© Jan Walraven / Apache

‘Een kleine economische elite legt totaal geen verantwoording af’

    Als politiek econoom Andrew Cumbers spreekt, wordt er aan de andere kant van het Kanaal geluisterd. Zijn pleidooi voor de democratisering van de economie door onder andere privatiseringen terug te draaien, wordt gretig opgepikt door Labour-leider Jeremy Corbyn. Nu de rest van Europees links nog overtuigen.

    In februari was Andrew Cumbers nog top of the bill op een volgeboekt congres van de Britse socialisten van Labour. Samen met partijleider Jeremy Corbyn en zijn schaduwminister van economie en financiën John McDonnell, boog Cumbers zich een hele dag over alternatieve modellen van eigendom, van coöperaties tot nationalisaties.

    Het Labourcongres was volgens Corbyn het bewijs dat zijn partij de grote ideeën weer terug naar voren durft te schuiven.

    Over het onderwerp schreef Cumbers, die werkt aan de universiteit van Glasgow, al in 2012 het invloedrijke boek Reclaiming public ownership, making space for economic democracy. Het bewijs dat de ideeën die hij daarin uitwerkte, opgepikt worden, ziet Cumbers elke dag in zijn overvolle agenda.

    Uit een rapport van het Transnational Institute (TNI) blijkt dat zijn concepten bovendien wereldwijd worden toegepast. TNI bracht al meer dan 800 teruggeschroefde privatiseringen in kaart.

    Het boek en zijn ideeën brachten hem twee weken terug in de Gentse Vooruit. Op uitnodiging van de socialistische vakbond ACOD kwam hij er pleiten voor de democratisering van onze economie.

    We spraken Cumbers in het café van het voormalige Socialistische Volkshuis. Een meer symbolische plek is moeilijk te vinden.

    "De economie is gekaapt door de korte termijn"

    Privatiseringen terugdraaien

    De ideeën van Cumbers over hoe de economie ingericht en geleid moet worden, zijn terug te brengen tot één centraal uitgangspunt: economische democratie. ‘Als politiek econoom leg ik de relaties bloot tussen de leidinggevenden in de economie en de bredere samenleving’, legt hij uit. ‘Een economie die geleid wordt door een kleine elite zal ook de waarden, noden en eisen van die elite weerspiegelen. Of die elite nu uit privé-bedrijven of uit de staat komt.’

    Om die reden wil Cumbers de beslissingsmacht over de economie en de richting waarin die economie gestuurd wordt, terug bij het publiek leggen. Om dat mogelijk te maken, moeten sectoren en bedrijven terug in openbare handen komen.

    Cumbers: ‘We hebben veertig jaren van privatisering achter de rug. We hebben daardoor de controle over verschillende aspecten van ons dagelijks leven volledig verloren. Het is onmogelijk geworden om een aantal sleutelsectoren van onze economie collectief te beheren en in die richting te sturen waar we als samenleving naartoe willen. De geprivatiseerde sectoren en bedrijven zijn louter instrumenten geworden om op korte termijn winst te maken, ten koste van andere zaken: de economie is gekaapt door de korte termijn. Voor de langetermijnbelangen van de bevolking, maar ook voor het klimaat, is geen plaats meer.

    'Deze steeds kleiner wordende economische elite hoeft totaal geen democratische verantwoording af te leggen aan de gewone burgers voor wie ze werkt. Dit moet je democratiseren en dat kan door publieke eigendom terug op te eisen.’

    Democratisering

    Cumbers’ pleidooi klinkt bij sommigen als klassiek links in de oren. Nochtans zijn er volgens hem nauwelijks sociaaldemocratische of linkse partijen die vandaag of in het verleden voor het publieke eigendom en de democratische economie hebben gepleit. Herverdeling was steeds het mantra, maar over eigendom en medezeggenschap in de economie bleven en blijven veel sociaaldemocraten stil.

    'We moeten streven naar een ander soort publieke diensten'

    Voor alle duidelijkheid: Cumbers wil absoluut niet terug naar de logge, bureaucratische staatsbedrijven die na de Tweede Wereldoorlog zijn ontstaan. Ook die bedrijven waren en zijn helemaal geen toonbeeld van democratie, zegt hij: ‘Openbare diensten waren in het verleden heel vaak hiërarchisch georganiseerd. Ze waren gecentraliseerd en stonden onder de volledige controle van de staat. Zeker in landen zonder actief middenveld was het op die manier zeer makkelijk voor de elite om de staat en de staatseigendommen in te palmen.’

    Het communistische Joegoslavië, maar ook de Sovjet-Unie en China, zijn niet de voorbeelden die Cumbers voor ogen heeft: ‘De ervaring in die landen leert waarom je niet alles in handen van een almachtige staat wil geven. Ik was onlangs in Slovenië om er te praten over publiek, collectief eigendom. Daar kreeg ik erg negatieve reacties. Dit soort bedrijven wordt toch ook gecontroleerd door een elite, kreeg ik te horen.’

    ‘Maar dat is niet waar ik naartoe wil. We moeten streven naar een ander soort publieke diensten, andere vormen van collectieve eigendom, die veel democratischer georganiseerd zijn. Natuurlijk hebben de nationalisaties die in West-Europa na de Tweede Wereldoorlog werden doorgevoerd veel goeds verwezenlijkt. Burgers kregen toegang tot moderne basisdiensten aan lage prijzen. Dat was nooit eerder gebeurd. Maar we moeten die verwezenlijkingen scheiden van de nood aan democratische burgerparticipatie.’

    Geen almachtige staat

    Daarom pleit Cumbers voor een uitgebreide diversiteit aan eigendomsvormen. Van een lokale coöperatie voor windenergie en waterbedrijven in handen van lokale besturen, tot een spoorwegmaatschappij van de nationale overheid. ‘De sleutel tot een democratisch geleide economie is dat de beslissingsmacht niet gekaapt wordt door een kleine elite. Diversiteit op vlak van collectieve eigendomsvormen is daarbij cruciaal. Dat moet je proberen aan te moedigen.’

    De beslissingsmacht moet gedecentraliseerd worden, maar ook voor de staat blijft een belangrijke rol weggelegd. Op vlak van regelgeving bijvoorbeeld.

    'Ik vind dat wanneer een bedrijf een bepaalde grootte heeft bereikt, het collectief beheerd zou moeten worden'

    Welke eigendomsvorm of beheersniveau in welke sector toegepast moet worden, moet elke samenleving voor zichzelf uitmaken. Cumbers laat daarbij ook ruimte voor privé-eigendom en de markt. Dit om innovatie te stimuleren en de economie dynamisch te houden.

    ‘Er zijn beperkingen aan planning, daar heeft de markt zeker nog een rol te spelen. Maar in elke samenleving moet je nadenken hoe je je burgers meer kan betrekken. Op een bepaald punt moet je weliswaar toegeven dat een sector of industrie een collectief belang heeft, niet enkel een particulier belang, en dus collectief geleid moet worden. Dat omslagpunt zal altijd arbitrair zijn. Ik vind dat wanneer een bedrijf een bepaalde grootte heeft bereikt, het collectief beheerd zou moeten worden — door een werknemerscoöperatie bijvoorbeeld.’

    Managers

    Maar daarmee zijn niet alle problemen van de baan. Het feit dat een bedrijf collectief geleid wordt, met verregaande inspraak van werknemers die het bedrijf in handen hebben, is niet voldoende.

    Cumbers: ‘Verschillende grote bedrijven zijn nu al in handen van de werknemers. De Britse winkelketen John Lewis is er zo één. De laatste jaren werd het bedrijf steeds meer geleid op een zeer traditionele, door managers gestuurde manier, en zo in een zeer commerciële richting geduwd. De managers verantwoordden zich door te wijzen naar de concurrentiestrijd met andere ketens. Zo slaagden ze er in om hun agenda door te drukken en bijvoorbeeld hun lonen te verhogen. Dat soort logica kan dus net zo goed binnensluipen in een bedrijf dat in handen is van werknemers.’

    Collectieve eigendom betekent ook niet per se het einde van de manager: ‘Wat we in gedachten hebben voor de Britse openbare nutsbedrijven, is om autonomie te geven aan de managers, maar ze wel steeds verantwoording te laten afleggen aan een democratisch verkozen raad van bestuur. Tegelijk willen we die bedrijven bepaalde sociale en ecologische doelstellingen opleggen. Publiek eigendom is geen garantie op goed beleid, maar het is de hoop dat naarmate het brede publiek betrokken geraakt, het bedrijf wel in de goede richting wordt geduwd.’

    "De Europese centrumlinkse partijen doen nog altijd alsof er een derde weg is"

    ‘Waarom zouden mensen interesse hebben voor meer democratie en inspraak? Als je wil dat dingen werken, moet je kunnen luisteren naar de mensen voor wie het werkt. Er blijft veel waardevolle kennis ongebruikt. Als manager van de spoorwegen moet je zowel luisteren naar je eigen medewerkers als naar de treingebruikers. Beide groepen zouden vertegenwoordigd moeten zijn in het bestuur, om mee de prioriteiten vast te leggen. Werknemers en gebruikers zullen het daarom niet altijd met elkaar eens zijn, maar door ze samen te brengen, is er ruimte voor onderhandeling. Dat is belangrijk.’

    Europees centrumlinks

    Labour en partijleider Corbyn zijn alvast overtuigd van Cumbers’ ideeën. ‘Het VK heeft natuurlijk veel meer ervaring met privatisering dan bijvoorbeeld België. Er is veel boosheid. Mensen zijn eigenlijk steeds voor publieke eigendom geweest, het is altijd populair geweest. Dat verklaart volgens mij het succes van Labour bij de vorige verkiezingen. Eindelijk was er een partij die pleitte voor ideeën waar heel veel mensen al lang van overtuigd waren.’

    Van andere centrumlinkse Europese partijen kreeg Cumbers weliswaar nog geen uitnodiging: ‘Nog niet. Maar vakbonden en middenveld krijgen meer interesse. De Europese centrumlinkse partijen doen nog altijd alsof er een derde weg is, waarbij het neoliberalisme gecorrigeerd kan worden met wat regels hier en daar. Zo werkt het niet: eigendom en controle over de economie is cruciaal. Maar daar lijkt het overgrote deel van Europees links nog altijd niet van overtuigd te zijn. Ze snappen het nog steeds niet.’

    Nochtans blijkt uit de index van economische democratie in de OESO die Cumbers ontwikkelde, dat in landen waar burgers en werknemers meer te zeggen hebben over de economie de ongelijkheid kleiner is, er minder armoede is en werknemers productiever zijn.

    'Links is zich blijkbaar nog altijd niet voldoende bewust van dat rechtse gevaar'

    ‘Onze bevindingen gaan in tegen het mainstream beleidsdenken van organisaties als de OESO, EU en IMF, die de flexibiliteit en de deregulering van de arbeidsmarkt centraal zetten. Ook de Franse president Macron zit met zijn hervorming van de arbeidsmarkt op die lijn. Het resultaat is meer ongelijkheid en vervreemding. Het zou wel eens een groot cadeau voor extreemrechts kunnen worden.’

    ‘Links is zich blijkbaar nog altijd niet voldoende bewust van dat rechtse gevaar. Landen als Hongarije en Polen, maar ook Le Pen in Frankrijk eigenen zich de taal van publieke eigendom toe. De staat verschijnt in hun discours weer ten tonele, maar niet op de manier die wenselijk is. Hun discours is zeer nationalistisch, gecentraliseerd en totaal ondemocratisch. Je loopt het risico staatsbedrijven te krijgen die door een elite ingeschakeld worden voor hun xenofobe agenda.’

    Daarom betreurt Cumbers de Brexit: ‘Het wordt heel moeilijk voor Labour om op Europees vlak een voortrekkersrol te spelen. Kapitalisme wordt verspreid via denktanken, netwerken van internationale opiniemakers. Links moet dit ook veel meer en beter gaan doen. Om van elkaar te leren, moeten we de succesverhalen benadrukken en ideeën verspreiden. Je mag je daarom niet in je nationale bubbel terugtrekken in de hoop dat wat je op nationaal niveau doet vanzelf elders zal worden gekopieerd.’

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Apache

    Gevolgd door 283 leden

    Apache schrijft wat politici niet willen lezen. FTM en Apache werken samen en wisselen geregeld artikelen uit.

    Volg Apache
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren