Hungarian Prime Minister and Chairman of FIDESZ party Viktor Orban delivers his state of the nation address in front of his party members and sypathizers at Varkert Bazar cultural center of Budapest on February 18, 2018
© AFP PHOTO / ATTILA KISBENEDEK

‘Je kunt de prijs van corruptie in Hongarije berekenen’

  • Moedige vent die Maróy

Ákos Maróy is medeoprichter van de onafhankelijke website voor onderzoeksjournalistiek Atlatszo in Hongarije en is ooggetuige van de opkomst van Viktor Orbán. Hij ondervindt aan den lijve hoe het is om als journalist in de verdrukking te raken.

Ákos Maróy weet heel goed hoe het is om in een land te wonen dat geen persvrijheid kent. Hij was vijftien toen in 1989 De Muur (en daarmee het totalitaire Warschaupact) omviel. Vóór die tijd was er in zijn geboorteland Hongarije van enig democratisch grondbeginsel geen sprake: schrijf- en kopieermachines stonden achter slot en grendel. Van elk velletje papier waar tekst op verscheen, moest een aantekening in een administratie worden gemaakt. Daarop stond waar de tekst over ging, wie het had geschreven en voor wie die was bedoeld.

‘Je moest permissie vragen om een kopietje te maken,’ zegt Maróy, nu 44 jaar oud. ‘Het werd volledig gecontroleerd.’

De vreugde over de verkregen vrijheid, zette mensen met journalistieke ambities in beweging en zorgde ervoor dat er een kritische pers ontstond die in staat was machthebbers te controleren. Maróy was één van hen: samen met zijn journalistieke partner Tamás Bodoky  richtte hij in 2011 de website Atlatszo (Transparantie) op. Dat is net als Follow the Money een radicaal onafhankelijk platform voor onderzoeksjournalistiek.

Het was dan ook geen toeval dat Ákos en ik bij onze eerste ontmoeting uitgebreid met elkaar in gesprek raakten. Over journalistiek natuurlijk, en over hoe je als beginnend platform je hoofd boven water kunt houden.

Intimidaties

Want dat Maróy en Bodoky niet bepaald een gemakkelijke start kenden, dat kun je wel zeggen. Niet alleen waren er de financiële vraagstukken waar startende ondernemers in de journalistiek in bijzondere mate mee kampen: Atlatszo werd vanaf het eerste ogenblik ook nog met intimidaties van de overheid geconfronteerd.

'Een week na de oprichting van Atlatszo hadden we al problemen'

‘Binnen een week stond de politie voor de deur,’ vertelt Maróy, die eind vorig jaar bij mij thuis te gast was. ‘Grote mannen met brede schouders namen Tamás mee naar het politiebureau; ze eisten dat hij een van zijn bronnen in zijn artikelen prijsgaf. Dat weigerde hij en toen werd het een juridische kwestie. Er zou een clausule in de wet staan die het mogelijk maakte om onder speciale omstandigheden die bronnen op te eisen. Zo’n situatie was het niet volgens ons, en zo begon het. Een week na de oprichting van Atlatszo hadden we al problemen. We concludeerden dat we de autoriteiten dan maar duidelijk moesten maken hoe de wet in elkaar stak — met behulp van een advocaat, die uiteindelijk onze zakenpartner werd.’

De problemen die Atlatszo ondervond, zijn in Hongarije bepaald geen incident. Op 8 oktober 2016 werden van de ene op de andere dag de drukpersen van de Népszabadság (‘Volksvrijheid’), een belangrijke linkse krant met een kritische kijk op de zittende regering, stopgezet. De krant was ooit de grootste van Hongarije, maar had te kampen met een krimpende oplage. Die zou de laatste jaren zijn gedaald tot 40 duizend, en dat was volgens de uitgever de reden dat de krant ermee moest stoppen. De redacteuren spraken echter van een ‘coup’: de sluiting volgde direct op een reeks onthullingen over corruptie binnen de Fidesz-partij van premier Viktor Orbán.

Islamloos Shangri-La

Kritische media krijgen in Hongarije veelvuldig te maken met maatregelen van de zittende macht. Het grootste deel van de media die eigendom zijn van de overheid, zijn door Orbán inmiddels tot ‘propagandamachines’ omgekat; de commerciële media zijn goeddeels in handen gekomen van bevriende oligarchen. Dat is iets wat ik mij, als Nederlander die na de Tweede Wereldoorlog werd geboren in een welvarend land met een sterke democratische traditie, amper kan voorstellen.

Dat er binnen de grenzen van de Europese Unie openlijk aan democratische beginselen als vrije pers wordt getornd, mag op zijn zachtst gezegd verontrustend worden genoemd. Sinds ik Ákos ken, volg ik het nieuws over Hongarije dan ook met toenemende belangstelling. En de laatste weken moet ik regelmatig aan ons gesprek eind vorig jaar denken.

Eerder deze maand bijvoorbeeld, toen Geert Wilders het Hongarije van Orbán in de Volkskrant als een islamloos Shangri-La bezong. ‘Een bezoek aan Hongarije is een fantastische ervaring voor wie met eigen ogen wil zien hoe Europa er zonder islam uitziet,’ schreef Wilders, die zelf met een Hongaarse is getrouwd. ‘Maar het meest fantastische is wel het feit dat de Hongaren er geen geheim van maken dat ze het zo willen houden.’

In de gitzwarte scenario’s van Orbán figureren immer dezelfde schuldigen: moslims

Ook de Amerikaanse president Donald J. Trump bewondert Orbán. Hij noemt de premier ‘sterk en moedig’; omgekeerd heeft Orbán meerdere malen laten weten Trump als een bron van inspiratie te zien. Vooral het nationalisme van de Hongaarse premier en zijn standpunten inzake immigratie spreken de Amerikaanse president aan.

In de gitzwarte scenario’s die Orbán al jaren debiteert, figureren immer dezelfde schuldigen als in de verhalen van Wilders: moslims. Op 19 februari hield Orbán nog een toespraak in Boedapest, waarin hij zijn enthousiaste gehoor voorhield dat bepaalde landen zullen ophouden te bestaan vanwege de immigratie die Europa overrompelt. ‘Het Westen zal vallen’, zo luidde de boodschap.

De Financial Times publiceerde onlangs nog een indringend portret van de Hongaarse premier. Daarin staat onder andere beschreven hoe hij als langharige activist in 1989 – vlak voor de val van het communisme – een bevlogen speech hield voor een publiek van 250 duizend mensen, op het Heldenplein in Boedapest. Twee andere volzinnen uit dat lijvige artikel geven aan hoezeer Orbán — de leider van een land met nog geen tien miljoen inwoners en een nogal matig ontwikkelde economie — zich in het spotlight van de geschiedenis van de Europese Unie heeft weten te manoeuvreren:

‘Orbán’s journey from young champion of democracy to creator of what he has called an “illiberal democracy” is one of the most remarkable recent transformations in European politics. It is a story, too, of how the historic transition to democracy in the continent’s east — which had seemed irreversible a decade ago after 10 former communist countries had joined the EU — is starting to unravel, posing a threat to the EU’s values, perhaps even its future.’

"Dat je een Xerox-kopieermachine zomaar kon gebruiken, gaf een gevoel van vrijheid"

Schoolkrantje

Op het moment dat Viktor Orbán de massa op het Heldenplein in vervoering bracht, zat Ákos Maróy nog op de middelbare school. Daar zette hij zijn eerste journalistieke stappen: met een schoolkrant.

‘Ik was in die tijd al veel met computers bezig,’ vertelt hij. ‘Sinds het begin van de jaren tachtig had ik een Sinclair en leerde ik ook programmeren. Mijn gang richting de journalistiek kwam eigenlijk vanzelf: met de mogelijkheden van de computer kon je van alles maken en vormgeven. Dat was gewoon leuk om te doen.’

‘Er was natuurlijk de nodige opwinding over het feit dat het opeens allemaal mocht, dat iets publiceren geen clandestiene activiteit meer was. Dat je een Xerox-kopieermachine zomaar kon gebruiken, gaf een gevoel van vrijheid. We hoefden ons alleen nog maar druk te maken over de aantallen die we zouden drukken en hoe we dat vol konden houden.’ Lachend: ‘We hadden met ons maandelijkse schoolkrantje een zeer bescheiden oplage, dus zo’n probleem was dat niet.’

‘Sommige van onze leraren hielpen mee. Mijn lerares Hongaars deed bijvoorbeeld de eindredactie. Aan de andere kant waren er ook nog steeds mensen in de schoolleiding die het maar niets vonden dat vierdeklassers van alles op konden schrijven. We voelden dat aan en betrokken ze bij onze schoolkrant, ook al was dat helemaal geen voorwaarde. We gaven ze de mogelijkheid om er iets van te vinden. Niet dat we iets met hun oordeel deden, maar ze waren er op die manier toch een beetje bij. Dat resulteerde ook in het einde van de schoolkrant, toen ze op een dag zeiden dat we die niet uit mochten brengen omdat er iets in stond dat ze niet beviel. Dat deden we toch, omdat ze ons niets konden maken — maar daarna hadden we geen trek meer om het project voort te zetten. Het was een aardige oefening.’

Waarom stopten jullie?

‘Het was in die tijd nog zo dat de schoolleiding je een enorm vervelende tijd kon bezorgen, als ze daar zin in had. Dat soort dingen gebeurden zeer veelvuldig in de communistische tijd: mijn vader kon bijvoorbeeld niet naar een openbare middelbare school, omdat zijn vader uit een bepaalde klasse afkomstig was. Als je dwarslag, konden de autoriteiten je het leven enorm zuur maken. Dat systeem was begin jaren negentig nog steeds intact. Het IJzeren Gordijn was gevallen, maar dezelfde mensen zaten er nog.’

'Met de krant van de faculteit ben ik jaren doorgegaan'

Maróy zette zijn journalistieke activiteiten na de middelbare school door op de universiteit van Szeged, een stad in het zuiden van Hongarije, waar hij natuurkunde en informatica studeerde.

‘Ik was betrokken bij de studentenvakbond en werkte ook voor de faculteitskrant. De vakbond verliet ik al snel, omdat ik merkte dat die corrupt was. Maar met de krant van de faculteit ben ik jaren doorgegaan. Dat was opwindend en ook interessant. Op een zeker moment werd ik zelfs hoofdredacteur.’‘Het was de beste faculteitskrant van de universiteit, al zeg ik het zelf. We boden de studenten veel praktische informatie en we bedreven ook kritische journalistiek. Ook op de universiteit waren er kliekjes die elkaar het balletje toespeelden, met name binnen de studentenvakbond. Wanneer er een feest werd georganiseerd, werd dat door steeds dezelfde vriendjes geregeld. Dat had invloed op de cultuur van de universiteit en daar schreven we dus ook over. Op het moment dat artikelen over die onderwerpen werden tegengehouden – dat kon, want het geld voor de krant kwam van de universiteit – publiceerden we ze via andere media. In Boedapest, nota bene de hoofdstad! Dat werd op de universiteit niet bepaald gewaardeerd.’

De man die Maróy hielp om de stukken te publiceren die de universiteit onwelgevallig waren: Tamás Bodoky, de latere medeoprichter van Atlatszo. Bodoky werkte destijds voor het in liberale kringen gerenommeerde satirische weekblad Magyar Narancs (‘Hongaarse sinaasappel’). Het was 1994, de vroege dagen van het internetactivisme.

Maróy: ‘In die tijd kwam ik ook in aanraking met de Nederlandse activistische internetscene. Onder andere met Rop Gonggrijp, een van de oprichters van XS4all. Tamás werkte ook voor de radiopiraat Tilos Rádió. Die werkten vanuit appartementen in de stad: even uitzenden en dan weer naar een ander appartement. Het was een kat-en-muisspel met de autoriteiten. In de tijd dat ik erbij kwam, had het station weliswaar een vergunning, maar internet maakte alles anders. Er waren geen limieten meer, iedereen kon publiceren tegen lage kosten en je had geen vergunningen meer nodig.’

'Ik zie mezelf in eerste instantie als een IT’er en in tweede instantie als een journalist'

Maróy had zelf een wekelijks programma over computerprogrammeren en deed ook de techniek voor de online streaming van programma’s. ‘Ik zie mezelf in eerste instantie als een IT’er en in tweede instantie als een journalist.’

In 2010 krijgt de onderzoeksjournalistiek meer vat op hem: ‘Ik was in die tijd gefrustreerd geraakt door de corruptie bij publieke aanbestedingen. De overheid deed de helft van alle aanbestedingen en het was door en door corrupt. Ik maakte een analyse van de prijzen bij publieke aanbestedingen, vergeleken met de gewone marktprijzen. De resultaten toonden dat overheden vanwege de kickbacks voor corrupte overheidsdienaren 25 tot 30 procent meer betaalden voor projecten. Dat is de prijs van corruptie. Mijn analyse verscheen op de voorpagina van een van de grote IT-magazines in Hongarije.’ 

‘Ik werd getriggerd door het onrecht en de verloren kansen die ik zag. Wanneer je patriottisch bent, wil je dat je land het internationaal goed doet en wil je niet dat een kleine bevoorrechte groep zich ten koste van anderen op oneerlijke wijze naar voren weet te dringen. Het gaat om eerlijke competitie en je wilt dat je vaderland internationaal kan wedijveren. Corruptie is erg schadelijk voor een samenleving en mensen moeten dat beseffen, ook al plukken ze er op korte termijn de vruchten van.’

Hoe begon je met Atlatszo?

‘In 2010 ontmoette ik Tamás na een lange periode weer. Hij was inmiddels een van de meest gelauwerde journalisten van Hongarije en ik hield van zijn compromisloze stijl. We dachten; laten we iets voor onszelf beginnen. En dat iets was: onderzoeksjournalistiek maken. Online. Samen met een juridisch expert die ons hielp om de overheid op afstand te houden, zijn we toen begonnen.’ 

"Het oogt alsof iedereen mee kan doen, maar de oligarch wint elke keer"

Dat was in 2011. De politie kwam bij jullie op bezoek vanwege een publicatie. Dat is nogal wat.

‘Inderdaad. We moesten toen ook zeker weten dat we onafhankelijk konden blijven en dat betekende dat we een betalend publiek moesten zien te vinden. Als we de steun van lezers niet konden krijgen, zouden we stoppen. Gelukkig bleek die bereidheid er te zijn. Daarnaast wisten we ook de steun van enkele fondsen te krijgen waarmee we een serieus begin konden maken.’

Een van die fondsen was de Open Society Foundation van de miljardair George Soros.

‘Dat klopt’.

Soros is geen populaire man in Hongarije.

‘Orbán haat hem, hoewel hij ook zelf de nodige steun van hem heeft ontvangen. Er is altijd gedoe over fondsen; die waren voor ons alleen in het begin belangrijk. Je wilt niet te lang op fondsen blijven leunen, dat is niet duurzaam. Je wilt ook niet aan een fonds verantwoording afleggen, alleen aan je lezers.’

Jullie schrijven veel over corruptie in Hongarije.

‘Ja, en met name over corruptie die met EU-geld wordt gefinancierd.’

'Je kunt de prijs van corruptie berekenen: wat kost een kilometer snelweg in vergelijking met een ander EU-land?'

Leg dat eens uit?

‘De Hongaarse economie presteert niet bepaald goed. Wat de economie nog positief laat draaien, is te danken aan de influx van geld uit de EU. Dat ligt tussen de 4 en de 6 procent van het bruto nationaal inkomen van ons land.’

‘Dit is wat er gebeurt: over het meeste geld dat binnenkomt, besluiten Hongaarse overheidsinstanties wat ermee gebeurt. Wie de contracten krijgt, wordt niet door Brussel bepaald, maar door deze instanties. Het geld komt vervolgens vooral terecht bij de oligarchen die de zittende regering steunen. Deze lieden brengen veel te hoge bedragen in rekening voor de prestaties die ze leveren. Dat gebeurde overigens ook al voor Orbán aan de macht was.’

‘Je kunt de prijs van corruptie berekenen. Wat kost een kilometer snelweg in Hongarije in vergelijking met een kilometer snelweg in een ander EU-land? De Hongaarse snelweg is duurder. Dat zie je bij veel meer publieke aanbestedingen. In zekere zin gebeurt het allemaal op legale wijze. Er is meestal sprake van een open aanbestedingsprocedure en het oogt alsof iedereen mee kan doen, maar de oligarch wint elke keer. Ook al is de offerte aantoonbaar veel duurder dan wat er elders voor soortgelijke projecten wordt gevraagd.’

‘Neem het geval van een brug tussen Hongarije en Slowakije. De opdracht om die te bouwen werd vergeven aan het bedrijf van Lőrinc Mészáros. Hij is zo’n oligarch die de laatste jaren de wind in de zeilen heeft. Hij was ooit loodgieter in Felcsút, het geboortedorp van Orbán. In 2010, toen Fidesz aan de macht kwam, had hij één bedrijf. Hij is nu de eigenaar van meer dan 121 bedrijven. Zijn vermogen groeide de afgelopen jaren procentueel harder dan het kapitaal van Mark Zuckerberg. Afijn, een Slowaaks bedrijf kon de brug veel goedkoper bouwen dan het bedrijf van Mészáros. Het Slowaakse prijskaartje toonde 74 miljoen euro, de offerte van het bedrijf van Mészáros lag op 104 miljoen euro. Toch werd die gekozen.’

'Er werden in Hongarije meer stadions gebouwd dan het nationale team doelpunten kon scoren'

‘De overwinsten worden vervolgens gebruikt om het feodale economische systeem te versterken en de regerende partij te financieren. Ik vraag me af waarom belastingbetalers in de EU daar niet boos over worden. Dat geld zorgt er ook nog eens voor dat er een kracht wordt gefinancierd die tot doel heeft de EU te destabiliseren. Daarnaast worden tal van media opgekocht door deze groep van oligarchen, die Orbán vanzelfsprekend goedgezind zijn. Mészáros is nu eigenaar van de meeste kranten in Hongarije. Omhoog komen in de Hongaarse samenleving heeft meer te maken met het aanhaken bij de feodale hiërarchie dan met het leveren van prestaties.’

Met dank dus aan de Europese subsidies.

‘Inderdaad. De gelden zijn nooit gebruikt om een concurrerende economie mee op te bouwen, integendeel. Dat is een historische zonde. We hebben de gelegenheid gehad om — net als West-Europese landen na de Tweede Wereldoorlog met de Marshallhulp — met externe middelen iets op te bouwen, maar dat is niet gebeurd. We hadden economische fundamenten moeten slaan voor internationaal succes, in plaats daarvan hebben we overpriced snelwegen en voetbalstadions.’

Voetbalstadions?

Lachend: ‘Er werden meer stadions in Hongarije gebouwd dan het nationale team in wedstrijden doelpunten kon scoren! Orbán heeft een fascinatie voor voetbalstadions, die natuurlijk ook weer voor veel te veel geld worden gebouwd. Ook in zijn dorp staat er één. Vlak bij zijn ouderlijk huis. De capaciteit is tien keer meer dan het aantal inwoners van het dorp [3.000 vs 30.000, red.]. De Roemeense dictator Ceaușescu had ook een voetbalstadion in zijn geboortedorp. Dat type mensen doet dat.’

"Het is soms surrealistisch wat er in Hongarije gebeurt"

Hollywood-producent Andrew Vajna, producent van films als First Blood, Rambo, Terminator III en Total Recall van regisseur Paul Verhoeven, is iemand die wél prestaties heeft geleverd. Ook hij is een vriend van Orbán.

‘Andy Vajna kwam terug naar Hongarije. Hij zorgt ervoor dat de nodige films in Hongarije worden opgenomen, zoals recentelijk de film Blade Runner 2049. Dat is overigens heel positief. Aan de andere kant heeft hij een monopolie in het gokwezen in Hongarije weten te verwerven. Er was er maar één die kans maakte op dat monopolie: Vajna. Hij staat zeer positief tegenover Orbán. En ook Vajna heeft een deel van de Hongaarse media in handen.’

‘We hebben ook een wisseling van oligarchen gehad, zoals Poetin dat ook doet. De vorige — Lajos Simicska — is inmiddels openlijk tegenstander van Orbán. Hij was altijd volkomen onzichtbaar voor de pers, maar nu kun je hem gewoon bellen en scheldt hij Orbán uit voor de ergste dingen. Hij heeft nog steeds geld en infrastructuur. Hij krijgt geen nieuwe opdrachten meer, maar hij heeft nog genoeg middelen om onder andere een extreemrechtse partij te steunen die steeds meer een concurrent van Orbán begint te worden. Hij bezit nog een krant. En een bedrijf dat billboards plaatst. Simicska gelooft dat Fidesz de nieuwe communistische partij is. Hij heeft een punt: het is inderdaad de oude garde van de socialistische partij die in Fidesz de stoelen bezet.’

‘Orbán heeft hem inmiddels het gebruik van de billboards onmogelijk gemaakt. Maar wat doet Simicska: die plaatst witte billboards en gaat die vervolgens eigenhandig beschilderen. ‘s Ochtends beklimt hij een trapje met een pot verf een kliedert hij er leuzen op.’ Maróy begint te lachen: ‘Een buikige ex-oligarch die zijn laatste krachten aanwendt om het tij te keren. Het is soms surrealistisch wat er in Hongarije gebeurt.’

‘De media zijn in het bezit van de oligarchen die Orbán ter wille zijn’

Maar het tij kan ook gekeerd worden — als er maar voldoende mensen op iemand anders stemmen. Hongarije is officieel nog steeds een democratie.

‘Dat klopt. En daarom is het ook van belang dat platforms als het onze grotere groepen mensen gaan bereiken. De meeste mensen krijgen nu amper kritische informatie voorgeschoteld. Het blijkt lastig om de mensen te bereiken die minder hoog opgeleid zijn en buiten de steden wonen; ook zij gaan eens in de zoveel tijd naar het stemhokje. En juist de groep van mensen die hoger opgeleid zijn en in steden wonen, stemmen amper. Ze vinden dat er niemand is waarop ze kúnnen stemmen.’

‘Bij de laatste verkiezingen stemde een derde van de Hongaarse bevolking niet: de partij van Orbán won 28,3 procent van de stemmen en met dit percentage verkregen ze 65 procent van het Parlement. Iets meer dan een kwart van de stemmen was genoeg om tweederde van de zetels in handen te krijgen. Dat is ridicuul.’

‘Daarnaast zijn de meeste media voor een heel groot deel in het bezit van de oligarchen die Orbán ter wille zijn. Het zijn propagandamachines. Als je echt iets wilt veranderen, zul je die mensen met andere informatie moeten zien te bereiken. Helaas is precies het tegenovergestelde aan de hand. Maar niets weerhoudt ons om naar die steden en dorpen te gaan om daar die mensen te bereiken. Hongarije is geen Oekraïne, ze zullen je niet martelen en je onthoofde lichaam ergens in een donker bos achterlaten. Je kunt er nog steeds iets tegen doen. We moeten het gewoon doen. En ja, het kost natuurlijk geld.’

‘Anticorruptiespots op de staatstelevisie, dat zou wel iets zijn’

Je zucht, maar je klinkt tegelijkertijd optimistisch en strijdvaardig. 

‘Ja, ik ben ook optimistisch, het is mogelijk, maar op dit moment is niemand het nog aan het doen. De verhalen zijn er. Die maken we met enige regelmaat en ook anderen doen dat in Hongarije, maar ze bereiken nog niet genoeg mensen. We staan nog niet in contact met de mensen die op Fidesz stemmen, en dat is wel nodig wil je een verandering teweegbrengen.’

Hoe ga je dit probleem oplossen?

‘Ik weet het nog niet precies. We denken aan allerlei methoden. Van het uitgeven van papieren kranten en het flyeren van berichten, tot het inkopen van advertentietijd op de reguliere media. Anticorruptiespots op de staatstelevisie, dat zou wel iets zijn.’

‘Er zijn veel voorbeelden van disruptieve communicatietechnieken. Er zit een hele industrie achter. Als grote bedrijven creatieve campagnes kunnen maken, dan kunnen wij dat ook. Een campagne die viraal gaat, dat is mogelijk. Je hebt mensen en middelen nodig. En we zullen de tegenkrachten die we sinds het begin van ons bestaan leerden kennen ook moeten blijven bevechten, want die zullen zich beslist meer gaan manifesteren.’

 

 

In April zijn in Hongarije de parlementsverkiezingen. Ik vroeg Ákos afgelopen week wat zijn verwachtingen zijn.

'Recentelijk was er een betekenisvolle verrassing bij een gemeentelijke verkiezing in een thuishaven van een voornaam lid van de regeringspartij,' antwoordde hij. 'Een kandidaat van de oppositie wist een zetel te bemachtigen ten koste van Fidesz die deze zetel al decennia bezette. Dat geeft hoop. Aan de andere kant geven alle opiniepeilingen aan dat Fidesz bij de verkiezingen gaat winnen. Als dat gebeurt zal de consolidatie in de Hongaarse media ten koste van onafhankelijke kanalen toenemen en zal het er hier aanzienlijk slechter uit komen te zien. Wij zullen niettemin een waakhond blijven, wat er ook gebeurt.’

Tot slot deze leestip: Recentelijk publiceerde Atlatszo een zevendelige serie onthullende artikelen in het Engels over de zakelijke opkomst van de schoonzoon van Viktor Orbán: István Tiborcz.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Eric Smit

Gevolgd door 1962 leden

Mede-oprichter van FTM. Als voormalig professioneel squasher gewend om klappen te incasseren en uit te delen.

Volg Eric Smit
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren