Beeld door Chafer Machinery (via Flickr)
© CC BY

Is al die ophef over RoundUp wel terecht?

  • Grasland word zeker niet jaarlijks "gereset"(vernieuwd). Het is duur en het eerste jaar na herinzaai is de grasopbrengst veel lager.

Iedereen heeft wel een mening over RoundUp. Consumenten gruwelen van de naam alleen al, fabrikanten en boeren verdedigen het te vuur en te zwaard. Het ene jaar wordt het verboden en is het kankerverwekkend, het volgende jaar is er weer niets aan de hand. Follow the Money besloot alle twijfelachtige verhalen links te laten liggen en strikt naar de feiten te kijken: dit is wat we écht over RoundUp weten.

RoundUp is het meest gebruikte onkruidverdelgingsmiddel ter wereld. Sinds biotech-gigant Monsanto het middel 40 jaar geleden introduceerde, is het wereldwijde gebruik geëxplodeerd: van 3.200 ton in 1974, naar 825.000 ton in 2014. In de VS is tweederde van het totale volume allertijden, in de laatste tien jaar gespoten. En het gebruik stijgt nog steeds.

Hoge bomen vangen veel wind, zo luidt het cliché. Voor velen zijn de namen RoundUp en Monsanto dan ook synoniem met de wortel van alle kwaad. Dit maakt het weinig verrassend dat het middel vorig jaar bijna verboden werd voor consumenten. Staatssecretaris Wilma Mansveld had steun van een Kamermeerderheid, omdat het erop leek dat RoundUp kankerverwekkend is.

Maar dit jaar was het middel toch weer niet kankerverwekkend en mocht het van de Tweede Kamer in de schappen blijven staan. Toen hij nog staatssecretaris Economische Zaken voor de PvdA was, bepleitte Martijn Van Dam de terugkeer van het herbicide zelfs in Europees verband. Dat deed hij omdat RoundUp al sinds 2015 verboden is voor particulieren in Frankrijk.

De glyfosaat-infowars zijn in volle gang

Sinds afgelopen juli geldt dit verbod ook in België. Maar omdat België nu eenmaal België is, betekent zo’n gebruiksverbod daar geen verkoopverbod. Ondertussen wordt op Europees niveau komende week een compromisvoorstel verwacht. Daarin staat dat het middel nog vijf tot zeven jaar gebruikt mag worden binnen de EU.

Glyfosaat-oorlog

Of glyfosaat — het werkzame bestanddeel van RoundUp — nu wel of geen kanker veroorzaakt, blijft intussen een omstreden kwestie. Zo blijkt uit onderzoek van het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC, een organisatie die valt onder de Wereldgezondheidsorganisatie WHO) onder landbouwers in de VS bijvoorbeeld dat glyfosaat misschien non-hodgkinlymfoom veroorzaakt bij langdurige blootstelling. Die ziekte is echter aan zoveel factoren verbonden dat er geen sluitend statistisch bewijs is.

Er is wél bewijs dat glyfosaat kanker kan veroorzaken in laboratoriumdieren, maar dat kunnen tomaten uit blik ook. (Kanker)studies met lab-dieren zijn notoir niet-representatief en gevoelig voor randeffecten. In 1991 beoordeelde het Milieubeschermingsagentschap van de Verenigde Staten (EPA) daarom na een herevaluatie van de gedane muisstudies dat glyfosaat niet kankerverwekkend is voor mensen. 

De glyfosaat-infowars zijn intussen in volle gang. Nieuw onderzoek van persbureau Reuters suggereerde dat het IARC in haar laatste glyfosaat-rapport alle aanwijzingen dat de stof géén kanker veroorzaakt, veranderd of geschrapt had. Dit onderzoek lijkt of zijn beurt echter weer uit de koker van de spindokters van Monsanto te komen. Ondertussen beïnvloedt Monsanto via indirecte sponsoring ook wetenschappelijke papers, zoals blijkt uit dit artikel in  de New York Times

"In de glyfosaat-oorlog lijken alle middelen toegestaan"

Aan de overkant van het front vind je, nota bene in peer reviewed artikelen, mensen die aan RoundUp min of meer alle ziekten die bestaan toeschrijven — van glutenallergie tot autisme. Michael Gove, de Britse staatssecretaris van milieu, voorspelde deze week zelfs een uitroeiing van alle bodemvruchtbaarheid binnen veertig jaar. Daarbij noemde hij niet expliciet RoundUp, maar de timing is opvallend. In de glyfosaat-oorlog lijken alle middelen toegestaan.

Glyfosaat en het milieu

De enorme, wereldwijde heisa rond RoundUp illustreert treffend hoe ‘chemonoia’ in de praktijk werkt. Maar het laat ook zien hoe antropocentrisch we over onze planeet denken. Want ondertussen spuiten boeren  in heel Europa —  in goed dichtgeplakte trekkers  — RoundUp over hun akkers alsof het water is. En dat heeft grote gevolgen — gevolgen die in de glyfosaat-oorlog onderbelicht blijven.

Voor de duidelijkheid: het middel scheelt de boeren een hoop extra werk — en de schappen van onze supermarkten moeten nu eenmaal gevuld worden, liefst met aantrekkelijke prijzen. Zonder RoundUp zouden onze akkerbouwproducten, van oregano en wortels tot brood en suikerbieten, voelbaar duurder zijn.

Met RoundUp hoeven boeren bijvoorbeeld minder diep te ploegen om het bestrijdingsmiddel in de grond te krijgen; volgens de boeren heeft dit als bijkomend voordeel dat de bodem minder verstoord raakt.

Sommige monsters bevatten 3.000 keer meer glyfosaat dan in drinkwater is toegestaan

Maar de reden dat RoundUp zo gemakkelijk in de bodem dringt, is dat het bijzonder goed oplosbaar is in water. Je moet dan ook niet gek opkijken dat je het via de bodem in gras, koeien, melk en uiteindelijk in Ben & Jerry’s-ijs terugvindt. In 2012 analyseerde onderzoeker Helene Horth in opdracht van Monsanto meer dan 75.000 oppervlaktewatermonsters uit heel Europa. Een derde van deze monsters bleek glyfosaat te bevatten, in concentraties van soms meer dan 300 microgram (μg) per liter. Voor drinkwater is de glyfosaat-norm in de EU maximaal 0,1 μg per liter.

57.112 van de 75.350 monsters werden daarnaast ook getest op AMPA, het meest stabiele glyfosaat-afbraakproduct; AMPA is ook schadelijk voor planten. Meer dan de helft van de monsters bevatten AMPA, in concentraties die soms hoger dan 200 μg per liter waren. Bepaalde monsters bevatten dus 2.000 keer meer AMPA dan toegestaan in het drinkwater, en 3.000 keer meer glyfosaat.

Dat RoundUp en afbraakproducten na een ‘x’-aantal keer de halfwaardetijd uit het milieu verdwenen zouden zijn, is wishful thinking. Glyfosaat en AMPA worden in hoge concentraties door de fijnste bodemdeeltjes geadsorbeerd en hebben in die vorm zo ongeveer het eeuwige leven. Dit geldt overigens voor meer pesticiden: DDT werd in 1973 in de ban gedaan, maar je vindt het nog altijd in de bodem.

Uit een door Wageningen Universiteit (WUR) geïnitieerde, eerder deze maand gepubliceerde studie naar ruim 300 bodemmonsters, genomen van landbouwgrond in tien Europese landen, blijkt dat bijna de helft glyfosaat en AMPA bevatte. AMPA-concentraties waren in sommige monsters 2.000 µg per kilogram grond. Er is op dit moment nog geen bodemnorm voor AMPA en glyfosaat, maar als we even een bodemdichtheid van 1.5 kg/liter aannemen, overschrijdt die AMPA-concentratie de drinkwaternorm 30.000 keer. 

Glyfosaat en AMPA doden niet alleen planten: ze veranderen ook de bodem

Maar Glyfosaat en AMPA doden niet alleen planten. Ze veranderen ook de bodem, de basis voor alle plantengroei. Aardwormen worden er dik en lui van; schimmels groeien minder goed, waardoor de bodemvruchtbaarheid afneemt. Omdat de fijnste grondfractie effectief fungeert als een mechanisme voor trage afgifte van hoge concentraties RoundUp-resten, is dit een proces dat nog decennia nadat boeren gestopt zijn met spuiten door blijft gaan.

Volgens professor Violette Geissen van de WUR, mede-auteur van de Europese bodemstudie, worden aan fijne bodemdeeltjes gehechte glyfosaat en AMPA gemakkelijk door wind en water verspreid. Denk bijvoorbeeld aan de stofwolken die van land dat bewerkt wordt afkomen, en je snapt dat dit geen kleinschalig proces is. Die stofwolken waaien ook over onze natuurgebieden, die altijd wel ergens aan een landbouwgebied grenzen. In de Drentse bossen tref je volgens Geissen overal RoundUp-resten aan. Ze vindt het mede daarom niet verstandig om glyfosaat te blijven gebruiken in de landbouw.

Niet alleen het oppervlaktewater en de bodem zijn besmet. In 2014 liet een studie van Krüger et al. zien dat je niet alleen in koeien en konijnen, maar ook in mensen RoundUp-resten aantreft. Chronisch zieke mensen hadden bovendien meer glyfosaat-sporen in hun urine dan gezonde. Je zit dan wel met een kip-ei verhaal, dus het is beter om daar niet direct conclusies aan te verbinden.

Wat wél zeker is, is dat een tot 2009 als inert beschouwd bestanddeel van RoundUp, POEA, een zeepachtige substantie gemaakt van dierlijk vet, dodelijker is voor menselijke embryonale en navelstrengcellen dan het herbicide zelf. Een bevinding die de onderzoekers die erachter kwamen ‘verbazingwekkend’ noemden.

Hoeveel RoundUp wordt er gespoten?

In het oosten van Nederland is het gebruikelijk om graslanden te ‘resetten’ Men verstaat daaronder het volledig doodspuiten van weilanden met RoundUp, de boel onderploegen, en vervolgens opnieuw inzaaien met de meest eiwitrijke gras-variant — dit om de melkproductie van koeien te maximaliseren. Wilde akkerplanten verdwijnen hierdoor bij bosjes. Het proces is uitvoerig gedocumenteerd door natuurvorser Henk van Halm, onder meer in een artikel in Trouw in 2001. Wat de akkerplanten ook niet helpt, is dat voorafgaand aan het planten van gewassen in de lente, in heel Nederland ‘onkruid’ gedood wordt met een RoundUp-spuitrondje.

"Er wordt vijf keer zoveel RoundUp gespoten in Nederland als het CBS meldt"

Als we de verkoopgegevens van de Nederlandse Stichting voor Fytofarmacie (Nefyto) van 2012 en gebruikscijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) uit datzelfde jaar naast elkaar leggen, blijkt dat er vijf keer zoveel RoundUp wordt gespoten in Nederland als het CBS meldt. Voor 2012 meldt het CBS dat er 150.000 kg aan glyfosaat-houdende producten gespoten is; volgens Nefyto werd in die periode echter meer dan driekwart miljoen kilo RoundUp verkocht: daar zit een factor vijf verschil tussen. In theorie kan daarvan een deel doorverkocht worden naar het buitenland, maar het volgende jaar werd bijna net zoveel verkocht, dus je kunt ervan uitgaan dat vrijwel al dat RoundUp gebruikt is — en grotendeels in Nederland.

De vergelijking van de Nefyto-cijfers met die van het CBS werd in 2016 gedaan door Herman van Bekkem, campagneleider duurzame landbouw bij Greenpeace. Van Bekkem maakte hierbij gebruik van de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob). De discrepantie heeft een aantal oorzaken: de eerste is dat het CBS gras niet als gewas ziet. Daarom wordt het met RoundUp ‘resetten’ van grasland niet in de statistieken opgenomen. De tweede is dat het CBS boeren per gewas enquêteert over bestrijdingsmiddelen. Omdat onkruid ook ‘geen gewas’ is, wordt het RoundUp-lentespuitrondje ook niet in de CBS-statistieken opgenomen.

Ik sprak Maritza van Assen, directeur van Nefyto, over de cijfers van het CBS. Haar aanvullend commentaar: ‘Het CBS komt aan haar cijfers door te extrapoleren op basis van een jaarlijkse enquête. Door de opzet van deze enquête worden niet alle sectoren meegenomen. Er is daarnaast sprake van onderrapportage door telers. Die komen daardoor eleganter uit de bus. Bovendien is de enquête niet verplicht.’

Niet alleen Greenpeace en Nefyto constateren een verschil tussen de cijfers van het CBS en de realiteit. Drs. Jurgen Volz deed voor de Vereniging Van Rivierwaterbedrijven (RIWA) onderzoek naar het glyfosaat-gehalte van de Maas. Dat was in het verleden soms zo hoog, dat drinkwaterbedrijven stilgelegd moesten worden.

Het verdwijnen van onze akkerplanten is geheel op het conto van RoundUp te schrijven

Volz vindt het op basis van zijn onderzoeksresultaten ‘zeer waarschijnlijk dat ongeveer 40 procent van de AMPA-belasting van de Maas uit andere bronnen dan glyfosaat-afbraak afkomstig moet zijn, waarvan de grootste langs de Nederlandse Maas moeten worden gezocht.’ Aangezien ik niet geloof in chemische toverij, lijkt het me evident dat ook de metingen van Volz niet door het CBS gerapporteerd RoundUp-spuitgedrag registreren.

Effect op landbouw en natuur

Wikipedia omschrijft glyfosaat als een ‘niet-selectief systemisch totaalherbicide’. Met andere woorden: het doodt letterlijk alle snelgroeiende planten die het tegenkomt. De alomtegenwoordigheid van glyfosaat en AMPA in het milieu houdt daarom volgens zelfstandig toxicoloog Henk Tennekes, die ook de gevaren van neonicotinoïden bloot legde, indirect verband met het verdwijnen van driekwart van de insecten in de afgelopen dertig jaar.

Die ineenstorting heeft meerdere oorzaken. Schaalvergroting in de landbouw en het gebruik van pesticiden spelen mee, maar zijn niet de enige factoren. Ook het stikstofoverschot door overbemesting — waardoor wilde bloemen verdrongen worden door een monocultuur aan stikstofminnende planten — speelt een rol, net als het verdwijnen van nestelgelegenheid. Tennekes denkt echter dat het alomtegenwoordige RoundUp een grotere bijdrage levert aan dit proces dan we tot nu toe aannemen. Het kan dan ook zeker geen kwaad om die rol te onderzoeken.

In Drenthe heeft het jaarlijkse ‘resetten’ van het grasland al minstens één duidelijk zichtbaar effect: De hoeveelheid Weidevogels neemt sterk af. Omdat het dieet van deze vogels bestaat uit regenwormen en insecten, laat het zich raden wat met de populaties van deze dieren gebeurd is.

Je hoeft een organisme niet direct te doden om het langzaam uit te roeien

Uit een studie van Balbuena et al. uit 2015 blijkt dat bijen van glyfosaat in de war raken. RoundUp en afbraakproducten worden echter nog altijd als onschadelijk voor insecten beschouwd, omdat ze — in tegenstelling tot neonicotinoïden, waarvan bekend is dat ze flink schadelijk zijn voor insecten — in het lab en in de natuur insecten niet direct doden. Het verdwijnen van onze akkerplanten is echter geheel op het conto van RoundUp en aanverwante producten te schrijven.

De onderzoekers die de enorme teruggang in insecten constateerden, zijn voorzichtig over de oorzaak. Volgens een van de coördinatoren van de studie, hoogleraar ecologie Hans de  Kroon van de Radboud Universiteit, ligt die in ieder geval niet bij veranderend klimaat of bij landschapsbeheer. Wat dan overblijft, is het gegeven dat onze natuurgebieden relatief klein zijn en midden in agrarisch landschap liggen. Met wat we nu weten over de eigenschappen en het gebruik van glyfosaat, is het aannemelijk dat RoundUp en zijn afrbraakproducten diep in onze door landbouwgrond omringde postzegeltjes natuur doorgedrongen zijn. 

Je hoeft een organisme niet direct te doden, om het langzaam uit te roeien. Als je de planten waar het dier van leeft stelselmatig elimineert, werkt dat net zo goed.

Iedere ecoloog kan je vertellen hoe complex de natuur in elkaar zit. Het probleem van herbiciden en insecticiden is dat ze een delicate, miljoenen jaren oude symbiose van flora en fauna aantasten. Planten hebben insecten nodig voor de voortplanting; insecten hebben planten nodig als voedingsbron. Veelvuldig gebruik van glyfosaat, neonicotinoïden en andere pesticiden leidt tot een neerwaartse spiraal, die steeds meer planten en insecten laat verdwijnen.

Toen ik hem sprak, omschreef Tennekes het fenomeen als een ‘race to the bottom’: minder planten leidt tot minder insecten, en omdat insecten planten bestuiven, leidt dat weer tot minder planten, enzovoorts. Je kunt nu tegenwerpen dat er insecten zat zijn. Daar zit wat in: het Smithsonian spreekt van zo’n 10 kwintiljoen (10,000,000,000,000,000,000) insecten op de hele wereld. Als er maar een kwart van al die insecten overblijft, hebben we het nog het altijd over 2.5 kwintiljoen — best veel.

"Biotech-giganten als Monsanto zijn niet de vijand"

Maar die enorme aantallen vormen de basis van een van de de belangrijkste voedselketens in de natuur. Bijna 70 procent van alle vogels is insecteneter; het verdwijnen van driekwart van de insecten heeft nu al het instorten van de vogelpopulatie tot gevolg — een typisch voorbeeld van een bottom-up effect. En voor de duidelijkheid: we weten niet of het bij driekwart blijft.

Professor Geissen vertelde me dat ze aan een studie werkt waaruit blijkt dat je in 83 procent van de Europese landbouwgrond permanent geadsorbeerde pesticiden aantreft; soms wel 30 verschillende pesticiden in één stukje. Zo’n grondmonster leest als een staalkaart van wat we allemaal geprobeerd hebben: van DDT tot RoundUp, en alles ertussenin.

In 30 procent van de Europese landbouwgrond vind je nog steeds afbraakproducten van DDT. Er zijn op dit moment 2.000 verschillende pesticiden op de markt in Europa met 500 verschillende werkzame stoffen. Vele van deze middelen hechten decennialang aan de fijnste bodemfractie, en worden via water en wind traag afgegeven aan de omgeving. Wat het precieze effect daarvan is op planten, dieren en insecten in natuurgebieden, is onbekend.

Biotech-giganten als Monsanto zijn niet de vijand: ze zijn een onmisbaar onderdeel van onze moderne samenleving. De werkelijke vijand is het feit dat we te gemakkelijk denken over hoe de wereld in elkaar zit. Dat doe je als je met het vingertje wijst naar grote bedrijven als de NAM en Monsanto, terwijl je zelf wel lekker warm gedoucht hebt en met een warme prak op de bank zit. Maar ook als je RoundUp rond sproeit alsof het water is, en denkt dat dit geen gevolgen heeft voor het miljoenen jaren oude, delicate systeem dat onze natuur heet.

Over de auteur

Sam Gerrits

Journalist en geochemicus. Deed meer dan tien jaar onderzoek in Afrika, Zuid-Amerika en op de Noordzee.

Lees meer

Volg deze auteur

Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

word lid
Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren