Patiënten in therapie met behulp van levende have. De instelling op deze foto, gemaakt in 2007, komt niet in het artikel voor.
© Marcel van den Bergh / Hollandse Hoogt

Jeugdzorg in het rood

Gemeenten kregen de taak jeugdzorg goedkoper en beter te regelen. Het tegenovergestelde is gebeurd. Wat ging er mis? Lees meer

De gemeenten zouden jeugdzorg dichterbij, efficiënter en uiteindelijk ook goedkoper gaan regelen. Het tegenovergestelde gebeurde: het aantal zorgaanbieders is gestegen van 120 in 2014, naar zo’n 6.000 nu. En inmiddels ontvangt één op de tien Nederlandse kinderen een vorm van jeugdzorg.

 

In de zomer van 2020 was voor veel gemeenten de maat vol. Ze gaven zoveel geld aan jeugdzorg uit, dat zij het financieel niet meer konden bolwerken. Den Haag moet met meer budget over de brug komen, luidde de boodschap.

Maar is geld het enige probleem? Onder de werktitel "Jeugdzorg in het Rood” doet Follow the Money onderzoek naar de geldstromen in de jeugdzorg. In deze gids loodsen we je langs de belangrijkste bevindingen.

35 Artikelen

Het paard is de nieuwe melkkoe van de jeugdzorg

Boerderijzorg en in het bijzonder paardencoaching zijn booming. Niet alleen stijgt het aantal bedrijven dat deze vorm van (jeugd)zorg biedt, ook de omzetten vliegen omhoog, waarbij de winsten tot in de tonnen kunnen oplopen. Dat blijkt uit onderzoek van Follow the Money in samenwerking met Pointer. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd maakt zich al jaren zorgen over de kwaliteit die zorgboerderijen leveren.

Frederique vraagt door
Dit stuk in 1 minuut
  • Zorgboerderijen zitten zowel in aantallen als in omzet in de lift. Binnen deze branche is het aantal paardencoachbedrijven sinds 2014 ruim verdubbeld, zo blijkt uit onderzoek van Pointer en Follow the Money. Een wetenschappelijke basis voor paardentherapie en -coaching is er niet. 
  • Sinds de decentralisatie is het makkelijker geworden voor zorgboerderijen om een zorgcontract met de overheid aan te gaan. Gemeenten vergoeden paardencoaching, tegen het advies van het ministerie van Volksgezondheid. De Vereniging van Nederlandse gemeenten zegt geen oordeel te hebben over paardencoaching.
  • Kinderen met zware problematiek belanden steeds vaker op zorgboerderijen en ook het aantal 24-uursvoorzieningen neemt toe. De Inspectie wil dat zorgboerderijen zich professionaliseren.
  • Zorgboerderijen verantwoorden hun financiën mondjesmaat. Follow the Money onderzocht de jaarrekeningen van 103 zorgboeren die aangesloten zijn bij Stichting Samenwerkende Zorgboeren Zuid. Slechts dertig maken hun jaarrekeningen openbaar. 
  • Uit deze jaarrekeningen blijkt dat vooral paardenzorgboerderijen afgelopen jaren fors in omzet stegen en dat een aantal flink winst kon maken. Het merendeel van deze omzet komt uit jeugdzorg.
  • Ondertussen klinkt de roep van gemeenten om meer geld van het Rijk steeds luider en verhogen wethouders Financiën de lasten voor hun burgers om de gaten in de begroting te dichten. 
  • Vanavond om 22.30 uur de uitzending van Pointer op NPO2.
Lees verder

‘Weet jij nog wat congruentie is?’, vraagt Paulien Rutgers aan Kaat (21), midden in een van de twee grote manegebakken. Kaat kijkt naar het mulle zand. ‘Eh…’ ‘Dat is dat je van buiten hetzelfde bent als van binnen,’ helpt Rutgers. ‘Wat we vorige week geoefend hebben.’ Kaat heeft een vorm van autisme en weet zich lang niet altijd raad met haar emoties. ‘Dan zeg ik heel lang dat er niks is, maar van binnen ben ik een bom,’ licht ze toe. ‘Als ik dan ontplof…’ 

Dit meisje-met-ontploffingsgevaar werd vroeger vreselijk gepest. Thuis was ze voor haar moeder moeilijk te hanteren. Ze komt al vanaf haar elfde bij A.A.I.centrum De Klimop, de zorgboerderij van Paulien Rutgers, om zich te leren uiten, maar ook voor extra onderwijs. 

Naast Kaat wacht Elvis. Elvis is een tinker, een Iers boerenpaardenras dat bekend staat om zijn betrouwbaarheid en rust. Hij gaapt. En nog eens. ‘Dit is de spanning die jij voelt, omdat je het antwoord net even niet meer wist op mijn vraag over congruentie. Die spanning voelt Elvis en gaapt ’m lekker weg,’ zegt Rutgers. Volgens haar spiegelen paarden de emoties van mensen. Ze gebruikt de dieren als middel om de kinderen, die bij haar individuele begeleiding en dagbesteding krijgen, uit hun schulp te halen. Het woord paardencoach vindt ze verkeerd gekozen. ‘Ik coach kinderen en jongeren, geen paarden. Het dier is een middel. Een hond of kat werkt ook, als je maar op een andere manier contact kan maken.’ 

De zaken gaan goed. Sinds de decentralisatie vervijfvoudigde haar omzet: van 151.541 in 2015 naar 743.000 euro in 2019. In die vijf jaar hield De Klimop, een eenmanszaak, zo’n 750.000 euro over. Rutgers zegt: 'Je wil niet weten hoe blij ik was met de winst die we maakten. We konden meer mensen aannemen, we konden groeien, we konden méér kinderen helpen!’

Dossier

Dossier: Jeugdzorg in het rood

De gemeenten zouden jeugdzorg goedkoper en beter regelen. Het tegenovergestelde is gebeurd. Wat ging er mis?

Volg dit dossier

Bedrijven als De Klimop kunnen sinds 2015 makkelijker contracten afsluiten met gemeenten en dus aanspraak maken op vergoeding uit jeugdzorg- en Wmo-budgetten. Parallel daaraan had het speciaal onderwijs een bezuiniging te verstouwen, waardoor kinderen die tussen wal en schip vielen steeds vaker thuis kwamen te zitten. Hun vaak radeloze ouders worden via de gemeente doorverwezen naar De Klimop, dat zorg en les aan zogenoemde thuiszitters geeft. Dat laatste wordt weer betaald vanuit de budgetten voor onderwijs. 

Van 43 miljoen naar 106 miljoen

Follow the Money onderzoekt sinds vorig jaar de geldstromen binnen jeugdzorg. Inherent daaraan nemen we ook onder de loep hoe de jeugdzorg een steeds grotere kostenpost kon worden voor gemeenten. Om die kosten in te perken, nemen sommige drastische maatregelen, zoals Hoogeveen. Deze gemeente, inwonertal 55.000, maakte begin 2020 al wereldkundig dat het geld voor dat jaar op was, door de hoge uitgaven aan de Wmo en jeugdzorg. En dus ging de geldkraan dicht. Want: op is op. In Hoogeveen zijn maar liefst zes paarden-zorgboerderijen actief die jeugdzorg aanbieden, op een totaal van zestien bedrijven die de gemeente boerderijzorg leveren

Hoogeveen is daarin niet uniek. Waar Nederland in 1998 75 zorgboeren telde, zijn dat er twintig jaar later 1250. Deze bedrijven leveren veelal dagbesteding, logeeropvang, individuele begeleiding en woonzorg, die met belastinggeld betaald worden via de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet. Van de 1250 bedrijven is grofweg de helft aangesloten bij een van de zes inkooporganisaties, die namens hun leden afspraken maken met de gemeenten en zorgkantoren. 

De omzet van deze zes steeg sinds 2015 aanzienlijk: van 43 miljoen euro naar 106 miljoen euro.In die jaren kwamen er 61 boeren bij. Stichting Samenwerkende Zorgboeren Zuid is met een omzet van 28,4 miljoen euro in 2019 de grootste boereninkooporganisatie. De omzet was voor de decentralisatie in 2015 ‘slechts’ 4,8 miljoen, een verzesvoudiging dus, terwijl het aantal aangesloten boeren bij hen in die periode van 112 naar 107 daalde.  

Met zorg op het platteland is dus een steeds betere boterham te verdienen. Hoe doen deze bedrijven dat?

Om dat te achterhalen, onderzocht Follow the Money alle vindbare jaarrekeningen van de Samenwerkende Zorgboeren Zuid. Van de 103 bedrijven op de ledenlijst was van 73 bedrijven geen jaarrekening te vinden. De cijfers die we wel vonden, tonen een opvallende rol voor het paard. Van de zestien bedrijven met een omzetstijging van 250.000 euro of meer, werken er elf met paarden op de boerderij. Bijna 40 procent van de zuidelijke jeugdzorgboerderijen biedt paardencoaching

De populariteit van paardencoaching en -therapie is ook terug te vinden in cijfers van de Kamer van Koophandel (KVK). Hieruit blijkt dat sinds 2014 het aantal bedrijven dat paardencoaching biedt van landelijk van ruim tweehonderd naar bijna zeshonderd is toegenomen.  

Waarom opeens paardencoaching? 

Het idee dat paarden een rol kunnen spelen bij persoonlijkheidsontwikkeling en opvoeding is stokoud: de Oude Grieken beschreven het al. Pas in de jaren zeventig deed het paard zijn intrede in de geestelijke gezondheidszorg, toen in Duitsland een organisatie voor therapeutisch paardrijden werd opgezet. Nederland volgde in de jaren negentig, toen de Stichting Helpen met Paarden paardentherapie introduceerde, ook wel equitherapie genoemd. Sindsdien heeft paardentherapie en -coaching een vlucht genomen. Er bestaan nu verschillende opleidingen tot paardentherapeut en -coach.

‘Mensen denken dat dieren alle problemen oplossen, maar daar is geen enkel bewijs voor: ik noem dat het rozebrillensyndroom’

Hoewel het aantal paarden-zorgboerderijen gestaag groeit, is er geen wetenschappelijke onderbouwing voor paardentherapie, zegt Nienke Endenburg. Zij is psycholoog, docent mens-dierrelaties aan de Universiteit van Utrecht en lid van de Raad voor Dierenaangelegenheden. Deze raad deed in 2019 onderzoek naar dierondersteunde interventies. De conclusie: cliënten laten werken met paarden of andere dieren is een prima dagbesteding, maar therapie is het niet. ‘Bestaande onderzoeken naar paardencoaching zijn niet van hoge kwaliteit, en dat is nog een understatement,’ zegt Endenburg. Veel studies naar dierondersteunde therapie claimen vaak positieve resultaten, maar vrijwel altijd is de onderzoeksgroep klein, ontbreekt de controlegroep of zijn subjectieve maatstaven gebruikt. Daarbij kan iedereen zich paardentherapeut noemen: het is een onbeschermde titel, die geen garanties biedt. ‘Wat gevaarlijk kan zijn voor mens én dier,’ waarschuwt Endenburg. ‘Therapie betekent dat er van tevoren een behandelplan wordt gemaakt met een concrete doelstelling: wat wil je behalen voor de patiënt of cliënt?’, legt Endenburg uit. Weliswaar helpen dieren met kalmeren of geven ze een fijn gevoel, maar dat maakt het nog geen therapie. ‘Ik noem dat het rozebrillensyndroom,’ zegt ze. ‘Mensen denken dat dieren alle problemen zomaar even oplossen, maar daar is geen enkel bewijs voor.’

Om die reden lopen zorgkantoren met een boog om therapie met dieren heen. ‘Dieren zijn geen begeleiders en kunnen geen begeleiding leveren gericht op zelfredzaamheid,’ staat geschreven in de Wet langdurige zorg. Toch wandelen de dieren via een achteringang alsnog de zorg binnen, vooral via gemeenten, die dit vergoeden via individuele begeleiding en dagbesteding voor allerhande cliënten. 

Ondanks de landelijke regels kunnen ook Wlz-cliënten via dagbesteding alsnog paardencoaching krijgen. ‘Het is aan de zorgboer om te bepalen wat hij tijdens de dagbesteding doet voor zijn cliënten. Hij kan een spel doen met melkbussen, koeien voeren met de cliënten of paardencoaching geven. Zorgbedrijven krijgen geen aparte vergoeding voor paardencoaching,’ zegt de woordvoerder van Zorgverzekeraars Nederland, waarbij de zorgkantoren aangesloten zijn. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft geen richtlijnen voor vergoeding van paardencoaching. Volgens het ministerie van Volksgezondheid is het landelijke beleid om zoveel mogelijk te werken met effectieve interventies, zoals die zijn opgenomen in de landelijke databank van het Nederlands Jeugdinstituut. Paardencoaching zit niet in deze databank.   

Dat paardencoaching niet wetenschappelijk is bewezen, vindt koepelorganisatie Federatie Landbouw en Zorg geen probleem. ‘In de ziekenhuiszorg weten we bijvoorbeeld ook niet van alle behandelingen hoe kosteneffectief of doelmatig ze zijn. Onze leden bieden vooral dagbesteding, logeren en woonzorg. Als je met dementerende ouderen handdoeken vouwt, is het ingewikkeld hoe je daar het effect van aantoont. Hebben ze een prettige ochtend gehad en voelen ze zich beter dan de dag ervoor, dan is dat voor ons het belangrijkste,’ zegt voorzitter Maaike de Vries.

Zwaardere zorg, hogere vergoedingen

Uit navraag naar de sterk stijgende omzetten blijkt dat een deel van de verklaring de steeds zwaardere cliëntendoelgroep is. Zorgboerderijen bieden daardoor steeds meer 24-uurswoonzorg voor onder andere kinderen in jeugdzorg. Zo schoot in 2019 de omzet van inkooporganisatie Coöperatie Boer en Zorg in één jaar tijd met 2,4 miljoen euro omhoog, bijna alleen doordat jeugdzorgcliënten steeds vaker op de boerderij gingen wonen. 

Ook op De Klimop ziet Rutgers het aantal patiënten met zware problematiek jaar na jaar toenemen. ‘Soms had ik het idee dat wij het afvoerputje van de ggz waren. Dan kregen wij cliënten doorgestuurd met de vraag of wij er nog wat mee konden omdat ze uitbehandeld waren. Nu werken we met de ggz samen.’ Een woonmogelijkheid ziet Rutgers op haar boerderij niet zitten. 'Ik ervaar het nu al als een enorme verantwoordelijkheid.' 

Op de dag dat Kaat aan het werk is met Elvis, zijn er ook twee meisjes met ernstige psychische problematiek in de stallen, waarvan een aan de vooravond staat van een interne opname. Om toch nog iets van onderwijs te krijgen en als dagbesteding zitten ze bij de Klimop, in afwachting van of parallel aan hun klinische behandeling elders.

Dat kan, omdat De Klimop als zorgboerderij een kwaliteitskeurmerk heeft. Rutgers: ‘Ik wou dat er ook een keurmerk was voor coaches die paarden inzetten, maar dat is nu nog niet, waardoor het kaf niet van het koren gescheiden wordt. Ik vind dat zorgelijk.’

‘Er is geen keurmerk voor coaches die paarden inzetten, waardoor het kaf niet van het koren gescheiden wordt’ (Paulien Rutgers, eigenaar zorgboerderij)

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd uitte twee jaar terug haar zorgen over de onstuimige opmars van de zorgboerderij. ‘Zorgboerderijen moeten veel professioneler worden. Er werken mensen die niet in staat zijn om te gaan met kinderen met grote problemen. Er zit ook veel problematiek bij elkaar, zoals ouderen met dementie, verstandelijk beperkten en jeugdigen. Dat betekent dat je hoge eisen moet stellen aan mensen die een zorgboerderij runnen en daar schort het vaak aan,’ zei toenmalig hoofdinspecteur Joke de Vries bij NPO Radio 1. 

Zij merkte daarbij op dat gemeenten te weinig eisen stellen aan deze vorm van zorg. Eerder al constateerde de inspectie dat kleinschalige zorgbedrijven zoals zorgboerderijen niet goed zijn in het inschatten van risico’s of het analyseren van incidenten. De inspectie gaf in april 2018 het advies om een kwaliteitskader op te stellen. Dit is nog niet klaar. De verwachting is dat er in 2022-2023 mee gewerkt kan worden. ‘De ontwikkeling van het kader kost veel tijd. Wij vinden de kwaliteit van zorg belangrijk. We hebben al sinds de oprichting een eigen kwaliteitskeurmerk. Dat verbeteren wij continu,’ zegt directeur Maarten Fischer van de Federatie Landbouw en Zorg. Dan nog blijft het ingewikkeld om de effectiviteit van een behandeling aan te tonen, zegt Federatie-voorzitter Maaike de Vries, al is dat niet speciaal voorbehouden aan jeugdzorg  

Weinig zicht op financiën 

De zorgboerderij is dus een steeds grotere post op de zorgbegrotingen van de gemeenten. Maar waar stromen deze miljoenen naar toe? Daarvoor keek Follow the Money eerst naar de financiën van de inkooporganisaties die namens zo’n zeshonderd zorgboeren een contract afsluiten tegen een deel van de omzet. Daar lijken de zaken goed te gaan. Uit de jaarrekeningen blijkt dat de zes inkooporganisaties in totaal 14,6 miljoen euro aan liquide middelen op de bank hebben staan. In 2015 was dit nog 4,4 miljoen euro.

Elke inkooporganisatie heeft een eigen directeur, een enkele zelfs twee. Vier bestuurders verdienen tussen de 111.000 euro en 142.000 euro. Het laagste salaris is 33.800 euro. Daarnaast verdient elke zorgboer ook een salaris. Voor bv’s en stichtingen die draaien op zorggeld, geldt een maximum van 111.000 euro. Eenmanszaken, vof’s, maatschappen en cv’s hoeven zich niet aan de Wet normering topinkomens te houden. Zij bepalen dus hun eigen salaris. Uit de vindbare jaarrekeningen blijkt dat deze privé-opnames de ton ruim kunnen overschrijden. Een ondernemersechtpaar keerde zichzelf 360.000 euro uit.   

Maaike de Vries, voorzitter Federatie Landbouw en Zorg

"We hebben de cijfers niet, we zien er niet op toe en we gaan er niet over. Het is onze taak niet"

Hoeveel een boer verdient aan de zorg, is niet altijd op te maken uit de jaarrekeningen. Hoeveel winst er werkelijk gemaakt wordt, ook niet. Kosten voor huisvesting, onderhoud en levende have zijn op te voeren als bedrijfskosten (zie kader). 

De boerenorganisaties die de zorg inkopen, zeggen niet te gaan over de financiën van hun zorgboeren. Ze controleren de jaarrekeningen niet en kijken niet naar de personeelskosten of andere kosten die zorgboeren in rekening brengen. ‘We hebben de cijfers niet, we zien er niet op toe en we gaan er niet over. Het is onze taak niet,’ zegt voorzitter Maaike de Vries van brancheorganisatie Federatie Landbouw en Zorg. 

Hoge huisvestingskosten

Boerderij De Stelle B.V. uit het Zeeuwse Ouwerkerk valt op door hoge omzetgroei en hoge winsten. In 2019 is deze boerderij verbouwd van fruitboerderij naar paardenboerderij. Hiervoor investeerde het zorgbedrijf bijna 70.000 euro in paarden en een veilige inrichting van het terrein. Inmiddels lopen er negentien paarden rond. De Stelle maakte de grootste omzetgroei van de zuidelijke zorgboeren sinds 2016: 1,2 miljoen euro. Volgens eigenaar Astrid van Kleeff komt dit doordat haar andere zorgbedrijf stichting Ojee Adhd is geïntegreerd met De Stelle. 

De Stelle heeft lage personeelskosten, 30 tot 43 procent van de omzet. De bv hield in 2018 en 2019 in totaal 524.725 euro over. Mede mogelijk gemaakt door de Zeeuwse gemeenten, die volgens Van Kleeff een veel te hoog tarief berekenen voor woonzorg. ‘Wij vangen jongeren op die uitvallen op school. Wij hebben bij de gemeenten al meerdere malen aangekaart dat de 24-uurszorg die wij via Wmo en de Jeugdwet bieden 40 procent goedkoper kan. Gemeenten gaan uit van de oude tarieven van grote instellingen, maar wij kunnen de zorg anders inrichten, waardoor het veel goedkoper kan. Ambtenaren die vastgeroest zitten in hun systeem doen hun uiterste best alles bij het oude te laten.’ Mede hierdoor kon De Stelle tussen 2017 en 2019 een dividend uitkeren van 372.444 euro

Die tarieven waren inderdaad te hoog, beaamt de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland. ‘In 2020 hebben wij de tarieven voor woonzorg met bijna de helft verlaagd,’ reageert directeur Corette van Dijke. Haar inkooporganisatie sluit namens de Zeeuwse gemeenten contracten af. ‘Wij stellen voorwaarden aan de kwaliteit van zorg, maar niet aan de kosten die bedrijven in rekening mogen brengen, zoals vastgoed.’

Stichting Ojee Adhd en De Stelle betalen samen zo’n 195.000 euro per jaar aan huur. Sinds 2005 is er voor zo’n 8,5 ton verbouwd. Volgens Van Kleeff volgt ze simpelweg de belastingregels, die voorschrijven dat ze de huurkosten in rekening moet brengen bij het zorgbedrijf. ‘Als ik de boerderij ter beschikking zou stellen van het zorgbedrijf moet ik daar tienduizenden euro’s belasting voor betalen.’ De huurkosten zijn volgens haar bepaald door een erkende rentmeester in opdracht van de Belastingdienst. Van Kleeff kocht de boerderij van waaruit de stichting werkt in 2004 voor 380.000 euro. Omdat er door de coronacrisis geen nieuwe cliënten kwamen, besloot ze de boerderij te verkopen voor 1,3 miljoen euro. ‘Zelfs zonder verbouwing was de boerderij op deze locatie drie keer zoveel waard,’ stelt ze.

Ook de jaarrekening van eenmanszaak Zorghoeve United Souls uit het Gelderse Wekerom laat een forse omzetstijging zien: van 136.273 euro in 2016 naar 730.926 euro in 2019. Op deze zorghoeve zijn de beste leermeesters en trainers de dieren, zo is op de website te lezen: ‘Dieren oordelen niet. Zij zien jou zoals je bent en helpen je een stukje verder in het leven.’ Eigenaar Monique Simonsz stelt op de website: ‘Het is niet paardenfluisteren, maar paarden luisteren.’ 

De dieren, waaronder Hadassah de kameel, lopen 24 uur per dag buiten. De zorghoeve biedt onder andere paarden- en ezeltherapie, maar ook logeerweekenden. ‘De groei van mijn bedrijf is te verklaren omdat wij inmiddels vier logeerweekenden per maand aanbieden, terwijl dit er eerder maximaal twee waren. Ook zijn we gestart met een gezinshuis en hebben we twee gezinshuiskinderen opgenomen. We zijn hiervoor in 2017 naar een grotere locatie verhuisd, waar veel onderhoud nodig was,’ zegt Simonsz. 

In de jaarrekening van 2018 en 2019 voert het bedrijf in totaal bijna twee ton aan onderhoudskosten op. Volgens Simonsz kunnen de cijfers van de verschillende jaren onderling sterk verschillen, omdat bepaalde inkomsten en kosten niet altijd in hetzelfde jaar gefactureerd worden. ‘Vergelijking van de omzet in verschillende jaren, zoals u doet, geeft geen juist beeld als u de feitelijke situatie niet kent.’ Die feitelijke situatie uitleggen wil ze niet. Ook over de lage personeelskosten van 10 tot 12 procent in 2018 en 2019 zwijgt Simonsz. Het enige dat ze hierover per mail kwijt wil, is dat haar eigen arbeidskosten hier nog niet bij zijn gerekend. Uit de jaarrekening is op te maken dat United Souls in 2018 en 2019 637.555 euro overhield. Meer uitleg over de cijfers kreeg Follow the Money niet. Door het publiceren van de openbare jaarrekeningcijfers van haar eenmanszaak voelt Simonsz zich in haar privacy aangetast. ‘Als u mijn privacy niet respecteert, zie ik geen aanleiding om meer informatie te verschaffen en vragen te beantwoorden.’

Lees verder Inklappen

Geen regels voor kostenposten

Volgens Mirjam de Weerdt, docent fiscaal recht aan de Rijksuniversiteit Groningen staat het zorgbedrijven vrij om kosten op te voeren. Als die kosten niet meer in verhouding staan tot het nut van een onderneming, is het aan de belastinginspecteur om dit te bewijzen. ‘Ik denk dat een zorgboerderij heel lang kan volhouden dat verbouwingen bijvoorbeeld nodig zijn voor de uitoefening van het bedrijf,’ zegt De Weerdt. ‘Je kunt je afvragen of al die kostenposten wel nodig zijn. Een verbouwing levert veelal een waardevermeerdering op. Bij verkoop is de winst op het pand belast, maar het is niet uit te sluiten dat de waardevermeerdering in ieder geval mede is veroorzaakt door de verbouwingen, die weer mogelijk zijn gemaakt door zorggeld. Als dit niet de bedoeling is, dan is het aan gemeenten en zorgkantoren om bindende afspraken te maken over de besteding van de zorggelden.’ 

Zorgkantoren vragen dat bedrijven transparant zijn over de besteding van de gelden, maar gaan niet over de kosten die zorgboeren opvoeren. Het bedrag dat zorgboeren krijgen, is vrij besteedbaar. Zolang het niet ten koste gaat van de zorg, maakt het niet uit of ze daar nu dure koeien of een verbouwing van betalen, stellen de zorgkantoren. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten zegt zich niet bezig te houden met welke kosten zorgbedrijven opvoeren. ‘We weten ook niet of daar normen voor zijn,’ zegt de woordvoerder. 

De Koninklijke Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) bevestigt dat hier geen regels voor gelden. Ook de accountants controleren de jaarrekeningen van zorgboerderijen niet: ze geven alleen een samenstellingsverklaring af die geen enkele zekerheid biedt. ‘Wij kijken of de kosten zakelijk zijn. Als de kosten passen bij de activiteiten van de zorgboerderij stopt de verantwoordelijkheid van de accountant. Over de hoogte van de uitgaven doen wij geen uitspraak. Dat is onze rol niet. Een zorgaanbieder mag zelf weten welke kosten hij in rekening brengt, als die maar passen bij de zorg die hij levert met de afgesproken kwaliteit. Over de zorgkwaliteit gaat de inspectie, niet de accountant.’  

Over de rechtmatigheid van de geleverde zorg gaan uiteindelijk zorgkantoren en gemeenten. Uit eerder onderzoek van Follow the Money blijkt dat het gemeentelijk toezicht nog in de kinderschoenen staat. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd maakt zich zorgen, met name over het toezicht op de jeugdzorg. ‘Er zijn soms wel collega’s aangewezen als toezichthouder, maar die zijn vaak nog onvoldoende geschoold en krijgen te weinig tijd voor deze taak,’ schreef senior inspecteur Zorgfraude Waldo van der Wiele afgelopen week op de VNG-site. 

Paulien Rutgers van De Klimop juicht meer controle toe. ‘Ik zie weleens bordjes voor paardentherapie langs de weg waarbij ik me afvraag hoe dit ontstaan is,’ zegt ze. ‘Je moet hbo-opgeleid zijn om deze zorg te kunnen bieden. Gelukkig doen de meesten het goed.'

Wie het ook goed doet, is Kaat. Terwijl ze Elvis terugbrengt naar de wei geeft Rutgers haar nog een paar aanwijzingen: 'Geef hem veiligheid! Jij hebt de leiding!' Eenmaal terug op de boerderij wordt Rutgers begroet door haar twee honden. In de keuken zit één van de begeleiders een tekening te maken met een pupil. Voor het raam: een stuk of tien paarden die naar binnen staren terwijl ze wachten om gemolken te worden. Per slot van rekening is dit ook nog gewoon een boerderij

Voor sommige werkzame factoren van een paard bij de begeleiding is volgens Rutgers wel degelijk bewijs, voor andere niet. 'Je zal mij dus ook niet horen zeggen dat dit paardentherapie is, maar onze doelen - of dat nu leren klokkijken is, of om weer contact te maken met de buitenwereld - die halen we hier sneller mét paarden als hulpmiddel. En kijk naar deze omgeving: kinderen kunnen zich hier ontspannen, ze hebben de ruimte. Die rust heb je niet in een instelling.'  

Met medewerking van Veerle Schyns

Om privacyredenen zijn de namen Kaat en Elvis gefingeerd.

Maandag 8 maart zendt Pointer om 22.30 uur uit op NPO2.