De Europese Commissie is schuldig aan ‘wanbestuur’. Dat vindt de EU-Ombudsvrouw vanwege weigering van de Commissie om een mensenrechtenrapportage uit te voeren, voorafgaand aan het Vrijhandelsverdrag tussen de EU en Vietnam. Gaat de Commissie nu opnieuw in de fout bij TiSA?

    Wij Europeanen mogen denken wat we willen en zeggen wat we denken. Dat is handig, want zo kan je het gerust oneens zijn met vrijhandelsverdragen zoals TTIP, CETA en TiSA en dat laten weten ook. Demonstreren tegen de verdragen kan hier zonder dat je wordt mishandeld door de politie, in het gevang belandt of wordt beschuldigd van het voeren van propaganda tegen de staat. Massale demonstraties, zoals afgelopen oktober in Berlijn, verlopen meestal vreedzaam. Destijds liepen een kwart miljoen mensen al zingend, in felgekleurde outfits en met spandoeken voorzien van ludieke teksten in een ferme mars door de stad. De laatste herfstzonnestralen vielen op de vele gezichten en het zag er zowaar gezellig uit.

    De Vietnamese politie gebruikt grof geweld om protesten, tegen het inperken van de vrijheid van meningsuiting, neer te slaan.

    In Vietnam is dat een heel ander verhaal. In dit Aziatische land met zo’n 95 miljoen inwoners is ook kritiek op vrijhandelsverdragen, maar vreedzaam demonstreren is nauwelijks aan de orde. 'De Vietnamese overheid gebruikt geweld om protesten tegen het inperken van de vrijheid van meningsuiting neer te slaan.' Zo nu en dan eindigen de activisten in de gevangenis vanwege 'het voeren van propaganda tegen de staat'. Dit schrijft Human Rights Watch over de mensenrechtensituatie in Vietnam in het in januari gepresenteerde World Report 2016.

    Sinds de Vietnamese overheid onderhandelt over vrijhandelsverdragen is er ‘verandering’ opgetreden in de aanpak van demonstranten. Human Rights Watch: ‘Vanwege de internationale public relations heeft de Vietnamese overheid haar tactiek veranderd door nu minder critici te arresteren, maar ze in plaats daarvan te mishandelen. Die verandering van gevangenneming naar fysieke geweldpleging is nauwelijks een verbetering te noemen.’

    Vrijhandel met Vietnam

    Onhandig, die mensenrechtenschendingen, want Europa heeft vooral oog voor de mooie kanten van Vietnam. Zoals de vele goedkope arbeidskrachten en een nieuwe afzetmarkt met tientallen miljoenen consumenten. Om toegang te verkrijgen tot Vietnam en nog bestaande handelsbarrières weg te nemen, startte de Europese Commissie op 26 juni 2012 gesprekken met Vietnam over een vrijhandelsverdrag. ‘Het potentieel is enorm’, zei de toenmalige Eurocommissaris voor handel Karel de Gucht toen.

    Op 25 juni 2012, geheel toevallig een dag voor de onderhandelingen met Vietnam starten, besluiten de Europese lidstaten om voortaan de mensenrechten te bevorderen bij alle buitenlandse verdragen. In een verklaring staat: ‘De EU zal de mensenrechten promoten in alle aangelegenheden en zonder uitzonderingen. Met name zal het promoten van mensenrechten worden betrokken bij handel, [en] investeringen.’

    Het is voortaan de bedoeling dat de Commissie bij ieder vrijhandelsverdrag van te voren een onderzoek uitvoert naar de mensenrechtensituatie in het desbetreffende land. De vragen zijn dan: Hoe gaat de onderhandelingspartner om met de mensenrechten? En: Welk mogelijke effect heeft het vrijhandelsverdrag op de mensenrechten?


    De Europese Unie

    "De EU zal de mensenrechten promoten in alle aangelegenheden en zonder uitzonderingen"

    EU-Ombudsvrouw

    Voordat in 2012 de onderhandelingen met Vietnam over een vrijhandelsverdrag starten verzuimt de Commissie om onderzoek te doen naar de mensenrechten aldaar. Jaren gaan voorbij en in juli 2014 schuift de Commissie bovendien ook een resolutie van het Europees Parlement over de mensenrechtenkwestie aan de kant.

    Een paar maanden later is de maat vol voor The International Federation for Human Rights (FIDH) en de daaraan gelieerde Vietnam Committee on Human Rights. De mensenrechtenorganisaties vinden verder uitstel ‘ontoelaatbaar’ en dienen een klacht in tegen de Commissie bij de EU-Ombudsvrouw. In de aanklacht staat: ‘Mensenrechtenschendingen hebben een climax bereikt in Vietnam (…) en toch stelt de Commissie business as usual voor.’

    De Europese Ombudsvrouw is de Ierse Emily O’Reilly. Ze was eerder journalist en heeft nu een mandaat om gedurende vijf jaar (2013-2018) klachten over Europese instituties te onderzoeken. De Ombudsvrouw bekijkt de zaak en komt tot de slotsom dat er grove mensenrechtenschendingen in Vietnam plaatsvinden. Per e-mail zegt ze daarover tegen Follow the Money: ‘Het Europees Parlement en ikzelf zijn bezorgd over mensenrechtenschendingen tegen etnische en religieuze minderheden, gedwongen uitzettingen en het confisqueren van land. Ook is Vietnam bekend als een van de belangrijkste oorsprongsgebieden van mensenhandel.’

    Commissie weigert onderzoek

    In maart 2015 volgt haar aanbeveling: ‘De Commissie moet zonder verdere vertraging een onderzoek laten doen naar de zaak’. Het Europees Parlement neemt die aanbeveling opnieuw over, maar de Commissie weigert die uit te voeren.

    Volgens de Commissie was er op 26 juni 2012 nog geen noodzaak geweest om een onderzoek te verrichten naar de mensenrechtensituatie, die verplichting werd namelijk slechts één dag eerder op 25 juni aangenomen door de Europese lidstaten. De Commissie geeft verder aan zich wel degelijk in te zetten voor de mensenrechten in Vietnam, maar dan via een tweetal andere kanalen: de Human Rights Dialogue en de PCA, een overlegorgaan tussen Vietnam en Europa.

    Het Europees Parlement neemt de aanbeveling opnieuw over, maar de Commissie weigert die uit te voeren.

    De commissie verwijst ook naar een onderzoek dat is gedaan tijdens de onderhandelingen over het EU-ASEAN Vrijhandelsverdrag (die onderhandelingen zijn in 2009 gestopt). De ASEAN is een samenwerkingsverband van tien Aziatische landen op cultureel en economisch gebied. De Commissie laat op verzoek weten: ‘Het onderzoek uit 2009 ging over alle ASEAN-landen, en dus ook Vietnam. Er is gekeken naar de economische, sociale en milieu-impact van het verdrag, evenals de impact op arbeidsomstandigheden en de bijbehorende rechten.’ Toch wordt nergens in het rapport expliciet melding gemaakt van mensenrechten. Wil de Commissie misschien niet weten wat de mensenrechtensituatie voorstelt in Vietnam?

    Commissie schuldig aan ‘wanbestuur’

    De Ombudsvrouw beraadt zich nog op de weigering van de Commissie als op 2 december 2015 de onderhandelaars van Europa en Vietnam elkaar de hand schudden: het EU-Vietnam Vrijhandelsverdrag is een feit. Op 1 februari 2016 publiceert de Commissie de volledige verdragstekst en een document over hoe de mensenrechtensituatie in Vietnam verder onderzocht zal gaan worden.

    Tegen Follow the Money zegt een woordvoerder van Commissie: ‘De evaluatie van het EU-Vietnam Vrijhandelsverdrag zal een complete analyse inhouden over de impact van het verdrag op de mensenrechtensituatie.’

    Veel blije gezichten over het verdrag, maar niet bij de Ombudsvrouw. Op 26 februari 2016 presenteert ze haar definitieve conclusie over de zaak. Die liegt er niet om. De Ombudsvrouw schrijft: ‘De Europese Commissie heeft nagelaten geldige redenen te geven voor het niet-uitvoeren van een voorafgaand onderzoek naar de impact op de mensenrechten in Vietnam tijdens de onderhandelingen over het vrijhandelsverdrag. Er is hier sprake van wanbestuur’.


    Emily O’Reilly, EU-Ombudsvrouw

    "Er is hier sprake van wanbestuur"

    Commissie belooft beterschap

    Aangezien de onderhandelingen over het vrijhandelsverdrag al klaar zijn en een onderzoek dus niet meer kan bijdragen aan de uitkomst, schrijft de Ombudsvrouw: ‘Er is geen mogelijkheid meer om dit verzuim nog te verhelpen’.

    Op verzoek verduidelijkt de Ombudsvrouw tegen Follow the Money: ‘In mijn optiek had de Commissie zijn uiterste best moeten doen om de Europese burgers ervan te overtuigen dat er een uitvoerige analyse heeft plaatsgevonden naar de mensenrechtensituatie in Vietnam en de eventuele gevolgen van het verdrag voor die situatie. Het onderzoek had moeten plaatsvinden voordat het verdrag was afgesloten. Ik ben ook niet overtuigd van de complexe uitleg van de Commissie, die ging over waarom het vooronderzoek niet nodig zou zijn.’

    De Ombudsvrouw besluit om geen gebruik te maken van haar allerlaatste – en vergaande – pressiemiddel: een kritisch rapport over de zaak voor het Europees Parlement. Zo’n rapport kan grote gevolgen hebben, want de parlementsleden gaan uiteindelijk over de ratificering van het vrijhandelsverdrag. Het rapport kan leiden tot een tegenstem waarmee het vrijhandelsverdrag naar de haaien gaat. De Ombudsvrouw neemt genoegen met de belofte van de Commissie om voortaan bij nieuwe onderhandelingen over vrijhandelsverdragen wel eerst de mensenrechtensituatie te onderzoeken.

    Waar blijft de mensenrechtenrapportage over TiSA?

    De Commissie laat bij vrijhandelsverdrag TiSA (Trade in Services Agreement) wel onderzoek doen naar de mensenrechtensituatie tijdens de onderhandelingen. Het Nederlandse onderzoeksbureau Ecorys krijgt de opdracht het onderzoek uit te voeren en start in januari 2014 met een zogenaamde Sustainability Impact Assessement. Een onderdeel daarvan is een onderzoek naar de mensenrechtensituatie in alle landen die deelnemen aan TiSA. Er wordt ook een einddatum voor het rapport gegeven, het onderzoek moet namelijk klaar zijn voordat TiSA is uit-onderhandeld. De einddatum voor het rapport is 5 november 2014.

    Op dit moment, in maart 2016, is er echter nog altijd geen rapport. Ecorys wilde tegenover Follow the Money niet reageren over het overschrijden van de deadline met bijna anderhalf jaar vanwege ‘het lopende onderzoek’. Maar de tijd dringt. TiSA-expert Jan Teresiński van onderzoeksbureau CASE zei eerder tegen Follow the Money dat TiSA waarschijnlijk in 2016 is uit-onderhandeld. Meer informatie over TiSA is te vinden in ons artikel 7 Vragen over handelsverdrag TiSA.

    Mensenrechtensituatie in Pakistan

    Vrijhandelsverdrag TiSA gaat over het openstellen van de dienstensector. Europa onderhandelt erover met 23 andere landen. Een van de deelnemende landen aan de TiSA-onderhandelingen is Pakistan. Volgens Human Rights Watch is de mensenrechtensituatie in Pakistan weinig beter dan in Vietnam: ‘Pakistan moet vechten tegen terrorisme, maar het weigeren van fundamentele vrijheden en eerlijke processen aan zijn burgers is onwettig en een totaal verkeerde aanpak.’

    Lees verder Inklappen

    Het laatste woord

    Op 3 maart 2016 doet de Ombudsvrouw een ultieme poging om de zaak aanhangig te maken. In een toespraak voor het Europees Parlement zegt ze: ‘Terwijl vrijhandelsovereenkomsten zijn ontworpen om de economie te bevorderen, is het niet altijd zo dat ze dezelfde voordelen opleveren voor alle betrokken partijen. Handelsovereenkomsten kunnen soms negatieve gevolgen hebben voor de rechten van de betrokken partijen’. Kan dat nog gevolgen hebben?

    Het uiteindelijke ‘ja’ tegen vrijhandelsverdragen is niet aan de Commissie. Dat is voorbehouden aan het Europees Parlement. In stemming moeten zij de goedkeuring geven aan vrijhandelsverdragen zoals TiSA en het verdrag met Vietnam. Het is de vraag of zij vallen over het nalaten van de Commissie om nader naar de mensenrechtensituatie te kijken. De consequenties zijn ten slotte groot: bij een tegenstem kan het hele vrijhandelsverdrag de prullenbak in. Wat is meer waard: vrijhandel of de mensenrechten? Het laatste woord daarover is aan de Europarlementariërs.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Mitchell van de Klundert

    Mitchell van de Klundert (1990) onderzoekt voor Follow the Money internationale handels- en investeringsverdragen, de voeding...

    Volg Mitchell van de Klundert
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Internationale vrijhandelsverdragen

    Gevolgd door 450 leden

    Tegen vrije handel tussen burgers, landen en continenten valt weinig in te brengen. Grote internationale vrijhandelsverdragen...

    Volg dossier