Is de Italiaanse bankensector nog te redden?

    Het is nu erop of eronder voor de Italiaanse bankensector. Vóór 29 juli moeten de banken slagen voor de ECB-stresstest. Maar het is de vraag of dat gaat lukken. Daarom zoekt premier Renzi naarstig naar een oplossing.

    De Italiaanse premier Matteo Renzi probeert uit alle macht zijn bankensector te redden. Veel Italiaanse banken kampen met slechte leningen op hun balans en hebben te weinig kapitaal en het lukt de banken niet om voldoende vers kapitaal aan te trekken. Eind deze maand worden de uitkomsten van de stresstesten van de ECB bekend, veel banken dreigen de boot te missen en staatssteun is verboden onder nieuwe Europese regels. Hoe gaat premier Renzi nu nieuw kapitaal aantrekken? Hij doet een uiterste poging om dat in de particuliere sector te vinden.  

    Veel banken dreigen de boot te missen en staatssteun is verboden onder nieuwe Europese regels

    Begin zeventiende eeuw, in 1624, besloot de Toscaanse groothertog dat de republiek Siena voortaan de bankrekeningen van haar cliënten zou garanderen. Die traditie dreigt de Italiaanse staat thans fataal te worden, als de bankensector omvalt. Bijna vierhonderd jaar later heeft Italië een probleem met zijn banken, niet in de laatste plaats met zijn oudste bank, Banca Monte dei Paschi di Siena, die trots onder haar logo vermeldt 'bank since 1472'.

    Naar verluidt heeft deze bank circa vijftig miljard euro aan slechte leningen op de balans, bijna eenderde van het balanstotaal. Om te slagen voor de stresstest van de Europese Centrale Bank (ECB) is versterking van het eigen vermogen nodig. Maar dat wil nog niet erg lukken.

    De bank is al twee keer eerder te hulp geschoten. Na de overname van de Banca Antonveneta in 2007 kwam Monte dei Paschi in de problemen als gevolg van de kredietcrisis en door het grootschalig aanhouden van sterk in waarde gedaald Italiaanse staatspapier, meer dan enige andere Italiaanse bank.

    De naam Antonveneta klinkt Nederlanders vooral bekend in de oren, omdat in 2005 ABN Amro onder leiding van ceo Rijkman Groenink een uitputtende overnamestrijd voerde om deze bank met de Banca Populare Italiana en uiteindelijk aan het langste eind trok.

    Op zoek naar nieuwe miljarden

    In 2009 kreeg Monte dei Paschi  bijna twee miljard euro staatssteun, in 2012 gevolgd door nog eens twee miljard in het kader van het steunplan voor de Europese financiële sector. Maar het blijkt niet genoeg om de grote hoeveelheid slechte leningen van de bank te compenseren. Als deze problemen niet worden opgelost, bestaat het risico dat met name de Franse bankensector in moeilijkheden komt, dit door een sterke vervlechting met de Italianen, zoals te zien in onderstaande afbeelding.

    Daarom heeft de Italiaanse premier Matteo Renzi een apart reddingsfonds geopend met de toepasselijke naam Atlas en wil hij met een tweede Atlas-fonds een deel van de slechte leningen overnemen en het kapitaal van de bank versterken. Ook wil Renzi de Italiaanse bankensector als geheel te hulp schieten met staatssteun ter waarde van veertig miljard, maar dat mag sinds 1 januari van dit jaar niet meer in het kader van Europese afspraken. De bedoeling van die afspraken was om de belastingbetaler te ontzien bij het redden van banken.

    De datum van 29 juli, de dag waarop de uitkomsten van de stresstesten van de ECB bekend worden gemaakt, komt echter steeds dichterbij. Er rest Renzi nog maar weinig tijd om een oplossing te vinden voor de Italiaanse bankenproblematiek. Eén van de opties die de revue passeerden, is om Banca Antonveneta te verkopen. Als andere mogelijkheid wordt een Atlas-2 fonds geopperd.


    "Als de problemen niet worden opgelost, kan met name de Franse bankensector in moeilijkheden komen door de sterke vervlechting met Italiaanse banken"

    De financiële berichtendienst Bloomberg meldde deze week dat er gesprekken plaatsvinden met private investeerders om een bedrag tussen de 25 en 30 miljard euro bijeen te sprokkelen. Naar verluidt zou Monte Paschi twee miljard van haar slechte leningen aan het fonds willen overdragen. Hiernaast is de bank volgens een betrokken bankier in gesprek met private beleggers voor een aandelenemissie van 5 miljard euro. Dit nieuwe kapitaal is noodzakelijk om de bank weer gezond te maken. Eerder deze maand had de ECB de bank al drie jaar respijt verleend om een oplossing te vinden voor een bedrag van 14 miljard euro aan slechte leningen.

    Ongeduld aandeelhouders

    Renzi lobbyt bij de Europese Commissie (EC) om tegen de afspraken in tóch staatssteun te verlenen

    Hoe dit verder gaat is nog niet duidelijk. Renzi lobbyt bij de Europese Commissie (EC) om tegen de afspraken in tóch staatssteun te verlenen aan zijn geplaagde bankensector. Hij weet zich hierin gesteund door de recente uitspraak van het Europese Hof van Justitie, die dergelijke steun in uitzonderlijke gevallen toestaat. Het eindoordeel daarover is echter aan de EC, die hiermee voor een lastige keuze wordt geplaatst, al heeft eurogroep voorzitter Dijsselbloem al laten weten dat van directe staatssteun geen sprake kan zijn. Enerzijds dreigt er verlies van geloofwaardigheid als bij de eerste de beste gelegenheid alweer wordt afgeweken van Europese afspraken, anderzijds zou een gebrek aan vertrouwen in het Italiaanse financiële stelsel de gehele eurozone, en daarmee de euro, in gevaar gebracht kunnen worden.

    Duitslands minister van Financiën Wolfgang Schäuble heeft echter steeds gezegd dat gewacht moet worden met een besluit over eventuele staatssteun voor de Italiaanse banken totdat de uitkomst van de ECB-stresstesten bekend is, maar Italiaanse beleggers willen daar niet op wachten. Zij eisen een oplossing vóór die tijd. In welke vorm die eventuele steun er gaat komen – gedacht wordt aan garantstellingen vanuit het permanente Europese noodfonds ESM(Europees Stabiliteitsmechanisme) – is nog onzeker. Als inderdaad ESM-funding wordt aangewend voor het redden van de Italiaanse bankensector, wordt de rekening via een omweg toch nog neergelegd bij de Europese belastingbetaler.

    Renzi kan dan opgelucht ademhalen. Niet alleen worden dan zijn kiezers uit de wind gehouden, maar ook de grote spelers in de financiële wereld. Immers, de belangrijkste aandeelhouders van bijvoorbeeld Banca Monti dei Paschi, zijn investeerders als Black Rock en verzekeringsmaatschappijen als Axa en Prudential. En natuurlijk het Italiaanse Ministerie van Financiën.

    De oorsprong van het moderne bankieren

    Het moderne bankieren vindt zijn oorsprong in Italië, meer in het bijzonder in het vijftiende-eeuwse Toscane, waar slimme Italianen het katholieke woekerverbod handig omzeilden door een systeem van dubbele boekhouding in te voeren, waarbij rente werd geboekt als ‘vrijwillige gift’ of als ‘beloning voor het gelopen risico’. Eén van de bankiershuizen van destijds was de in 1472 opgerichte Banca Monte dei Paschi di Siena. Deze bank bestaat nog steeds en is daarmee de oudste bank ter wereld.

    Lees verder Inklappen

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jean Wanningen

    Gevolgd door 232 leden

    Jean Wanningen (Weert, 1957) is een veelkleurige persoonlijkheid. Ging na ‘verkeerde’ studies bij een gerenommeerde investmen...

    Volg Jean Wanningen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren