• De hele situatie rondom glyfosaat past ook prima in dit rijtje thuis.
  • Is er iets mis of is niets blijvend?

Niko Roorda verkent de dimensies van ‘winst’. Is dat nu het verschil tussen inkomsten en uitgaven, bijvoorbeeld bij een transactie of een investering, en gaat winst dus over een gezonde wijze van ondernemen? Of verwijst winst eerder naar triomfen en successen, en dus naar de ‘beloning die een succesvolle ondernemer toekomt’? Hij neemt een aantal sectoren onder de loep.

Vooraf

‘Er is geen ecosysteem dat zo werkt.’ Dat stelde Fenno 1 in het forum, naar aanleiding van het thema van de afgelopen twee weken: groei. Weliswaar vindt in ecosystemen vanzelfsprekend groei plaats, maar Fenno’s opmerking duidt erop dat een ecosysteem dat alleen zou kunnen voortbestaan door immer te blijven groeien, gedoemd is om ten onder te gaan. Voor de menselijke ecosystemen, onze economische systemen dus, geldt hetzelfde.

En dus is er iets helemaal misgegaan. Want ‘Het woord economie wordt zelfs vrijwel uitsluitend nog in combinatie met het woord groei gebruikt,’ constateerde squarejaw terecht.

En dan is het thema ‘groei’ nog maar het eerste onderwerp waarmee ik laat zien wat de dramatische gevolgen zijn van de misvatting dat de economie haar zaakjes wetenschappelijk gezien wel voor elkaar heeft. In het kader van mijn bewijsvoering dat economie een protowetenschap is, maak ik een soort optelsom: eerst behandel ik een drietal losse thema’s: ‘groei’, ‘winst’ en ‘mensbeelden’. Over enkele weken combineer ik die drie in het thema ‘instorting’, een onderwerp waarmee ik jullie niet vrolijk ga maken – maar we kunnen er niet omheen, want het is een onmisbare schakel in het betoog dat leidt naar een oplossing in de vorm van mijn plan.

Na de conclusie in de vorm van ‘instorting’ ga ik daarna het huidige hoofdstuk 3 afsluiten met een analyse van de uitkomsten. Maar, dat is werk voor binnenkort. Na ‘groei’ is nu eerst ‘winst’ aan de beurt, een thema dat zo omvangrijk is dat ik er twee weken over doe.

3.2. Winst

Bij ‘winst’ denken economen doorgaans onmiddellijk aan financiële winst. Geld, dus. Maar er zijn heel wat andere vormen van winst, en jij en ik weten dat heel goed. Dat roept de vraag op: wat is dat eigenlijk, winst? Eerst eens kijken wat een paar woordenboeken daarover zeggen.

Volgens de ‘Dikke van Dale’ is winst:

  1. Verkregen voordeel, opbrengst boven de bestede kosten, wat men wint.
  2. Het winnen, ≈ overwinning, zege.

Volgens Collins English Dictionary is profit:

  1. Excess of revenues over outlay and expenses in a business enterprise.
  2. The monetary gain derived from a transaction.
  3. Income derived from property or an investment.
  4. The income or reward accruing to a successful entrepreneur and held to be the motivating factor of all economic activity in a capitalist economy.
  5. Gain, benefit, or advantage.

En gain:

  1. To acquire (something desirable), obtain.
  2. To win in a competition. (…)

De betekenissen van het woord ‘winst' vallen ruwweg in twee categorieën. De eerste gaat over het verschil tussen inkomsten en uitgaven, bijvoorbeeld bij een transactie of een investering, en dus over een gezonde wijze van ondernemen. De meeste beschrijvingen laten in het midden of dat per se winst betreft in de vorm van geld. De tweede betekenis is: de zege in een spel, een sport, een competitie, een strijd. De triomf, het superioriteitsgevoel.

Gaat het over de eerste of de tweede betekenis, daar waar Collins’ woordenboek stelt dat winst de ‘beloning is die een succesvolle ondernemer toekomt’ (‘accrues to’)? Opmerkelijk is dat daaraan direct wordt toegevoegd dat, in een kapitalistisch systeem (dus in het onze), winst wordt beschouwd als ‘de’ motivatie voor alle economische activiteiten. Dat is nogal een uitspraak. Dus volgens de redactie van ‘Collins’ tellen zulke zaken als bedrijfscontinuïteit, waardevolle bijdragen aan de samenleving en zorg voor personeel, klanten en leefomgeving niet echt mee: de ‘echte’ ondernemer gaat voor de winst.

Bij het lezen van de komende voorbeelden zul je misschien twijfel ervaren: ‘interessante cases,’ zul je wellicht denken, ‘maar zeggen die niet meer over een paar individuele gevallen dan over het systeem als zodanig?’ Ik kom daarop terug. In de tussentijd is het een leuk spel om bij elk van de voorbeelden te onderzoeken welke soort ‘winst’ daar het meest van toepassing is: gezond ondernemen of triomf & superioriteit.

De farmaceutische industrie

Herinner je je het waargebeurde verhaal over het medicijn restasis in de aflevering van 14 april? Ik kondigde al aan dat de geneesmiddelenindustrie nog vaker in dit boek zou optreden. Hier zijn nog een paar onwaarschijnlijke maar waargebeurde verhalen.

In India zijn twee vaccins op de markt tegen longontsteking. Prevnar13 van Pfizer kost €50 per kind. GlaxoSmithKline (GSK) vraagt voor synflorix per kind slechts €30, maar ook dat is voor honderden miljoenen Indiase ouders nog steeds volstrekt onbetaalbaar. Het Indiase Serum Institute is in staat om een vaccin te produceren dat minder dan €5 kost. Maar dat mag niet, vanwege de bestaande patenten op de duurdere middelen. Volgens dokter Leena Menghaney van Artsen zonder Grenzen hebben Pfizer en GSK samen al €30 miljard winst behaald met hun vaccins. Maar in India sterven elk jaar tweehonderdduizend kinderen aan longontsteking.

In 2015 kocht het startende bedrijf Turing Pharmaceuticals voor 55 miljoen dollar het geneesmiddel dataprim, dat hiv-patiënten en zwangere vrouwen voor infecties moet behoeden. Het middel kost in Nederland 40 cent per pil, maar in de Verenigde Staten werd de prijs van de ene op de andere dag verhoogd van 13,75 naar 750 dollar. Per pil. Het publiek was woedend, de pers gaf de bedrijfseigenaar de sarcastische bijnaam ‘Pharma Bro’, maar er was niets aan te doen, want het bedrijf stond juridisch in zijn recht.

Het Italiaanse Leadiant verkocht CDCA reeds als middel tegen galstenen, toen ontdekt werd dat het ook werkzaam was tegen de stofwisselingsziekte CTX. Nu komt CTX heel weinig voor, en dat stelde de fabrikant in staat om in 2017 een Europese regeling te misbruiken door het medicijn aan te wijzen als ‘weesgeneesmiddel’, dat wil zeggen als een middel gericht op zeldzame ziekten dat weinig verkocht kan worden. Om de ontwikkeling van nieuwe weesgeneesmiddelen te stimuleren, verleent Europa daarvoor een langere marktexclusiviteit aan de farmaceutische bedrijven. Hoewel CDCA helemaal niet nieuw was, kon Leadiant het medicijn nu weer jarenlang als enige verkopen. Prompt werd de prijs ervan verhoogd van 30.000 tot 170.000 euro per patiënt. Ook voor galsteenbezitters.

De Duitse farmaceut Medice registreerde in 2016 het geneesmiddel dexamfetamine, hoewel dat al jaren vrij in de handel was. Het wordt sindsdien verkocht onder de merknaam amfexa en kost driemaal zo veel als voorheen.

Genzyme, sinds 2011 onderdeel van medicijnfabrikant Sanofi, haalde het middel tegen leukemie MabCampath, waarvan het patent verlopen was, van de markt toen ontdekt werd dat het ook tegen MS werkte. In 2014 kwam het middel weer in de verkoop, nu onder de merknaam lemtrada, dat 36 keer zo duur was als voorheen.

De firma Pharmasset ontwikkelde een middel tegen hepatitis-C. Het patent werd opgekocht door Gilead voor bijna 10 miljard euro. Het werd in december 2013 onder de naam sovaldi op de markt gebracht voor 1000 dollar per pil, dat is 84.000 dollar per kuur. In Egypte kost een kuur ongeveer een honderdste daarvan, maar 800 euro per kuur is voor de meeste Egyptenaren (15 procent van de 95 miljoen Egyptenaren lijdt aan hep-C) nog veel te veel. Al in het eerste jaar van de verkoop, 2014, boekte de producent ruim 9 miljard euro winst door de handel in sovaldi.

En daar is GlaxoSmithKline (GSK) opnieuw. Deze keer met het antidepressivum paroxetine, merknaam: seroxat. Al sinds 2001 wist de producent dat het middel niet werkt bij zwaar depressieve jongeren. Dat had men geconstateerd in een onderzoek genaamd ‘Studie 329’. Veel erger was dat het middel kan aanzetten tot suïcide. Ook dat wist GSK: tijdens ‘Studie 329’ ondernamen in een testgroep van 90 pubers elf van hen een zelfmoordpoging (tegen 1 poging in de controlegroep). De ongunstige conclusies werden niet gepubliceerd en de verkoop ging gewoon van start. Al in het eerste jaar werd seroxat voorgeschreven aan twee miljoen Amerikaanse kinderen en jongeren. Het suïcide-risico werd pas in 2015 publiekelijk bekend, toen ‘Studie 329’ door onafhankelijke onderzoekers nog eens werd geanalyseerd. Seroxat is nog steeds in de handel, het is een van de meest verkochte antidepressiva in de wereld. Van de bijna 1 miljoen Nederlanders die antidepressiva gebruiken, slikt ruim 60 procent dit middel.

Wie niet genoeg heeft aan deze ziekmakende voorbeelden kan zelf eens gaan zoeken. Naar de kankermedicijnen AZT en erwinase bijvoorbeeld, of het psoriasismiddel dimethylfumaraat (merknaam tecfidera). Als je dat doet, let dan eens op de methoden waarvan de farmaceutische industrie graag gebruik maakt. Zoals evergreening, waarbij een verlopend patent nieuw leven wordt ingeblazen door een kleine verandering die als een geweldige vernieuwing wordt aangekondigd, bijvoorbeeld Roche’s kankermedicijn herceptin dat opeens ook via een injectie kon worden toegediend. Of salami slicing: als een middel tegen meerdere kwalen werkt, registreer je de diverse toepassingen één voor één (in ‘plakjes’) zodat je het patent eindeloos kunt rekken. En price gouging, waarbij de prijs van een medicijn niet reëel berekend wordt op basis van de ontwikkelings- en productiekosten – zoals de producenten consequent volhouden – maar gemaximaliseerd wordt op basis van schaarste en patiëntennood. Dat leidt zeer regelmatig tot prijsverhogingen: Slow K van Essential Pharmaceuticals werd in 2017 ineens zeven keer zo duur, glivec van Novartis twintig keer. In 2019 werd lutetium-octreotaat van AAA, opgekocht door Novartis, vijf keer zo duur.

Deze en honderden andere voorbeelden laten samen zien: de farmaceutische sector, die samen met medische en maatschappelijke organisaties de leveranciers van gezondheid en goede zorg zouden moeten zijn, is daar helemaal niet op gericht. Het is een tak van het bedrijfsleven die net als alle andere commerciële sectoren gewoon gericht is op winst. Dat het middel daartoe het produceren van medicijnen is, is bijzaak: het had net zo goed worst kunnen zijn. Of fietsbanden. De gezondheid van mensen is voor deze bedrijfstak irrelevant.

Fundamentele rechten

Het Amerikaanse bedrijf SpazeGaze heeft bij het United States Patent and Trademark Office het patent aangevraagd en verkregen op het bewonderen van astirixia© die zich aan de hemel vertonen. Wie in de Verenigde Staten ’s nachts bij heldere hemel de blik omhoog werpt en daarbij sterren ontwaart, dient daarvoor een bedrag van US$ 200 per keer te betalen aan de jonge maar snelgroeiende startup. Voor de zogenaamde planitoria© is een bijzonder tarief van kracht; zo kost een blik op de rode planeet Mars, vanaf nu bekend onder de merknaam Aryx©, voortaan $ 15000. De directie van de veelbelovende onderneming is voornemens om streng op de naleving toe te zien, waarbij onder meer drones zullen worden ingezet om de naleving door de Amerikaanse bevolking te controleren. Schendingen zullen beboet worden.

Patenten in Europa, India en Egypte zijn aangevraagd.

Je begrijpt misschien: SpazeGaze bestaat niet echt, het verhaal is fantasie. Sterrenkijken mag iedereen, het is een recht van alle mensen. Gezondheid is eveneens een recht van alle mensen. En dus behoort logischerwijze de vrije – of in ieder geval voor iedereen betaalbare – en veilige beschikbaarheid van de middelen om die gezondheid te bevorderen of herstellen eveneens een fundamenteel recht te zijn van alle mensen, net als het bewonderen van sterrenlicht. Medicijnen zouden eenzelfde status moeten hebben als het sterrenlicht en de lucht die we inademen, dat wil zeggen: voor iedereen daadwerkelijk beschikbaar. Je kunt het ook vergelijken met de grondstoffen in de bodem van alle landen: ook die zouden gedeeld eigendom van iedereen moeten zijn, zoals ik op 7 april stelde.

Natuurlijk, er is een belangrijk verschil. Geneesmiddelen, de meeste althans, zijn uitgevonden of ontdekt door menselijke activiteiten van vaak grote bedrijven, terwijl de lucht, het sterrenlicht en zelfs de bodemschatten er altijd al waren. Als de farmaceutische sector nu had laten zien dat men deze middelen inderdaad op een realistische, betaalbare en medisch verantwoorde manier beschikbaar maakt voor iedereen, dan was alles in orde. Met winst was dan niets mis, het zou slechts een middel zijn ten behoeve van bedrijfscontinuïteit en onderzoek. Maar in de huidige situatie is in deze branche ‘winst’ een doel en niet een middel. Met als gevolg: de overbodige dood van honderdduizenden mensen per jaar.

Nu de branche niet in staat is gebleken om de gezondheid van mensen als doel te hanteren – en winst slechts als een noodzakelijk middel daartoe – is er maar één acceptabel alternatief. Zoals eerder opgemerkt, is het nog niet goed mogelijk om al vast te stellen hoe een intrinsiek duurzame wereldeconomie er uit zou kunnen zien, zolang er geen solide wetenschap bestaat die ons daartoe in staat stelt. Maar er is wel alvast een vanzelfsprekende randvoorwaarde van zo’n systeem aan te wijzen: Alle medicijnen en geneesmethoden zijn het gedeelde eigendom van de gehele mensheid.

Het is, zelfs in het huidige onduurzame economische systeem, niet moeilijk om daarvoor een passende structuur te bedenken en in te voeren. Om te beginnen dienen alle bestaande patenten op geneesmiddelen afgeschaft te worden, wellicht via een overgangsperiode. Of de medicijnfabrikanten daarvoor een financiële vergoeding dienen te ontvangen staat nog te bezien, na alle door de sector gepleegde wandaden. Nieuwe middelen mogen vervolgens nog steeds worden ontwikkeld door de bestaande farmaceutische bedrijven, die er immers de expertise voor bezitten. Maar de betaling daarvoor komt niet meer uit de verkoop van schreeuwend dure medicijnen maar uit publieke middelen, afkomstig van internationale organisaties en van afzonderlijke regeringen. De betalende organisaties en landen stellen vast welke medicijnbehoeften er zijn, schrijven internationale tenders uit voor de ontwikkeling ervan, kennen het ontwikkelproject toe aan een of meer winnende bedrijven en betalen aan hen de vooraf overeengekomen ontwikkelingskosten – en niets meer. Daarna zijn de medicijnen vrij te produceren door iedere fabrikant of apotheker, precies zoals de huidige generieke middelen waarvan de patenten verlopen zijn. Kortom: zo moeilijk is het niet.

Ongetwijfeld zullen de farmaceutische bedrijven, als ze een voorstel zoals dit mochten vernemen, langs allerlei wegen trachten te bewijzen dat het niet kan. Daarbij zullen ze ondersteund worden door hun infanterie: pseudowetenschappers die ervoor betaald worden om de gewenste uitkomsten te genereren.

Pseudowetenschap: de tabaksindustrie

Pseudowetenschappers zijn in tal van branches actief. Onder meer in een bedrijfstak die net als de farmaceutische sector een flinke (maar negatieve) invloed heeft op onze gezondheid: de tabaksindustrie. Die beschikt bijvoorbeeld over The Advancement of Sound Science Coalition (TASSC), in 1993 opgericht door tabaksfabrikant Philip Morris en pr-multinational APCO. Er wordt nep-onderzoek uitgevoerd met behulp van meetmethoden die ontworpen zijn om te bedriegen. Een voorbeeld daarvan dat veel aandacht van de media trok is het meten van schadelijke stoffen in tabaksrook met behulp van de ‘sjoemelsigaret’ met ventilatiegaatjes. Dat is geen wonder, want de tabaksindustrie dreigt haar markt te verliezen. Maar gelukkig heeft de bedrijfstak daar een oplossing voor gevonden. Het branchetijdschrift Tobacco Reporterschreef in 1998: ‘Het tabaksgebruik in de ontwikkelde landen zal tot het einde van de eeuw enigszins dalen, terwijl in de ontwikkelingslanden het gebruik jaarlijks met ongeveer drie procent zou kunnen stijgen... Een werkelijk prachtig beeld! Geen rookvrije samenleving, maar een aanhoudende groei voor de tabaksindustrie.’

En Chris Burrell, vertegenwoordiger van Rothmans Tobacco in Burkina Faso, liet weten: ‘De gemiddelde levensverwachting is hier ongeveer veertig jaar, de kindersterfte is hoog: de gezondheidsproblemen waarvan gezegd wordt dat ze worden veroorzaakt door sigaretten zullen hier gewoon geen probleem zijn.’

Deze twee citaten zijn afkomstig van de tabakssector zelf. Het gevolg van het succesvolle tabaksbeleid wordt twintig jaar later door de Wereld Gezondheidsorganisatieverteld:Er zijn aanwijzingen dat miljoenen tabaksgebruikers zijn gestopt sinds het begin van de eeuw. Het grootste deel van de gezondheidswinst die als gevolg van deze verandering zal worden geboekt, zal niet plaatsvinden in veel lage- en middeninkomenslanden, omdat ze een netto toename van het aantal tabaksgebruikers hebben gezien als gevolg van interventies van de tabaksindustrie. Deze toenamen hebben het potentieel om de in veel landen gerealiseerde bescheiden maar belangrijke gezondheidsvoordelen te laten ontsporen.’

De chemische industrie

Ook de chemische industrie is dol op pseudowetenschap, bijvoorbeeld via de American Chemistry Council (ACC), voorheen de Manufacturing Chemists' Association. Hun lobby heeft onder meer als doel om de pogingen te dwarsbomen om het gebruik te verminderen van kunststoffen, oorzaak van de ‘plastic eilanden’ in de oceanen en andere vervuiling. Een aantal decennia geleden lobbyde men om de toepassing van het uiterst gevaarlijk gebleken pesticide DDT in de landbouw te behouden.  DDT leidde tot enorme schade aan het milieu, zoals Rachel Carson constateerde in haar beroemde boek Silent Spring uit 1963 dat de wereld wakker schudde. Grofheid wordt niet geschuwd, want in de jaren na 2000, meer dan dertig jaar na de ban op DDT, werd Carson door het Competitive Enterprise Institute (CEI) uitgemaakt voor leugenaar, waarna een hetze ontstond waarin ze via de woorden van een romanpersonage een massamoordenaar werd genoemd met meer bloed aan haar handen dan Adolf Hitler: door haar ‘vals alarm’ sterven, beweert men, jaarlijks miljoenen mensen aan malaria.

De auto-industrie

Berucht is het schandaal van de gemanipuleerde meetmethoden in de auto-industrie: ‘Dieselgate’, eerst ontdekt bij Volkswagen in 2015, daarna bij andere fabrikanten: onder andere Fiat Chrysler, Jeep, Nissan, Mitsubishi, Renault, Hyundai, Citroën, Volvo, Daimler en Mercedes, dus de industrie in bijna alle delen van de wereld deden of doen mee. Jarenlang hebben frauduleuze wetenschappelijke onderzoeken stelselmatig veel te lage emissies van stikstofoxiden (NOx, dat wil zeggen NO, NO2 en N2O) door hun dieselauto’s opgeleverd. Stikstofoxiden zijn schadelijk voor de luchtwegen van mens en dier en voor de plantengroei, veroorzaken smog en dragen bij aan de aantasting van de ozonlaag. N2O versterkt bovendien het broeikaseffect, met een 265 maal zo grote kracht (‘global warming potential, GWP) als kooldioxide (CO2).

De lobby-industrie

De bovenstaande voorbeelden zijn voldoende om te laten zien dat zulke dodelijke praktijken, onder het mom van wetenschap, op grote en systematische schaal plaatsvinden. Een verontrustend overzicht van het pseudowetenschappelijk lobbyisme is opgeschreven door Oreskes & Conway in hun boek Merchants of Doubt, waarin ze aantoonden dat de wetenschapsvervalsing in diverse sectoren opzettelijk en systematisch plaatsvindt en een bedrijfstak op zichzelf is geworden, waarin jaarlijks miljarden dollars worden omgezet. Met als voornaamste producten: twijfel en vertraging. Twijfel omtrent de uitkomsten van onafhankelijk, oprecht, gedegen en herhaalbaar wetenschappelijk onderzoek. Twijfel, gezaaid bij politici, andere beleidsmakers en het grote publiek, die leidt tot decennialange vertraging in het nemen van effectieve maatregelen. Dat gebeurt vooral door de echte, gedegen uitgevoerde wetenschap te bestempelen tot junk science. Al in 1999 toonde een onderzoeksjournalist van de Washington Post aan dat veel van dit soort perverse lobby’s in meerdere bedrijfstakken verricht worden door steeds dezelfde of samenwerkende onderzoekers, pseudowetenschappelijke instituten en ultrarechtse denktanks, die (nog altijd) triomfantelijk over hun uitkomsten rapporteren op de website JunkScience (vanaf 1997), een site die is gegroeid tot meer dan 1200 pagina’s aan verdraaiing en bedrog.

Voor wie niet genoeg kan krijgen van zulke nepwetenschap, staan er meer beschamende voorbeelden op de website van Follow the Money in het online dossier Wetenschap op bestelling, waarin de verwevenheid van commerciële ondernemingen met de wetenschapsuitoefening en met het overheidsbeleid nader wordt onderzocht. Onder meer in de bierindustrie: Heineken, het Kennisinstituut Bier, de bierbrouwerslobbygroep Brewers of Europe, het Aarhus University Hospital en de Universidad de Alcalá in Madrid.

De energiesector

Waar de farmaceutische industrie een fundament voor de gezondheidszorg van alle mensen zou moeten zijn, daar zou de energiesector de basis moeten vormen voor een gezonde en veerkrachtige exploitatie van de natuur, aangezien energie het fundament is van alle industriële bedrijvigheid. Je raadt het: ook de energiesector probeert al decennialang stelselmatig om ieder serieus onderzoek te dwarsbomen. Tot op de dag van vandaag – en waarschijnlijk overmorgen.

De grote oliemaatschappijen Shell, BP, ExxonMobil, Chevron en andere, in de jaren 1990 verenigd in de internationale lobbygroep Global Climate Coalition (GCC), hebben zich jarenlang verzet tegen acties om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Daarbij baseerden ze zich op pseudowetenschappelijk onderzoek. Men trachtte aan te tonen dat het klimaat helemaal niet veranderde, of dat het alleen veranderde als gevolg van natuurlijke oorzaken, of dat de klimaatverandering onschuldig en irrelevant of zelfs winstgevend was, terwijl ze zelf beter wisten. Er was dus sprake van bewuste en stelselmatige misleiding.

Het bedrog is herhaaldelijk aan de kaak gesteld. Een verbijsterend bewijs is dat Shell al in 1991 een gefilmde documentaire maakte getiteld ‘Climate of Concern’, waarin het klimaatprobleem erkend werd en gewaarschuwd werd voor de gevolgen. De film bleef daarna echter jarenlang verborgen, totdat hij bij toeval in 2017 door journalisten van The Guardian werd ontdekt. De film is nu online beschikbaar, onder meer op YouTube en op de website van The Guardian, waar je hem zelf kunt bekijken.

Terwijl Shell intensief meedeed aan de antiklimaatlobby, startte het multinationale bedrijf tegelijk de nieuwe divisie Shell Solar, die echter tot ieders verbazing in 2007 van de hand werd gedaan, waarna Shell jarenlang vrijwel niets deed op het gebied van duurzame energie. Pas in 2016 startte Shell opnieuw met investeringen in duurzame energie, door de oprichting van de divisie New Energies. Een aanzienlijk deel van de nieuwe divisie richt echter de aandacht niet op duurzame innovatie maar op nieuwe toepassingen van aardgas, op de inzet van biobrandstoffen (waaraan tal van nadelen kleven en waarvan de duurzaamheid twijfelachtig is), en op de plaatsing van elektrische laadpalen langs snelwegen.

In 2018 maakte Shell bekend dat de investeringen door New Energies tot 2020 naar 1 of 2 miljard dollar per jaar verhoogd zouden worden. Dat lijkt veel, maar het is een gering aandeel in de totale investeringen van Shell, die in 2017 een omvang van 24 miljard dollar hadden, bij inkomsten ter waarde van 240 miljard en een winst van 12,5 miljard dollar. Voor de vergelijking: in 2016 kocht Shell voor 53 miljard dollar de BG Group en werd daarmee de marktleider in… vloeibaar gemaakt aardgas (LNG). Met andere woorden: Shell was voornemens om tussen 2018 en 2020 circa 6 procent van zijn investeringen te steken in nieuwe (maar slechts deels duurzame) energie, en de overige 94% kennelijk in fossiel, bijvoorbeeld ten behoeve van het vinden of kopen van nieuwe olie- en gasbronnen.

Inmiddels voert Follow the Money samen met het Platform Authentieke Journalistiek (PAJ) een diepgaand onderzoek uit naar Shell en de relatie met de Nederlandse overheid. Je kunt het allemaal volgen in het dossier Shell Papers.

Een ander voorbeeld van de fossiele energie-lobby is de in 2015 opgerichte CO2 Coalition, die zichzelf omschrijft als een ‘onafhankelijke non-profit organisatie die zich bezighoudt met geïnformeerde, emotievrije discussies over hoe onze planeet wordt beïnvloed door CO2 dat vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen en andere bronnen’. De coalitie, opvolger van het George C. Marshall Institute (GMI), stelt dat ‘beschikbare wetenschappelijke feitenæ hebben aangetoond dat de toenemende concentratie van kooldioxide in de atmosfeer per saldo juist gunstig is en dat we er dus blij mee moeten zijn. Al in het jaar van oprichting van de ‘onafhankelijke’ lobbygroep werd aangetoond dat deze in werkelijkheid betaald wordt door anonieme bronnen in de steenkool- en aardoliesector.

Tenslotte

Volgende week breng ik je de tweede helft van mijn beschouwing over ‘winst’. Daarin komt onder meer de financiële sector zelf aan de beurt.

Is het mijn bedoeling met de teksten van deze en de volgende week om aan te tonen dat alle bedrijven slecht zijn en alle ondernemers schurken? Zeer zeker niet! Verreweg de meesten van hen zijn gewone mensen die hard werken in een streven om op een redelijk fatsoenlijke manier een boterham te verdienen voor zichzelf en voor de werknemers. Een stukje verderop in dit boek, in hoofdstuk 4, ga ik in op de positieve rol van ondernemingen op duurzame ontwikkeling, onder meer in de vorm van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO), waarbij ik mij oprecht enthousiast zal tonen.

Daar staat tegenover dat de voorbeelden van wangedrag door bedrijven of zelfs door hele sectoren, die ik deze week liet zien, te veelomvattend zijn om ze louter als losse incidenten te kunnen zien.

Hoe moet je ze dan wel zien? Dat is een puzzel die niet alleen interessant is maar ook enorm belangrijk. Ik kom er binnenkort op terug, nadat ik meer stukjes van die puzzel heb aangedragen. In de tussentijd kennen jullie vast nog wel andere sectoren dan degene die ik heb besproken, waarin misstanden te melden zijn. Laat ze ons weten, alsjeblieft! Tot volgende week.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Niko Roorda

Gevolgd door 761 leden

Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.

Volg Niko Roorda
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Een duurzame economie

Gevolgd door 1411 leden

Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws i...

Volg dossier