geiten

Sinds 2017 gelden er vestigings- en uitbreidingsverboden (geitenstops) en kregen de meeste bedrijven al geen vergunning meer om te groeien. Jos Tolboom, landelijk voorzitter van de geitenhouders, zit hierdoor met zijn eigen bedrijf al jaren klem. Een stal waarin asbest is verwerkt kan hij niet vernieuwen (slopen mag wel). En met de bebouwde kom van Amersfoort op minder dan twee kilometer afstand zit uitbreiding er ook niet meer in. Hij wil dan ook dat er zo snel mogelijk duidelijkheid komt over de relatie tussen geiten en longontsteking bij mensen: ‘Zoek zo diep mogelijk naar die speld in de hooiberg.’ Als die duidelijkheid er is, kunnen technische maatregelen het risico misschien wegnemen, hoopt Tolboom. Dan kan zijn geitenhouderij verder groeien.

Het is de overheid in elk geval niet gelukt om het aantal geiten in te perken. Ook in 2020 kwamen er weer dieren bij, net als in de jaren daarvoor. Het CBS telde 22.500 geiten extra, 4 procent meer dan in 2019. Geitenbedrijven groeien overal in het land, want in provincies met een ‘stop’ zit nog altijd onbenutte ruimte in eerder afgegeven vergunningen.

Veel fouten die destijds zijn gesignaleerd, lijken zich in de bestrijding van corona te herhalen

De bedrijfstak ligt sinds 2007 onder het vergrootglas vanwege gezondheidsrisico’s, waarvan Q-koorts de bekendste is. Een bacterie – coxiella burnetii – uit geitenstallen zorgde voor een epidemie in Brabant die zich door een trage reactie van de gezondheidsautoriteiten kon uitbreiden in de rest van het land. 50.000 mensen raakten met Q-koorts besmet. Zeker 4000 mensen werden ziek, deels met levenslange gevolgen, en 95 patiënten overleefden de ziekte niet.

De risico’s van intensieve veehouderij kwamen vorig jaar opnieuw onder de aandacht door Covid-19. Dit keer is het een virus (SARS-Cov-2) dat hoogstwaarschijnlijk op markten voor wilde dieren op mensen oversprong en dat sindsdien van mensen op mensen overgaat. Met Q-koorts besmette personen kunnen de bacterie niet aan anderen overdragen.

In een tiendelige serie analyseerde Follow the Money de Q-koorts-epidemie en constateerde dat er lang niet voldoende van is geleerd. Veel fouten die destijds in allerlei reconstructies zijn gesignaleerd, lijken zich in de bestrijding van het coronavirus te herhalen. 

Paracetamol, antibiotica, uitzieken 

Hoewel Q-koorts inmiddels door verplichte vaccinatie van de dieren onder controle lijkt, blijft de intensieve geitenhouderij meer dan gemiddeld longontsteking veroorzaken bij de mensen die eromheen wonen – maar waardoor precies?

Ondanks jaren van studie is dat nog onduidelijk. Ook het langlopende onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden, gecoördineerd door het RIVM, biedt weinig houvast. Dat komt omdat het zich baseert op gegevens van huisartsenpraktijken over aantallen longontsteking. De wetenschappers zien geen patiënten en evenmin hun dossiers. Maar ze zien wel een statistisch verband tussen de hoeveelheid longontstekingen en de nabijheid van ten minste één boerderij met vijftig of meer geiten.

Lastig is ook dat huisartsen nauwelijks medische details kennen van deze longontstekingen. Ze behandelen hun patiënten volgens de standaarden: paracetamol tegen de pijn, antibiotica voor de zekerheid en uitzieken. Naar de precieze oorzaak van de longontsteking zoekt de huisarts niet, dat heeft voor de genezing geen nut. De infectie kan worden veroorzaakt door virussen of bacteriën en nauwkeurig laboratoriumonderzoek neemt meer tijd in beslag dan de genezing van de gemiddelde patiënt.


Joke van der Giessen, RIVM-microbioloog

"Onze hypothese is dat het kan gaan om een nieuwe zoönose"

Onder aanvoering van het RIVM is daarom in 2020 begonnen met een vervolgonderzoek. Hierin krijgen 800 omwonenden van geitenboerderijen met longontsteking juist wel zo’n microbiologisch onderzoek, zegt Joke van der Giessen, microbioloog en gespecialiseerd in dierziekten. 

Het onderzoeksteam brengt van alle longontstekingen in de omgeving van geitenhouderijen de oorzaak van de infectie in kaart en pluist ook oude ziekenhuisgegevens uit. Wat is het dat de patiënt ziek maakt?

En de conditie van honderd geitenhouders wordt in de gaten gehouden. Zij staan meer dan ieder ander bloot aan bacillen die zich thuisvoelen bij geiten. Wat is het effect op de beroepsgroep? Wat doet het verwerken van geitenmest met de gezondheid van de boer? In de omgeving van geitenstallen komen ‘snuffelpalen’ om te meten of daar ook ziekteverwekkers te vinden zijn.

Volgens planning zou dit onderzoek eind 2022 afgerond moeten zijn, maar ook hier gooit corona roet in het eten. Over de uitkomst valt alleen nog te speculeren, zegt Van der Giessen. Maar vooralsnog zoekt zij de oorzaak van de toename van het aantal longontstekingen bij een nog onbekende zoönose. De ziekteverwekker moet zich namelijk welhaast schuilhouden in de geiten, vermoedt ze, net zoals de Q-koortsbacterie. Maar Q-koorts komt momenteel vrijwel niet voor. En er zijn nauwelijks aanwijzingen voor een relatie tussen de longontstekingen en het fijnstof uit de stallen. ‘Onze hypothese is dat het kan gaan om een nieuwe zoönose, maar we weten het niet.’

Het fatale duwtje

Longontsteking is meestal goed te behandelen en een gezond iemand heeft er weinig van te vrezen. Maar net als bij corona – en helemaal in combinatie met corona – kan de infectie het fatale duwtje zijn voor ouderen, ‘kwetsbare’ mensen en patiënten met bijkomende of onderliggende aandoeningen. 

Er is dan ook alle reden om de relatie tussen grote geitenboerderijen en longontsteking verder te onderzoeken, stelt het meest recente wetenschappelijke rapport: ‘Het gaat om een kleine toename van het risico. Maar omdat het veel mensen betreft, gaat het om een aanzienlijk gezondheidseffect. In Utrecht, Gelderland en Overijssel komt dit neer op 10 tot 50 patiënten met longontsteking per 100.000 inwoners per jaar door geitenhouderijen tot op een woonafstand van ongeveer twee kilometer.’

Onder de 1,7 miljoen omwonenden van geitenhouderijen zijn er jaarlijks 170 tot 850 meer longontstekingen dan elders

Follow the Money onderzocht vorig jaar hoeveel mensen rond een geitenboerderij wonen en in welke gebieden de risico’s het grootst zijn. Doordat alleen Gelderland betrouwbare openbare gegevens heeft van de locaties en vergunningen van geitenbedrijven maakten we met datajournalisten van LocalFocus uitsluitend voor die provincie een risicokaart. We vonden daarmee circa 375.000 mensen op een afstand van twee kilometer of korter van een geitenhouderij. Eén op de zes inwoners van Gelderland. 

Het RIVM, dat voor wetenschappelijk onderzoek wel kan beschikken over de adresgegevens van geitenbedrijven, berekende dat in heel Nederland 1,7 miljoen mensen wonen binnen een cirkel van twee kilometer rond een geitenboerderij. Daarvan krijgt jaarlijks 0,7 tot 3,5 procent (170 tot 850 mensen) extra een longontsteking, veroorzaakt door de nabijheid van geiten. Een ‘aanzienlijk gezondheidseffect’, vinden de wetenschappers.

De Dierenbescherming en het onthoornen van geiten

Het leven van de Nederlandse geit werd in januari in beeld gebracht in het tv-programma De Keuringsdienst van Waarde: opeengepakt in stallen, als lammetje verdoofd en met een brander behandeld zodat er geen hoorns gaan groeien – een praktijk die in Duitsland bij wet verboden is. In het tv-programma vindt de geïnterviewde boer dit onthoornen handig, maar vooral in het belang van de geiten zelf. Dan kunnen ze elkaar niet verwonden als ze al staan te dringen rond het voer.

De sector schermt met een vrolijke campagne om zijn geitenkaas en -melk aan de man te brengen en beschikt over een eigen keurmerk Kwaligeit, waarvoor ook de leefomstandigheden worden meegewogen. Maar Beter Leven van de Dierenbescherming laat de sector buiten beschouwing: geen sterren voor geitenzuivel en geitenvlees. 

Maar daar mag de consument geen consequenties aan verbinden, zegt de Dierenbescherming. Dat Beter Leven-keurmerk is nog in opbouw. Vleeskuikens en varkens waren in 2007 als eerste aan de beurt en daarna runderen. Voor konijnen en kalkoenen zijn er criteria op verzoek van de bedrijven. Voor geiten nog niet want ‘vanuit de sector ligt zo’n verzoek er nog niet.’ 

Het onthoornen hoeft geen belemmering te zijn; dat is wettelijk toegestaan bij melkkoeien en ook biologische bedrijven verrichten de ingreep. En bij kalkoenen met het Beter Leven-keurmerk wordt de snavel verwijderd, eveneens om de gevolgen van agressief gedrag tegen te gaan. De Dierenbescherming: ‘Zo’n keurmerk evolueert ook, we kijken bijvoorbeeld naar andere stalsystemen. En het is ook denkbaar dat sommige soorten niet geschikt zijn om te houden als productiedier.’

Lees verder Inklappen

De ziekte Q-koorts lijkt onder controle sinds in 2009 een jaarlijkse geitenvaccinatie is ingevoerd. Toch is de bacterie coxiella burnetii nog overal te vinden, in kleine knaagdieren in het wild bijvoorbeeld en in de bodem.En ondanks het vaccin kunnen geiten er nog steeds mee besmet zijn – ook al hebben ze geen ziekteverschijnselen, de bacterie is dan wel aantoonbaar in hun uitwerpselen. 

‘Wolk’ van Q-koortsbacteriën 

Het risico voor mensen is beperkt. Zolang er tenminste geen ‘wolk’ van bacteriën rond het bedrijf hangt. Daarom gelden er regels voor de verwerking van geitenmest, die moet eerst dertig dagen op het bedrijf composteren of goed afgedekt worden vervoerd naar een mestverwerker. 

Toch doen zich nog altijd tien tot twintig gevallen van Q-koorts per jaar voor, op verschillende locaties in Nederland en vrijwel alleen bij mensen die beroepsmatig veel met geiten in contact komen. Dat wijst erop dat de bacterie nog altijd sluimert en in meerdere kuddes aanwezig is. Mede daarom houdt de overheid vast aan de vaccinatieplicht en aan het controleren van geitenmelk

Jaarlijks zou 10 procent van de ruim vierhonderd professionele geitenhouderijen een inspecteur over de vloer moeten krijgen. In 2019 waren er 27 inspecties, iets minder dan 7 procent. Bovendien waren de resultaten niet om over naar huis te schrijven. De 27 boeren waren geselecteerd omdat hun vaccinatieboekhouding niet op orde was, en 25 van hen kregen dan ook een tik op de vingers waarna de situatie – volgens de NVWA – verbeterde. Een latere herinspectie leverde nog steeds één overtreder op, die een schriftelijke waarschuwing kreeg.

Bij dergelijk ‘risicogericht’ toezicht krijgen bedrijven met een ordelijke administratie geen inspecteur op bezoek, zolang hun melk maar geen tekenen van coxiella burnetii vertoont. Die melk wordt elke vier weken gecontroleerd, met één uitzondering: een boer met gewetensbezwaren tegen vaccineren op de Utrechtse Heuvelrug. Hij moet elke twee weken een melkmonster inleveren. De kosten van de zogeheten tankmelkmonitoring zijn overigens voor de belastingbetaler, vanwege de wettelijke verplichting.

De resultaten zijn geen verrassing – het effect van boetes en waarschuwingen is steeds beperkt

De NVWA inspecteert jaarlijks ook maximaal 10 procent van alle hobbyboeren, zorgboerderijen en kinderboerderijen. In 2019 waren er 87 van dit type inspecties. Twaalf van deze boeren hadden hun geiten niet gevaccineerd en elf keer was de verplichte herhaalprik niet op tijd toegediend. Ook hier vonden de inspecteurs een reeks administratieve tekortkomingen. Gevolg: veertien boetes en veertig schriftelijke waarschuwingen. De NVWA besloot hierop beter te gaan communiceren over de vaccinatieplicht.

De resultaten zijn geen verrassing. Het effect van boetes en waarschuwingen is steeds beperkt. In 2020 is het toezicht bovendien nog minder intensief geworden als gevolg van de coronapandemie. Inspecteurs mochten minder op bedrijfsbezoek waardoor de controle, in de woorden van de NVWA, ‘deels administratief is ingeregeld.’ De resultaten worden later dit jaar bekendgemaakt, maar er is weinig reden om te verwachten dat het naleven van de vaccinatieregels is verbeterd. 

Geitenboer Jos Tolboom, tevens voorzitter van de vakgroep melkgeitenhouderij van landbouworganisatie LTO Nederland, heeft andere zorgen. Hij voorziet dat de groei van de sector binnenkort tot staan komt, terwijl hij en zijn collega’s liever uitbreiden en met nieuwe producten komen.

Tolboom is een sterke voorstander van verder onderzoek naar de oorzaak van de extra longontstekingen rondom geitenhouderijen. Zijn redenering: als we weten wat het probleem is, kunnen de boeren extra maatregelen nemen om omwonenden te beschermen en toch met hun uitbreidingsplannen aan de slag.

De gezondheidsexperts kiezen voor het voorzorgsprincipe: gezien het risico adviseert de jongste GGD-richtlijn ten minste twee kilometer afstand tussen een geitenhouderij en bebouwing met een ‘gevoelige bestemming’. Voor runderen, varkens en pluimvee geldt een minimale afstand van 250 meter of maximaal vijftien veehouderijen in een cirkel van een kilometer. 

Achterin de richtlijn staan kaartjes die laten zien wat de ruimtelijke gevolgen zijn van 12 miljoen varkens, 101 miljoen kippen en 4 miljoen runderen: de intensieve veehouderij is overal. Er zijn evenwel nog geen 600.000 geiten in Nederland. De geitenhouders zien op de kaartjes daarom nog volop ruimte voor groei van hun sector.

Bert Brunninkhuis, voorzitter van de patiëntenorganisatie Q-uestion, begrijpt er niks van. Nog altijd maken geiten mensen ziek, en toch proberen de boeren uit te breiden in plaats van hun veestapel in te krimpen. ‘De Q-koortsepidemie en de covidpandemie zijn blijkbaar nog niet ingrijpend genoeg.’