Jack de vries

Jack de vries © Robin Utrecht / ANP

Lobbyist Jack de Vries en UMC Utrecht verzwegen direct contact met VWS over kinderhartchirurgie

Om de afdeling kinderhartchirurgie te behouden, schakelde het UMC Utrecht spindoctor Jack de Vries in. Volgens het ziekenhuis en De Vries zelf had hij geen direct contact met het ministerie van VWS. Dat klopt niet, blijkt nu. De Vries mailde twee keer met een VWS-ambtenaar over de besluitvormingsprocedure.

Op dinsdag 9 maart 2021, om acht minuten voor vijf, drukt Jack de Vries op de verzendknop. Voor zijn kersverse opdrachtgever – het UMC Utrecht – stuurt de oud-spindoctor van het CDA een e-mail naar het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het doel: informatie verkrijgen over de procedure bij de concentratie van kinderhartchirurgie. Via via weet De Vries wie hij moet hebben, blijkt uit de aanhef van zijn bericht: ‘Ik kreeg uw mailadres van (..) die mij net als (..), verwees naar u als de persoon om te benaderen.’ 

De Vries meldt dat hij is ‘aangehaakt’ bij het UMC Utrecht over de ‘casus’ rond de kinderhartchirurgie – nadat hij eerder actief was voor het Utrechtse Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie en het Ronald McDonald Kinderfonds. 

Na deze korte introductie komt hij tot de kern: nog diezelfde week verschijnt een belangrijk onderzoeksrapport over de concentratie van kinderhartchirurgie, en De Vries wil weten of hierover een consultatieronde plaatsvindt: ‘We tasten nu een beetje in het duister wat de procedure wordt,’ schrijft hij. ‘Zou u daar iets over kunnen zeggen?’

Krap anderhalf uur later volgt het antwoord. ‘Geachte heer De Vries’, schrijft de ambtenaar. ‘Het klopt dat u nu aan het goede adres bent.’

Strijd om prestigieus specialisme

Deze mailwisseling is op 17 maart gepubliceerd door minister Ernst Kuipers van VWS. Hij beloofde eerder, in antwoord op Kamervragen, alle mailcorrespondentie over de kinderhartchirurgie tussen het ministerie en lobbyisten te openbaren. De volledige correspondentie bestaat uit vier mails van maart 2021. Daarin informeert De Vries bij een ambtenaar naar de besluitvormingsprocedure die het ministerie voor ogen heeft.

Ten tijde van de mailwisseling strijdt het UMC Utrecht met drie andere ziekenhuizen – het Erasmus MC in Rotterdam, het UMC Groningen en het Leids UMC – om het behoud van de afdeling kinderhartchirurgie.

Via via weet De Vries wie hij moet hebben, blijkt uit de aanhef van zijn bericht

Duidelijk is dat een of twee ziekenhuizen dit prestigieuze specialisme zullen kwijtraken. Het aantal zeldzame ingrepen bij patiënten met een aangeboren hartafwijking is over te veel centra verdeeld, waardoor chirurgen niet genoeg oefening krijgen om hun specialistische vaardigheden te trainen. De kwaliteit van de zorg kan daardoor in het geding komen en het aantal afdelingen moet worden teruggebracht naar twee of drie.

Maar welk ziekenhuis moet zijn afdeling sluiten? Die vraag hangt al jaren boven de markt. Geen van de universitaire medische centra wil de kinderhartchirurgie vrijwillig opgeven. 

Landelijke ophef

In december 2021 hakte Hugo de Jonge, de toenmalige minister van VWS, daarom resoluut een knoop door. Een paar weken voor het einde van zijn ambtstermijn besloot hij het specialisme voortaan in twee ziekenhuizen te concentreren: het Erasmus MC in Rotterdam en het UMC Utrecht. Direct volgde landelijke ophef: hoe De Jonge tot zijn keuze kwam en wat de gevolgen zouden zijn, was namelijk compleet onduidelijk.

In februari publiceerde Follow the Money een reconstructie over de besluitvorming, die volgens deskundigen ‘onzuiver’ was verlopen en gold als ‘een schoolvoorbeeld van hoe het niet moet’. 

Patiënten, zorgverleners, politici en de Kinderombudsvrouw vroegen de minister met klem om het besluit terug te draaien en eerst uitgebreid onderzoek te doen. De Jonge deed dat niet, maar zijn opvolger – en voormalig bestuursvoorzitter van het Erasmus MC – Ernst Kuipers ging in februari akkoord met aanvullend onderzoek. Na meer dan 200 Kamervragen kondigde hij een ‘impactanalyse’ aan. Afhankelijk van de uitkomst, zou Kuipers de beslissing van zijn voorganger heroverwegen.

Met name de keuze voor het UMC Utrecht had artsen in de andere ziekenhuizen verbaasd. Het UMC Utrecht bezit op het gebied van kinderhartchirurgie niet de kwaliteitserkenningen die Leiden wel heeft. En het ziekenhuis ontbeert het voordeel van een locatie buiten de Randstad, wat voor Groningen pleit. Wat maakte dat de keuze dan toch op Utrecht viel? 

Argwaan

De argwaan groeide door geruchten. Het ziekenhuis zou zijn uitverkiezing te danken hebben aan een succesvolle lobby van voormalig CDA-spindoctor Jack de Vries. Als strategy director bij het communicatieadviesbureau Hill+Knowlton in Amsterdam helpt De Vries organisaties om 'besluitvorming te beïnvloeden'. Volksgezondheid is zijn specialisme. Van De Vries is bovendien bekend dat hij een goede connectie heeft met Hugo de Jonge.

Na vragen van Follow the Money bevestigde De Vries dat hij voor het UMC Utrecht werkte, maar direct contact met De Jonge of met VWS zou hij over de kwestie niet hebben gehad. ‘De contacten met het ministerie en de politiek zijn vanuit het UMCU gedaan,’ zei De Vries in februari. 

De contacten met het ministerie en de politiek zijn vanuit het UMCU gedaan, zei De Vries in februari

Het UMC Utrecht bevestigde dit en plaatste – ‘om onjuiste beelden te weerleggen’ – een bericht op zijn website: ‘[..] de contacten met de politiek en het UMC Utrecht zijn altijd door het UMC Utrecht zelf onderhouden.’ 

Minister Kuipers meldde in februari dat er ‘geen inhoudelijke contacten’ zijn geweest tussen lobbyisten en het ministerie: ‘Verzoeken daartoe zijn vanuit VWS afgehouden,’ antwoordde hij op Kamervragen.

De gepubliceerde mailwisselingen veranderen volgens VWS niets aan die conclusie. Het ministerie ziet die niet als ‘inhoudelijk contact’, omdat het alleen ging over de besluitvormingsprocedure, laat een woordvoerder weten: ‘Er is in de mailwisseling geen informatie gedeeld over de inhoud van het dossier.’ 

Afdeling vergunningen

Uit de correspondentie blijkt dat De Vries zich richt tot een ambtenaar op een afdeling die zich bezighoudt met de vergunningen voor (onder andere) kinderhartchirurgie. In totaal stuurt hij twee mails – op 9 en 31 maart – die beide binnen een paar uur worden beantwoord.

In zijn eerste bericht informeert De Vries naar het verschijnen van het belangrijke onderzoeksrapport waarmee een commissie van medisch specialisten al sinds 2019 bezig is. Dat rapport schetst toekomstscenario's voor gespecialiseerde hartzorg en zal voor het ministerie een uitgangspunt vormen bij het concentratievraagstuk. 

De Vries vraagt of over dit rapport een ‘consultatieronde’ zal plaatsvinden, omdat het UMC Utrecht nu ‘een beetje in het duister [tast] wat de procedure wordt’. In een consultatieronde krijgen burgers, bedrijven en instellingen de kans om commentaar te geven op wetten of belangrijke documenten voordat er een besluit valt.

De ambtenaar antwoordt dat het rapport in ieder geval aan collega-specialisten zal worden voorgelegd: ‘Hoe breed die consultatie is, en of deze openbaar is, weet ik niet,’ schrijft de ambtenaar, die vervolgens aanbiedt om ‘desgewenst’ gegevens van de voorzitter van de onderzoekscommissie op te sturen.

Drie weken later – op 31 maart – mailt De Vries de ambtenaar opnieuw, nu met een ‘verduidelijkende vraag’ over de procedure. In tegenstelling tot het ministerie, blijkt De Vries een concept van het onderzoeksrapport dan al te hebben gelezen. 

De Vries vraagt vooruitlopend op de besluitvorming naar de rol van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en hoe zal worden besloten of er twee of drie kinderhartcentra komen: in het conceptrapport staat dat beide scenario's denkbaar zijn. ‘Wij zijn benieuwd naar de vervolgstappen hoe tot die keuze te komen. Ik hoop dat u mij kunt helpen.’

Contact ontkend

De ambtenaar schrijft daarop dat nog niet bekend is hoe het ‘exacte vervolgproces’ eruitziet omdat VWS het rapport nog niet heeft ingezien. De ambtenaar meldt ook dat de minister zelf verantwoordelijk is voor de vergunningen: ‘het [is] dus aan de minister om een besluit te nemen over het aantal centra.’ Daarbij ligt het ‘in de rede’ om advies te vragen aan de Inspectie, het veld, wetenschappelijke verenigingen en de betrokken ziekenhuizen. 

Zo wist Jack de Vries dus al eind maart dat minister De Jonge persoonlijk zou besluiten hoeveel centra beschikbaar blijven voor kinderhartchirurgie én aan wie hij advies zou vragen bij de selectie van de centra die open mogen blijven. 

Waarom hebben het UMC Utrecht en De Vries het contact met VWS ontkend? 

Zo wist De Vries al eind maart dat De Jonge zou besluiten hoeveel centra openblijven én aan wie hij advies zou vragen

Het ziekenhuis laat weten dat De Vries in het begin van het proces inderdaad per mail contact had met een ambtenaar van VWS. ‘Dat contact had als doel om duidelijkheid te krijgen over de procedure. Aangezien het hier niet om een inhoudelijke, maar om een procedurele vraag ging hebben wij dit niet gemeld.’ 

Het contact was volgens een woordvoerder ‘niet bedoeld om zaken te beïnvloeden’. Dat de website van het UMC Utrecht meldt dat er überhaupt geen contact was tussen VWS en De Vries staat de woordvoerder ‘niet helemaal op het netvlies’. Hij laat weten dit na te kijken: ‘dan passen we het eventueel aan’.

Drie uur later heeft het UMC Utrecht twee extra zinnen op de website gezet, met daaronder een linkje naar de mailwisseling: ‘De Vries heeft in het begin van het proces twee mailcontacten over hetzelfde onderwerp gehad met een ambtenaar van het ministerie van VWS. Het ging hier niet om een inhoudelijke, maar om een procedurele vraag.’

De Vries heeft eenzelfde kijk op de zaak, blijkt als Follow the Money hiernaar informeert. ‘De suggestie was dat ik het ministerie beïnvloed zou hebben in de keuze voor het UMC Utrecht. Dat blijkt dus niet zo te zijn. Dus fijn dat dit met die mails helder is gemaakt. Lot to do about nothing.’

Het UMC Utrecht stelt dat er na de mailwisseling tussen De Vries en VWS geen contact meer is geweest.

Welk mogelijk voordeel het UMC Utrecht had met de informatie waar De Vries om vroeg, is moeilijk te beoordelen. Duidelijk is in ieder geval dat het ziekenhuis tussen juli en september meermaals contact had met het ministerie en de Inspectie om zijn visie op de toekomst van kinderhartchirurgie over het voetlicht te brengen. 

Dat geldt overigens ook voor de andere ziekenhuizen die – destijds nog onder leiding van Ernst Kuipers – gezamenlijk het ministerie adviseren om de kinderhartchirurgie te concentreren in Rotterdam, Leiden en Groningen. Dat voorstel redde het niet, maar het plan van het UMC Utrecht wel. 

Blauwdruk

Op 11 augustus 2021 stelde het ziekenhuis voor om de kinderhartchirurgie te beperken tot Utrecht en Rotterdam. ‘Het UMC Utrecht en Erasmus MC beschikken over de juiste randvoorwaarden om concentratie op een stevig fundament te bouwen,’ schreef het ziekenhuis in een presentatie aan het ministerie. Dit voorstel – dat op dat moment bij geen van de andere ziekenhuizen bekend was – leest als een blauwdruk voor het besluit dat De Jonge in december nam. 

Volgens het UMC Utrecht is het – net als de andere ziekenhuizen – pas op 20 december vorig jaar telefonisch door VWS geïnformeerd over de keuze voor Rotterdam en Utrecht. 

Nog geen paar maanden later staat die keuze alweer op losse schroeven. Minister Kuipers belooft in februari na alle onrust dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) onderzoek zal uitvoeren doet naar de gevolgen van het concentratiebesluit en ‘de impact’ van de verschillende scenario's. 

Minister Kuipers verwacht dat de Zorgautoriteit haar onderzoek uiterlijk 30 september heeft afgerond. Op basis daarvan neemt hij een beslissing over de toekomst van de kinderhartchirurgie.