Vergroening en verduurzaming zijn nodig als klimaatoplossing. Pakken ze ook zo uit of zijn het nieuwe verdienmodellen? Lees meer

Terwijl de noodzaak om klimaatverandering tegen te gaan evidenter is, bloeit de markt voor vergroening op. Wie verdient er aan de wens voor een groenere wereld? Follow the Money onderzoekt of vergroening en verduurzaming uitpakken zoals ze bedoeld zijn, of dat het enkel leidt tot nieuwe verdienmodellen.
 

14 artikelen

© Actiam

Vermogensbeheerder Actiam: ‘Er zijn te weinig 100 procent duurzame bedrijven om echte verandering te brengen voor de wereld’

Gisteren maakte de Nederlandse vermogensbeheerder Actiam bekend een deel van zijn duurzaamste fondsen een minder groen label te geven. Dit nadat FTM en Investico in deze ‘donkergroene’ fondsen maar liefst 279 ‘grijze’ beleggingen aantroffen in bedrijven zoals Hungarian Oil, Tokyo Gas en Lufthansa. Dennis van der Putten is hoofd duurzaamheid bij Actiam. In een uitgebreid interview zegt hij zich ernstig zorgen te maken over de staat van de wereld: ‘Het is al twee over twaalf.’ Ondertussen verstopt Actiam fossiele beleggingen diep weg in jaarverslagen.

Op zoek naar financieel rendement én impact op onze planeet? Dan hoef je niet verder te zoeken: bij Actiam kunnen bewuste beleggers terecht voor een duurzame, schonere en rechtvaardigere wereld. Met een slordige twintig miljard euro in beheer claimt Actiam decennialange ervaring te hebben met duurzaam beleggen. 

De groene ambities ontstonden bijna dertig jaar geleden toen Actiam nog SNS Asset Management heette en nog niet in handen was van de Nederlands-Britse vermogensbeheerder Cardano. Volgens Dennis van der Putten, hoofd duurzaamheid bij Actiam, bestond de duurzaamheidsafdeling toen nog uit ‘anderhalve man en een paardenkop’. Van der Putten: ‘Maar de afgelopen vijf tot tien jaar is duurzaamheid echt een thema geworden in de markt. Duurzaamheid is zo’n beetje het belangrijkste wat we doen. Naast goed financieel rendement maken natuurlijk, maar we zien steeds meer dat dat heel goed hand in hand gaat.’

Eerder deze week publiceerden Follow the Money, Investico en nieuwsredacties uit heel Europa de resultaten van The Great Green Investment Investigation. Het onderzoekscollectief achterhaalde de volledige portfolio's van Europa’s allergroenste beleggingsfondsen en onderzochten 30 duizend beleggingen die donkergroen zeggen te zijn, met een gezamenlijke waarde van ruim 619 miljard euro. Wat bleek: bijna de helft van deze ‘donkergroene’ fondsen investeert in de fossiele industrie en de luchtvaart.

Grijs, lichtgroen of donkergroen?

Om greenwashing in de financiële sector te voorkomen moeten fondsmanagers sinds een kleine twee jaar hun fondsen een kleur geven van de Europese Unie: grijs (artikel 6), lichtgroen (artikel 8) of donkergroen (artikel 9). Hoe groener het fonds, hoe hoger de duurzaamheidseisen op sociaal- en milieuvlak. Met The Great Green Investment Investigation namen Follow the Money en partners de duurzame claims van Europa’s ‘donkergroene’ beleggingsfondsen onder de loep, oftewel artikel 9-fondsen.

Lees verder Inklappen

Van de Nederlandse aanbieders stak Actiam er met kop en schouders bovenuit, in negatieve zin dan. De ‘duurzame’ fondsen van de vermogensbeheerder investeren namelijk bijna 170 miljoen euro in bedrijven als het Chinese (kolen)mijnbedrijf Huaibei Mining, het gasbedrijf Tokyo Gas en zelfs Zhongtai Chemical in het Chinese Xinjiang – de regio waarover ernstige vermoedens van dwangarbeid en mensenrechtenschendingen bestaan. Daarnaast investeert Actiam in luchtvaartmaatschappijen als China Airlines, Turkish Airlines en Qantas Airways. 

Toen Follow the Money in oktober vragen begon te stellen over het duurzaamheidsbeleid van Actiam, nam Van der Putten uit eigen initiatief contact op met de redactie voor een interview, onder het mom: ‘Ons vertrekpunt is dat ik elke euro die ik beleg aan journalisten moet kunnen verantwoorden.’

Meneer van der Putten, u bent hoofd duurzaamheid bij Actiam. Wat is dat precies, duurzaam beleggen?

‘Vooropgesteld, wat moeilijk is aan duurzaam beleggen is dat er niet één definitie van duurzaamheid is. Ja, je hebt een soort van ondergrens: je mag niks doen wat tegen mensenrechten ingaat, daar zijn we het allemaal wel zo’n beetje over eens. Maar mag je ook in tabaksproducenten beleggen? Daar kijkt iedereen anders naar en iedereen geeft ook zijn eigen definitie en invulling aan duurzaamheid. En dat maakt het best wel complex.’

‘Die kwalificatie is crap. Je hebt er geen klap aan’

Door het gebrek aan een heldere definitie van duurzaamheid kunnen fondsmanagers probleemloos duurzame stempels op beleggingsproducten zetten. Actiam gebruikt zelf het idee achter de donut-economie van de bekende Britse economie Kate Raworth om tot een definitie van duurzaamheid te komen. Van der Putten: ‘Stel je een donut voor: de binnenkant zijn de basisvoorzieningen waar ieder mens recht op heeft, en de buitenkant is de planetaire grens. Wat kunnen we gebruiken van de planeet zonder dat we die kapot maken? Voor ons zit de duurzame wereld dus in het deeg van de donut.’

Bedoelt u daarmee dat Actiam alleen in duurzame bedrijven belegt? 
‘Je zou inderdaad kunnen zeggen: ik beleg alleen in die bedrijven die al in het deeg van de donut zitten. Maar wij geloven dat je het daarmee niet gaat redden. Ten eerste: je hebt een real world impact. En ten tweede: de groep van duurzame bedrijven is gewoon te klein. We hebben de middenmoot en subtop nodig om de transitie te maken naar die duurzame samenleving.’

Al uw beleggingsfondsen zitten in de hoogste duurzaamheidscategorie: donkergroen. De drie categorieën (grijs, lichtgroen en donkergroen) komen voort uit Europese regels die twee jaar geleden van kracht werden. Helpen deze nieuwe regels voor meer duidelijkheid over wat duurzaam is?

‘Ik ga nu toch een technisch verhaal beginnen – sorry daarvoor. Jullie noemen die fondsen “donkergroen”. Maar die regelgeving waar jullie het over hebben is een disclosure regulation, oftewel: het is niet bedoeld als label. Lichtgroen, donkergroen – dat is helemaal niet wat het is. Dat is de uitleg die er op dit moment door de markt aan wordt gegeven.’

Label of geen label: de SFDR stelt dat (donkergroene) Artikel 9-fondsen een 100 procent expliciet sociaal of milieudoel moeten hebben. Met deze vereisten wordt natuurlijk wel de verwachting gewekt dat het om een volledig duurzaam portfolio gaat. Of ziet u dat anders?

‘Een bedrijf waar in wordt geïnvesteerd hoeft niet honderd procent duurzaam te zijn. Zolang het maar één euro bijdraagt aan een duurzame doelstelling, dan voldoet het bedrijf al aan de kwalificatie voor een Artikel 9-fonds. Daarom is die kwalificatie ook zo'n crap. Je hebt er geen klap aan.’ 

U vindt de Europese regels ‘crap’? 

‘Ik denk dat je als regelgever gewoon toe moet naar een duidelijke definitie van “Dit is wat wij duurzaam vinden en dit niet”. Ik wil juist nog meer aanscherping, meer duiding: mag ik in een oliebedrijf beleggen – ja of nee? En als dat bedrijf voor slechts twee procent in olie zit, mag het dan? Dit is nu een compleet open norm en daardoor komt de definitie van duurzaamheid waar we eigenlijk allemaal nog naar op zoek zijn niet dichterbij.’

Wacht even, het klinkt nu alsof u gewoon een normaal beleggingsinstituut bent dat vraagt om duidelijker regels. Maar als groen fonds wilt u toch juist voorop lopen? Als je met een groene bril naar Artikel 9 kijkt, dan zijn er toch genoeg handvatten om je portfolio echt te vergroenen?

‘Vanuit ons perspectief hebben we dat ook gedaan. Wij vinden het nog steeds duurzaam als je in bedrijven belegt die nu misschien nog niet als koploper of als beste jongetje van de klas worden gezien, maar die nog de transitie gaan maken of op dit moment nog in transitie zijn.’

In Europa worden nu duizenden miljarden groen geïnvesteerd, maar al die groene fondsen lijken samen nog geen deuk in een pakje boter te slaan: de aarde warmt nog steeds enorm op. 

‘En daar vinden we elkaar, want die biljoenen gaan alleen naar beursgenoteerde ondernemingen die er toch al zijn. Als gevolg gaat alleen de koers omhoog, omdat er meer beleggers in willen beleggen, maar er gaat geen euro extra naar groene projecten.’

Maar dat is toch precies wat u ook doet? Veel van Actiams fondsen beleggen toch in beursgenoteerde bedrijven? 

‘Ja precies. En dus ook niet-groene bedrijven tegen wie wij dus zeggen: we gaan met jou in gesprek, we gaan je helpen in je transitie.’ 

En hoe lang doet u dat al?

‘Nou ja, eigenlijk al sinds onze oprichting.’

En wat heeft Actiam in de afgelopen dertig jaar met deze strategie bereikt? 

‘Dat is lastig meetbaar, maar ik zal je een voorbeeld geven. Jullie kennen McDonald’s waarschijnlijk wel. Toen ik jong en onbedorven was, kreeg ik mijn milkshake in een kopje van foam. Dat werd dan in de bosjes gegooid en dan duurde het honderd jaar voordat het was afgebroken.

‘Waarom zou je niet in McDonald’s beleggen?’

Wij zijn met McDonald’s in gesprek gegaan. We hebben een gesprek met ze gevoerd en gezegd: dat moet anders. Als je nu een milkshake haalt dan zit het in een hernieuwbare, afbreekbare beker. Dat heeft te maken met het feit dat wij als Actiam engagement hebben gevoerd.’

Wacht even: investeren jullie nu nog steeds in McDonald’s? Dat hele snelle consumeren heeft toch niks met duurzaamheid te maken?

‘Voor mijn begrip: Waarom zou je niet in McDonald’s beleggen? Wat is daar niet duurzaam aan in jullie definitie?’

Nou, is McDonald’s niet de consumptiemaatschappij pur sang? Ze verkopen enorme hoeveelheden vlees, wat nou niet bepaald klimaat- en diervriendelijk is.

‘In jouw definitie zou ik dus ook niet in Albert Heijn mogen beleggen, hè? Daar bieden ze ook vlees aan.’

Vlezige fastfood is toch niet het kernproduct van Albert Heijn?
‘In onze overtuiging doet McDonald’s an sich niets verkeerd. Ze leveren een product waar vraag naar is. Dit heeft met consumptiegedrag te maken. Je kunt het de rug toekeren, maar dat wil niet zeggen dat het er dan ineens niet meer is. Dus wij gaan liever in gesprek en zeggen: wij vinden dat je meer vleesvervangers moet gaan aanbieden. En langzaam maar zeker zie je dan verandering.’

Hoe weet Actiam zeker dat jullie die verandering hebben teweeggebracht? 

‘Dat weet je niet. Ik kan jou niet zeggen dat een bepaalde verandering door Actiam zelf is ontstaan. Vaak is het ook engagement in een collectief: dus meerdere partijen wereldwijd. En vaak geven bedrijven ook niet toe dat een verandering is ontstaan onder druk van beleggers.’

Maar je zou ook kunnen zeggen: er gaat veel te weinig geld naar bedrijven die zich volledig ten doel stellen een positieve verandering teweeg te brengen. Waarom stoppen jullie zoveel geld en aandacht in grote beursgenoteerde ondernemingen, waarvoor die doelstelling een stuk discutabeler is?

‘Wij bieden deze zogenaamde impactfondsen ook aan, maar er is simpelweg te weinig vraag naar dat soort strategieën. Het is duurder, het is intensiever, dus de beleggingskosten zijn een stuk hoger. En pensioenfondsen worden bijvoorbeeld heel erg gedreven door kostenbeheersing.’

Is dit niet de grote olifant in de kamer? Duurzame projecten zijn gewoon risicovoller en leveren waarschijnlijk minder winst op. Daardoor komen ze niet van de grond. 

‘Ja. Wij zouden het liefst investeren in dit soort duurzame projecten, alleen wij hebben geen eigen geld. Wij investeren namens anderen. Zolang wij niet de opdracht krijgen om in die impactfondsen te investeren, gebeurt het niet.’ 

Wat wellicht ook niet meehelpt, is dat veel gangbare beursgenoteerde bedrijven met een negatieve impact op de planeet hebben, toch duurzaam worden genoemd. Begrijpt u die verwarring?

‘Ja, absoluut. Als je alle beursgenoteerde bedrijven tegen de strengste duurzaamheidsnorm aan zou houden, dan houd je ongeveer twee procent van de bedrijven over.’

Waarom is dát niet de koptekst op Actiams website?

‘Ik weet niet hoe we het op onze website beschrijven. Maar als een bedrijf echt controverses heeft, of zelfs al ruikt naar controverses, gaan we daar niet mee in zee. Ook als we het transitiepad van een bedrijf ongeloofwaardig vinden, beleggen we er niet in.’

Laten we het concreter maken. Neem bijvoorbeeld een van jullie ‘donkergroene’ fondsen: het Actiam Verantwoord Index Aandelenfonds Wereld. Dat heeft een duurzaam beleggingsdoel, krijgt vijf duurzaamheidssterren van het ratingkantoor Morningstar en 100 procent voldoet aan ESG-criteria. Het fonds zou een aantoonbaar positieve bijdrage leveren aan mens en planeet. De realiteit is dat het fonds ook ruim 32 miljoen euro belegt in de fossiele industrie (23 beleggingen) en de luchtvaart (8 beleggingen). We hebben het dan over bedrijven als Tokyo gas, het Oostenrijkse olie- en gasbedrijf OMV, Air Canada en Qantas Airways. Hoe gaan dit soort beleggingen de wereld duurzamer en schoner maken?

‘Laten we eerst twee dingen uit elkaar halen: jullie hebben het over 32 miljoen euro. Om dingen in perspectief te plaatsen: dit fonds is een paar miljard euro groot.’

Vindt u die 32 miljoen eigenlijk peanuts?

‘Peanuts is het zeer zeker niet, maar ik wil het wel in perspectief plaatsen. Dat is het eerste.’

En het tweede? 

‘Dat 100 procent van de beleggingen in het fonds voldoen aan ESG-criteria, wil niet zeggen dat de activiteiten van die al die ondernemingen ook 100 procent duurzaam zijn.’

Sterker nog: het zijn beleggingen in een aardoliebedrijf, een tankstationketen, een Chinese kolenmijn en een grote Hongaarse olie- en gasmaatschappij. 

‘Die bedrijven hebben allemaal de doelstelling om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Ze zijn hun fossiele activiteiten aan het afbouwen…’

Hier onderbreken we u toch even. Actiam heeft onlangs een persbericht uitgestuurd waarin staat dat geen enkele olie- en gasmaatschappij op dit moment voldoet aan het klimaatakkoord van Parijs.

‘Dat klopt.’ 

En nu zegt u: in 2050 zijn al deze bedrijven klimaatneutraal. Dat is een contradictie: als deze bedrijven in 2050 klimaatneutraal zijn, voldoen ze wél aan het klimaatakkoord van Parijs. Welke van de twee is het?

‘Nu gaan er twee dingen door elkaar lopen. Wij hebben inderdaad hebben gezegd dat geen enkele van die geëngageerde partijen op dit moment honderd procent voldoet aan het klimaatakkoord van Parijs.

‘Er zijn gewoon te weinig 100 procent duurzame bedrijven’

Maar juist daarom investeren we in een beperkt aantal olie- en gasbedrijven; bedrijven die volgens ons een bijdrage kunnen leveren aan de transitie. Ik weet dat wij ons daarmee kwetsbaar opstellen. En toch vinden wij dit de juiste manier.’

De International Energy Agency zegt dat we moeten stoppen met olie, gas en kolen om de klimaatdoelen te kunnen halen. Tegelijkertijd zegt de VN dat er op dit moment twee keer zoveel olie en gas wordt ontgonnen als toegestaan om binnen de 1,5 graden uit het Parijsakkoord te blijven. Hoe gaat Actiam fossiele bedrijven overhalen om te minderen?

‘Ja, in zijn algemeenheid gaat het tegenovergestelde kant op. Dat klopt inderdaad. Maar voor wat betreft de partijen waar wij in investeren: niet een daarvan is aan het uitbreiden in kolen bijvoorbeeld. Wij gebruiken daar de Duitse ngo Urgewald voor, die onder andere onderzoek doet naar uitbreidingsplannen van fossiele bedrijven.’

Interessant dat u Urgewald noemt. Want precies deze partij zegt namelijk ook dat de bedrijven die we net noemden geen realistische exit-strategie hebben. Misschien is het ook niet zo gek dat bedrijven die bijna hun volledige omzet uit fossiel halen, geen goed plan voor een duurzame toekomst hebben. Wat zou hun nieuwe verdienmodel kunnen zijn?

Ik heb het niet gehad over de exit-strategie, maar over uitbreidingsplannen in kool. Daarvoor gebruiken we Urgewald.’

Een van de principes in de SFDR waar uw fondsen aan moeten voldoen is: do no significant harm. Brengen mijnbedrijven, olie- en gasbedrijven en luchtvaartmaatschappijen volgens u geen significante schade toe aan het milieu?

‘Daar kom je dus op het punt dat je zegt: wat is significant? Stel: ik investeer in een energieproducent die zijn omzet voor 99 procent uit windenergie haalt en voor 1 procent uit kolen. Is dat significante schade?’

Dat lijkt procentueel inderdaad een vrij kleine bijdrage. Maar onze discussie gaat over bedrijven die bijna hun volledige omzet uit olie en gas halen. Zoals Equinor, een van de grootste gasproducenten van Europa die zijn omzet voor 96 procent uit fossiel haalt. 

‘Als dat 96 procent zou zijn dan is dat inderdaad significante schade.’

Waar legt u de grens?

‘Dat hangt ervan af. Bij kolen zeggen we bijvoorbeeld dat een bedrijf op dit moment nog 15 procent omzet uit kolen mag halen, mits het een geloofwaardige afbouwstrategie heeft. 96 procent omzet uit fossiel is geen grens die wij hanteren. Dan kun je niet nog geloofwaardig naar klimaatneutraliteit gaan.’

Dus dan zou Actiam ook uit Equinor stappen, als die cijfers kloppen?

‘Als die cijfers kloppen dan dan past dat niet in de manier waarop wij beleggen.’

We hebben vier juristen gebeld die verstand hebben van de SFDR en alle vier zeggen dat ze het uiterst lastig uit te leggen vinden dat Artikel 9-fondsen in olie, gas, kolen en de luchtvaart investeren. Dus aan u nog eens de vraag om dit zo helder mogelijk te doen. 

‘Wij geloven dat er een transitie nodig is naar een duurzame samenleving. Dat betekent dat wij bereid zijn om in bedrijven te beleggen die op dit moment niet 100 procent duurzaam zijn, de zogenaamde engelen. Dat is onze definitie van duurzaamheid. Als je vandaag de dag alleen in engelen zou beleggen dan redden we het niet. Er zijn gewoon te weinig 100 procent duurzame bedrijven. Hoe je ze ook classificeert, het zijn er te weinig om echte verandering te brengen voor de wereld. Wat mij betreft moet daar de discussie over gaan.’

Als u wilt dat de discussie daarover gaat, ligt het dan niet voor de hand om dit dilemma volledig transparant voor te leggen aan beleggers, voordat ze voor jullie kiezen? En ze duidelijk te maken dat uw ‘duurzame’ fondsen ook in olie- en gasmaatschappijen beleggen?

‘In ons jaarverslag staan regel voor regel onze posities in de fondsen, dus ik ben het er absoluut niet mee eens dat dat we niet transparant zijn.’

Follow the Money vroeg aan de Autoriteit Financiële Markten (AFM) hoe aan (potentiële) investeerders moet worden duidelijk gemaakt dat er binnen een groen fonds in fossiel wordt belegd. De AFM gaf aan dat dit soort discutabele investeringen ‘helder toegelicht’ moeten worden op een plek die voor consumenten ‘duidelijk vindbaar’ is – dus niet ergens met kleinere lettertjes weggestopt diep in een jaarverslag.

Als we echt de staat van de wereld zouden begrijpen zouden we in foetushouding huilend op bed liggen

We vroegen aan Dennis van der Putten om ons te laten zien waar Actiams keuzes voor fossiele bedrijven staan toegelicht. In eerste instantie kan Van der Putten de beleggingen niet in het jaarverslag terugvinden. Pas als we specifiek op ‘Tokyo Gas’ zoeken, komen we terecht bij een kleine tabel op pagina 97.

Nou, we kunnen nu wel vaststellen dat het niet makkelijk is terug te vinden. 

‘Ik heb ook niet gezegd dat het makkelijk was.’

Potentiële beleggers wordt voorgespiegeld dat we samen de wereld een stuk groener gaan maken. Is dit geen vorm van greenwashing?

‘Dat is jouw woordkeuze. Je zult begrijpen dat ik het daar pertinent mee oneens ben. Misschien dat je teveel liefhebber moet zijn om ons hele beleid door te nemen, daar kan ik me wel iets bij voorstellen.’

Maar strooien die groene boodschappen op uw website mensen dan geen zand in de ogen? Met als gevolg dat, wanneer blijkt dat het toch allemaal net wat anders zit, er cynisme ontstaat over die zogenaamd ‘duurzame’ beleggingen? 

‘Ja… ik heb dat cynisme niet. Ik ben ook niet per se trots op elk bedrijf dat wij selecteren, dat kan hier en daar best pijn doen. Maar ik ben me er wel van bewust: het is al twee over twaalf. Als we echt de staat van de wereld zouden begrijpen en zouden voelen, dan zouden we hier niet zitten maar al dan niet gezamenlijk in foetushouding huilend op bed liggen. Want zo slecht staan we ervoor op het gebied van klimaat, op het gebied van biodiversiteitsverlies.’

Maar dan ga je toch niet beleggen in allerlei grijze bedrijven? 

‘Wij zouden ook meer in impact willen investeren, absoluut. Maar dan moet er wel iemand zijn die daar zijn of haar geld in wil stoppen. Duurzaamheid is in zijn algemeenheid een commerciële propositie geworden. En “duurzaam” is geen beschermde term, dus iedereen geeft er een andere lading aan. Onze overtuiging is duidelijk: je kunt niet alleen maar in engelen beleggen. Wel kunnen we proberen om daar nog transparanter over te zijn.’

Waarom noemt u zichzelf eigenlijk geen artikel 8-fonds (lichtgroen), in plaats van artikel 9? 

‘Dat is een van de interne discussies inderdaad. Gaan we nou dit gevecht aan? Of kiezen we voor de makkelijke weg: we maken het artikel 8 en dan krijgen we hier geen enkele vraag meer over. En dan kunnen we prima in – wat was het, Tokyo Gas? – blijven beleggen. Dan hadden wij ook een heel ander gesprek gehad, waarschijnlijk.’

Ja, waarschijnlijk wel. 

‘Misschien zullen we alsnog voor artikel 8 kiezen. Ons vertrekpunt is dat ik elke euro die ik beleg aan een journalist moet kunnen verantwoorden. Ik wil liever ook geen gezeur, maar we staan voor alles wat we doen en gaan ieder gesprek aan.’

Dinsdag – een maand na het bovenstaande gesprek met Dennis van der Putten – maakte Actiam bekend nagenoeg al zijn Artikel 9-fondsen (donkergroen) te herclassificeren naar Artikel 8. Lees hier meer over hoe deze beslissing tot stand is gekomen.