© Rosa Snijders

Jeugdzorg in het rood

De gemeenten zouden jeugdzorg goedkoper en beter regelen. Het tegenovergestelde is gebeurd. Wat ging er mis? Lees meer

Eén op de tien Nederlandse kinderen ontvangt een vorm van jeugdzorg: een onwaarschijnlijk hoog aantal. Vijf jaar geleden kregen gemeenten de taak jeugdzorg dichterbij, efficiënter en uiteindelijk ook goedkoper te regelen. Maar zowel het aantal aanbieders als het aantal kinderen als de uitgaven zijn ontploft. Afgelopen zomer was voor veel gemeenten de maat vol. Ze geven zoveel geld aan jeugdzorg uit, dat zij dit financieel niet meer kunnen bolwerken. Den Haag moet met meer budget over de brug komen, is hun boodschap. Follow the Money onderzoekt of geld wel het probleem is.

24 Artikelen

Jeugdzorg boven centen: Zeeland mag Intervence niet slopen zonder plan

Sommige jeugdzorginstellingen zijn net als banken: ‘too big to fail’. Zo’n instelling is Intervence, die de zwaarste vorm van jeugdzorg levert in Zeeland. Toch wilden de verantwoordelijke wethouders de instelling laten omvallen. Dat besluit namen ze zonder te hebben nagedacht over een overgangsplan voor de 750 kwetsbare kinderen. Voor de bestuurders was maar één overweging leidend: de centen.

Dit stuk in 1 minuut
  • Dertien Zeeuwse wethouders konden op eigen houtje besluiten de stekker uit de gecertificeerde instelling Intervence te trekken. 
  • Zeven op de tien kinderen die in Zeeland onder toezicht van de staat gesteld zijn, zijn cliënt bij Intervence. De instelling levert de zwaarste categorie van jeugdbescherming en jeugdreclassering. 
  • Het besluit Intervence te laten omvallen was al genomen voordat het alternatief – overname door een andere partij – goed en wel was onderzocht. 
  • In de besluitvorming zijn de kosten leidend geweest. Uit de notulen van het regionale overleg tussen de wethouders blijkt dat het lot van de gezinnen nauwelijks een overweging is geweest in de besluitvorming. 
  • Minister Sander Dekker en staatssecretaris Paul Blokhuis grepen niet in en beschouwen de liquidatie van Intervence als verantwoordelijkheid van de Zeeuwse gemeenten. 
  • Uiteindelijk waren het de Inspecties die voor de liquidatie gingen liggen. Zij dwingen de gemeenten nu om Intervence in de lucht te houden tot er op zijn minst een overgangsplan ligt.
Lees verder

‘Ik ga er niet over.’ Minister Sander Dekker van Rechtsbescherming zei het in een verhit Kamerdebat over de val van jeugdbeschermer Intervence een keer of vier. Kamerleden wilden maandag 14 december weten hoe het nu kon dat alweer een grote jeugdzorgverlener op omvallen stond en wat de minister eraan kon doen. Want hadden we dit niet eerder gezien, bij Juzt en De Hoenderloo Groep? Grote clubs die jeugdzorg verlenen aan de meest kwetsbare kinderen. 

Hoe kon het dat er weer zo’n joekel, waar honderden kinderen en hun ouders van afhankelijk zijn, geliquideerd wordt door de verantwoordelijke wethouders? En hoe kon het dat die dertien wethouders van de Zeeuwse gemeenten dit op eigen houtje, zonder dat er ook maar een gemeenteraad aan te pas was gekomen, besloten hadden? 

Na de vierde keer ‘niet mijn verantwoordelijkheid’ spuwde PvdA-Kamerlid Attje Kuiken bijkans vuur naar de minister. ‘Waarom ligt er geen plan? Hoe kan je van gemeenteraden verwachten dat ze akkoord geven als er niet eens een overgangsplan is? Dat is toch kolder.’ Maar de minister moest haar het antwoord schuldig blijven. Hij ging er niet over. 

Intervence is met 760 cliënten veruit de grootste gecertificeerde instelling (GI)  van Zeeland. Ter vergelijking: de andere drie GI’s in Zeeland hebben samen zo’n driehonderd pupillen waarover zij de voogdij hebben. Daarmee is Intervence in Zeeland een systeemspeler in de jeugdzorgketen, in de praktijk too big to fail; tik je deze schakel er tussenuit, dan heeft dit ook gevolgen voor andere hulpverlenende instanties. 

Intervence behandelt zelf niet, maar organiseert de (vaak gedwongen) zorg met ‘gezinsmanagers’ voor kinderen die onder toezicht van de staat zijn gesteld. Hun cliënten zijn kinderen en jongeren met grote problemen. Ze worden thuis mishandeld of seksueel misbruikt, zijn verslaafd of hebben ouders met een verslaving, zijn in aanraking geweest met justitie, hebben te maken met psychiatrische problematiek of gaan niet naar school. Om die reden geldt de gedwongen hulp die organisaties als Intervence bieden als een paardenmiddel dat alleen wordt ingezet als niets anders meer helpt. 

Al jaren in zwaar weer

Intervence functioneert al sinds de decentralisatie in 2015 niet goed. Het bedrijf kampt met een hoog ziekteverzuim, grote personeelstekorten en een gigantisch verloop in personeel, waardoor ook de zorg ondermaats is. In 2016 overlijdt een baby na zware mishandeling door zijn 20-jarige vader. 

De Inspectie concludeert na onderzoek dat het leger aan hulpverlenende instanties niet goed heeft samengewerkt, en dat Intervence als coördinerende schakel de regie niet genoeg in handen heeft gehouden binnen de kluwen hulpverleners. Een maand na het uitkomen van het Inspectierapport, in februari 2018, constateert de Inspectie naar aanleiding van een onderzoek naar mogelijk seksueel grensoverschrijdend gedrag van een pleegvader, dat Intervence niet systematisch genoeg werkt. Ook in dit geval is de informatieoverdracht niet op orde. 

Al in 2017 verliezen de wethouders het vertrouwen in Intervence, maar actie blijft uit

‘Na de decentralisatie werden we een soort dienstenfabriek,’ blikt een oud-medewerker terug. ‘Iedereen moest opeens generalist worden. Ik weet wat ik moet doen binnen mijn expertise: jongeren, maar niet als het gaat om kleine kinderen.’ Daarnaast werd er vanaf 2015 bezuinigd. Als gevolg daarvan en door de invoering van een nieuwe methodiek moesten gezinsmanagers meer casussen op zich nemen. Om geld te besparen werd de kantinejuffrouw wegbezuinigd en verdween de vruchtenthee bij de koffieautomaat. Allemaal weinig duurzame ingrepen voor een solide financiële basis, zegt de oud-medewerker. Ondertussen nam de werkdruk en daarmee ook het verloop toe, met lange wachtlijsten tot gevolg. ‘De ervaren krachten werden er uiteindelijk helemaal gek van, en vertrokken. Ik ook.’ 

In 2017 verliezen de gemeenten het vertrouwen in Intervence, is te lezen in het jaarverslag. Maar actie blijft uit. De wachtlijsten blijven lang, de verliezen, het verloop en het verzuim blijven hoog. In 2018 besluiten de wethouders de preventieve jeugdbescherming – een iets lichtere, maar niet vrijblijvende vorm van zorg – niet meer exclusief te gunnen aan de gecertificeerde instellingen, waarvan Intervence de grootste is in Zeeland. Zo blijft Intervence zitten met vooral loodzware casussen. Financieel heeft het gevolgen: de mogelijkheid om de begroting sluitend te krijgen wordt steeds kleiner.

Schoon schip?

Begin 2019 moet bestuurder Nelleke Groenewegen onder druk van de wethouders vertrekken. Gert Cazemier wordt interim aangesteld om orde op zaken te stellen, zowel financieel als in de relatie met de gemeenten. Geen makkelijke klus: de wethouders zijn Intervence in de loop van de jaren vooral gaan zien als een disfunctionerende geldverslindender. Terwijl Cazemier bezuinigt, is dat jaar het verloop bijna 40 procent en blijft het verzuim onverminderd hoog. 

Gemeenten moeten in 2019 en 2020 tonnen bijpassen om Intervence niet failliet te laten gaan. Dan nog lijdt Intervence in het jaar van de bezuiniging een half miljoen verlies. En er is meer slecht nieuws: Intervence moet 1,2 miljoen terugbetalen aan te veel ontvangen voorschotten in 2019 en een deel van 2020. De organisatie levert ieder jaar 15 procent rendement in. ‘Dat is voor geen enkele organisatie lang houdbaar,’ schrijft de inkooporganisatie van de dertien Zeeuwse gemeenten. 

Technisch is Intervence failliet, concludeert voortrekker en wethouder Albert Vader van Vlissingen in april 2020. De wethouders besluiten in mei, na een bijeenkomst met ambtenaren van het ministerie van Justitie en Veiligheid, drie scenario’s uit te werken. Zelf voelen de wethouders inmiddels ook nattigheid. In de notulen van hun bestuursoverleg staat te lezen: ‘Geconcludeerd wordt dat de situatie zeer zorgelijk is en dat hierover op korte termijn moet worden gecommuniceerd naar de colleges en de gemeenteraden. De politiek/bestuurlijke risico’s zijn groot.’

Dossier: Jeugdzorg in het rood

Lees verder Inklappen
Inschrijven

In september liggen drie mogelijkheden op tafel: Intervence blijft op eigen benen staan, het bedrijf wordt overgenomen door een andere gecertificeerde instelling die de vonnissen van de rechtbank uitvoert of de stekker gaat eruit doordat de gemeenten niet langer zorg afnemen bij Intervence – in januari 2021 loopt het contract af. 

Maanden unaniem

Intervence zelf wil onder de vleugels van een andere gecertificeerde instelling verder, maar dat is niet wat de wethouders willen, blijkt uit de notulen van hun regionaal overleg op 3 september. De wethouders van Sluis, Vlissingen en Hulst, samen met de directeur van de Zeeuwse zorginkooporganisatie de kerngroep die de overige wethouders informeert, willen geen nieuw contract met Intervence. In de praktijk komt dit neer op liquidatie van het bedrijf. Krap twee weken later, op 16 september, gaan de andere wethouders unaniem mee in het standpunt om Intervence te laten omvallen. Al weten ze dat dit de continuïteit van zorg in gevaar zal brengen, ze willen niet blijven bijbetalen

Op 3 september 2020 besluit een kerngroep van Zeeuwse wethouders dat zij geen nieuw contract met Intervence willen

Het onderzoek naar het scenario, waarbij Intervence wordt overgenomen door een andere gecertificeerde instelling, is dan nog maar net begonnen. Zowel de William Schrikker Stichting (WSS), onderdeel van Partners voor Jeugd, als de Jeugdbescherming West worden te elfder ure gepolst. Ze staan niet te springen en willen dat de gemeenten garant staan voor de risico’s. 

Nadat beide jeugdzorgverleners de vragen van de gemeenten hebben beantwoord, blijft het stil. De twee partijen wordt niet gevraagd een businesscase uit te werken, Jeugdbescherming West krijgt niet eens een terugkoppeling. Volgens de gemeente is dit anders gegaan. Het uitwerken van het scenario voor een overname zou Intervence zelf moeten doen, schrijft een woordvoerder namens de wethouders. Ook zou er door één van de GI's wel degelijk een businesscase zijn uitgewerkt. Maanden later vernemen de WSS en Jeugdbescherming West dat een overname van de baan is, als naar buiten komt dat Intervence wordt opgeheven.  

Opvallend is dat geen van de wethouders de onzekerheid voor de gezinnen waar Intervence verantwoordelijk voor is, als zorg ziet. De woorden hulpverlening, jongeren, kinderen of gezinnen – de mensen waar het om gaat – komen helemaal niet voor in de notulen waarin de wethouders op de man of vrouw af gevraagd worden naar hun overwegingen van hun besluit in de vergadering in september

Gevraagd naar het waarom in het hiaat in de besluitvorming antwoorden de gemeenten dat naast de financiële problemen de zorg over de continuïteit de aanleiding waren om ‘het gesprek aan te gaan met het bestuur van Intervence’. Bovendien waren er al problemen met de continuïteit door het veelvuldig wisselen de gezinsmanagers, schrijven de gemeenten aan Follow the Money. 

De Zeeuwse zorgketen is zo inefficiënt dat die Intervence het functioneren bemoeilijkt 

Ook kijken de wethouders niet naar het geheel van jeugdzorg voor deze kwetsbare groep ouders en kinderen. Dat geldt niet alleen voor Intervence. Al een jaar voor het besluit van de wethouders had adviesbureau Van Montfoort geconcludeerd dat de Zeeuwse zorgketen zo inefficiënt is, dat die Intervence en andere jeugdzorgverleners het functioneren bemoeilijkt.  Wat er gebeurt als de schakel die de regie voert uit de keten verdwijnt, komt helemaal niet ter sprake. Het gaat in de vergaderingen die nazomer maar over één ding: de centen.   

Overgangsplan ontbreekt

Op 3 oktober bespreken de wethouders Intervence nog eens. Meerdere wethouders voelen de druk om Intervence toch onder te brengen bij een andere organisatie, maar de wethouders besluiten in de zoomvergadering hun poot stijf te houden: Intervence moet worden opgeheven. Nog steeds weten de gemeenteraden niks van de voorgenomen liquidatie. Formeel hoeft dat ook niet: de gemeenteradenhebben de inkoop van zorg overgedragen aan de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland, die bestuurd wordt door de dertien wethouders. Ook bestuurder Sira Kamermans, die in maart 2020 het stokje overnam van interimmer Cazemier, en de Raad van Toezicht van Intervence tasten nog in het duister. Zij worden half november geïnformeerd over het voorgenomen besluit.   

In een laatste vergadering waarin de wethouders definitief hun besluit nemen, op 26 november, is er nog een laatste ronde waarin de dertien hun standpunten kunnen verkondigen. Ze zijn het eens: de stekker gaat eruit, dit heeft Intervence aan zichzelf te wijten, is de teneur. Intervence is het hier niet mee eens, volgens bestuurder Sira Kamermans is er wel degelijk onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om zelfstandig te blijven of om overgenomen te worden. 'Helaas gaan gemeenten niet in op de kansen die wij bij scenario 1 zien (zelfstandig blijven red.) en heeft in scenario 2 (een overname) maar één partij de kans gekregen van gemeenten.'

30 november moet er een persbericht uitgaan, met een embargo tot 1 december, staat in de notulen: het contract met Intervence wordt vanaf 1 januari opgezegd, er worden geen nieuwe cliënten meer aangemeld. De wethouders houden rekening met een overgangsperiode van een half jaar, maar hoe die eruit gaat zien is nog niet ingevuld. Er zijn ‘houtskoolschetsen’, zegt wethouder Jack Werkman van Sluis, die de kerngroep van wethouders aanvoert en in Trouw het woord voert over de besluitvorming. Wethouder Werkman laat via zijn woordvoerder weten geen tijd te hebben voor een interview met  Follow the Money. De gemeente Sluis heeft schriftelijk gereageerd op vragen van Follow the Money. 

Het idee – in houtskool dus – is om de cliënten onder te brengen bij drie andere gecertificeerde instellingen: het Leger des Heils, Briedis en de William Schrikker Stichting. Die laatste heeft in Zeeland alleen cliënten met een verstandelijke beperking, Briedis is een nieuwe organisatie die vooral bestaat uit zzp’ers waarbij zowel de Tweede Kamer als de kinderrechter twijfels hebben over of ze dit werk wel aan kunnen. Het Leger des Heils verleent zorg vanuit een christelijke grondslag. Hoe de gemeenten kinderen over deze zorgverleners willen herverdelen, lopen nog geen gesprekken

Inspectie roept Zeeland tot de orde

Bij zowel de ruim negentig medewerkers en hun cliënten slaat het nieuws over Intervence in als een bom. Zijn zij nu hun baan kwijt, en de kinderen hun vaste begeleiders? Ook buiten Zeeland blijft het nieuws niet onopgemerkt. Een antwoord uit Den Haag laat niet lang op zich wachten. Minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) en staatssecretaris Paul Blokhuis (Jeugdzorg) schakelen hun Inspecties in om te oordelen over de continuïteit van de Zeeuwse zorg. De Inspectie van Veiligheid en Justitie en die van Gezondheidszorg en Jeugd maken zich ‘grote zorgen’. Op zijn minst moet er een plan liggen waar de Inspecties mee akkoord zijn.

De Tweede Kamer sluit zich van PVV tot SP aan bij dit standpunt. Zo lang de Inspecties niet akkoord zijn met een overgangsplan dat de zorg voor kinderen waarborgt, mogen de Zeeuwse wethouders geen onomkeerbare besluiten nemen. Nieuwe kinderen zorg weigeren, mogen zij evenmin, benadrukken Dekker en Blokhuis. Zo gebruiken de bewindslieden de Inspecties om het definitief omvallen van de Zeeuwse gecertificeerde instelling te voorkomen. 

Die boodschap lijkt in Zeeland niet helemaal aan te komen. Een dag na het Tweede Kamerdebat, op 16 december, gaan de colleges akkoord met de sluiting en zeggen er 3,3 miljoen euro voor vrij te maken. Dat strookt niet met de eerdere gemaakte afspraak dat er niets onomkeerbaars besloten wordt. Weer schrijven Dekker en Blokhuis een brief, waarin zij de colleges tot de orde roepen. De wethouders betreuren ‘de ontstane beeldvorming’ en benadrukken dat er niets onomkeerbaars gebeurt zonder plan. Op die manier roept Den Haag het Zeeuws openbaar bestuur op de valreep terug. 

Voor Intervence betekent de reddingsboei van de Inspectie voorlopig uitstel van executie, al heeft de voorgenomen opheffing van het contract nu al schade gedaan. Intervence-bestuurder Sira Kamermans meldt dat de eerste gezinsmanagers al gezegd hebben een andere baan te zoeken. Ook bij de gezinnen waren de afgelopen drie weken onrustig. ‘De gezinsmanagers zijn vooral bezig geweest mensen gerust te stellen. Bij een nieuwe gezinsmanager zouden zij nog eens hun verhaal moeten delen, nog eens het vertrouwen opbouwen, ook dat is kostbaar.’ Toch overheerst een zekere opluchting na weken van chaos. De hoop is dat er alsnog een manier gevonden wordt om Intervence op eigen benen te laten staan, of om toch een overnamepartij te vinden die Intervence als geheel kan overnemen. Ondanks alle tegenslag gelooft Kamermans in een toekomst voor Intervence: ‘Sinds de reorganisatie zit er een opwaartse lijn in Intervence. Door de brief van de Inspectie zijn continuïteit en kwaliteit in ieder geval geborgd.’  

 

Rosanne Kropman
Rosanne Kropman
Freelance-journalist en eindredacteur. Onderzoekt voor Follow the Money de geldstromen binnen de jeugdzorg.
Gevolgd door 69 leden