Ed Anker

Ed Anker © Daniel Niessen

Toezichthouder partijfinanciën: ‘Geld is te belangrijk geworden in de politiek’

Een nieuwe wet moet zorgen voor betere controle op politieke geldstromen. Nu deze week bekend werd dat Forum voor Democratie-leider Thierry Baudet een schorsing boven het hoofd hangt na klachten over zijn integriteit door acht Kamerfracties, is dat geen overbodige luxe. Ed Anker, voorzitter van de Commissie toezicht financiën politieke partijen (Ctfpp), is daarom blij met de aanscherping, maar ziet liever een andere eindverantwoordelijke. ‘Toezicht zou niet bij een minister moeten liggen.’

Enkele dagen na zijn afscheid als wethouder namens de ChristenUnie zoekt Ed Anker wat onwennig in het Zwolse stadskantoor naar een rustige plek om een interview te kunnen geven. ‘Ik heb hier geen eigen kamer meer, hè.’ Aan de overkant van het plein waaraan zijn voormalige werkplek is gelegen, neemt hij plaats in een uit de kluiten gewassen moestuinkas, onderdeel van een flexwerkplek.

De afgelopen jaren waren zeer intensief voor de man die naast zijn wethouderschap amper toe kwam aan een oude hobby: in zijn vrije tijd mag hij graag als dj achter de draaitafels staan. ‘Dat is een overblijfsel uit mijn studententijd, maar mijn skills zijn vergeleken bij wat tieners tegenwoordig kunnen nihil.’ Anker laat zich sowieso graag inspireren door zijn jeugd. Zo ook bij zijn lidmaatschap van de Commissie toezicht Financiën Politieke Partijen (Ctfpp). Dit is het hoogste adviesorgaan op het gebied van politieke geldstromen in Nederland.

‘Het zaadje om iets met financiële controle te doen werd geplant toen ik 17, 18 jaar oud was. Als zogenaamd schaduwraadslid in Zaanstad namens de toen nog gecombineerde fractie GPV/RPF, wat later de ChristenUnie werd, liep ik mee met raadslid Egbert Boerma. Die eiste zelfs een kascontrole terwijl dat bij wijze van spreken ging om een paar colaatjes. “Ik doe het niet voor jou, ik doe het voor mezelf,” zei hij dan. Dat maakt indruk, zo’n voorbeeld qua integriteit.’

Toen hij gevraagd werd lid te worden van de Ctfpp, in 2013, hoefde hij dan ook niet lang na te denken. Op dat moment was hij wethouder in Almere, maar van 2007 tot en met 2010 was hij als Kamerlid voor de ChristenUnie al woordvoerder partijfinanciering geweest.

Waaruit bestaat uw taak als commissielid eigenlijk? 

‘Erop toezien dat de partijfinanciering volgens de wet wordt verantwoord. Dat hield aanvankelijk in dat er eens per jaar, na het uitkomen van de jaarrekeningen, een paar stampvolle A4 Xerox-dozen met papier op mijn kamer werden afgeleverd. Daarin vond ik de financiële verslagen van alle politieke partijen en aanverwante instellingen én de overzichten van de giften. Inmiddels krijgen we de bestanden gelukkig digitaal. Wij houden de spelregels in de gaten door te controleren of de adressen en namen kloppen, de juiste ondertekening heeft plaatsgevonden. We checken de accountantsverklaringen, dat soort zaken. Dat laatste is sowieso het belangrijkste onderdeel. Los van het technische verhaal is het trouwens reuze-interessant om te lezen waar politieke partijen zoal mee bezig zijn. Niet vanuit wantrouwen of zo, maar uit pure interesse.’

Welke ontwikkelingen heeft u gezien binnen dit dossier in de afgelopen tien jaar?

‘In de eerste jaren waren er geen grote onregelmatigheden. We zien bij de laatste verkiezingen dat de giften in een paar gevallen belangrijk veel groter worden. Ook de vaste afdrachten van bestuurders aan de partijen nemen toe. Met andere woorden, de financiële bronnen naast de subsidie worden steeds belangrijker. En daarmee de naleving van de wet relevanter.’

Heeft u als commissie genoeg middelen om het werk te kunnen doen? 

‘Ja. Wij als commissie bestaan uit twee politici die weten hoe het eraan toegaat in de praktijk, Helma Neppérus en mijzelf, en Marcel Pheijffer: een sterke accountant die de beroepseer hoog wil houden. Ik vind dat een mooie mix. Daarnaast worden we ondersteund door een ambtenaar van Binnenlandse Zaken die samen met ons de stukken doorploegt.’ 

‘Alles wat ons opvalt dat jaar bespreken we onderling. Hieruit volgt meestal de inleiding van het advies aan de minister. We werken steekproefsgewijs, waarbij ik altijd extra secuur naar mijn eigen partij kijk, en dat zal Helma ook wel met de VVD doen.’ 

Zegt u dat omdat er veel naar boven is gekomen in de afgelopen jaren op het gebied van partijfinanciering? Grote donaties, giften uit het buitenland. Stichtingen waarvan niet duidelijk is wie er achter zit. De schijn van belangenverstrengeling ontstaat.

‘Zeker.’

Is jullie werk daardoor veranderd?

‘Het werk zelf niet zozeer, wel de context. Onderzoeken als die van jullie, en andere media, maken duidelijk dat er veel meer geld omgaat in de politiek. Dat zagen we vooral bij de laatste Kamerverkiezingen (in maart 2021; red.), toen er echt een grote stap is genomen, van fondsenwerving in eigen kring naar grote donaties die hier en daar zelfs het miljoen te boven gingen.

‘Partijen kijken naar elkaars geldstromen en vallen elkaar daar politiek op aan’

En niet alleen de giften zijn omhoog gegaan. Bij een partij als GroenLinks zien we nu veel hogere afdrachten door eigen Kamerleden en bestuurders dan voorheen.’

‘Wat ook veranderd is: de partijfinanciën zijn onderdeel van het politieke spel geworden. Partijen en politici kijken veel meer naar elkaars geldstromen en vallen elkaar daar politiek op aan. De financiën van een partij zouden ontzettend saai moeten zijn. Partijfinanciering zou geen aanleiding moeten vormen voor politiek vingerwijzen.’

Kunt u daar een voorbeeld van noemen, van die politisering van partijfinanciën?

‘Twee weken voor de verkiezingen publiceren wij een overzicht van de donaties aan politieke partijen. Achteraf blijkt dat het CDA na die deadline nog grote donaties heeft geaccepteerd. Dit geeft onduidelijkheid en een grote partij als het CDA zou daar geen aanleiding voor moeten geven. Doordat de partijtop ervoor gezwicht is komt er onzekerheid in het systeem. Je wilt niet dat dit soort zaken verborgen blijft rondom verkiezingen.’

Hoe zou je dit kunnen voorkomen?

‘Wat we in elk geval gaan doen is de deadline voor publicatie verleggen tot na de verkiezingen, zodat we over alle donaties kunnen rapporteren. Zo blijft een miljoenengift die net voor de verkiezingen wordt gegeven niet onopgemerkt.’

GRECO, de Europese anti-corruptie waakhond, brengt al jaren evaluaties uit waarin Nederland er niet best vanaf komt op het gebied van partijfinanciering. Deelt u de kritiek van GRECO dat de samenstelling van uw commissie te politiek is en daardoor niet onafhankelijk?

‘Wat ik belangrijk vind is dat je als commissielid niet meer in de Kamer zit. Toch ben ik hier juist ook voor gevraagd omdat ik over dit dossier in het parlement scherp heb gedebatteerd. En laten we wel wezen: journalisten of anderen zijn ook wel eens ergens lid van.’

Is het niet gek dat je je eigen partij controleert?

‘Er is bewust gekozen voor oud-politici die de partijen kennen. Ik heb het altijd zo gezien dat ik extra scherp keek naar de stukken van mijn eigen partij. Maar we laten sowieso de stukken eerst ambtelijk controleren op volledigheid. Politici zitten vaker in een rol waarbij partijkleur geen rol mag spelen. Maar met de wetswijziging wordt verlangd dat je ook geen bestuurlijke rol namens de partij uitvoert. Vind ik een prima regel.

Hoe kijkt de politiek zelf naar jullie, heeft u daar een idee van?

‘Wij worden wel eens gezien als letterknechten, die de wet teveel naar de letter volgen. Maar ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk financiële integriteit is. Daarover zou ik weleens een gesprek met partijvoorzitters willen hebben. Ik heb daarvoor ook een verzoek bij het ministerie neergelegd – het gesprek daarover moet nog plaatsvinden.

Het zijn de details die ertoe doen?

Absoluut. Kijk eens naar het toeslagenschandaal: er was niet veel voor nodig om als burger slachtoffer te worden. Dan moet je als politieke partij de lat voor je eigen financiën ook hoog leggen.’


Ed Anker - voorzitter Ctfpp

Het getuigt van democratische volwassenheid dat je als partij je boekhouding op orde hebt

Wat voor redenen voeren partijen zoal aan als er boekhoudkundig iets niet in orde is?

‘Van alles. Dat de verantwoordelijke die moet tekenen op vakantie is, dat soort excuses. Dan denk ik: kom op, je bent penningmeester van een belangrijke organisatie. Tekenen! Hoe kan het nou dat heel normale zaken, die elke professional in dit land voor elkaar moet hebben, bij sommige partijen niet voor elkaar zijn? De standaard die we vragen geldt overal in het bedrijfsleven en overal waar geld heen en weer gaat! Het getuigt van democratische volwassenheid dat je dit soort zaken op orde hebt.’

Waarom gebeurt dit dan toch?

‘Omdat er in het politieke wereldje toch een sfeer hangt van, ah joh, we vertrouwen elkaar toch? Ik zeg dan: vertrouwen is goed, maar controle is beter.’

Over het Haagse wereldje gesproken: er gaat steeds meer geld om in campagnes van Nederlandse politieke partijen. Tegelijkertijd is een veelgehoorde klacht juist dat er weinig geld beschikbaar is voor de ondersteuning van Kamerfracties. Hoe ziet u dit?

‘Dat is absoluut waar. Je ziet dit bijvoorbeeld terug in de summiere ondersteuning die Tweede Kamerleden krijgen. Wij hebben een goedkoop parlement, zeker in vergelijking met onze buurlanden. Er zijn niet voor niets al heel lang stichtingen die de fracties ondersteunen. Een bekend voorbeeld is de Stichting Ondersteuning VVD Tweede Kamerverkiezing, die al jaren de VVD spekt vanuit de fondsenwervingdiners bij Cor van Zadelhoff.’

Follow the Money publiceerde al eens een artikel over deze club. Wat vindt u ervan dat de VVD op deze manier gesteund wordt?

‘Zo’n diner is op zich een mooi initiatief voor een partij. Mensen zijn betrokken en schenken geld. Niet iets om je voor te schamen. Het is echter wel een belangrijk onderdeel van de fondsenwerving en zou daarom goed verantwoord moeten worden. De regels rondom partijfinanciering zouden in ieder geval niet zo moeten worden gebruikt dat het niet zichtbaar wordt waar geld vandaan komt, zoals in dit geval.’

Is geld te belangrijk geworden?

‘Dat denk ik wel. Kijk naar de campagnes, die drijven steeds meer op betaalde advertenties. En het zijn niet alleen de andere partijen met wie je concurreert om zendtijd of online advertenties.

‘We kunnen net doen alsof het niet zo is, maar wie het meeste geld heeft bereikt het meeste kiezers’

Je bokst vooral op tegen bedrijven die marktconforme prijzen kunnen betalen. We kunnen net doen alsof dat niet de situatie is, maar wie het meeste geld heeft bereikt het meeste kiezers. Het is voor een democratie enorm belangrijk voor mensen om kennis te kunnen nemen van waar je als politiek mee bezig bent. Geld mag daarbij geen rol spelen.’

Niet elke partij kan mee in die wedloop.

‘Precies. Een partij die miljoenen aan giften ontvangt kan elke dag een advertentie op de voorpagina van de krant zetten. Een nieuwkomer krijgt dat niet voor elkaar. Je ziet dat de belangen en de hoeveelheid geld steeds groter worden in de politiek. Daarom juich ik de recente wetswijzigingen toe, zoals een maximumbedrag voor donaties van 100.000 euro.’ 

Naast dat maximumbedrag is het in de nieuwe wet verplicht om giften vanaf 1000 euro te openbaren. Maar de regels voor donaties aan stichtingen die verbonden zijn aan een partij blijven onveranderd. Er wordt bijvoorbeeld niet geëist dat die donaties openbaar worden, zoals veel critici graag hadden gezien. Wat vindt de commissie daarvan?

‘In mijn eerste jaar in de commissie hebben wij al aangekaart dat stichtingen als neveninstellingen, officieel aan een partij gelieerde organisaties, zouden moeten gelden en dat dat in de wet zou moeten komen. Politieke partijen dienen namelijk, volgens de wet, financiële verantwoording af te leggen over de giften die haar neveninstellingen ontvangen. Maar wij gaan niet over wetgeving, dat is aan de Kamer.’

Vooral op lokaal niveau komt de schijn van belangenverstrengeling steeds vaker om de hoek kijken. De situaties in Den Haag en in Limburg zijn bekend, maar ook in Barendrecht, waar Follow the Money onlangs over schreef, en op andere plekken gebeuren zaken waar experts vraagtekens bij zetten. Hoe kijkt u daar naar als commissie?

‘We hebben al heel lang de wens toezicht te verbreden naar lokale politiek. Maar dan hebben we wél een probleem, want dat is niet te doen met een kleine commissie. Het gaat om heel veel gemeenten en heel veel gegevens. Op dit moment is er namelijk geen controle op de lokale partijfinanciering.’

Hoe zou je dat op kunnen lossen?

‘Ik heb daar geen concrete ideeën over. Maar je moet het wel lokaal organiseren, denk ik.’

Uit onderzoek van Follow the Money bleek eerder dat de VVD ook donaties in natura ontving, met een waarde van honderdduizenden euro’s. Kijkt de Ctfpp ook naar dit soort giften in natura? 

‘Nee, maar dat zouden we wel meer willen. Hier moet een debat over komen. Want waar ligt de grens? Bij natjes en droogjes tijdens een campagnebijeenkomst? Of de bijna professionele fondsenwerving zoals de diners van Cor van Zadelhoff?’ Je wilt niet dat, zoals we in mijn traditie zeggen, “de schijn van kwaad ontstaat”.’ 

Gaat de nieuwe wetgeving daar nog iets aan veranderen?

‘Giften in natura blijven een onbestemde categorie. Over het voorbeeld van de diners bij Van Zadelhoff moet echt een debat komen in de Kamer.

Toenmalig minister Kajsa Ollongren besloot, op advies van de Ctfpp, dat Forum voor Democratie een ton minder subsidie kreeg in 2020 omdat de partij van Thierry Baudet minder leden had dan ze had opgegeven. Waarom gaf u dat advies?

‘De ledenadministratie, die de basis vormt onder de subsidie, was niet betrouwbaar bij Forum. Bij de accountantscontrole bleek twee keer op rij dat de boel niet in orde was, dat is al een tik op de vingers. Dus moest er iets gebeuren. Toch was het geven van dat advies nog best spannend.’

Waarom? 

‘Omdat we wisten: dit gaat gedoe geven. Het was een testcase voor de Ctfpp, de eerste keer dat er iets goed mis was. Wat ik daarbij niet fijn vond is dat wij een advies moesten geven aan een minister die ter verantwoording kon worden geroepen in de Kamer door diezelfde partij die de boete voor de kiezen heeft gekregen. Het is in de Kamer altijd politiek en niet echt onafhankelijk. Daarom zou het toezicht eigenlijk niet bij een minister moeten liggen.’

Wat zou u voorstellen?

‘Dat onze adviezen niet naar de minister zouden gaan, maar naar een onafhankelijk orgaan. Maar dat is er niet. Je ziet in de wetswijzigingen dat er juist heel bewust is gekozen om dit dossier dicht bij de politiek te houden. Binnen die context doen wij gewoon ons werk, maar als minister loop je wel het risico dat je het verwijt krijgt politieke tegenstanders kapot te willen maken of zoiets dergelijks.

‘Het politieke moet eraf, het zijn geen discussiepunten. Als je fout zit, zit je fout’

Dat kunnen partijen weer gebruiken als munitie voor hun achterban, zo van: “Zie je wel, het is weer zo’n D66-minister die ons dwars zit.” Daarom zeg ik: het politieke moet eraf, het zijn geen discussiepunten. Als je fout zit, zit je fout.’ 

Ziet u dat in de nabije toekomst veranderen?

‘Ik zou het gezond vinden als dit dossier bij de politiek wordt weggehaald. Partijfinanciering is geen onderwerp om politieke spelletjes mee te spelen.’