© ANP/Lex van Lieshout

Is de euro nog levensvatbaar? De Raad van State suggereert van niet

  • Kritiek: het hele idee dat 3% en 60% normen de oplossing zijn. Compleet achterhaald.
  • De begrotingsregels houden... dit krijg je dus als niet-economen economische mores bedenken. Het werkt niet!!!

Deze week presenteerde de Raad van State zijn langverwachte rapport over de euro. Edin Mujagic vindt het een verademing om te lezen. Eindelijk nuance in het debat dat tot nog toe draait om de vraag: doen we het wel, of doen we het niet (blijven in de unie)?

Als er één ding is dat in discussies over de euro – naar mijn mening – zo goed als altijd ontbreekt, dan is het realiteitszin. Wanneer het gaat over de munt en de Nederlandse deelname eraan, lijken we in een binaire wereld te leven: het is of het een, óf het ander.

De voorstanders van de euro stellen bijvoorbeeld impliciet – en soms zelfs expliciet – dat we van de eurozone één land moeten maken; anders zal niet alleen de gemeenschappelijke munt eraan gaan, maar ook de gehele Europese samenwerking zoals die sinds 1951 vorm heeft gekregen. Dan gaat ‘het licht uit’, luidt hun boodschap. Mogelijk ligt volgens hen zelfs een nieuwe oorlog in het verschiet.

Dat de Raad van State zich tussen de regels door ook nog kritisch uitlaat over een paar belangrijke zaken, is slagroom op de taart

Lijnrecht daartegenover staan de pleitbezorgers voor een Nederlands uittreden uit de gemeenschappelijke munt. Als je naar hen luistert, zou je welhaast het idee krijgen dat werkelijk álle economische en niet-economische problemen in ons land als sneeuw voor de zon kunnen verdwijnen. We hoeven er alleen maar voor uit de muntunie te stappen.

In die zin is het langverwachte rapport van de Raad van State (RvS) over de euro een verademing om te lezen. De RvS schreef het op aanvraag van de Tweede Kamer. Om een beter debat te kunnen voeren, wilde de Kamer meer inzicht in de munt. Zelden heb ik inderdaad zo’n realistisch en genuanceerd rapport gelezen. Dat de Raad van State zich tussen de regels door ook nog kritisch uitlaat over een paar belangrijke zaken, is slagroom op de taart.

Destructief ad-hocbeleid

De crisis die in 2008 wereldwijd (en in de eurozone in 2010) losbarstte, heeft om vele ad-hoc-oplossingen gevraagd, zo schrijft de Raad. Sommige van die maatregelen hebben het functioneren van de muntunie ingewikkelder (of zelfs problematisch) gemaakt: het opzijschuiven van de no-bail-out-clausule bijvoorbeeld, die eurolanden verbiedt om garant te staan voor elkaars schulden. 

De toegenomen rol van de Eurogroep en de rol van de Europese Centrale Bank – die inmiddels voor duizenden miljarden aan staatsobligaties in de boeken heeft staan – worden in het rapport genoemd als voorbeelden van destructieve uitwassen van het beleid na de crisis. De Raad stelt vast dat democratische betrokkenheid en verantwoording te wensen overlaten; in mijn ogen is dat nog een milde uitdrukking.

Tussen de regels

In Nederland is de kernvraag in de euro-discussie op dit moment of een verdere integratie van de eurolanden nodig is. Concreet houdt zo’n verdere integratie bijvoorbeeld in dat de landen een gezamenlijke begroting krijgen (lees: we legen al onze portemonnees samen op één tafel en alles is van iedereen), dat ze gezamenlijk staatsobligaties uitgeven (de schulden van de één zijn dan de schulden van allen) en dat Brussel meer zeggenschap krijgt over het economisch beleid van de lidstaten.

Formeel neemt de Raad van State geen positie in deze discussie in. Maar tussen de regels door stelt ze dat een verdere integratie voor Nederland niet noodzakelijk is: ‘Elke mogelijke oplossing kent voor- en nadelen’, zo lezen we in het rapport. Een open deur, denkt u nu misschien, maar deze opmerking laat zien dat de oplossing volgens de Raad niet één van de twee extremen (óf een euro-federatie, óf er uitstappen) is.

In plaats daarvan lijkt de Raad het midden tussen de twee op te zoeken. Of, in haar eigen formulering: ‘Het valt niet uit te sluiten dat met in economisch-technische zin suboptimale oplossingen genoegen moet worden genomen’. Dit omdat ‘veel voorstellen die vanuit economisch-technisch opzicht de EMU zouden versterken – omdat zij de EMU dichter bij een optimaal valutagebied brengen – geweld kunnen doen aan nationale beleidspreferenties en afbreuk doen aan democratische verantwoordingsprocessen.’ Dat is een mondvol voor de constatering dat een veel verdere integratie van de eurolanden onwenselijk is. De EMU hoeft de facto geen federatie te worden om te kunnen functioneren, vindt de Raad dus kennelijk.

"Het feit dat de verschillen tussen de eurolanden te groot zijn, betekent volgens de Raad niet dat er per definitie meer Europees beleid nodig is"

Concurrentie is gewenst

Het feit dat de verschillen tussen de eurolanden te groot blijken, betekent volgens de Raad niet dat er per definitie meer Europees beleid nodig is. Sterker nog, schrijft ze in haar rapport, ‘een zekere mate van beleidsconcurrentie is gewenst’. Verder schrijft ze dat ‘arbeidsmarktwetgeving en sociaal beleid een nationale bevoegdheid zijn’. Dat lijkt mij een subtiele manier van de Raad om te zeggen dat al die plannen voor uniforme belastingtarieven, Europese ww-uitkeringen en harmonisatie van economisch en sociaal beleid in het algemeen, waar velen voor pleiten, niet nodig zijn en er ook niet moeten komen.

De gezamenlijke staatsobligaties, de zogeheten eurobonds, vindt de Raad geen probleem. Maar ze acht de optie pas haalbaar ‘wanneer de economische en budgettaire risico’s in lidstaten substantieel zijn verminderd, bijvoorbeeld doordat de staatsschuld in de lidstaten dicht bij de norm van 60 procent is gebracht’ en ‘als de handhaving van regels is versterkt en als de lidstaten door structurele hervormingen meer naar elkaar toegegroeid zijn’. Oftewel: nooit, want de Raad van State weet ook heel goed dat de kans dat aan die randvoorwaarden wordt voldaan nog kleiner is dan de kans dat ik binnenkort President van De Nederlandsche Bank zal worden. 

Pak de ECB aan!

Tussen de regels door uit het rapport ook echt forse kritiek op het beleid van de ECB, en op de macht die de instelling sinds het begin van de crisis naar zich toe heeft getrokken. Als de Raad schrijft dat ‘door stapeling van instrumenten en bevoegdheden inmiddels de situatie is ontstaan waarin de ECB een positie inneemt die de checks and balances ten opzichte van de budgettaire autoriteiten onder druk zet en daarmee vragen van democratische legitimatie oproept’, wijst ze duidelijk op het op grote schaal opkopen van staatsobligaties van de eurolanden. En met de opmerking dat het ‘mogelijk lijkt te zijn de rol van de ECB opnieuw te beoordelen’ pleit de Raad er met een geraffineerd gevoel voor subtiliteit voor dat de unie de rol van de ECB tegen het licht houdt en de macht ervan sterk inperkt.  

Als de EMU geen staat hoeft te worden om te kunnen functioneren, wat is daar dan wel voor nodig volgens de Raad van State? Dat de eurolanden zich aan de regels houden. Niet meer en niet minder dan dat. Maar sinds de eurocrisis hebben we juist gezien dat dat een utopie is:  de eurolanden houden zich niet aan de regels die ze zelf met elkaar hebben afgesproken. Ziet de Raad een oplossing voor dat probleem? Jawel! Maar het adagium is dan niet controleren, waarschuwen en smeken om zich aan de regels te houden, maar de zondaars meedogenloos hard in de portemonnee raken door het niet naleven van de regels te koppelen aan de Europese begroting. Anders gesteld: als een euroland zich niet aan de regels houdt, moeten we niet meer gaan waarschuwen, adviseren en wat al niet meer, maar gewoonweg het overmaken van geld uit allerlei potjes van de Europese begroting stopzetten. Prima, zullen critici van de euro zeggen. Mooi, zeggen de voorstanders ervan: de muntunie is in ieder geval levensvatbaar, Brussel moet gewoon streng zijn. Nou… niet helemaal. 

Vrij vertaald zegt de Raad dat veel eurolanden simpelweg geen zin hebben zich aan de regels te houden en dat dat niet zal veranderen

De in mijn ogen cruciale zin uit het rapport is dat ‘het de vraag blijft of de nationale politieke realiteit in de lidstaten zich voldoende zal laten sturen door versterkte handhaving, of die nu op nationaal of Europees niveau plaatsvindt’. Vrij vertaald zegt de Raad dat veel eurolanden simpelweg geen zin hebben zich aan de regels te houden en dat dat niet zal veranderen ook al laat je Brussel erover gaan. Het vereist niet veel fantasie om hieruit te concluderen dat de muntunie volgens de Raad op termijn niet houdbaar is. 

Achter Duitsland aan

De Nederlandse economie is gebaat bij een gemeenschappelijke munt en het uiteenvallen ervan zou grote gevolgen voor ons land hebben, schrijft de Raad aan het begin van het rapport. Zeker als Nederland er als enige lidstaat uit zou stappen. Vervolgens schetst het rapport een viertal beleidspreferenties om het Nederlands belang aan te geven en door die bril de verschillende voorstellen te beoordelen. Daarna heeft de Raad meer dan honderd pagina’s nodig om tot voornoemde conclusies te komen. Ik snap de aanpak wel, de Raad kon natuurlijk geen A4-tje naar de Tweede Kamer sturen. Maar in feite had het rapport kunnen bestaan uit welgeteld één zin, die ene cruciale zin waarover ik het zojuist had.

Onze economische geschiedenis geeft een duidelijk antwoord op de vraag wat Nederland op monetair gebied wel en niet moet doen

Vergeet allerlei beleidspreferenties, nuanceringen et cetera. Onze economische geschiedenis geeft een duidelijk antwoord op de vraag wat Nederland op monetair gebied wel en niet moet doen. Het antwoord op de vraag wat ons land met betrekking tot de euro moet doen, is op de korte termijn: wat Duitsland doet. Want: het Duitse monetair-economische belang is sinds jaar en dag ook het Nederlandse belang. 

Op de wat langere termijn kan Nederland weleens met een hels dilemma te maken krijgen, namelijk de vraag wat ons land moet doen als de Europese muntunie verder versterkt wordt onder aanvoering van Duitsland en Frankrijk op een wijze die niet aansluit bij de Nederlandse preferenties zoals geformuleerd door de Raad, dus als de EMU zich ontwikkelt op een manier die haaks staat op wat Nederland nodig heeft. Moeten we ook dan in de euro blijven of alle gevolgen van het uittreden toch voor lief nemen omdat een pijnlijk einde altijd beter is dan pijn zonder einde? Daar gaat de Raad van State niet op in, terwijl dát dé hamvraag is voor ons land. Een vraag waartegen we, vrees ik, spoedig aan zullen lopen. 

"Als de eeuwenoude gulden omkeerbaar bleek te zijn, waarom zou dan een krap twintig jaar oude euro in hemelsnaam onomkeerbaar zijn?"

Tot slot

Is er dan niets in het rapport dat riekt naar onzin? Jawel, er is een klein puntje van kritiek te maken. Het is een prima rapport, op de laatste paar zinnen na. Daar haalt de Raad haar eigen analyse toch voor een belangrijk deel onderuit. Er staat namelijk dat de EMU verder moet worden ontwikkeld omdat de euro onomkeerbaar is. Dat is simpelweg onzin. Als de eeuwenoude gulden omkeerbaar bleek te zijn, waarom zou dan een krap twintig jaar oude euro in hemelsnaam onomkeerbaar zijn?

Wat ik tot slot ook jammer vind, is dat de Raad een groot gevaar ziet in een eventuele uittreding van een lidstaat. Die stap zou volgens de Raad tot een domino-effect kunnen leiden en meer landen uitnodigen ermee te stoppen. Helaas wordt er geen woord gerept over de mogelijkheid dat juist zo’n uittreding van één land aan andere landen zou laten zien wat voor gevolgen zo’n stap heeft op de korte termijn. Die landen zouden dan allicht eieren voor hun geld kiezen en begrijpen dat ze de munt niet continu in coma moeten houden, maar dat ze zich aan de regels dienen te houden en hun economieën moeten hervormen. 

Over de auteur

Edin Mujagic

Gevolgd door 446 leden

Een onafhankelijke macro-econoom, spreker en publicist. Zijn nieuwste boek gaat over de Nederlandse monetaire geschiedenis.

Lees meer

Volg deze columnist

Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

word lid