© Creative Commons

Jack de Vries duikt op in de chemie

  • Deze affaire trekt ook internationaal aandacht http://cen.acs.org/articles/94/i16/Dutch-chemical-plant-under-investigation.html?utm_source=T

De voormalige spindoctor van het CDA heeft een nieuwe functie. Jack de Vries is commissaris geworden van het chemieconcern Chemours, dat onder vuur ligt vanwege de PFOA-vervuiling rond zijn teflonfabriek in Dordrecht. Wat wordt de rol van De Vries als commissaris?

Van chemie weet hij niets, maar van reputatiemanagement weet Jack de Vries alles. En precies daarom is De Vries aangetrokken als commissaris van het chemiebedrijf Chemours, een spinoff van DuPont. Het bedrijf maakt een lastige tijd door. Vorige zomer nam Chemours de chemie-activiteiten van DuPont over en ging het als zelfstandig bedrijf naar de beurs. Het produceert in zijn vestiging in Dordrecht onder meer de kunststof FEP, het synthetische rubber Viton en het coatingmateriaal teflon. Daarbij is gebruik gemaakt van de hulpstof PFOA.

Met name over de laatste stof is de afgelopen maanden veel te doen geweest. Bij de productie van teflon en FEP is tot 2012 perfluoroctaanzuur (afgekort PFOA, ook wel bekend als C8) gebruikt. PFOA is een stof die in het lichaam niet afbreekt, en zich dus ophoopt. DuPont noemde de stof in zijn eigen documenten en voorschiften al in de jaren ’90 carcinogeen, maar hield de bevindingen achter voor de toezichthoudende autoriteiten en ging door met de uitstoot van PFOA, ook toen het daarvoor (duurdere) alternatieven had ontwikkeld. 

PFOA

Follow the Money publiceerde hierover een reeks artikelen die heeft geleid tot een groot onderzoek door het RIVM. Uit dat onderzoek bleek dat niet alleen werknemers, maar ook omwonenden in Dordrecht en Sliedrecht jarenlang zijn blootgesteld aan hoge concentraties PFOA, die vooral via de schoorsteen en het water werden uitgestoten. In de Verenigde Staten wordt de PFOA-vervuiling door DuPont omschreven als een van de grootste milieuschandalen ooit. In dat land zijn circa 3500 claims ingediend tegen DuPont door mensen die stellen dat ze ziek zijn geworden door PFOA in hun bloed. Ook in Nederland hebben de eerste claim-advocaten zich intussen op de zaak gestort. Het imago van DuPont/Chemours heeft door de zaak een flinke deuk opgelopen.

Lees verder Inklappen

De Vries duikt op...

Chemours Netherlands heeft sinds begin dit jaar een opmerkelijke persoon in zijn driekoppige raad van commissarissen. Het is de politicoloog Jack Gabe de Vries (1968), voormalig spindoctor van het CDA en staatssecretaris van Defensie in het kabinet Balkenende IV. De Vries’ commissariaat bij Chemour is opmerkelijk, want hij staat niet bekend om zijn kennis van het bedrijfsleven — laat staan de chemische industrie. De Vries is sinds 2011 werkzaam bij communicatieadviesbureau Hill+Knowlton. Daar dook hij aanvankelijk op als lobbyist voor de Joint Strike Fighter, maar de laatste jaren leidde hij er een voor zijn doen publiciteitsluw bestaan.

‘Mijn achtergrond is relevant in verband met de stakeholder en communicatie-aspecten waar Chemours mee te maken heeft ’

Die specifieke kennis van de chemie is ook helemaal niet nodig, stelt De Vries desgevraagd. ‘In een raad van commissarissen heb je verschillende expertises nodig. We hebben met Mathijs Vrijsen iemand in de raad met een achtergrond in het bedrijf en Martijn Barnas heeft juridische kennis. Mijn achtergrond is relevant in verband met de stakeholder- en communicatie-aspecten waar Chemours mee te maken heeft. Ook beschik ik over expertise op het gebied van personeelsbeleid, de wetgeving rond pensioenen en de Wet Zekerheid en Inkomen en dergelijke.’

De benoeming van De Vries lijkt niet het resultaat te zijn van een zorgvuldige speurtocht naar de juiste man of vrouw. De Vries zegt te zijn voorgedragen door de ondernemingsraad van Chemours, waarvan hij een van de leden privé kent. ‘In mijn vrije tijd ben ik voorzitter van de Nederlandse Onderwatersport Bond. Zo kennen we elkaar en ben ik gepolst. Het leek me een boeiend bedrijf.’

De Vries is sinds zijn gedwongen vertrek uit de politiek actief als communicatie-adviseur. Eerst zelfstandig, maar in 2011 bracht hij zijn bureau in bij Hill+Knowlton strategies Nederland, waar hij strategy director is. DuPont heeft in het verleden vaak gebruik gemaakt van de adviesdiensten van Hill+Knowlton, en het lag voor de hand dat Chemours die traditie voort zou zetten. De Vries zegt echter dat de consequentie van zijn benoeming als commissaris is dat ‘de banden zijn doorgeknipt’. Chemours maakt in Nederland volgens hem dus geen gebruik meer van gefactureerde diensten van Hill+Knowlton.

Wel erkent De Vries zijn expertise op het gebied van communicatie en public affairs ter beschikking te stellen aan de directie van Chemours Netherlands. ’Als commissaris heb je een andere rol dan als adviseur, dat hoef ik u niet te vertellen. Je houdt uiteraard in de eerste plaats toezicht. Maar daarnaast ben je ook klankbord en kijk je naar specifieke cases. Daar praat je over met de directie.’

...en Chemours treedt naar buiten

De blootstelling van werknemers en omwonenden aan PFOA is onmiskenbaar de belangrijkste van die ‘specifieke cases’ voor Chemours Netherlands waarover De Vries rept. De ongerustheid over de gevolgen van de vervuiling die gepaard is gegaan met de productie van teflon is groot, en het onderzoek van het RIVM heeft dat niet kunnen wegnemen. Dat werd er niet minder op toen bij een bloedonderzoek, uitgevoerd in opdracht van het Algemeen Dagblad, bleek dat de PFOA-waardes van twee omwonenden ‘schokkend’ veel hoger waren dan volgens het rekenmodel van het RIVM mogelijk was. 

Bij een bloedonderzoek bleek dat de PFOA-waardes ‘schokkend’ veel hoger waren dan volgens het RIVM mogelijk was

Intussen blijft het ook in de provinciale politiek rommelen. Er is veel onvrede over de vergunningsverlening, het functioneren van de provinciale toezichthouders en de vraag of er een grootschalig bloedonderzoek moet komen — en de daaruit voortvloeiende vraag wie dat dan gaat betalen. In de VS heeft DuPont de kosten op zich genomen, maar Chemours heeft laten weten daar niets voor te voelen. Het zou toch geen zin hebben, omdat je met de kennis die dat zou opleveren niets kan doen. Wie eenmaal PFOA in zijn lichaam heeft, komt er moeilijk van af. Pas na een jaar of vier is de helft uitgescheiden.   

Het onderzoek van het RIVM liet de werknemers van DuPont die met PFOA hebben gewerkt, buiten beschouwing. Onlangs organiseerde Chemours voor hen een langverwachte voorlichtingsavond. Een van de verwijten die gepensioneerde werknemers hadden was dat het zo lang had geduurd voordat ze iets van Chemours zelf hadden vernomen terwijl er in de media zoveel berichten naar buiten kwamen over de vervuiling

Journalisten waren niet welkom, maar Follow the Money was op uitnodiging van een van de gepensioneerden als gast aanwezig. Ook al zegt hij niet direct betrokken te zijn, de hand van De Vries was op die avond al duidelijk zichtbaar.

Chemours-directeur Erik Meijer hield, aanvankelijk nog wat hakkelend en onwennig, een betoog met als strekking dat hij de ongerustheid begreep, maar dat het uiteindelijk allemaal wel meeviel. Hij verwees steeds opnieuw naar het onderzoek van het RIVM en het ‘professionele programma’ dat DuPont en Chemours hadden met betrekking tot veiligheid en zorg voor de werknemers. ‘Ik ben 24 jaar werkzaam in de chemie, maar heb dit nog nooit gezien.’

Dat er op DuPonts zorg voor de gezondheid van de werknemers echter een en ander valt af te dingen, bleek onlangs toen actualiteitenprogramma EenVandaagonthulde dat het bedrijf in zijn Nederlandse lycra-fabriek vrouwen, tegen de eigen voorschriften in, onbeschermd had laten werken. Zij werden daardoor blootgesteld aan de giftige stof DMAC (dimethylacetamide). Van de 35 vrouwen die EenVandaag sprak, blijken er 33 ernstige zwangerschaps- en vruchtbaarheidsproblemen te hebben gehad. DuPont reageerde alsof zijn neus bloedde en verklaarde 'nooit op de hoogte te zijn gesteld' van die problemen.

Meijer zei dat er bij een Chemours sinds kort een andere wind was gaan waaien. Hij beloofde dat het bedrijf zich anders zou gedragen, meer open dan het van oudsher zo gesloten DuPont. ‘We willen meer naar buiten treden.’ 

"Ook al zegt hij niet direct betrokken te zijn, de hand van De Vries was op die avond al duidelijk zichtbaar"

Bagatelliseren

De belangstelling voor de voorlichtingsavond was overweldigend groot, zozeer dat er een extra middagsessie moest worden georganiseerd. Na de toelichting van directeur Meijer konden de aanwezigen vragen stellen. De meeste vragenstellers grepen de gelegenheid aan om het, vaak aangrijpende, verhaal over hun eigen ervaringen in de teflonfabriek en de eigen ziektegeschiedenis te vertellen. Kanker, nier- en leverproblemen bleken het meest voor te komen. De zorgen over een mogelijk verband met hun arbeidsverleden werden niet weggenomen, ook al probeerde de aanwezige bedrijfsarts vermoedens daarover te bagatelliseren. Hij stelde dat PFOA ‘de meest onderzochte stof te wereld is en dat er nog nooit een duidelijk verband met kanker is aangetoond.’ Beide beweringen zijn echter niet waar.

Hoe dat zich verhoudt met de conclusies die DuPont zelf al in de jaren tachtig al had getrokken — PFOA is carcinogeen — en die van het nota bene door DuPont zelf betaalde wetenschappelijke C8 Science Panel in de VS, liet de bedrijfsarts buiten beschouwing. Ook het antwoord op de vraag waarom DuPont de uitkomst van de bloedtesten onder Nederlandse werknemers wel naar de Amerikaanse milieu-autoriteit EPA stuurde, maar deze nooit met de Nederlandse Arbeidsinspectie deelde, bleef met een beroep op formele procedurele regels onduidelijk. Directeur Meijer zegde wel toe dat alle ex-werknemers die op welke manier dan ook zijn blootgesteld aan PFOA, in aanmerking komen voor een door Chemours betaalde bloedtest. ‘Ook al heeft u niets aan de kennis, we begrijpen de behoefte.’ 

Intussen klinkt de roep om verder onderzoek steeds luider. Het RIVM heeft alleen de periode 1998-2012 onderzocht omdat over de periode daarvoor geen lozingsvergunningen zijn uitgegeven. Chemours heeft opdracht gekregen zijn archieven af te stoffen en op zoek te gaan naar oude gegevens.

Oud-werknemers plaatsen vraagtekens bij de hoogte van de emissies die in het RIVM-rapport worden genoemd

PFOA was lang een ongereguleerde stof, die pas in 2013 op de lijst van Zeer Zorgwekkende Stoffen is geplaatst. Had DuPont de kennis over de mogelijke carcinogeniteit en andere schadelijke gezondheidseffecten van PFOA gedeeld, dan had de uitstoot veel eerder aan banden moeten worden gelegd. De manier waarop DuPont de uitstoot van de stof — er werden nogal eens verschillende benamingen gebruikt — heeft gerapporteerd, roept eveneens vragen op. Ook over de daadwerkelijke uitstoot versus de gerapporteerde werd tijdens de bijeenkomst gediscussieerd. Enkele oud-werknemers plaatsen vraagtekens bij de hoogte van de emissies die in het RIVM-rapport worden genoemd. Zij stellen dat het verbruik in de fabrieken in die jaren veel hoger was en dat er daarnaast regelmatig sprake is geweest van spills. Stofwolken werden vanuit de fabriek dan gewoon naar buiten geblazen.

Wat en hoe er de komende tijd zal worden onderzocht, is vooral een politieke kwestie. Er moet extra budget ter beschikking worden gesteld. In Sliedrecht en omstreken willen duizenden mensen hun bloed laten testen. Ze betalen de 80 euro die dat kost meestal zelf. Het wordt interessant om te zien of de uitkomst van dat bloedonderzoek matcht met de ramingen van het RIVM.

Hoe dan ook valt het niet uit te sluiten dat Chemours voor de zonden van zijn voorganger alsnog aansprakelijk wordt gesteld. Voor commissaris/pr-man Jack de Vries liggen er nog interessante tijden in het verschiet.

Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

word lid