Jeugdzorg in het rood

Gemeenten zouden de jeugdzorg goedkoper en beter regelen. Het tegenovergestelde is gebeurd. Wat ging er mis? Lees meer

De gemeenten zouden jeugdzorg dichterbij, efficiënter en uiteindelijk ook goedkoper gaan regelen. Het tegenovergestelde gebeurde: het aantal zorgaanbieders is gestegen van 120 in 2014, naar zo’n 6.000 nu. En inmiddels ontvangt één op de tien Nederlandse kinderen een vorm van jeugdzorg.

 

In de zomer van 2020 was voor veel gemeenten de maat vol. Ze gaven zoveel geld aan jeugdzorg uit, dat zij het financieel niet meer konden bolwerken. Den Haag moet met meer budget over de brug komen, luidde de boodschap.

Maar is geld het enige probleem? Onder de werktitel "Jeugdzorg in het Rood” doet Follow the Money onderzoek naar de geldstromen in de jeugdzorg. In deze gids loodsen we je langs de belangrijkste bevindingen.

60 Artikelen

Beeld © Reinout Dijkstra

Geldstromen in jeugdzorg voor het eerst inzichtelijk na groot data-onderzoek door Follow the Money

Terwijl gemeenten succesvol lobbyden voor extra miljarden om de gaten in hun jeugdzorgbudget te dichten, zocht Follow the Money uit – waar mogelijk tot op bedrijfs- en gemeenteniveau – naar welke zorgaanbieders het geld is gegaan, en wat ze daaraan overhielden. Hoeveel ging er naar de grootste aanbieders, hoeveel winst werd er gemaakt, en – belangrijker – hoeveel daarvan ging niet naar de zorg voor de meest kwetsbare kinderen?

Jeugdzorg in het Rood
  • 18 maanden, 19 journalisten, 11 redacties, en dik 50 publicaties

Sinds de decentralisatie van de jeugdzorg in 2015 zijn de uitgaven opgelopen van 3,7 naar 5,76 miljard euro. Is al dat geld gebruikt voor zorg? Is een deel opgepot, of naar aandeelhouders gegaan. Wie maakten winst, wie boekten verlies? Die vragen onderzocht Follow the Money in het project Jeugdzorg in het Rood, met 11 redacties en 19 journalisten. 

Zo hebben we de rol die geld in de jeugdzorg speelt, stukje bij beetje in kaart gebracht. Want ondanks de groeiende geldstromen wordt de zorg voor kinderen gaandeweg uitgekleed: de wachtlijsten zijn immens, instellingen sluiten, ouders worden van het kastje naar de muur gestuurd. 

Follow the Money keek naar alle data achter de inkomsten en uitgaven in de jeugdzorg.  Van de 352 gemeenten in ons land reageerden er slechts 70 (gedeeltelijk) op ons verzoek om informatie. We vonden vervolgens andere wegen, en gingen zelf op pad. Niet eerder werd zoveel jeugdzorgdata centraal verzameld. 

De databank werd beschikbaar gesteld aan 19 journalisten van de 11 redacties. Samen analyseerden zij de cijfers in drie series publicaties. Eerder schreven we over de explosie van aanbieders en de intensive care van de jeugdzorg: de jeugdbescherming. De publicatiereeks die we vandaag aftrappen, belicht de ontvangers van de jeugdzorgmiljarden: de zorgaanbieders.

Lees verder

Het fundament van de jeugdzorg staat op instorten. Cruciale jeugdzorgaanbieders dreigen weg te vallen: een derde van de ‘systeempartijen’, zonder wie het stelsel onderuit gaat, draait verlies. Jeugdzorg Nederland beschrijft de problemen binnen het jeugdzorgstelsel als een gapende kloof tussen groot-dus-arm en klein-dus-rijk. 

Die kloof verdiept zich elk jaar, wijst anderhalf jaar data-onderzoek van Follow the Money uit. Waar Jeugdzorg Nederland slechts één boekjaar nam om tot deze analyse te komen, onderzocht Follow the Money de jaarrekeningen van de grootste zorgaanbieders tussen 2015 en 2019.  

De conclusie is duidelijk. Terwijl de omzetten toenemen, profiteren met name de bv’s daarvan: zij groeien harder en maken meer winst. Stichtingen groeien lang niet zo hard. Zij zien hun kosten stijgen en boeken daardoor structureel minder winst. Zestien stichtingen draaien al vijf jaar lang rode cijfers. 

Bv’s werken gewoon efficiënter, zeggen de eigenaren: veel minder overhead en veel minder uren per cliënt. Maar de tarieven zijn afgestemd op de hoge overhead van de oudere jeugdzorginstellingen. Zo belandt een groot deel van de winsten die bv’s boeken in private handen. Dat valt binnen- en buitenlandse investeerders ook op, blijkt uit onderzoek van Follow the Money: zij zien brood in de bv’s.

En de gemeenten maar betalen. Inmiddels is de rekening opgelopen van 3,75 miljard in 2015 naar een geraamde 5,76 miljard in 2022.

Schatkist vol data

Sinds januari 2020 onderzoekt Follow the Money de geldstromen in de jeugdzorg. Dat dit onderzoek lang heeft geduurd, komt door de vele hordes die we moesten nemen. Zo bleken meerjarige financiële analyses nauwelijks voorhanden. 

Ook ontdekten we dat veel cijfers die als feiten rondzingen, feitelijk schattingen zijn. Neem de ‘1 miljard coördinatiekosten’, die organisatieadviesbureau Berenschot berekende over het jaar 2018; op basis van dit rapport werd noodklok nummer zoveel geluid. In de kleine letters onder de bijbehorende grafiek staat: ‘De percentuele verdeling betreft een schatting [..]: de exacte verdeling van jeugdzorgmiddelen verschilt per gemeente, jeugdzorgaanbieder, subsector en type jeugdzorgtraject.’

We klopten bij alle 352 gemeenten aan; zeventig deden hun boeken voor ons open

Een landelijk overzicht van wat er in- en uitgaat aan jeugdzorg en wat de ontvangers doen met dat geld, is er niet. Om de feiten op tafel te krijgen, moesten we zelf data verzamelen, samenstellen en analyseren. We klopten bij alle 352 gemeenten aan; zeventig gemeenten deden hun boeken voor ons open – helaas geen representatief aantal. Bovendien hielden dertig gemeenten de namen van ‘hun’ aanbieders achter. Ze vonden het not done te laten zien wat zij in een jaar overmaken naar instelling X, Y of Z: dat zou het marktaandeel van die partijen prijsgeven, en concurrenten in de kaart kunnen spelen. 

Desondanks beschikt Follow the Money momenteel over Nederlands grootste schatkist met jeugdzorgdata. Niet alleen hebben we uitgebreide data van zeventig gemeenten, ook maakten we een analyse van de jaarrekeningen van alle jeugdzorgaanbieders van Nederland.

Dossier

Jeugdzorg in het rood

De gemeenten zouden jeugdzorg goedkoper en beter regelen. Het tegenovergestelde is gebeurd. Wat ging er mis?

Volg dit dossier

Juist die aanbieders, de ontvangers van die miljarden, zijn interessant. Uit ons gemeentelijke onderzoek blijkt dat gemiddeld 84 procent van het totale jeugdzorgbudget naar gecontracteerde zorgaanbieders gaat. Maar dan dient zich een andere horde aan: de gemankeerde verantwoording aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 

Op de eenmanszaken zonder personeel na, moet elke jeugdzorgonderneming haar jaarrekeningen publiceren via Jaarverantwoording Zorg. Niet elk bedrijf doet dat, of doet dat op de juiste manier. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) controleert wel of er een jaarrekening is ingeleverd, maar kijkt niet naar de inhoud ervan.

In 2019 werden liefst 2274 zorgbedrijven op het matje geroepen omdat ze geen jaarrekening hadden ingeleverd. Uiteindelijk moesten 305 bedrijven daarvoor een ‘boete’ betalen, voor in totaal twee tot drie miljoen euro. Dat waren niet alleen jeugdzorgbedrijven. Voorts hoeven kleine bedrijven alleen een vereenvoudigde jaarrekening in te leveren.

De grote jongens

Volgens de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd zijn er naar schatting zesduizend jeugdzorgbedrijven actief. In de dataset van het ministerie van Volksgezondheid konden we 2442 jeugdzorgaanbieders traceren (groen en oranje, in de grafiek), waarvan er 1458 (groen) hebben ingevuld dat ze meer dan 30 procent van hun omzet in 2017, 2018 of 2019 uit de Jeugdwet hebben gehaald. Dat betekent dat van ruim de helft van de naar schatting zesduizend jeugdzorgaanbieders geen jaarrekening te vinden is. Dit zullen veelal eenmanszaken zonder personeel zijn: zij hoeven hun jaarrekening niet bij het ministerie te deponeren.

Van alle zorgorganisaties die meer dan 30 procent jeugdzorg hebben geleverd, zochten we per rechtsvorm de cijfers uit: een vof is niet vergelijkbaar met een bv, die weer anders in elkaar zit dan een stichting. De totale omzet van deze 1458 organisaties was in 2019 4,3 miljard euro, waarvan 3 miljard euro afkomstig is uit de Jeugdwet. 

De zestig grootste aanbieders, met elk meer dan 8,8 miljoen euro omzet per jaar, haalden in 2019 een gezamenlijke omzet van bijna 2,6 miljard euro, waarvan 1,6 miljard via de Jeugdwet. Deze instellingen en stichtingen onderzochten we uitgebreider: we keken naar hun winst en verlies van 2015 tot en met 2019, en naar hun schulden en vermogen.

Op het eerste gezicht bevinden achttien grote jeugdzorgorganisaties zich in de gevarenzone: dat wil zeggen, ze stonden gemiddeld over vijf jaar in het rood. We bekeken hoe gezond deze achttien bedrijven zijn: de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen, hebben ze middelen om de kortetermijnschulden betalen en hebben ze voldoende reserves (weerstandsvermogen). Door die lens bekeken waren er elf die er slecht voorstaan.

Maar ook dat is niet zo hard als het lijkt: vier van deze ‘verliezers’ zijn dochter van een moederorganisatie waarmee het niet per se slecht gaat. Neem Incluzio Hollands Kroon, dat in deze Noord-Hollandse gemeente alle jeugdzorg onder zijn hoede heeft, en drie jaar op rij tussen de 7 en 9 ton verloor. Achter Incluzio staat investeringsbedrijf Facilicom, dat in 2019 bij een omzet van 1,2 miljard zo’n 35 miljoen euro winst maakte.

Volgens Incluzio komt het tekort doordat de kosten hoger bleken dan verwacht. ‘Bij de overheveling van de taken naar de gemeenten, was bij de start van het contract de informatie waarop de vergoeding gebaseerd was niet goed. Tegelijkertijd was het beroep op met name jeugdzorg veel hoger dan verwacht, en daarmee waren ook de totale kosten van de zorg uiteindelijk hoger dan verwacht. Dit is een landelijke ontwikkeling,’ zegt een woordvoerder. ‘Het budget voor met name de jeugdzorgtaken is te laag gebleken. Dit heeft geleid tot verlies.’


Richard Janssen, emeritus hoogleraar economie en organisatie van de gezondheidszorg

"Lage tarieven hou je alleen vol met een oorlogskas van de aandeelhouders. Dat verziekt de markt. Stichtingen hebben geen investeerder om jaren negatief te kunnen draaien"

Richard Janssen, emeritus hoogleraar economie en organisatie van de gezondheidszorg, zet vraagtekens bij de structurele verliezen van Incluzio Hollands Kroon. ‘Als Incluzio jarenlang verlies maakt, zijn de tarieven te laag. Dit hou je alleen vol wanneer je een behoorlijke oorlogskas van de eigenaar of aandeelhouders ter beschikking hebt, in dit geval Facilicom. Dat verziekt de markt. Stichtingen hebben geen investeerder om jaren negatief te kunnen draaien. Die worden hierdoor de markt uitgedrukt. Dat is geen fair play. Op deze manier veroveren ze de markt, om vervolgens hogere tarieven te eisen.’ 

Dat is volgens de woordvoerder van Incluzio Hollands Kroon onjuist. ‘Wij krijgen een vergoeding per jaar voor het totaal, er is geen sprake van verrekening op basis van tarieven. Dit budget is door de gemeente bepaald, op basis van de financiering die zij van het rijk krijgen. Wij hebben aangeboden tegen het maximaal beschikbare budget. De verliezen zijn ontstaan door een veel hoger volume dan verwacht.’

Jeugdzorg-bv’s boeren verder over de hele linie goed: 40 procent boekte in 2019 een bedrijfswinst van meer dan 10 procent. Vooral dyslexie- en onderwijszorgbedrijven maakten veel winst. De gemiddelde winst van alle bv’s was 7,52 procent, met enkele uitschieters naar boven en beneden. Bij de stichtingen lag het gemiddelde winstpercentage op 2,48 procent. 

De totale bedrijfswinst van alle 1458 jeugdzorgaanbieders in 2019 was 127 miljoen euro. Aangezien een groot deel van hen niet alleen jeugdhulp biedt, maar ook andere soorten zorg of andere bedrijfsactiviteiten, kunnen we niet uitsplitsen hoeveel winst is terug te voeren op jeugdzorg alleen.

Klam zweet

Bij alle bedrijven die in onze top 10’s belandden, hebben we gevraagd of de cijfers die ze hebben ingeleverd kloppen, en welke uitleg eigenaren, directeuren of bestuurders daar eventueel aan willen toevoegen. Dan blijkt dat onze kale opsomming van de cijfers bij enkele mensen het zweet doet uitbreken, hoewel er ook begrip voor is. 

‘Ik begrijp goed wat Follow the Money ter discussie wil stellen: winst maken en uitkeren in de zorg,’ mailt een directeur van een succesvolle zorgonderneming. ‘Dat is legitiem en het is uiteindelijk aan de politiek om andere afwegingen en regels te maken.’

Bestuurder Wieteke Beernink schrikt als ze hoort dat Accare, een jeugdpsychiatrisch behandel-, research- en opleidingscentrum de stichtingen-top 10 heeft gehaald. ‘Zoals de cijfers in het overzicht staan, zou ik me er ook over verbazen,’ zegt ze. ‘De situatie ligt echter anders als je kijkt hoe dat resultaat is opgebouwd.’ 

De positieve bedrijfsresultaten van haar stichting zijn grotendeels het gevolg van een subsidie door de Transitie Autoriteit Jeugd. Het kabinet gaf de TAJ 200 miljoen euro om te voorkomen dat de belangrijkste jeugdzorgaanbieders door de decentralisatie ten onder zouden gaan: geen gemeentegeld, dus.

In 2018 kreeg Accare zo eenmalig 5,3 miljoen. ‘Daarmee compenseerden we een groot deel van de kosten die het gevolg waren van de decentralisatie.’ De belangrijkste daarvan: het afvloeien van negentig medewerkers (54 fte). 

Voor Accare is de strijkstok kaal: het heeft vanaf 2015 een rendement van omstreeks 1 procent. ‘We bewegen voortdurend rond het nulpunt,’ zegt directeur bedrijfsvoering Corine Wolters. ‘We zitten niet ver van het moment waarop we niet zelfstandig verder kunnen.’

Vandaag publiceren we – met al deze mitsen en maren – onze top 10-lijsten van winnaars en verliezers onder de jeugdzorgaanbieders. Deze cijfers maken duidelijk hoe het geld vloeit, voor zover wij dat binnen de bestaande beperkingen kunnen nagaan. In latere artikelen onderzoeken we hoe de verschillende jeugdzorgbedrijven en -stichtingen op deze ‘markt’ navigeren. Eerst zetten we de feiten op een rij, en laten we zien waar het leeuwendeel van al die miljarden naartoe gaat.

Feit 1: De helft van het geld gaat naar de grote aanbieders

De grootste geldstroom binnen een gemeente gaat naar de grootste aanbieders. Hoeveel aanbieders een gemeente ook onder contract heeft staan, gemiddeld gaat bijna driekwart van het gemeentelijke jeugdzorgbudget naar de tien grootste organisaties in de regio. Dat blijkt uit het onderzoek van Follow the Money onder dertig gemeenten. Uit de jaarrekeningen van de aanbieders blijkt dat meer dan de helft van de jeugdzorgomzet vloeit naar de zestig grootste jeugdzorgbedrijven en de veertien jeugdbeschermingsorganisaties

In sommige gemeenten gaat ruim een kwart van de totale uitgaven naar één aanbieder. Zo hevelde Ermelo in 2018 46,6 procent van het budget over naar ’s Heeren Loo, betaalt Berg en Dal 29,7 procent aan Entrea Lindenhout en geeft Maastricht 23,4 procent van het totale budget uit aan jeugdzorginstelling Xonar.

Feit 2: Het meeste geld gaat naar stichtingen

De 188 stichtingen vertegenwoordigen een jeugdzorgomzet van 2,1 miljard euro: 72 procent van de totale omzet van de 1458 onderzochte jeugdzorgaanbieders. Wie op jeugdzorggeld wil besparen, zal daarom vooral naar de stichtingen moeten kijken, zegt emeritus hoogleraar Richard Janssen. Hij noemt de ontwikkeling in de jeugdzorg ‘fascinerend’.

‘Van oudsher wordt deze sector gerund door stichtingen met een lange traditie. Door de komst van commerciële partijen wordt de sector nu door elkaar geschud. Stichtingen hebben over het algemeen een hogere overhead en een cultuur die maakt dat ze minder buigzaam zijn. Ze slepen ook een erfenis met zich mee, zoals duur vastgoed dat ze niet zomaar kwijt kunnen. De nieuwe toetreders, waaronder organisaties met een bv-structuur, hebben die erfenis niet.’

De kleinste stichtingen boeken procentueel de hoogste winsten

Volgens Janssen is het aan de nieuwe toetreders, met veelal een commerciële doelstelling, om de klassieke instellingen te prikkelen dat het beter en anders kan. ‘Let wel, in taken zoals professionals opleiden, onderzoek doen en de 24/7-diensten zal ook moeten worden voorzien. Daarvoor dienen organisaties gecompenseerd te worden.’

Niet alle stichtingen doen het financieel slecht. 12 procent van hen maakte in 2019 meer dan 10 procent winst. De kleinste stichtingen boeken procentueel de hoogste winsten. Van de 188 stichtingen hielden er 124 bij elkaar 40,4 miljoen euro aan zorggeld over. De rest maakte een gezamenlijk verlies van 57,3 miljoen euro. Gemiddeld komen de stichtingen uit op een verlies van 3,4 miljoen euro.

Feit 3: Grootste aanbieders houden voldoende reserves aan

In totaal hadden de 1458 onderzochte aanbieders in 2019 een omzet van 4,3 miljard euro, waarvan 3 miljard jeugdzorgomzet. Samen hebben ze 627 miljoen euro op de bank staan. 

Hun totale eigen vermogen is 891 miljoen euro. Er zijn geen officiële regels hoeveel reserves een jeugdzorgbedrijf moet aanhouden. Volgens Jeugdzorg Nederland is een weerstandsvermogen van 15 procent de minimale ondergrens. Dat is ook wat het CBS aanhoudt, op basis van berekeningen van het Waarborgfonds voor de Zorg.

Ongeveer driehonderd bv’s en stichtingen zitten onder die grens van 15 procent reserve

Veruit de meeste jeugdzorgbedrijven zitten daarboven: 956 jeugdzorgbedrijven komen in totaal 424 miljoen euro boven deze ondergrens uit. Van de zestig zorgreuzen zit meer dan de helft boven die grens. In absolute zin heeft Horizon het grootste weerstandsvermogen: 43 procent (50 miljoen euro). Ook het vermogen van Triade Vitree ligt 28 miljoen boven de minimaal gewenste norm van 15 procent. 

Ongeveer driehonderd bv’s en stichtingen zitten onder die grens van 15 procent reserve. Het eigen vermogen van deze aanbieders is van 2017 tot en met 2019 gedaald. Van de 235 bedrijven die we in die jaren kunnen vergelijken, is het eigen vermogen gedaald van 195,1 miljoen euro in 2017 naar 144,1 miljoen euro in 2019.

Feit 4: BV’s groeien spectaculair ten opzichte van stichtingen 

Hoewel de omzet voor alle zestig grote jeugdzorginstellingen flink stijgt, lopen de bv’s flink uit. De omzet van de dertien grootste bv’s nam van 2016 tot en met 2019 met liefst 78 procent toe: van 128 miljoen naar in totaal 228 miljoen euro. De stichtingen bleven daar op achter: de omzet van de 47 grote stichtingen steeg in die periode van 2 miljard naar 2,33 miljard euro.

Het Groningse Martinizorg bv steeg het hardst, met liefst 600 procent: van 1,6 miljoen euro omzet in 2015 tot 11,3 miljoen in 2019. Boba Groep bv en Impegno Jeugd en Gezin zagen hun omzet in een paar jaar tijd ook met miljoenen toenemen. Flinke groeispurten zijn bij alle soorten bedrijven te zien: in alle rechtsvormen, van groot tot klein.

Feit 5: Bv’s maken steeds meer winst, stichtingen steeds minder

De omzet van de grootste jeugdzorgbedrijven steeg, maar hun kosten stegen nog harder. De 13 bv’s gingen tussen 2017 en 2019 van een gemiddeld winstpercentage van 9 naar 4 procent. De 47 stichtingen maakten in 2017 gemiddeld 1,8 procent winst, in 2019 0,4 procent.

Hoe zit dat in het grotere geheel? Ook daar tekent zich een tweedeling af. Gezamenlijk hielden de 1458 bedrijven 127 miljoen euro bedrijfswinst over in 2019. Van de bv’s maakt maar liefst 40 procent meer dan 10 procent bedrijfswinst. Bij de stichtingen geldt dat voor slechts 12 procent.

In de bv-top 10 vinden we zeven bedrijven die dyslexie en/of onderwijszorg bieden

De gemiddelde bedrijfswinst van alle 413 bv’s in 2019 was 7,52 procent: voor hen samen bijna 45 miljoen euro. Een aantal bedrijven kon de afgelopen jaren miljoenenwinsten maken en uitkeren. Opvallend is dat we in de bv-top 10 zeven bedrijven aantreffen die dyslexie en/of onderwijszorg bieden. Opdidakt maakte de grootste absolute bedrijfswinst: 5,6 miljoen euro (van 2017 tot en met 2019).

Het valt hoogleraar financial accounting Jeroen Suijs op dat veel winstgevende zorginstellingen als reactie geven dat ze efficiënt werken en dat de winst weer geïnvesteerd wordt in zorgactiviteiten. ‘Daar is geen duidelijke onderbouwing voor. In hoeverre gaat efficiëntie ten koste van de kwaliteit van de zorg? En dat de winst geïnvesteerd wordt in zorgactiviteiten lijkt ook niet overtuigend. Investeringen zijn kosten en verlagen de winst. Maakt een zorginstelling dit jaar 3 miljoen euro winst en investeert die deze in zorgactiviteiten, zoals opleiding van personeel, dan zou er het volgende jaar 3 miljoen euro aan extra kosten zijn en zou de winst het volgende jaar aanzienlijk lager moeten uitvallen. Dit patroon lijk je bij zorginstellingen niet terug te zien.'

Er gaat niets boven Groningen:

Het bedrijf met het hoogste winstpercentage in 2019 is Droom bv uit het Groningse Bourtange, eigendom van Sylvia van der Laan. Ze heeft ook Droom Holding bv, Droom Vastgoed bv en de stichting Droomkinderen op haar naam staan. Droomkinderen heeft tien kamers en appartementen voor autistische jongens en biedt dagbesteding in en om huis aan, in de vorm van tuinieren, klussen, wassen, opruimen en schoonmaken. Van der Laan richtte de stichting vijftien jaar geleden op, en betaalt personeel en belasting via haar bv. Verwarrend, erkent ze: Van der Laan overweegt de stichting op te heffen. Op een omzet van 742.597 euro hield het bedrijf netto 556.406 euro over, bijna 75 procent van de omzet en daarmee koploper van Nederland. Hoe kan dat?

Het blijkt niet te gaan om structurele hoge winsten. Er was dit jaar sprake van een eenmalige meevaller van ruim twee ton, en een forse omzetstijging van nog eens bijna twee ton. In andere jaren boekte Droom bv veel bescheidener winsten: rond de 15.000 euro in 2017 en 58.000 euro in 2018.

De sterke omzetstijging ontstond mede door haar overstap naar jeugdzorg: Droom bv vangt minderjarigen op die nergens anders terechtkunnen. ‘Voor de jongvolwassenen die ik opving, kreeg ik per bewoner 3000 euro per maand.’ De opvang van minderjarigen in jeugdzorg levert aanzienlijk meer op: ‘Voor dezelfde plek krijg ik 10.000 euro per maand. Die tarieven zijn vastgesteld door de gemeenten. Daar kan ik niets aan doen.’ Hierdoor – en door de forse teruggave van de belasting – kon de winst in 2019 op 75 procent eindigen.

In 2020 keerde Van der Laan zichzelf 150.000 euro uit. ‘Dat is de eerste keer dat ik dat heb gedaan. Ik heb jaren onder het minimumsalaris gewerkt en verliezen geleden. Ik heb me 200 procent ingezet om dit bedrijf levensvatbaar te maken en dat is eindelijk gelukt. Om die verliezen te compenseren, heb ik mezelf dat bedrag uitgekeerd en ik heb geïnvesteerd in de aankoop van het pand.’ In 2020 liepen de inkomsten van Droom b.v. sterk terug, mede vanwege corona. Overigens betaalt Droom bv 90.000 euro huur aan de eigenaar van het bedrijfspand: Droom Vastgoed bv – aan Sylvia van der Laan dus.

Team050 bv uit Groningen zag zijn omzet sinds 2015 stijgen, die verviervoudigde zelfs: van 2 miljoen euro in 2015 naar 8 miljoen euro in 2019. Aandeelhouders Erik van der Zijden en Lisette Sloot werden ruim beloond voor hun oorspronkelijke investering van 18.000 euro in het bedrijf, dat zij in 2010 oprichtten. Van 2015 tot en met 2019 keerde Team050 in totaal 944.600 euro dividend uit, waarvan nog 373 duizend euro op de reserve staat van het zorgbedrijf. In 2019 kocht Lisette Sloot via haar Sloot Beheer bv ongeveer de helft van de aandelen terug, die in bezit waren van een andere BV die zij samen met Van der Zijden in eigendom heeft: De Zorgfabriek. Voor deze aandelen ontvingen Sloot en Van der Zijden in totaal 2,8 miljoen euro, dat geld werd in 2019 betaald door zorgbedrijf Team050 vanuit de reserve. 

Volgens directeur bedrijfsvoering Carine de Bruine is Team050 daarmee ook eigenaar geworden van de aandelen die zij betaalde – de bv zou volgens haar mede-eigenaar van zichzelf zijn. Volgens het handelsregister is Sloot Beheer echter 100 procent eigenaar. De Bruine ‘ziet dit anders’, zegt ze in een reactie

‘Wij hebben de aandelen ingekocht om onze bedrijfsstructuur transparanter te maken. Dit was een eenmalige en noodzakelijke keuze om aan de wens tot transparantie tegemoet te komen en daarmee een belangrijke stap naar een maatschappelijke bv.’ Dat is een rechtsvorm die nog niet bestaat, waarin een bv haar winstuitkering statutair beperkt of bestemt voor bepaalde maatschappelijke doeleinden of herinvestering in het bedrijf. Team050 paste haar statuten tot op heden niet aan voor een dergelijk doel. Het wacht volgens De Bruine tot de minister een besluit neemt over deze rechtsvorm.

Twee andere Groningse bedrijven eindigen eveneens in de hogere regionen: Forte-GGZ bv behaalde in drie jaar een bedrijfswinst van 3,5 miljoen euro. Martinizorg bv hield eenzelfde bedrag over, wat neerkwam op een nettowinst van 2,5 miljoen. Martinizorg keerde in 2017 en in 2018 550.000 euro aan dividend uit. 

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft dit bedrijf inmiddels in het vizier: na een melding over tekortschietende zorg bracht zij er in 2019 een bezoek. Ruim een jaar later kwam de Inspectie weer langs, nu omdat er vragen waren gerezen over de bedrijfsstructuur en het interne toezicht op geldstromen en winstuitkeringen.

Martinizorg is onderdeel van De Zorgzaak. Volgens Ruud Slot, eigenaar van het concern, zou er een te lage kostenberekening zijn op groepsniveau, waardoor de winst hoog lijkt. Je zou geconsolideerd moeten kijken naar de jaarrekeningen van de bedrijven die onder moederbedrijf De Zorgzaak vallen. ‘Dan zou blijken dat de bedrijven redelijk in de lijn met de benchmark zitten.’

Volgens Slot heeft de Inspectie geen onrechtmatigheden gevonden. ‘Wel hebben ze verbeterpunten aangegeven. Die hebben we ter harte genomen. We hebben een ontwikkelplan gemaakt waarin we de organisatiestructuur gaan vereenvoudigen, zodat die naar de buitenwereld beter uitlegbaar en begrijpbaar wordt.’

Lees verder Inklappen
De tien bv’s met de hoogste winsten

De top 10 van de grootste winstmakers onder de bv’s hebben we samengesteld aan de hand van hun absolute bedrijfswinst: omzet min bedrijfskosten. Van de bedrijfswinst gaat uiteindelijk nog belasting af, waarna het nettoresultaat overblijft. We baseren ons op de cijfers van 2017 tot en met 2019.

  1. Opdidakt (Hilversum):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 5.628.239 euro
  2. Mentaal Beter Cure (Hilversum):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 4.982.359 euro
  3. Team050 (Groningen):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 4.811.592 euro
  4. E-vizier (Hilversum):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 3.761.544 euro
  5. Forte GGZ (Leeuwarden):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 3.518.000 euro
  6. Martinizorg (Groningen):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 3.432.154 euro
  7. Prodeba (Zoeterwoude):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 2.809.053 euro
  8. Zien in de Klas (Maarssen):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 2.783.492 euro
  9. Dok20 / Inzowijs (Leiderdorp):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 2.490.866 euro
  10. EPI Zorg (Eindhoven):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 2.297.914 euro

Zorgbedrijven kunnen van meerdere zorgwetten gebruik maken. Het bleek niet mogelijk te zijn een uitsplitsing te maken om te bepalen hoeveel winst bedrijven hebben gemaakt met jeugdzorg alleen. Alle genoemde bedrijven worden gedetailleerd beschreven op de hieronder gelinkte pagina; daar staan ook uitgebreide reacties van de betrokkenen bij opgenomen.

Lees verder: de top 10 van winstmakers onder de bv’s

Lees verder Inklappen

Feit 6: Zestien grote stichtingen staan structureel in het rood

Zestien stichtingen en twee bv’s leden van 2015 tot en met 2019 een nettoverlies: tussen de 0,04 en 4,82 procent. Incluzio Hollands Kroon leed procentueel het grootste verlies. In absolute bedragen was de grootste verlieslijder de stichting Pluryn Groep, met ruim 19 miljoen euro.

Top 10 verlieslijdende jeugdzorgaanbieders

De top 10 van de structureel verliesgevende partijen is gebaseerd op hun nettoverlies in de periode 2015 tot en met 2019:

  1. Stichting Pluryn Groep: -19.163.435
  2. Stichting Altra: -7.743.271
  3. Stichting Xonar: -3.801.366
  4. Stichting Trias Jeugdhulp: -3.338.435
  5. Stichting De Driestroom: -2.890.446
  6. Stichting Parlan: -2.679.838
  7. Incluzio Hollands Kroon bv: -2.368.001
  8. Opvoedpoli bv: -2.371.346
  9. Stichting Rubicon: -1.825.865
  10. Stichting Oosterpoort: -1.682.013
Lees verder Inklappen

‘Dat een jeugdzorgaanbieder verlieslatend is, hoeft niet te betekenen dat de instelling in zwaar weer verkeert,’ zegt hoogleraar Wim Groot, ‘Veel aanbieders hebben een behoorlijke solvabiliteit, waardoor ze nog voldoende eigen vermogen hebben. Met een behoorlijk weerstandsvermogen is het niet erg dat de marge klein is, zolang je elk jaar maar een klein plusje hebt.’ Zestien van deze stichtingen draaien juist structureel in de min.

Dat plusje is belangrijk, zegt Jochen Mierau, hoogleraar economie van de volksgezondheid aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Een winstpercentage van 1 of 2 procent lijkt me een gezonde bedrijfsvoering. Het contracteringscircus maakt het leveren van jeugdzorg onzeker. Je moet een buffer hebben om die risico’s op te vangen. Het zou goed zijn als er langduriger contracten komen, die kunnen de sector meer rust geven.’

De tien stichtingen met de hoogste winsten

De top 10 van stichtingen die van 2017 tot en met 2019 het meeste zorggeld hebben overgehouden, hebben we samengesteld aan de hand van hun absolute bedrijfswinst.

  1. Intermetzo Zorg (Nijmegen):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 10.175.189 euro
  2. Triade Vitree (Lelystad):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 9.816.358 euro
  3. Accare (Assen):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 7.403.656 euro
  4. Juvent (Middelburg):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 5.354.324 euro
  5. Yes We Can Clinics (Waalre):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 4.588.645 euro
  6. Timon Groep (Zeist):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 4.224.573 euro
  7. De Viersprong (Halsteren):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 3.999.562 euro
  8. SeysCentra (Malden):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 3.770.709 euro
  9. Bijzonder Jeugdwerk (Deurne):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 3.733.282 euro
  10. Combinatie Jeugdzorg (Eindhoven):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 3.548.628 euro

Zorgbedrijven kunnen van meerdere zorgwetten gebruik maken. Het bleek niet mogelijk te zijn een uitsplitsing te maken om te bepalen hoeveel winst bedrijven hebben gemaakt met jeugdzorg alleen. Alle genoemde bedrijven worden gedetailleerd beschreven op de hieronder gelinkte pagina; daar staan ook uitgebreide reacties van de betrokkenen bij opgenomen.

Lees verder: de top 10 hoogste winstmakers onder de stichtingen

Lees verder Inklappen

Feit 7: Buitenlandse investeerders zien brood in jeugdzorg-bv’s

De winstgevendheid van de bv’s valt ook binnen- en buitenlandse investeerders op. Zo werd dyslexiebedrijf Opdidakt sinds 2016 al drie keer overgenomen. In 2019 kocht investeringsmaatschappij NPM Capital het bedrijf. Deze investeerder had vijf jaar eerder al Mentaal Beter Cure bv, de grootste keten in de jeugd-ggz, overgenomen en verkocht dat onlangs aan de Franse investeerder Apax Partners. In vijf jaar tijd maakte Mentaal Beter bijna 7 miljoen euro nettowinst, gemiddeld 4,1 procent van de omzet.

NL Mental Care bv, waar Mentaal Beter en dyslexiebedrijven Opdidakt en E-vizier nu onder vallen, staat met deze drie bedrijven in onze top 10 van bv’s die van 2017 tot en met 2019 de hoogste absolute bedrijfswinst maakten. Volgens directeur Martin de Heer zou je niet naar de afzonderlijke winsten van de drie bv’s moeten kijken. ‘De kosten van de bv’s zijn nooit volledig toe te rekenen naar iedere bv afzonderlijk. Moedermaatschappij NL Mental Care bv zelf maakte in die drie jaar een absolute bedrijfswinst van 550.456 euro en dit kwam neer op een nettoverlies van 1,8 miljoen euro na aftrek van kosten en belasting.’

Apax Partners is niet de enige buitenlandse investeerder die hier op overnamepad is. Het Franse Orpea nam onlangs Zorgverlening PGZ over. Deze Limburgse specialist in de behandeling en begeleiding van kinderen met autisme keerde in 2015 en in 2019 in totaal 2,5 miljoen euro aan dividend uit.

‘Twee miljoen daarvan is, zoals ook blijkt uit de toelichting van de gepubliceerde jaarrekening 2019, niet naar de aandeelhouders gegaan,’ verzekert de woordvoerder van Zorgverlening PGZ. ‘Het betreft hier een financiële verrekening tussen de holding PGZ Groep en de werkmaatschappij Zorgverlening PGZ, die volgens de accountant alleen onder de titel dividenduitkering kon plaatsvinden. Die andere halve miljoen aan dividend heeft onder de verantwoordelijkheid van de eerste eigenaren plaatsgevonden.’

Dat geld is volgens de woordvoerder niet gegaan naar voormalig aandeelhouder Holland Capital. Deze Nederlandse investeringsmaatschappij stak sinds 2012 geld in de jeugdzorgbedrijven Opdidakt, Zorgverlening PGZ en Yes We Can Group, verbonden aan de stichting Yes We Can Clinics.

Er zijn ook bedrijven die sinds de oprichting nog altijd in eigen handen zijn, zoals Prodeba bv, nummer 7 op onze winstmakers-top 10. Dit bedrijf keerde sinds 2015 liefst 2,4 miljoen euro aan dividend uit. Prodeba bv is sinds 2008 onderdeel van de familieholding Altruz Participaties bv, waarvan vader Kees Verburg directeur is. Zelf werkte hij in de bouwmaterialenbranche; zijn twee dochters, die Prodeba hebben opgericht, vormen de directie van het zorgbedrijf.

Volgens de directie is het dividend niet beland bij de aandeelhouders, maar geïnvesteerd in hun eigen woonzorgstichting, die geen winstoogmerk heeft. Deze stichting Zorgwonen, gevestigd in Zoeterwoude, publiceerde nog nooit jaarcijfers bij het handelsregister. Wel kocht de stichting volgens het Kadaster in 2020 voor ruim 3 miljoen euro een monumentaal pand aan de Voorstraat 22 in Delft.

Feit 8: Tonnen overhouden is goed mogelijk 

Eenmanszaken zagen hun omzetten hard stijgen. Sommige lukte het in drie jaar tijd ruim een miljoen euro bedrijfswinst te boeken. In 2019 telden we 244 eenmanszaken met meer dan 30 procent jeugdzorgomzet. Zij hadden een totaalomzet van 82,8 miljoen euro, waarvan 67,9 miljoen euro binnenkwam via jeugdhulp.

De term eenmanszaak is enigszins misleidend: die heeft betrekking op de rechtsvorm (er is maar één persoon verantwoordelijk) en betekent niet dat er slechts één persoon werkzaam is. Je kunt als eenmanszaak mensen inhuren of in dienst nemen. Als eenmanszaak loop je meer risico, omdat je privé verantwoordelijk bent voor je zakelijke schulden. Gaat de zaak failliet, dan ben je ook persoonlijk failliet.

Praktijk Irene Heim uit Beverwijk opereert als eenmanszaak onder het motto ‘De wereld een stukje positiever en blijer maken’. Heim behandelt en begeleidt kinderen, jongeren en volwassenen op locaties in Beverwijk, Alkmaar en Hoorn. In drie jaar tijd is ook Heims banksaldo een stukje positiever geworden: ze behaalde van 2017 tot en met 2019 een totale bedrijfswinst van 1,1 miljoen euro, het meeste van alle eenmanszaken in ons onderzoek.

‘Alle zorgaanbieders hebben dezelfde brandstof. Zij bepalen of ze met een lichte, compacte auto rijden of met een zware, logge’

‘Grote en kleine aanbieders werken met dezelfde vaste tarieven. Alle zorgaanbieders rijden dus op dezelfde brandstof. Het is aan de jeugdzorgorganisatie of ze met een lichte of compacte auto rondrijden of met een zware, logge auto. Kleine aanbieders komen met hun brandstof verder dan de grote partijen,’ zo verklaart Irene Heim het verschil tussen haar compacte organisatie en andere aanbieders.

Ze vervolgt: ‘Misschien zijn wij wel een voorbeeld hoe je het zorgstelsel zou kunnen verbeteren: weinig overhead en een kwalitatief goed team, waardoor met de winst meer en sneller hulp geboden kan worden. Alles ten behoeve van de cliënt. Wij springen er nu uit met onze resultaten door kostenefficiënt te werken. Meer geld voor jeugdhulp is voor ons niet nodig.’

Onder het motto ‘Geen woorden, maar paarden’ boerde ook Horses en Co uit het Zuid-Hollandse Heerjansdam goed, net als Kinder- en Jeugdpraktijk de Roos uit Roermond. ‘Het gaat mij niet om geld verdienen of om rijk worden. Ik wil kwalitatief goede zorg leveren,’ zegt eigenaar Esther van Noort van Horses en Co. ‘Er is een groot tekort aan onder andere logeerzorg. Wij kunnen de aanvragen niet aan. Ik ben ook voorzitter van zorgboeren Zuid-Holland. Na jullie vorige artikel over de winsten van zorgboerderijen brak er chaos en paniek uit in de branche. Het is niet fijn om te worden neergezet als zorgcowboy, die geld verdient over de rug van kinderen.’

Top tien eenmanszaken

Er zijn grote en kleine eenmanszaken. Een eenmanszaak kan immers ook personeel in dienst hebben, of personeel inhuren. Eenmanszaken zonder personeel hoeven geen jaarverantwoording in te leveren bij het ministerie van VWS. 

Deze top 10 is opgesteld aan de hand van de hoeveelheid zorggeld die van 2017 tot en met 2019 is overgebleven. Van de overgebleven winst gaat bij deze rechtsvorm het loon van de eigenaar en de (inkomsten)belasting nog af.

  1. Praktijk Irene Heim (Beverwijk):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 1.184.942 euro
  2. Kinder- en Jeugdpraktijk de Roos (Roermond):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 1.081.686 euro 
  3. Horses en Co (Heerjansdam):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 1.041.296 euro
  4. Psychologenpraktijk van der Vinne (IJsselmuiden):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 1.024.189 euro
  5. Maarten Verschuuren Pedagogische Begeleiding (Heibloem):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 937.086 euro
  6. Zorgpraktijk Ulco (Sumar):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 916.582 euro
  7. Psychologiepraktijk Braining (Erica):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 774.453 euro
  8. Nicole Coppens Advies in Autisme (Apeldoorn):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 761.038 euro
  9. Wenums Veldzicht (Wenum Wiesel):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 715.452 euro 
  10. PEP-Wiersma (Emmen):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 704.811 euro

Zorgbedrijven kunnen van meerdere zorgwetten gebruik maken. Het bleek niet mogelijk te zijn een uitsplitsing te maken om te bepalen hoeveel winst bedrijven hebben gemaakt met jeugdzorg alleen. Alle genoemde bedrijven worden gedetailleerd beschreven op de hieronder gelinkte pagina; daar staan ook uitgebreide reacties van de betrokkenen bij opgenomen.

Lees verder: de top 10 van eenmanszaken

Lees verder Inklappen

Vennoten en maten

Vennootschappen onder firma en maatschappen moeten hun winst verdelen onder alle eigenaren. Deze categorie is de meest voorkomende in de jeugdzorg. De 593 vof’s en maatschappen maakten 192 miljoen euro omzet, waarvan 155 miljoen via jeugdzorg. 

Aksent Opvang en Ondersteuning hield in drie jaar tijd 1,4 miljoen euro bedrijfswinst over. Daarmee staan ze op nummer 1 in deze categorie. Ze hebben hun geld verdiend met logeerweekenden, vakanties, beschermd wonen en individuele en groepsbegeleiding. ‘Op jeugdzorg hebben we relatief niet veel verdiend,’ zegt eigenaar Michael Jansen.

Hij was samen met Inge Miggiels vennoot van Aksent Opvang en Ondersteuning. In 2019 zijn ze met het bedrijf gestopt. ‘Omdat we te groot werden,’ zegt Jansen. ‘Gemeenten wilden dat we een compleet pakket zouden bieden, inclusief behandeling. Daardoor zou de organisatie nog verder groeien. Dat wilden wij niet. We hebben ons bedrijf verkocht aan Zorgverlening PGZ. Wij verhuren onze panden nog wel aan hen.’ 

Jansen werkte jaren in grote zorginstellingen. Hij verbaast zich erover dat er zoveel ophef is over de winsten die kleine zorgaanbieders maken. ‘Bij de grote instellingen worden miljoenen uitgegeven aan innovatieprojecten die in een la blijven liggen, en ze hebben veel overhead. Daar heeft niemand het over. Als je als kleine ondernemer winst maakt, doe je meteen iets verkeerd. Wij leverden goede zorg met een grote tevredenheid bij medewerkers en klanten. Gemeenten en instanties werkten graag met ons samen.’

Top 10 vof’s en maatschappen

De top 10 van de meest winstgevende vof’s en maatschappen hebben we bepaald aan de hand van de hoeveelheid zorggeld die bij hen van 2017 tot en met 2019 is overgebleven. Dat bedrag hebben we gedeeld door het aantal eigenaren. Van de overgebleven bedrijfswinst gaat bij deze rechtsvormen het loon van de eigenaren nog af, net als de (inkomsten)belasting.

  1. Aksent Opvang en Ondersteuning (Oeffelt):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2018: 1.483.454 euro
  2. Psychiater Praktijk Vechtdal (Hardenberg):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 2.178.199 euro
  3. Kinderen op Stap (Haastrecht):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 1.922.529 euro
  4. Wilmahuis (Zoetermeer):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 1.253.516 euro
  5. Zorgboerderij Buitenrust (Gytsjerk):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 1.248.199 euro
  6. Zorgplein Dronten:
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 1.224.508 euro
  7. Polikliniek (kinder)psychiatrie Apeldoorn:
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 1.218.278 euro
  8. Gezinshuis Angerlo:
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 1.016.653 euro
  9. Het Spant (Valkenswaard):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 988.800 euro
  10. Ter / Zorgboerderij Reemzorg (Marknesse):
    bedrijfswinst 2017 tot en met 2019: 966.236 euro

Zorgbedrijven kunnen van meerdere zorgwetten gebruik maken. Het bleek niet mogelijk te zijn een uitsplitsing te maken om te bepalen hoeveel winst bedrijven hebben gemaakt met jeugdzorg alleen. Alle genoemde bedrijven worden gedetailleerd beschreven op de hieronder gelinkte pagina; daar staan ook uitgebreide reacties van de betrokkenen bij opgenomen.

Lees verder: de top 10 van vof’s en maatschappen

Lees verder Inklappen

Feit 9: Verlies is niet altijd wat het lijkt

Een bedrijf dat verlies maakt, maar toch dividend uitkeert: dat opmerkelijke feit zagen we in de jaarrekening van het Regionaal Instituut voor Dyslexie (RID). In 2018 maakte het RID een verlies van 152.000 euro, terwijl het in datzelfde jaar 894.000 euro dividend uitkeerde. Hun toelichting: ‘De dividenduitkering die in 2018 heeft plaatsgevonden, heeft betrekking op de resultaatbestemming van 2017; in dat boekjaar werd een positief resultaat behaald. Na de dividenduitkering resteerde er ruim voldoende eigen vermogen om de continuïteit van de organisatie te waarborgen.’ 

Het RID werd in 2018 voor 60 procent overgenomen door Parnassia Groep bv. ‘Om te voldoen aan de verkoopvoorwaarden, moest het resultaat van 2017 uitgekeerd worden aan de aandeelhouder van dat moment, Socralex bv.’ In 2019 was er een verlies van bijna 1 miljoen euro. ‘Dit komt door een toename van onze bedrijfskosten door complexe procedures vanuit gemeenten en omdat we geld moesten terugbetalen aan gemeenten wegens budgetoverschrijdingen.’

Dat veel bedrijven met een kerstboom aan bv’s werken, bemoeilijkt het zicht op wat werkelijk winst en verlies is

De winsten en verliezen zijn niet altijd helder te beoordelen in ons onderzoek. Dat veel bedrijven met een kerstboom aan bv’s werken, bemoeilijkt het zicht op wat werkelijk winst en verlies is. Daarnaast kan de winst soms lager lijken, doordat kosten voor huisvesting en managementvergoedingen worden verhoogd, terwijl die uiteindelijk ook bij de eigenaar terecht kunnen komen.

Voorts zijn de verliezen niet altijd te wijten aan jeugdzorg: een opleidingstak of een ander project van een stichting kan een fors aandeel in het verlies hebben. Tot slot kun je soms vraagtekens zetten bij een verlies. Zo maakte de Limburgse Mutsaersstichting in 2018 een verlies van 1,6 miljoen. In datzelfde jaar doneerde de stichting 3 miljoen euro aan de stichting Vrienden van de Mutsaersstichting.

Richard Janssen, emeritus hoogleraar economie en organisatie van de gezondheidszorg, vraagt zich af of het jeugdzorggeld wel op de goede plek belandt wanneer kleine bedrijven winst maken, terwijl systeempartijen zoals Pluryn in zwaar weer zitten.’Waarom stellen gemeenten niet vast hoeveel marge een zorgverlener mag halen? Den Haag stelt bijvoorbeeld een plafond in voor contractpartijen. Ik vind het verdedigbaar dat je als lokale overheid een winstmarge van 5 procent vaststelt. Wie meer verdient, krijgt een lager tarief.’

Pointer wijdt zondag 19 september een radio-uitzending aan dit gezamenlijke data-onderzoek; maandag 20 september besteedt Pointer er op tv een uitzending aan, die zich toespitst op ‘de paarse krokodil’: de absurde administratielast en de bureaucratische stroop .

Rectificatie: Nadat dit artikel is gepubliceerd, is gebleken dat er in de data een dubbeltelling van één stichting aanwezig was. Enkele gemiddelden en totalen in dit artikel over de winsten, omzetten en vermogens van stichtingen zijn daarom op 20 september 2021 om 16:25 gecorrigeerd.

Rectificatie 2: Aanvankelijk stond in dit artikel dat Horizon een reserve aanhoudt van 59 procent. Dat moet 43 procent zijn (50 miljoen euro).