Internationale belastingen: concurrentie of oorlog? [interview]

  • Test..... rechte moet zijn recht
  • Corpocratië. De volgende Mussolini koopt zijn uniform op Bond street.

Willen we belastingontwijking door multinationals tegengaan, dan moeten de regels veranderen. Maar hoe? Christaan Vos spreekt erover met John Christensen, directeur van de a-politieke, activistische denktank Tax Justice Network. Die spreekt over een 'belastingoorlog' - en over hoe we die moeten voeren: 'Zorg voor betere regels en de ethiek volgt vanzelf.'

De afgelopen tijd heb ik voor Follow the Money in verschillende columns  geschreven over internationale belastingplanning en over hoe de politiek, de multinationals, de belastingadviesindustrie en het publiek daarop reageren. Multinationals worden beschuldigd van agressieve belastingplanning. Ook al is niet duidelijk wat dat precies is, toch verdedigen multinationals zich tegen dat beeld. Ze verschuilen zich achter de wet. Ze volgen ‘slechts’ de regels, zeggen ze.

Dat is hooguit ten dele waar, maar goed, we moeten dus wel de wetten en regels aanpassen. De Europese Commissie lanceerde twee weken geleden een plan op Europees niveau. Een nieuwe richtlijn die schadelijke belastingplanning en schadelijke belastingconcurrentie tussen staten moet stoppen. In mijn voorgaande column heb ik betoogd waarom de voorstellen van de commissie niet effectief zullen blijken en waarschijnlijk alleen leiden tot meer schadelijke belastingconcurrentie tussen staten, met verder dalende belastingopbrengsten. En ik ben niet de enige die die voorstellen niks vindt.

'Vermaledijde' EU-acties

De dag nadat de Commissie haar plannen had gepresenteerd, kreeg Brussel namelijk ‘hoog’ bezoek vanuit de VS. Bob Stack, the Deputy Assistant Secretary die in de VS verantwoordelijk is voor alles wat met internationale belastingen te maken heeft, kwam met spoed langs in Brussel. De plannen van de Europese Commissie zijn de VS in het verkeerde keelgat geschoten en de VS wilden direct zeer nadrukkelijk daartegen protesteren. Vandaar het ongebruikelijke bezoek. Bob Stack verklaarde dat de plannen van de EU gericht zijn op vermogen dat belastingtechnisch aan de VS toekomt. De voorstellen zijn zonder rechtvaardiging een directe aanval op de belangen van Amerikaanse bedrijven, aldus de Amerikanen.

Bob Stack veegt ook de ‘vermaledijde’ EU-acties vanwege verboden staatssteun van tafel. U weet wel, Starbucks die van Brussel mogelijk fiscaal voordeel moet terug betalen aan Nederland. In de ogen van de VS is dit het achteraf wijzigen van de spelregels. En dat gaat ten koste van de Amerikaanse schatkist, want de terug te betalen bedragen wegens verboden staatssteun zijn in Amerika waarschijnlijk af te trekken van de winstbelasting: 'If so, US taxpayers would end up footing the bill for state aid settlements'. Aldus Bob Stack.

Hoe moeten we hiernaar kijken? Is dit een gewone discussie tussen de VS en de EU, een fair potje touwtrekken over wie waarover belasting mag heffen, of is het meer een ordinair gevecht: ‘blijf met je fikken van mijn spullen af, dat is mijn belastinggeld!’? Is het gezonde belastingconcurrentie waarvan elke staat profiteert, of is het een destructieve belastingoorlog waar staten en burgers het onvermijdelijke slachtoffer van zullen worden? Ik weet het niet zo gauw, misschien is het ook wel niet zo zwart/wit.

Is het gezonde belastingconcurrentie, of een destructieve belastingoorlog waar staten en burgers het slachtoffer van worden?

Ik moest hier dan ook echt eens over praten met John Christensen, directeur en een van de oprichters van Tax Justice Network. Een onafhankelijk internationaal opererend netwerk dat tot doel heeft ‘to change the weather’ rondom allerlei issues inzake belastingen, belastingparadijzen en financiële globalisering in het algemeen. Tax Justice Network voedt de discussie met diepgaande analyses en pragmatische voorstellen voor verandering. En waarom dan dit interview? Nou, Tax Justice Network spreekt nadrukkelijk over belastingoorlog, niet over belastingconcurrentie. Ik vroeg me af waarom. Laten we dat eens aan John Christensen vragen.

 

Waarom 'belastingoorlog' en niet 'belastingconcurrentie'?

'Ten eerste, de term concurrentie heeft een ideologische dimensie. Met dit woordgebruik plaats je de discussie direct in een bepaald daglicht. Een positief daglicht, want de ideologische aanname is dat concurrentie altijd goed is. Die aanname stel ik ter discussie. Is belastingconcurrentie legitiem? Hoe werkt belastingconcurrentie tussen staten? Concurreren ze eigenlijk wel met elkaar? In hoeverre concurreert China met Bolivia? De VS met Pakistan? Is dit een olympische race? Waarvoor strijden ze? Of maken we te gemakkelijk gebruik van termen uit het bedrijfsleven en plakken we die op het handelen van staten? Wie zou er dan voordeel kunnen hebben van deze zogenaamde belastingconcurrentie? In een wereld waar kapitaal zeer mobiel is, faciliteren staten investeringen met subsidies en belastingvoordelen. Uiteindelijk winnen daardoor alleen investeerders bij belastingconcurrentie. Het stimuleert geen duurzame ontwikkelingen.'


John Christensen

"Uiteindelijk winnen daardoor alleen investeerders bij belastingconcurrentie. Het stimuleert geen duurzame ontwikkelingen."

 

Oké, slechte concurrentie dus. Maar oorlog?

'De term oorlog wordt in verschillende contexten gebruikt om economisch handelen van staten te duiden. We spreken over handelsoorlogen, tariefoorlogen etcetera. De term oorlog duikt telkens op als de ene staat voor zichzelf gunstige maatregelen treft die voor een andere staat nadelig zijn, die een andere staat schade berokkent. In het economische en politieke veld is het dan ook een erkende term.'

Zeker, maar is dit niet ook het bewust framen van de discussie? De term oorlog roept voor mij het beeld op van slachtoffers, een beeld dat wet en recht verloren hebben en dat er niet meer gepraat wordt. Is het zo erg? Hebben de schadelijke gevolgen van belastingconcurrentie oorlogsproporties?

'De manier waarop we nu naar soevereiniteit van staten kijken is het Westfalense model, wat er op neer komt dat staten zich niet met elkaars interne aangelegenheden bemoeien. Dat maakt het voor staten als de VS, het Verenigd Koninkrijk, Nederland of Ierland, veel te gemakkelijk om te stellen dat ze ook geen verplichtingen hebben jegens andere staten en dat het legitiem is je eigen economische problemen op te lossen door te parasiteren op de economieën van andere staten. Dat is wat er gebeurt. In toenemende mate wordt dan ook erkend dat belastingpolitiek van de ene staat schadelijk kan zijn voor een andere staat.

In een wereld van onbeperkte belastingconcurrentie, stroomt kapitaal niet langer naar waar het het meest productief is, naar waar werkelijk geproduceerd wordt, maar kapitaal stroomt naar waar het het meest winstgevend is, ná belastingen. In een dergelijke wereld wordt het opzoeken van belastingvoordelen en subsidies gestimuleerd en wordt free-riding op publieke voorzieningen in de hand gewerkt.'

De kern van rechtvaardige belastingen is dat democratische staten het recht én de plicht hebben om belasting te heffen

'De kern van rechtvaardige belastingen is dat democratische staten het recht én de plicht hebben om belasting te heffen. Als je in een democratisch land wilt wonen of als bedrijf actief wilt zijn en gebruik wilt maken van de geboden kwaliteiten van dat land, inclusief de rechtstaat, dan kun je jezelf niet eenzijdig onttrekken aan het sociale contract tussen de staat en haar burgers.

Ondernemingen hebben die staat ook nodig om te kunnen bestaan, ze zijn geen natuurverschijnsel, maar worden mogelijk gemaakt door wetgeving. De staat verleent ondernemingen belangrijke privileges, zoals beperking van aansprakelijkheid. Nuttige privileges, zeker, want grote ondernemingen dienen ook het publieke belang. Maar, als die ondernemingen zich dan proberen te onttrekken aan de met die privileges komende verantwoordelijkheden richting de gemeenschap, dan hebben we het volste rechte die privileges weer in te trekken.'

De natiestaat is waarschijnlijk de grootst mogelijke eenheid om een zekere mate van democratie te hebben

'De natiestaat is waarschijnlijk de grootst mogelijke eenheid om een zekere mate van democratie te hebben. Daarom moet, in een wereld met zeer mobiel kapitaal, de fiscale soevereiniteit van individuele staten beschermd worden. Het is veel te gemakkelijk voor multinationals om hun winsten te verschuiven naar belastingparadijzen. In plaats van met elkaar te concurreren, wat fundamenteel ondemocratisch is, moeten staten op belastinggebied samenwerken.

Maar dat doen ze niet, ze voeren belastingoorlogen die zullen leiden tot een gesubsidieerde vorm van kapitalisme: ‘the corporate welfare state’. Terwijl we met de dag de ongelijkheid in de wereld kunnen zien toenemen, mede door degressieve belastingstelsels die het gevolg zijn van de toegenomen belastingconcurrentie, koersen we onvermijdelijk aan op een corporatief staatsmodel, een fascistische staat naar het model van Mussolini, een staat waarin de belangen van de grote ondernemingen en dat van de staat zijn samengesmolten.'

Dus als ik het goed begrijp, staat de democratie op het spel en zijn de natiestaat en haar burgers de slachtoffers van deze belastingoorlogen. Geen verdere concurrentie, maar juist meer samenwerking is nodig. Is dat niet precies wat de OESO met het BEPS project probeert te realiseren?

'Helaas niet, want in de praktijk wordt de OESO gedomineerd door de ‘leading’ belastingparadijzen zoals de VS, het VK, Zwitserland, Nederland en Ierland, die hun invloed aanwenden om de BEPS plannen (gericht tegen winstverschuiving en grondslaguitholling, red). te laten aansluiten bij hun nationale belangen. Op het gebied van belastingen heeft de OESO eerder laten zien zich uiteindelijk te richten naar de belangen van haar lidstaten. Neem als voorbeeld het ‘harmful tax competition ’-initiatief. Dit initiatief werd sterk afgezwakt na interventie door het Witte Huis onder George W. Bush. Ook werd de naam gewijzigd naar ‘harmful tax practices’, waarmee de neo-liberale ideologische kaart werd gespeeld. Want hoe zou ‘competition’ ook ‘harmful’ kunnen zijn?'

Maar het gaat niet alleen om belastingen. Bedrijven zoeken ook anderszins de voordeligste wet- en regelgeving op.  Staten concurreren ook met het arbeidsrecht, met het milieurecht, met de bescherming van intellectuele eigendom. Zijn dat ook oorlogen?

'We leven in een periode van ‘deep state capture’: staten lopen aan de leiband van bedrijven. We hoeven maar te kijken naar de machtsverhoudingen tussen bijvoorbeeld de grote banken, of grote accountantsorganisaties en de politiek, zowel in de VS als in de EU. Grote multinationals zijn politiek zeer effectief in het terugdringen van regulering en het veilig stellen van specifieke belastingvoordelen. Een voorbeeld hiervan in het VK is HSBC, een grote internationale bank. HSBC is onderzocht op witwaspraktijken en het actief helpen van cliënten om belasting te ontduiken, via hun Zwitserse filialen. Door geregeld te dreigen met een vertrek van het hoofdkantoor uit Londen, hebben ze meermaals met succes strengere regulering of hogere belastingen weten tegen te houden.'

Waardoor faalt de soevereine natiestaat?

'Er is niet slechts één oorzaak aan te wijzen, wel een heel scala aan factoren, zoals de draaideurcarrières waardoor staat en bedrijfsleven zich vermengen, de verzwakte onderzoeksjournalistiek, de financiering van politieke partijen en gelieerde organisaties waarmee belangen van bedrijven worden gediend: al dit soort factoren leiden tot ‘state capture’. De draaideur gaat twee kanten op. Politici verruilen hun positie voor een baan bij bedrijven die ze een profiel hebben gegeven met hun politieke werk. We zien ook een constante stroom van financieel specialisten, uit de City of van Wall Street, die bij ministeries van financiën gaan werken om na gunstige regels ingevoerd te hebben het bedrijfsleven weer in te gaan.'

'Belastingen vormen een fundamenteel onderdeel van een democratische regering, toch heeft de meerderheid van de burgers slechts een vaag begrip van de functie en het belang van goede belastingheffing. Deels komt dat door tekort schietend onderwijs; aan belastingen wordt op scholen nauwelijks aandacht besteed. 

Als het publiek werkelijk zou weten hoeveel invloed deze draaideurcarrières hebben of hoe vergaand partijfinanciering de politieke realiteit bepaalt, een realiteit van preferentiële deals met grote bedrijven, dan zouden we veel meer verzet zien tegen wat de meeste mensen terecht zullen betitelen als de vergaande corruptie van onze democratie. Gelukkig zien we wel steeds meer publieke verontwaardiging, bijvoorbeeld over schimmige belastingdeals tussen Luxemburg en PriceWaterhouseCoopers.'

Helaas zijn kritische belasting- en accountancyspecialisten zeer dun gezaaid

'De internationale media hebben hier een sleutelrol vervuld, door extensief over deze geheime deals te publiceren. Wat we vooral missen is een geëngageerd en kritisch academisch veld: onderzoek kan juist een heel belangrijke rol spelen, helaas zijn kritische belasting- en accountancyspecialisten zeer dun gezaaid.'

Het publiek slaat terug met een moreel debat. Bedrijven worden van immoreel handelen beschuldigd. Er lijkt behoefte te zijn aan meer ethiek in de sector van het belastingadvies. Maar, zo vraag ik me af, hoe kan een soevereine staat functioneren als zij voor de belastingopbrengsten afhankelijk is van de ethiek van individuele bedrijven en hun adviseurs?

'Ethiek en integriteit zijn cruciaal omdat sociale verhoudingen nu eenmaal draaien om vertrouwen. Professionals als accountants, fiscalisten, advocaten en bankiers spelen een cruciale rol in de samenleving. Accountants hebben van staatswege een monopolie gekregen op de controle van jaarrekeningen. Dat is een publiek belang. Helaas, te vaak stellen accountingorganisaties, bankiers en fiscalisten het belang van hun klanten boven het publieke belang. Ze zien geen bezwaar in het marketen en verkopen van fiscale trucs, ook al zouden die extreme trucs in feite illegaal zijn. Zolang het niet tot een rechterlijke uitspraak komt… Belastingadviseurs hebben het vertrouwen en het respect van het publiek verloren en hun beroepsorganisaties zijn nalatig geweest bij het aanbieden van ethische richtlijnen voor de praktijkuitoefening. 

Veel van dit onethische gedrag is direct te herleiden tot het onvermogen om mondiale regels tegen belastingontduiking en -vermijding te maken. Hierdoor leven we in een wereld vol fiscale ontsnappingsroutes. Ik vergelijk het graag met voetbal. Een voetbalwedstrijd zonder spelregels, eindigt in een veldslag. Gelukkig zijn er strikte regels in het voetbal en als er ook goede scheidsrechter zijn, heb je waarschijnlijk een goede wedstrijd. Als de scheidsrechters zwak zijn, heb je waarschijnlijk een slechte wedstrijd.

Als de huidige globalisering ingebed was in effectieve mondiale belastingregels, bijvoorbeeld door multinationals als één bedrijf te belasten, dan zouden er nu niet zoveel fiscale sluiproutes zijn. Ons probleem is hoofdzakelijk het tegenovergestelde uitgangspunt van de OESO, namelijk dat multinationals gezien moeten worden als een cluster van bedrijven die allemaal onafhankelijk zaken doen met elkaar en allemaal zelfstandig belast moeten worden. Niets is minder waar, maar dit superonpraktische principe heeft de sector van het belastingadvies vergaand aangemoedigd om steeds twijfelachtigere fiscale structuren op te tuigen. 

'Zorg voor betere regels en de ethiek volgt vanzelf'

De slechte regels hebbend de ethiek van een gehele beroepsgroep ondermijnd. Zorg voor betere regels en de ethiek volgt vanzelf.'

Dat lijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Hoe zou een internationaal belastingsysteem met goede regels er dan uit zien volgens Tax Justice Network? Wat is dé oplossing?

'Tax Justice Network claimt niet één oplossing te hebben. Het netwerk is pluralistisch van aard, dus er zijn ook verschillende ideeën. We doen geregeld praktische voorstellen. Helaas worden die vaak, naar later is gebleken, ten onrechte als utopisch weg gezet.

Een mooi voorbeeld is onze roep, sinds 2003, voor automatische informatie-uitwisseling, als alternatief voor het OESO-model dat alleen uitwisseling van informatie op verzoek kent. Nog recent, in mei 2012, werden onze voorstellen hiervoor door OESO officials weggehoond als volstrek onrealistisch. Maar, in november van datzelfde jaar vroeg Manmohan Singh, toenmalig premier van India, ook om automatische informatie-uitwisseling. De politieke dynamiek veranderde plotsklaps en inmiddels is automatische informatie-uitwisseling de nieuwe standaard. Dus wat in mei 2012 utopisch was, werd in november 2012 realiteit. Onze voorstellen voor ‘country by country reporting’ hebben eenzelfde pad gevolgd. Ook deze droom van Tax Justice Network lijkt nu werkelijkheid te gaan worden.

In het algemeen is er binnen Tax Justice Network een breed draagvlak voor één belastingheffing voor multinationals dat uitstijgt boven de natiestaat en multinationals als één onderneming belast. Winstverschuivingen, zoals onder het huidige OESO principe, is dan niet meer mogelijk. De geheven belasting dient daarna aan de verschillende landen te worden toegerekend op basis van de werkelijke economische activiteit.'

Naar mijn mening is een dergelijke ‘wereldbelasting’ toch echt wel utopisch. Ik zie het niet gebeuren dat China of Rusland, evenmin de VS of het VK, hun belastingsoevereinteit overhevelen naar een internationaal orgaan, zoals misschien de VN. Een internationaal orgaan dat dan alle multinationals moet gaan belasten en de opbrengst gaan verdelen over de verschillende landen. Wat voor effect kan deze suggestie in de echte wereld hebben?

'John Gapper, van de Financial Times, schreef onlangs dat de wereld, indien we blijvend niet in staat zijn op een evenwichtige manier multinationals te belasten, dat onze fiscale toekomst er dan een van voortdurende belastingoorlogen zal zijn. En hij heeft gelijk. De situatie wordt steeds nijpender en Tax Justice Network is van mening dat de burger een belangrijke rol heeft bij het op gang brengen van een mondiale dialoog over wat voor belastingstelsel we internationaal nodig hebben voor de 21e eeuw. Moet dit noodzakelijkerwijs een wereldbelasting zijn? Wellicht niet. Ook binnen Tax Justice Network zijn er voorstanders van praktische realpolitieke oplossingen. Anderen stellen weer dat het onze missie is het publieke debat te voeden en verder op te stoken, zodat hopelijk publieke druk zal bijdragen aan een politiek haalbare oplossing, passend voor alle belanghebbenden. 

Waar we het allemaal over eens zijn, is de noodzaak van dat publieke debat.'

Dank u wel.

 

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Christiaan Vos

Fiscaal-econoom, filosoof, gastdocent bij de UvA. Ervaren fiscalist, mede-oprichter van nachtclub Panama en DJ.

Volg Christiaan Vos
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren