Vorige week legde Niko Roorda uit waarom hij opnieuw begint met zijn boekproject. In deze aflevering begint hij echt: met het eerste gedeelte van het nieuwe Hoofdstuk 1.

    In de vorige aflevering, van 12 januari 2019, heb ik uitgelegd waarom ik me genoodzaakt voelde om mijn eerste boekpoging te staken en helemaal opnieuw te beginnen. Een radicale stap, maar ik kon niet anders: in mijn eerste concept dwaalde ik teveel af van de hoofdlijnen, van wat de kern van mijn betoog behoort te zijn. Het boek werd veel te lang. Het lukte me niet om de omvang van het boek te verminderen door eenvoudig delen te schrappen: daarmee bleef er geen samenhangend verhaal over.

    Dus begon ik opnieuw, een paar maanden geleden. Vorige week gaf ik je, na de uitleg van de redenen voor mijn nieuwe start, al de Inleiding van het boek. En vandaag begint dus, zoals gezegd, Hoofdstuk 1.

    Hier en daar zal ik gebruik maken van teksten die ik al eerder opschreef en die je dus al eens gezien hebt. Een pakkende of bizarre Case, bijvoorbeeld. Vaak is dat tekstgedeelte best al lang geleden op FTM verschenen, en dan zul je het misschien niet storend vinden om het opnieuw te zien. Maar om je niet te vervelen, heb ik met de redactie overeengekomen dat het betreffende gedeelte dan niet altijd opnieuw integraal wordt opgenomen. In plaats daarvan vat ik het even kort samen en verwijs voor de details naar de eerdere aflevering. Het zal niet zo vaak gebeuren, maar in de huidige aflevering is het 1x het geval.

    Natuurlijk was het, zowel voor mij als voor de redactie, spannend om te zien hoe jullie zouden reageren. Zou een deel van jullie misschien geen zin hebben in een nieuwe start en afhaken? En/of zou het juist voor anderen een mooie gelegenheid zijn om nieuw in te stappen?

    De reacties zijn heel bemoedigend. Bart273 schreef: ‘Dank je Niko! Dit soort inzichten, overzicht en plannen brengt vertrouwen, rust en energie.’ 

    Petros: ‘Héél dapper, succes.’ 

    Ome Jan: ‘Allereerst mijn waardering voor je besluit om helemaal opnieuw te beginnen. Dat vergt durf en moed! Ik wens je veel succes en zal je bijdragen blijven volgen.’ 

    Annemiek van Moorst: ‘Heel dapper Niko en heel veel succes.’ 

    Co 3: ‘Een wijs besluit. Een boek schrijven (dat ergens over gaat) is geen gemakkelijke opgave. Je bezit wel de broodnodige openheid van geest (zelfkritisch vermogen), en dat siert je.’

    Anderen dachten direct mee over hoe de nieuwe versie opgebouwd zou moeten worden, met interessante en uiterst nuttige voorstellen. 

    Kijk, dat zijn reacties die de burger moed geven! Ik dank jullie uit het diepst van mijn hart, en ik reken op jullie voortgaande, opbouwend kritische reacties.

    Hoofdstuk 1. Intrinsiek duurzaam

    Synopsis

    Hoofdstuk 1 gaat over verhalen. Over de GROTE verhalen die de mensen elkaar vertellen. Verhalen met beroemde namen, zoals: kapitalisme en communisme. Christendom, islam, humanisme, liberalisme, socialisme. Verhalen waarvan de vertellers en hun toehoorders geloven dat ze Waar zijn, of in elk geval Waar zouden moeten worden gemaakt. Omdat, als de hele wereld dat éne verhaal maar zou omarmen, alles goed zal komen.

    Een van die verhalen heet: Economie. Volgens dat verhaal is het een goede en verstandige aanpak om alles wat mensen nodig hebben (‘producten’), en alles wat mensen dienen te doen om die benodigdheden beschikbaar te maken (‘werk’), op een nette manier over de mensen te verspreiden met behulp van een zogeheten ‘economisch systeem’ dat wereldwijd het handelen van mensen stuurt en coördineert. Het verhaal dat ‘Economie’ heet is zo krachtig, dat zo ongeveer alle regeringen, alle directies van bedrijven en bijna alle mensen het verhaal geloven. Het is verdrietig dat het tegelijk zo zichtbaar is dat het verhaal lelijk tekortschiet, aangezien de economische aanpak leidt tot tal van rampen en wereldomspannende dreigingen.

    In de twintigste eeuw zijn nieuwe GROTE verhalen bedacht, teneinde zulke rampen en dreigingen af te wenden. Het belangrijkste nieuwe verhaal is ‘Duurzame Ontwikkeling’, zoals hoofdstuk 1 gaat beschrijven. Uit het contact tussen dat verhaal en ‘Economie’ komt het kringloopdenken voort, met prachtige benamingen zoals ‘cradle to cradle’, ‘circulaire economie’ en sinds enkele jaren ‘doughnut economie’. Dat zijn prima verhalen, die de wereld beslist meer duurzaam maken. En toch zijn deze nieuwe verhalen nog niet goed genoeg, aangezien ze het denken niet voldoende fundamenteel veranderen, waardoor ‘duurzaamheid’ wordt ‘aangekleefd’ aan het bestaande systeem en het fundament niet wezenlijk verandert. Daardoor blijft permanent het risico aanwezig dat de menselijke samenleving weer afglijdt in de richting van nieuwe wereldwijde rampen.

    Verhalen vertellen we in woorden. Daarom gaat hoofdstuk 1 ook over woorden. Over de noodzaak om oude woorden af te schaffen en nieuwe te bedenken, woorden die nodig zijn om nieuwe verhalen te vertellen die de wereld niet alleen naar duurzaamheid brengen maar die duurzaamheid ook in de fundamenten van het wereldwijde systeem verankeren. Verhalen die onze wereld ‘intrinsiek duurzaam’ gaan maken.

    1.1. Dieper graven

    Het is prachtig. Nee, echt. Zo hard als er aan duurzaamheid gewerkt wordt. En aan maatschappelijk verantwoord ondernemen, MVO. Steeds meer mensen zijn er nu mee bezig, en ze werken hard. Niet alleen individuele mensen, ook regeringen, bedrijven en maatschappelijke organisaties.

    Maar het is niet genoeg.

    Zelf werk ik al bijna dertig jaar fanatiek aan duurzaamheid, met heel mijn passie, energie en idealen. Ik heb in die jaren de inspanningen zien groeien naarmate meer mensen de duurzaamheidsthema’s serieus gingen nemen – met het klimaatprobleem voorop.

    Zo’n tien jaar geleden begon duurzaamheid een hype te worden, en dat is sindsdien alleen maar sterker geworden. Een hype, niet alleen in de negatieve betekenis – een modewoord – maar ook in de positieve: duurzaamheid wordt nu bloedserieus genomen. De kranten schrijven er elke dag over, in de politiek is het een hot issue geworden. Er worden jaarlijks miljarden euro’s en dollars duurzaam geïnvesteerd.

    En toch is het niet genoeg.

    Het moet dieper gaan. Grondiger. Fundamenteler. Want ondanks al die inspanningen pakken we de diepere oorzaken van de huidige onduurzaamheid, met al zijn grote rampen en dreigingen, niet aan. 

    In dit boek vertel ik waarom. En daar blijft het niet bij, want anders zou het boek niet zo zinvol zijn. Ik ga ook wegen beschrijven waarlangs we onze wereld wél vanaf de fundamenten duurzaam kunnen maken. Intrinsiek duurzaam. Die term ga ik verklaren, het is de kern van het boek.

    Ik start met een waargebeurd verhaal waarin een absurditeit veranderde in een wereldramp. Het is een verhaal uit de financieel-economische hoek; ik begin met een economisch onderwerp, omdat de economie in dit boek centraal staat. Na Case ‎1.1 en de beschrijving van de nasleep ervan zul je zien hoe dit verhaal te maken heeft met onduurzaamheid met betrekking tot ‘profit’, samen met ‘people’ en ‘planet’ doorgaans beschouwd als de drie hoofdaspecten van duurzame ontwikkeling.

    Case 1.1. Een begin van een einde

    Het begon met een olieramp. En het eindigde met de grootste financieel-economische catastrofe uit de wereldgeschiedenis.

    Lees verder Inklappen

    Het vervolg van deze fascinerende case kun je lezen in de aflevering van 17 november 2017, die je hier kunt vinden. Samengevat komt het verhaal erop neer dat de olieramp waarmee Case 1.1 begint – het openscheuren van olietanker Exxon Valdez in ijzige wateren – leidde tot een schadeclaim van zo’n 5 miljard US-dollar bij oliemaatschappij Exxon. Daarvoor sloot Exxon een reusachtige lening af bij de bank J.P. Morgan & Co die, uit angst voor problemen bij de aflossing (als Exxon misschien ‘in default’ zou blijken te zijn, in gebreke) een deel van dat bedrag verzekerde bij een andere bank, waarmee de Credit Default Swap (CDS) was uitgevonden. Toen de CDS daarna populair werd en er een ‘naakte’ variant van werd bedacht die geen verzekering maar een zuivere gokmethode was, groeide het uitstaande CDS-vermogen gigantisch, zoals Figuur 1.2 laat zien.

    In 2007 zat er in de CDS’en een totale waarde van 62 biljoen US-dollar (dat is: 62 duizend miljard dollar, $62 × 1012, wat Amerikanen noemen: $62 trillion), waarvan 80% ‘naked’ was en dus ongedekt. In de al genoemde aflevering van 17 november 2017 kun je een rekenvoorbeeld vinden dat dit allemaal in detail uitlegt.

    De CDS’en werden onderling verhandeld tussen de kopers ervan. Dat had tot gevolg dat de handelswaarde kon fluctueren. Als het met het onderliggende bedrijf of land slecht ging, dan steeg de handelswaarde van de eraan gekoppelde CDS’en, en omgekeerd. Opvallend was, dat de CDS’en zich daarbij erg nerveus gedroegen. Kleine veranderingen in de waardering van het onderliggende bedrijf of land resulteerden onmiddellijk in grote schommelingen in de handelswaarde van de CDS. Zo droeg de handel in credit default swaps bij aan onrustige financiële markten.

    Toen brak in 2008 de bankencrisis uit, in gang gezet door de huizencrisis in de Verenigde Staten. Dat zat zo. Grote pakketten hypotheken op Amerikaanse huizen waren door de banken verzekerd door middel van CDS’en. Toen de ene na de andere huizenbezitter niet in staat bleek om de hypotheeklasten te betalen, moesten tal van CDS’en uitbetaald worden. Dat werd diverse banken te veel, en ze vielen om, waarbij ze andere banken in hun val meesleepten, die weer andere… enzovoorts. 

    Het CDS-systeem was niet de enige, maar wel een belangrijke oorzaak dat de huizencrisis omsloeg in een desastreuze bankencrisis die de hele wereld over ging en een jarenlange economische malaise opriep, die door iedereen gevoeld werd.

    De vraag

    De kernvraag rondom deze hele ontwikkeling is deze. 

    Hoe heeft het kunnen gebeuren dat een methode die bedoeld was om financiële zekerheid te creëren, juist een grote oorzaak bleek van financiële rampspoed? 

    De CDS-methode vormde het topje van een complex bouwwerk van beleggingsproducten, die samen ‘securitisering’ genoemd werden: ‘veiligstelling’. Maar het CDS-systeem veroorzaakte helemaal geen veiligheid: juist het omgekeerde. Toch waren de bedenkers van het systeem, deskundigen van de megabank J.P. Morgan, geen onnozele sukkelaars. Was dat maar zo! Dan hadden we hen de schuld kunnen geven. Maar in tegendeel: de ontwikkelaars vertegenwoordigden het beste wat de financiële economie te bieden had, en hun product werd breed omarmd. 

    Wat is er mis met de financiële en economische topexperts, dat ze het zo mis kunnen hebben? Weten ze niet wat ze doen?

    Helaas: inderdaad weten deze experts niet wat ze doen. Dat zit zo:

    Verhalen

    Naked CDS’en zijn wonderlijke dingen. Feitelijk zijn ze verhalen. Verhalen die verteld worden door bankiers, die hun eigen verhalen zo krachtig geloven dat anderen dat ook doen. 

    Het verhaal begint met geld: op zichzelf al een wonderlijk ding, want geld kun je niet eten en je kunt er geen huizen mee bouwen. Ja, je kunt er eten en bouwmaterialen mee kopen, maar dat is niet hetzelfde. En je kunt er metselaars en timmerlieden mee betalen die een huis voor je bouwen. Dat doen ze dan omdat ze net als jij geloven in het wonderlijke ding geld. Soms verzwakt dat geloof, en dan heb je steeds meer geld nodig voor je eten of je huis. Zoals in Zimbabwe in de vroege 21e eeuw, zie Figuur 1.3. 

    Als er wel voldoende geloof is in geld, dan kun je vervolgens mensen in nog vreemdere dingen laten geloven. In banken, die niet alleen veel geld bezitten maar het zelfs uit het niets kunnen creëren waar je bij staat: namelijk als je leent, bijvoorbeeld voor een hypotheek: nog eens twee woorden die alleen werken als de mensen erin geloven. 

    Zo’n hypotheek, gemaakt van zojuist voor jou gefantaseerd geld, gebruik je dan voor de aankoop van een huis – dat echt bestaat, waar je het behaaglijk warm kunt stoken en er je kinderen verwekken en grootbrengen. De aankoop betekent dat je daarna eigenaar bent van dat huis: alweer een verschijnsel dat alleen werkt omdat iedereen erin gelooft. En als je dat huis dan veilig wilt bezitten en behouden, dan koop je tevens een verzekering. Dat is een vreemd concept: zo verzekert een brandverzekering niet dat er geen brand uitbreekt. Een levensverzekering verzekert evenmin dat je in leven blijft: integendeel, want het staat zelfs vast dat je dat niet zult doen.

    Nou ja, en voor iedereen die in staat is gebleken om dit sprookje in zijn geheel te geloven is het verhaal nog steeds niet afgelopen. Want dan breekt er op een dag een tanker open en stroomt de olie eruit. En dan komt er alweer een toverwoord tevoorschijn, want dan betaalt de eigenaar van die tanker schadevergoeding. Dat woord lijkt op verzekering, want ook schadevergoeding doet niet wat het woord belooft. De schade wordt immers niet goed gemaakt, want de dode vogels en vissen blijven na de betaling net zo dood als voorheen, en de meeste vissers blijven vermoedelijk nog precies zo failliet en verdrietig als net na de ramp.

    Voor die schadevergoeding krijgt de tankereigenaar dan een lening bij een bank, gewoon voor de zekerheid. Daarna wordt de lening door die bank dan verzekerd bij een andere bank doordat er geld wordt geruild tegen risico’s, en vanaf dat moment bestaan er CDS’en. Dan is het verhaal bijna afgelopen. Maar nog niet helemaal, want dan bedenkt iemand dat zulke CDS’en ook best naakt kunnen zijn, waarna anderen enthousiast heel veel van die ongeklede dingen gaan kopen: dingen waarvan iedereen inmiddels is vergeten dat ze niet echt bestaan omdat ze verzinsels zijn gebaseerd op verzinsels gebaseerd op… enzovoorts.

    En dan komen er tenslotte mensen die door dat hele sprookje heen prikken en roepen: Maar hela, geld, lenen, kopen, verzekeren, CDS’en: het zijn allemaal maar woorden, geen dingen! En opeens stopt iedereen met erin te geloven, en het is 2008 of misschien wel 2028, en bedrijven gaan failliet, mensen worden uit de huizen gezet waarvan ze dachten dat ze de eigenaren waren, en sommige van die mensen springen van een brug terwijl anderen eronder gaan wonen. 

    En daarna begint het allemaal weer van voren af aan.

    Tenslotte

    Verhalen. Dat is waarmee deze aflevering eindigt. Volgende keer ga ik erop door, want het onderzoeken van verhalen vormt een hoofdonderwerp waarmee ik me diepgaand ga bezighouden. Verhalen en ook woorden. Want om verhalen te kunnen vertellen heb je woorden nodig, en dat betekent dat de woorden die je bezit, bepalen welke verhalen je kunt vertellen. Bijvoorbeeld een verhaal genaamd ‘Economie’. Ik ga je laten zien dat dat verhaal vooral een grote mythe is.

    Er is me in het FTM-forum gevraagd waarom ik mijn boek niet baseer op de Doughnut Economie van Kate Raworth. In de loop van dit hoofdstuk, dus over een paar weken, ga ik je laten zien waarom Raworth volgens mij niet diep genoeg graaft om de fundamentele oorzaken van de wereldwijde onduurzaamheid aan te pakken. Weliswaar vertelt Raworth een belangrijk verhaal, al is haar verhaal feitelijk niet erg nieuw: we kenden het al sinds de jaren 1990, hoewel het in de loop van de jaren steeds nieuwe namen kreeg, waaronder ‘Integraal Ketenbeheer’ en Cradle to Cradle (C2C). We spreken nu van Circulaire Economie. Iedere nieuwe naam betekent een verbreding en verdieping van het onderwerp, en dat is heel mooi. Maar al deze benaderingen, inclusief de Doughnut Economie, gaan niet diep genoeg omdat ze wel een nieuw verhaal vertellen, maar daarbij grotendeels oude woorden blijven gebruiken.

    Het vinden van nieuwe woorden is een hoofdthema van mijn boek.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Niko Roorda

    Gevolgd door 713 leden

    Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.

    Volg Niko Roorda
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Een duurzame economie

    Gevolgd door 1243 leden

    Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws i...

    Volg dossier