Gemeenten zouden de jeugdzorg goedkoper en beter regelen. Het tegenovergestelde is gebeurd. Wat ging er mis? Lees meer

De gemeenten zouden jeugdzorg dichterbij, efficiënter en uiteindelijk ook goedkoper gaan regelen. Het tegenovergestelde gebeurde: het aantal zorgaanbieders is gestegen van 120 in 2014, naar zo’n 6.000 nu. En inmiddels ontvangt één op de tien Nederlandse kinderen een vorm van jeugdzorg.

In de zomer van 2020 was voor veel gemeenten de maat vol. Ze gaven zoveel geld aan jeugdzorg uit, dat zij het financieel niet meer konden bolwerken. Den Haag moet met meer budget over de brug komen, luidde de boodschap.

Maar is geld het enige probleem? Onder de werktitel "Jeugdzorg in het Rood” doet Follow the Money onderzoek naar de geldstromen in de jeugdzorg. In deze gids loodsen we je langs de belangrijkste bevindingen.

85 artikelen

© ANP/Millennium Images Ltd, Dirk Müggenburg

Bij de jeugdbescherming is het wachten op de volgende meltdown

De rekenkamers van elf gemeenten onderzochten de meltdown van de Zeeuwse jeugdbeschermer Intervence. Ze concluderen dat alles is misgegaan wat mis kon gaan, en dat herhaling niet uit te sluiten is. ‘Dit systeem schept een context die tot rampen leidt.’

0:00

Bij de Zeeuwse jeugdbescherming, de zwaarste en vaak gedwongen vorm van jeugdzorg, had alles anders gemoeten. Alle betrokkenen treft blaam, concluderen de elf gemeentelijke Zeeuwse rekenkamers. Zij deden onderzoek naar de val in 2020 van jeugdbeschermer Intervence.

Het was een van de grootste fiasco's sinds de verantwoordelijkheid voor jeugdzorg in 2015 van het Rijk naar de gemeenten ging. Onkunde en wantrouwen regeerden bij het management, de verantwoordelijke gemeentebesturen en de gemeenteraden. 

Dertien Zeeuwse wethouders draaiden Intervence de nek om, terwijl er geen vangnet was voor de 750 kinderen en hun ouders die de jeugdbeschermer – vaak na een uitspraak van de rechter – onder zich had. De intensieve zorg aan deze kinderen was te duur en ondermaats, vonden de wethouders.

Een nieuw contract wilden ze daarom niet afsluiten, wat neerkwam op liquidatie. Geld was leidend in die overweging, reconstrueerde Follow the Money eind 2020. Daarmee gingen de gemeentebestuurders voorbij aan het feit dat er geen andere jeugdbeschermers waren die de taken van de inmiddels opgeheven organisatie konden overnemen

Toenmalig minister Sander Dekker voor Rechtsbescherming en staatssecretaris Paul Blokhuis van Jeugdzorg stuurden daarop de Inspectie voor Gezondheid en Jeugd op de Zeeuwse wethouders af. De boodschap: de gemeenten moesten Intervence overeind houden zolang er geen alternatief was.

Maar het kwaad was al geschied. Jeugdbeschermers die er al jaren werkten, vertrokken nu hun baan onmiskenbaar op de tocht stond en gezinnen waarin bijvoorbeeld sprake was van kindermishandeling, verwaarlozing of verslavingsproblematiek zaten maandenlang in onzekerheid over de continuïteit van zorg. 

Het volgende echec

Dit had anders gemoeten én gekund, schrijven de rekenkamers nu. De Zeeuwse gemeenteraden beraden zich deze week op de conclusies. De verantwoordelijke wethouders hadden zich volgens het rapport nooit bezig mogen houden met de bedrijfsvoering van een private organisatie.

Het ontbrak bestuurders en gemeenteraden aan kennis van het complexe jeugdzorgsysteem dat ze moesten controleren, en van de rol van de jeugdbescherming als belangrijke schakel in de zorgketen. Ze lieten na expertise in te vliegen en modderden veel te lang zelf door. De communicatie met werknemers en cliënten liet ernstig te wensen over.  

‘Het stelsel is dermate complex dat geen enkele speler er grip op kan hebben’

Onderzoeksrapporten naar rampen eindigen vaak met aanbevelingen om ervoor te zorgen dat vergelijkbare catastrofes in de toekomst uitblijven. Maar dit rapport waarschuwt al voor het volgende echec: ‘Gezien de complexiteit van de jeugdzorg is het niet uit te sluiten dat soortgelijke vraagstukken zich ook in de toekomst kunnen voordoen bij andere gemeenten in Nederland,’ schrijven de onderzoekers.

Ook zit er een disclaimer bij. Alle conclusies en aanbevelingen moet de lezer zien in het licht van een onoverzichtelijk speelveld. 'Wij constateren dat het gehele systeem en bestuurlijke stelsel van Jeugdzorg dermate complex is, dat van geen enkele speler verwacht mag worden hier volledig grip op te hebben. Niemand is in staat een doorslaggevende rol te spelen, er zijn teveel afhankelijkheden in het systeem om dat te kunnen doen.' 

‘Het marktdenken moet uit dit bestuurlijke systeem,’ verduidelijkt Peter Struik van onderzoeksbureau Partners en Pröpper dat de rekenkamers begeleidde, aan de telefoon. ‘Het schept een context die tot rampen leidt. Dit is een concreet voorbeeld van hoe het mis kan gaan.’

Code zwart

Inmiddels hebben andere rampen zich na de val van Intervence al aangediend. In Brabant was in juni 2021 tot het eind van het jaar een cliëntenstop, kinderen die uithuisgeplaatst werden of onder toezicht stonden moesten wachten tot het volgende jaar tot hen een jeugdbeschermer toegewezen kon worden. 

Datzelfde jaar becijferde Follow the Money dat tussen 2015 en 2019 meer dan vijfduizend medewerkers de veertien jeugdbeschermingsorganisaties hadden verlaten. In 2019 keerde bijna een vijfde van het personeel de jeugdbescherming de rug toe, en zat 6,9 procent ziek thuis.

Werknemers en vakbond FNV spreken inmiddels van 'code zwart'. Hun stakingen hebben tot nu toe nog niet geleid tot concrete verandering.  

De Schouwen-Duivelandse wethouder Paula Schot zegt de kritiek uit het rapport ter harte te nemen. De eerste vrouwelijke wethouder namens de SGP voert het samenwerkingsverband aan van wethouders verantwoordelijk voor de inkoop van jeugdhulp in Zeeland.

Op dit ogenblik denken de wethouders erover na hoe ze een toekomstige crisis beter aan kunnen zien komen en hoe ze daarnaar kunnen handelen, vertelt Schot. Maar ze constateert ook: ‘Op dit moment is er, voor zover ik weet, in het systeem nog niets anders dan twee jaar geleden.’

Nog steeds geen continuïteit

Bij de rechtbank in Zeeland zijn de zorgen na het debacle-Intervence niet allemaal verdwenen. De rechters zijn afhankelijk van de jeugdbescherming voor de uitvoering van hun uitspraken. Kinderrechter Susanne Tempel constateert dat de rust grotendeels is teruggekeerd nadat Jeugdbescherming West (JB West) in 2021 de cliënten van Intervence overnam, al kampt ook deze organisatie met personeelstekorten. 

De continuïteit van zorg voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel is nog altijd niet gegarandeerd. ‘Als wij het gezag van ouders beëindigen, blijft een kind tot zijn achttiende onder de hoede van de jeugdbescherming. Maar in 2026 wordt de jeugdbescherming in heel Nederland opnieuw aanbesteed, dus de gunning zou weer naar een andere partij kunnen gaan.’ Tempel voorziet dat de onrust dan weer zal toenemen.  

Een veelgehoorde wens is om de jeugdbescherming weer onder te brengen bij het Rijk, zoals bijvoorbeeld ook het geval is met jeugddetentie. Zo kan de overheid de gedwongen zorg betalen uit de rijkskas en garant staan voor continuïteit en kwaliteit. Nu zijn de verschillen per regio enorm, zie het voorbeeld uit Brabant waar de kwetsbaarste kinderen door de cliëntenstop zes maanden hebben kunnen fluiten naar hulp. 

Minister Franc Weerwind voor Rechtsbescherming ziet echter meer in ‘verandering van binnenuit’. In een interview vorig jaar verwees hij naar de verantwoordelijkheid van de gemeenten om de uitvoering van de jeugdbescherming goed te regelen

Kan niet, concluderen de rekenkamers in Zeeland nu. Althans, niet onder dit gesternte.