Een bonus is geen proefballon

2 Connecties

Relaties

Bonussen

Werkvelden

Banken
0 Bijdragen

Jan Hommen neemt de maatschappelijke kritiek op de bonusregelingen bij ING helemaal niet serieus, betoogt duurzaamheidsanalist Daan Spaargaren.

In een ingestuurd stuk van Jan Hommen in deVolkskrantvan 22 maart doet de ING topman afstand van zijn bonus van 1.25 miljoen euro. Op het eerste gezicht een verstandig besluit, hij neemt hiermee veel kritiek weg die ING de afgelopen week van publiek en politiek over zich heen kreeg. Maar tegelijk blijkt de bank zeer gevoelig voor de publieke opinie, terwijl iedere fundamentele discussie over beloningsbeleid door Hommen wordt gemeden. Zijn bonus blijkt een proefballon.

 
Na de ontstane ophef rond de toegezegde bonussen van de ING-top had Hommen twee brieven kunnen schrijven. In de eerste had hij kunnen uitleggen waarom hij recht heeft op een bonus van 1.25 miljoen euro over het boekjaar 2010. Waarom zijn inspanningen voor ING Bank het verschil hebben gemaakt wat een dergelijk bedrag rechtvaardigt. Er is niets mis met een bankdirecteur die aan zijn klanten, medewerkers en andere stakeholders verantwoording aflegt voor zijn beloning.
 
Een andere optie was geweest om een brief te schrijven waarin Hommen het bonusbeleid van ING als geheel aan de kaak stelt. Dat hij afstand neemt van de 1.25 miljoen euro variabele beloning omdat hij vindt dat het principe van variabele beloning bij nader inzien geen recht doet aan het gezonde beloningsbeleid dat ING voorstaat. Bovendien zou het een verkeerd signaal kunnen zijn naar werknemers en naar klanten, die via de Staat nota bene zelf hebben bijgesprongen bij het overeind houden van de bank tijdens de kredietcrisis.
 
Onpersoonlijk
Maar de ING ging spagaat. De brief die Hommen naar de Volkskrant stuurde, was een onduidelijke, onpersoonlijke mededeling die voldeed aan wat de publieke opinie en de politiek van hem vroeg, en niets toelichtte over zijn beloning zelf. Hommen verschuilde zich achter afspraken met de Staat, toezeggingen van de raad van commissarissen, aandeelhouders en de Code Banken. Wat hij zorgvuldig meed in zijn brief was een toelichting waarin hij de essentie van het beloningsbeleid bij ING toelichtte, en waarin hij verantwoordelijkheid nam voor het bedrag dat hem door de Raad van Commissarissen (RvC) was toegezegd.
 
En het werd allemaal nog erger voor ING toen Hommen een week later in de NRC verklaarde dat de bonus door zijn RvC was doorgedrukt. Het publieke en politieke oproer was niet voorzien. Zelfs het lid Lodewijk de Waal, oud vakbondsleider, gekant tegen excessieve beloningen, die ooit verklaarde nooit lid te zullen worden van een RvC van een multinational, voelde niet aan dat de bonus ophef zou veroorzaken. Wat blijft hangen is het beeld van slappe knieën in de bestuurskamers.
 
En ondertussen bloedt de hype dood. De broodnodige fundamentele discussie over hoe CEO’s behoren te worden beloond is slechts mondjesmaat in het publieke domein gevoerd, politiek verzandde het debat in een onuitvoerbaar wetsvoorstel waarvan niemand wakker ligt. Boele Staal (voorzitter Nederlandse Vereniging van Banken) verdedigde de belangen van zijn achterban, maar ook dat riep geen essentiële vragen op over compensatie van topbestuurders.
 
Angst
Dat banken als Triodos en ASN een toeloop van nieuwe klanten constateren op het moment dat een bonusrel als die bij ING uitbreekt, zegt veel. Klanten zijn soms lui, maar niet dom. Het is een teken dat klant zijn van een bank ook een keuze is voor het beleid dat de bank voert ten aanzien van beloning. Daar moeten banken rekening mee houden. Beloningsbeleid gaat over meer dan het in commissies bepalen wat er overschiet voor het betalen van een topbestuurder. Het zegt iets over de bank, de mensen die er werken. En daar mag een bank anno 2011 gewoon verantwoording voor afleggen. Dan kan ik als klant wel beoordelen of ik aan zo’n instelling verbonden wil zijn.
 
Als Hommen zijn bonus slechts inlevert vanwege het imago van ING, zijn reputatie, om de publieke discussie te sussen, politieke tegenwind te ontwijken en kritiek van klanten te ontlopen dan stelt hij geen voorbeeld, maar handelt hij uit angst. En een slechter voorbeeld kan hij niet geven aan zijn klanten en zijn medewerkers. De uitleg van Hommen had een verantwoording moeten zijn waarom hij de 1.25 miljoen euro extra beloning verdient, of niet verdient. Het had, kortom, een fundamentele verantwoording moeten zijn, een verantwoording die de publieke en politieke storm kan doorstaan. Uit de aangevoerde redenen om af te zien van zijn bonus blijkt dat Hommen de maatschappelijke kritiek absoluut niet serieus neemt.