Henk Schulte Nordholt

Wat betekent de opmars van China voor Nederland en Europa? Lees meer

China neemt nadrukkelijk zijn plaats op het wereldtoneel in. Naar verwachting streeft het de Verenigde Staten binnenkort voorbij als de grootste economie. Op allerlei manieren is China bezig kennis en hoogwaardige technologie in handen te krijgen; het wil in 2025 een onafhankelijke technologische grootmacht zijn. Wat betekent dit voor Nederland, dat al innig met China is verbonden?

50 artikelen

Henk Schulte Nordholt © Sabine Rovers

‘De taal van macht is de enige taal die de Chinese Communistische Partij begrijpt’

2 Connecties
19 Bijdragen

Hij woonde en werkte ruim twintig jaar in China en maakte uitgebreide reizen door het immense land. Eind 2021 verscheen zijn boek ‘Is China nog te stoppen?’ Een gesprek met sinoloog Henk Schulte Nordholt over de grote liefde die hij voelt voor het land en zijn bevolking en zijn even grote afkeer van de Communistische Partij: ‘Met het nationalisme heeft de partij een monster van Frankenstein gecreëerd’.

‘Zoek dekking, er wordt geschoten!’ Gillend rennen duizenden mensen alle kanten op, dekking zoekend achter de bomen en lage muurtjes aan de rand van het plein. Op 4 juni 1989 stond zakenman en sinoloog Henk Schulte Nordholt tussen demonstrerende studenten op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing, toen de tanks van het Volksbevrijdingsleger het vuur openden. De roep om meer democratie, vrijheid van meningsuiting en minder censuur werd gesmoord door kogels. Schulte Nordholt tekende het op in zijn in 2015 verschenen standaardwerk China en de barbaren.  

‘Eerst kwamen er troepen uit Beijing, maar die wilden niet op de eigen bevolking schieten, toen werden er troepen uit Zuidwest-China gehaald. Dat waren kleine, getinte soldaten van boerenafkomst, totaal geïndoctrineerd. Vanaf het plein was ik naar het International City Building gegaan, waar mijn bedrijf zat. Daar kwam een enorme troepenmacht langs, die dacht dat er sluipschutters op het dak zaten. Ze begonnen als gekken te schieten en de ramen spatten aan flarden. Gelukkig zat ik op een lagere verdieping, weggedoken onder mijn bureau. Na afloop moesten we door een haag soldaten naar buiten,’ vertelt hij er nu over. 

De gevechten gingen nog een week door. ‘Ik zag uitgebrande tanks. Soldaten werden gelyncht. Er waren geruchten dat delen van het leger achter de studenten zouden staan. Het was een heel ruige situatie. Veel van de activisten wisten met steun van de bevolking te vluchten, en doken later op in Hong Kong en de Verenigde Staten.’

De partij kreeg de situatie snel onder controle. Strenge censuur moest voorkomen dat bekend werd wat zich precies op het plein had afgespeeld. ‘Al snel verspreidden de autoriteiten het verhaal dat een kleine groep raddraaiers de rest van de burgers had misleid. Het is heel vergelijkbaar met wat zich nu in Hong Kong afspeelt. Het laat zien hoe de overheid informatie draait en manipuleert.’

Het gesprek vindt plaats in zijn woning in het Haagse Statenkwartier. Aan de muur Aziatische kunst, in de gang een grote buste van de Dalai Lama gemaakt door zijn echtgenote, beeldhouwer Kiek Bangert. Huishond Bo, die uit een Spaans asiel is meegenomen, volgt het gesprek nauwlettend. Als Schulte Nordholt opstaat om voor zijn gasten koffie te maken, valt op dat hij op blote voeten loopt; een oude gewoonte die hij overhield uit China.

Het is geen toeval dat hij sinoloog is geworden. Geschiedenis, taal of rechten zou hij gaan studeren. Maar met een taal zou hij vroeg of laat voor de klas belanden en dat zag hij niet zitten. Geschiedenis studeerde hij een jaar omdat zijn vader hoogleraar in dat vak was, maar ook dat trok niet echt.

‘Onze buurman was sinoloog en ex-diplomaat. Zijn huis stond vol Chinese kunst. Daar was ik erg bevattelijk voor. China kwam op dat moment economisch op en dat vond ik heel interessant. Ik ben dus overgestapt naar sinologie in Leiden, waar bekende hoogleraren zoals Erik Zürcher en Anthony Hulsewé college gaven. De lesboeken kwamen uit Taiwan, want China mocht dan in opkomst zijn, het land zat nog potdicht.’

Schulte Nordholt zag met verbazing hoe mensen die niets van het land wisten, dweepten met Mao en het ‘Rode Boekje’. ‘Heel naïef, ze gingen volledig met de propaganda mee. Ze zagen China als oplossing voor alle tekortkomingen van het Westen. Pas aan het einde van de jaren zeventig zag je mensen als de Belgische sinoloog Simon Leys, die met zijn boek Chinese Schimmen door het Maoïstische systeem heen prikte. Maar wij hadden mensen zoals schrijver Harry Mulisch, en de marxistische professor Willem Frederik Wertheim, die Mao’s Culturele Revolutie ophemelden.’ 

In 1972 reisde de toenmalige Amerikaanse president Richard Nixon naar China. De reis werd gezien als het einde van de Koude Oorlog tussen China en de VS. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig ontstonden de eerste joint ventures van Westerse en Chinese bedrijven.‘Ik studeerde in 1981 af, net op het goede moment. Ik kon diplomaat worden, maar dat was niks voor mij. Op het ministerie van Economische Zaken kreeg ik een post die handelsmissies naar en uit China organiseerde. Dat was een spannende tijd. Nederland had twee duikboten geleverd aan Taiwan en China reageerde als door een wesp gestoken. Den Haag ging het strafbankje in. Er was nauwelijks handel meer tussen beide landen en de ambassadeurs werden teruggetrokken. Dat was de tijd van de eerste China-discussie: gaat de Chinese markt ooit zijn grote belofte waarmaken, of blijft het een arm ontwikkelingsland? Een groot kamp zag de toekomst in Taiwan liggen, maar het ministerie van Buitenlandse Zaken volgde de Chinese lijn dat Taiwan een afvallige provincie was. Een exportvergunning voor een vervolgorder van nog eens vier onderzeeboten voor Taiwan werd daarna door Nederland niet meer verleend, en toen waren we weer welkom in China.’

U was dertig toen u voor het eerst in China kwam. Wat voor land trof u aan?

‘Alles was grijzer dan ik me had voorgesteld. De smog sloeg in je gezicht. Het beantwoordde niet aan mijn romantische beeld, maar het was wel erg enerverend. Jonge Chinezen wilden het liefst Engels leren en voor een buitenlands bedrijf werken. Ik was in 1985 bij EZ vertrokken en directeur geworden van de eerste Amro-bank in Beijing. Als bankier kwam ik ook met hoge partijfunctionarissen in contact. Een van hen was premier Zhao Ziyang, een erg liberale, humanistische man. En, heel opmerkelijk voor een partijbons omdat die normaal gesproken zeer bureaucratisch zijn: hij sprak niet van papiertjes!’

In 1990, na de demonstraties op het Plein van de Hemelse Vrede werd Henk Schulte Nordholt overgeplaatst naar Taiwan. Toen Amro fuseerde met de ABN, besloot hij weer terug te keren naar China. Daar richtte hij met vrienden Hofung op, een handelshuis dat bemiddelde tussen Chinese kopers en buitenlandse leveranciers. Een aantal jaren geleden verkocht hij zijn belang in dat bedrijf. ‘Ik ben nu onafhankelijk en kan zeggen wat ik wil’, lacht hij.

De demonstraties van studenten in 1989 maakte u van dichtbij mee. Waarom greep het leger toen zo hard in?

‘De hardliners binnen de Communistische Partij vonden dat het allemaal  te snel ging. Er was te veel openheid gekomen, en te veel vrijheid. De toenmalige partijleider Deng Xiaoping zei: Als je de ramen open zet komen er vliegen binnen, maar ook frisse lucht. Een groot deel van de partij vond de hoeveelheid vliegen te groot. De conservatieve leden zagen dat hun bestaansrecht werd aangetast en grepen naar geweld.’

De Chinese geschiedenis is niet bepaald bezaaid met democratische experimenten, maar dat wil volgens Schulte Nordholt niet zeggen dat autocratie in de Chinese genen zit. In 1912 vonden in China zelfs algemene verkiezingen plaats en de zogenoemde 4 Mei beweging in 1919 leek in veel opzichten op de studentenopstanden in 1989. In China en de barbaren gaat hij daar uitgebreid op in.

Zelfs binnen de Communistische Partij zijn er mensen geweest die meer democratie wilden en hervormingen nastreefden. Schulte Nordholt: ‘Dan denk ik aan Hu Yaobang, de in de jaren tachtig door Deng Xiaoping aangestelde partijsecretaris. Hij wilde geen algemene verkiezingen, maar wel de democratie binnen de partij bevorderen door kandidaten voor het politbureau rechtstreeks te laten kiezen. Ook wilde hij meer transparantie van de overheid en dat overheidsfunctionarissen direct verantwoordelijk konden worden gehouden voor hun fouten. Zijn dood op 15 april 1989 was de directe aanleiding tot de demonstraties op het Plein. En dan was er Zhao Ziyang, de opvolger van Hu Yaobang die in 1989 het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede poogde te voorkomen. Als dank daavoor stond hij de laatste zestien jaar van zijn leven onder huisarrest. In het diepste geheim sprak hij zijn memoires in op cassettebandjes, die hij naar het buitenland smokkelde. Net als Hu wilde hij meer democratie binnen de partij, maar hij ging nog verder. Een volwaardige democratie en scheiding van machten zag hij als de enige oplossing voor de corruptie en het machtsmisbruik van de CCP.’

'Onder Xi Jinping is de partij intoleranter dan ooit'

Is er anno 2022 nog ruimte voor democratische experimenten?

‘Op universiteiten zijn er nog wel enkele moedige denkers te vinden, maar onder Xi Jinping is de partij intoleranter voor andere geluiden dan ooit. Vroeger bijvoorbeeld was de CCP niet aanwezig in de kleinere dorpen. Daar werden leiders gekozen. Maar Xi vertrouwt dat systeem niet meer. Hij wil dat de partij in alle haarvaten van de samenleving is vertegenwoordigd. Toestemming om ngo’s op te richten krijg je nauwelijks meer, zelfs Chinese niet. Nieuw is ook de digitale massale surveillance. Die is tot in het extreme doorgevoerd in Xinjiang en Tibet. Het is echt Orwelliaans. Ik vind het doodeng. Daarin herken ik ook de historische angst voor een opstand van het volk om een nieuwe dynastie te stichten. De CCP wil de historische wetmatigheid dat ieder Chinees regime gedoemd is om ten onder te gaan, doorbreken.’

Een ‘civil society’, bestaat die nog in China?

‘Bijna niet meer. Boeddhisten doen aan liefdadigheid zoals ouderen- en dierenzorg.  Dat wordt toegestaan omdat ze geen politieke ambities hebben. Daar werden eind jaren negentig de Falun Gong-aanhangers overigens wel van verdacht. Die maakten deel uit van de hoogste regionen van de CCP, maar na de arrestatie van enkele beoefenaars ging tienduizend man demonstreren voor de poorten van de Zhongnanhai, het Kremlin van China. Dat kon de CCP niet toestaan omdat alles wat zich kan organiseren politieke macht vertegenwoordigt. Het gevolg was een jarenlange keiharde vervolging van Falun Gong-beweging in China.’

‘Het enige wat de Chinese mensen echt interesseert is ervoor te zorgen dat hun kinderen een beter leven hebben dan zijzelf’

Nieuw onder Xi Jinping is ook het nationalisme?

‘Vergeet niet dat Mao daar ook al op inspeelde. Van hem is de leus dat China geen centimeter grond meer zou afstaan aan buitenlandse machten. Xi Jinping heeft dat nationalisme opgepoetst om de legitimiteit van de CCP te versterken. En je ziet aan de juichende reacties op de moord van de Japanse oud-premier Shinzo Abe dat dat zijn eigen leven is gaan leiden. Met het nationalisme heeft de partij een monster van Frankenstein gecreëerd. Maar ik ken de Chinezen helemaal niet als xenofoob, eerder als nieuwsgierig naar de wereld buiten China – ook al heb ik het dan over de beter opgeleide stedelingen. Voordat Xi Jinping aan de macht kwam werd je als buitenlander zelfs voorgetrokken, je werd bijvoorbeeld nooit aangehouden als je door rood reed. De agenten hadden geen zin hadden in een confrontatie met buitenlanders, waarvan de meesten geen Chinees spraken, maar die voorkeursbehandeling was ook bewust beleid. Nu is de status van buitenlander weer gedegradeerd, maar dat heeft niets met de Chinese volksaard te maken. Het enige wat de Chinese mensen echt interesseert is onbelemmerd ondernemen, plezier maken en ervoor te zorgen dat hun kinderen een beter leven hebben dan zijzelf.’

In uw laatste boek Is China nog te stoppen? toont u een grote liefde voor land en cultuur, maar een grote afkeer van de Communistische Partij.

‘Dat zien jullie goed. Het communisme past eigenlijk helemaal niet bij Chinezen. Onder Mao moesten boeren zich in communes verenigen en massaal staal produceren. Deze zogeheten ‘Grote sprong voorwaarts’ veroorzaakte de grootste hongersnood uit de geschiedenis. De mislukking van de communes laat zien hoe diep de familiebanden zijn. Je clan is in China je sociale kern. Het is een low trust society: een buitenstaander vertrouw je niet.  Er is daarom ook geen gevoel van identificatie met de staat, ook niet in het moderne China. Het bestaan van de communistische Volksrepubliek China daar is overigens een serie van historische toevalligheden. Zonder de inval van Japan in 1937 was de CCP nooit aan de macht gekomen. Toen de Japanse premier zich in 1972 tegenover Mao voor die inval verontschuldigde, wuifde de partijleider dat weg: Zonder de oorlog met Japan hadden wij de nationalisten nooit kunnen verslaan.’

Past de onderdrukking van minderheden in Tibet en Xinjiang ook in dat nationalisme?

‘Ja, maar dat gaat nog verder, want die gebieden zijn in feite kolonies. Na de communistische machtsovername in 1949 stuurde de Chinese overheid heel gericht Han Chinezen naar Xinjiang. In de jaren tachtig en negentig werden ze na enkele grote opstanden in Tibet ook naar dat “autonome gebied” gestuurd. Die Han-Chinezen kregen flinke subsidies om de inheemse bevolking te verwateren.’

Maar de Chinese regering probeert in Afrika zieltjes te winnen met de leuze dat zij in tegenstelling tot de Westerse landen geen kolonialisten zijn.

‘Dat is historisch onjuist. Tibet en Xinjiang zijn binnenlandse kolonies die pas in de vorige eeuw met veel geweld onder Chinees gezag werden gebracht.’

Misbruikt de CCP de geschiedenis?

‘Ja, maar dat misbruik is zo oud als China zelf. Het eerste dat een nieuwe dynastie deed was historici aannemen om de geschiedenis te herschrijven. Zodoende werd het bestaansrecht van de nieuwe dynastie gerechtvaardigd. Hetzelfde gebeurt nu in Hong Kong. Daar worden de geschiedenisboeken zo herschreven dat Hong Kong nooit een Britse kolonie geweest zou zijn!’

In tegenstelling tot tien jaar geleden lijkt het of de CCP agressiever is geworden. Chinese topdiplomaten kiezen op sociale media openlijk voor de aanval. Hoe verklaart u dat?

‘In 2019 riep Xi Jinping Chinese diplomaten op om “strijdbaarder” te zijn. En de partij voelt zich veel sterker dan tien jaar geleden. China is de grootste handelsnatie ter wereld, heeft een machtig leger en vier van de vijftien gespecialiseerde VN-organisaties worden geleid door een Chinese diplomaat. Het scheelde maar weinig of een Chinees stond aan het hoofd van de VN-organisatie die over intellectueel eigendom waakt!’

China ondertekent ook veel internationale verdragen maar trekt zich daar vervolgens weinig tot niets van aan. Hoe moeten we dat zien? 

‘Verdragen worden er anders beleefd. China is geen legalistische maatschappij. De wet is een instrument, niet iets waar je als partij aan bent gehouden. Afspraken zijn tactisch en tijdelijk. Uiteindelijk gaat het om de eindoverwinning van de CCP. We moeten als Westen ook af van de naïeve gedachte dat als China een verdrag tekent, dat een verbetering is. China is lid van het Verdrag van Biodiversiteit, maar om zijn aanspraak op de Zuid-Chinese zee te consolideren heeft China zijn visserijvloten aangemoedigd om beschermde soorten als zeeschildpadden en reuzenoesters te oogsten en koraalriffen te vernietigen. China ondertekende het Klimaatakkoord van Parijs, maar start nog steeds de ene na de andere kolencentrale op.’

Recent bleek uit het internationale journalistieke onderzoeksproject China Science Investigation dat Nederlandse universiteiten volop onderzoek doen met Chinese wetenschappers die verbonden zijn aan het leger. Moeten we wel op academisch niveau blijven samenwerken met China?

‘Dat vind ik moeilijk. Ik weet uit eigen ervaring hoe hard Chinezen werken en sparen om hun kind hier te laten studeren. Maar zo lang er schandalen naar boven komen, vind ik dat je op zijn minst heel voorzichtig moet zijn met samenwerkingen op technische en landbouw-technologische gebieden. Vergeet niet dat omgekeerd Westerse academici de laatste jaren al veel minder toegang krijgen tot China. Veel onderzoeksvoorstellen worden niet gehonoreerd. Schijnbaar niet-politiek gevoelige onderwerpen als armoedebestrijding zijn daar ook het slachtoffer van. Er is een diepgaande achterdocht naar onafhankelijk onderzoek. Ik weet ook dat Westerse onderzoekers niet of nauwelijks de Chinese archieven meer inkomen.’

Over de steun van China aan Rusland is Schulte Nordholt niet verbaasd: ‘Net als voor Poetin is “systeemveiligheid” – wat wil zeggen dat de macht van het regime niet ondermijnd mag worden – het allerbelangrijkste. De CCP is bereid om heel grote offers te brengen, als het systeem maar overeind blijft. Veel Westerse waarnemers hebben dat niet goed door. Die denken dat de economische belangen voor de CCP het zwaarst wegen.’

Zou China iets hebben geleerd van die Russische inval?

‘De machthebbers dachten echt dat Rusland die klus binnen een maand zou hebben geklaard en dat er dan internationaal geen haan meer naar zou kraaien. Maar de eenheid van de Westerse landen, de kracht en hoeveelheid van de sancties tegen Rusland en het Oekraïense verzet hebben de Chinese machthebbers hun calculaties waarschijnlijk bijgesteld. Hoewel de recente militaire oefeningen rondom Taiwan laten zien dat het einddoel hetzelfde blijft.’

Hoe moeten we reacties van de Chinese overheid op het bezoek van Pelosi aan Taiwan zien?

‘Ik lees in veel beschouwingen dat haar bezoek onverstandig was, en de felle Chinese reacties als het ware heeft uitgelokt. Die analyse verwart oorzaak en gevolg. China is al jarenlang bezig met een tactiek van militaire intimidatie en vermindering van Taiwans internationale speelruimte. Pelosi’s bezoek gaf een prachtig excuus om reeds lang op tafel liggende invasiescenario’s in de praktijk te testen. In de Chinese pers wordt aangegeven dat de oorlogsoefeningen het “nieuwe normaal” vormen en dat de “hereniging met het moederland’ aanstaande is”.’ 

Is een invasie van Taiwan nog wel te vermijden zolang Xi Jinping de touwtjes in handen heeft? 

‘Van haar kant heeft de CCP het nationalistische vuurtje in China zo hoog opgestookt dat iedere andere uitkomst dan een volledige hereniging politiek niet verkoopbaar is. Alleen als er een ander regime in China aan de macht komt, is het Taiwan-probleem oplosbaar. Ik vind het onaanvaardbaar dat een democratisch land van 23 miljoen inwoners door een autocratisch land met geweld wordt ingelijfd – en dan heb ik het nog niet eens over de economische schade omdat ’s werelds grootste producent van chips, TSMC, dan in communistische handen valt.’  

‘Laat Chinese bedrijven niet aan onze infrastructuur komen, zelfs niet als minderheidsaandeelhouder’

Om met de titel van uw laatste boek te spreken: is China nog te stoppen?

‘Ja, maar dan moeten wij als Westen wel prioriteiten gaan stellen tussen onze waarden, onze veiligheid en onze economische belangen. We denken nu te veel in en-en. Kijk naar de China-notitie van de Nederlandse regering. Daarin worden geen keuzes gemaakt. Ten tweede moeten we ons verenigen. Begin binnen de Europese Unie. Er is niet een land dat op zichzelf de CCP kan tegenhouden. Zelfs de Verenigde Staten niet, bovendien is de kans reëel dat er weer iemand als Trump aan de macht komt. Daarom moeten we de EU versterken.

Verder moet er een veel strenger investeringsbeleid komen. Laat Chinese bedrijven niet aan onze infrastructuur komen, zelfs niet als minderheidsaandeelhouder. Omgekeerd mogen Westerse bedrijven ook niet investeren in de Chinese infrastructuur. Waarom bestellen wij streekbussen bij een Chinees bedrijf en niet bij onze eigen bedrijven, wetende dat het Chinese bedrijf overheidssteun ontvangt om ze onder de marktprijs aan te kunnen bieden?

Daarnaast moeten we onze aanvoerlijnen van bijvoorbeeld medicijnen en medische apparatuur goed in kaart brengen. Hoe kwetsbaar en afhankelijk van China zijn we? Zolang de CCP aan de macht is, blijven we kwetsbaar. De taal van macht is de enige taal die de CCP begrijpt. Alleen als we begrijpen dat voor de CCP enkel de eindoverwinning telt, kunnen we een goed beleid voeren dat de totale relatie onder de loep neemt en keuzes maakt. Wel handel blijven drijven en investeren, maar niet ten koste van onze veiligheid en waarden.  Dus geen investeringen toestaan waardoor onze technologie wegstroomt. Geen producten kopen die met behulp van dwangarbeid zijn vervaardigd. Dat geldt ook voor de existentiële waarde van het voortbestaan van de aarde. Zeggen: als je niet milieuvriendelijk produceert heffen we een CO2-tax op jullie exporten. Dat zijn noodzakelijkerwijs unilaterale maatregelen, want vertrouwen op de goede wil van de CCP is zinloos gebleken. Verdragen sluiten met een partij die compromissen als nederlagen ziet helpt niet. Heldere en proportionele maatregelen, gesteund door zo veel mogelijk landen, daar moeten we op inzetten.’