'Samenscholingen' van jongeren worden door de politie aangepakt
© Bert Spiertz

Coronacrisis

De redactie van FTM volgt de coronacrisis op de voet. Welke oplossingen dienen welke belangen? Lees meer

Het virus SARS-CoV-2, beter bekend als het coronavirus, dook eind 2019 op in de Chinese provincie Hubei. In een paar weken tijd veroorzaakte het virus daar een epidemie, waarna het zich over de rest van de wereld verspreidde.

Begin maart 2020 verklaarde de World Health Organisation de ziekte tot een pandemie. Wereldwijd gingen landen 'op slot';  beurzen maakten een enorme duikvlucht. Al met al is met het coronavirus een crisis van historische proporties ontstaan.

De uitwerking van de coronamaatregelen op de wereldeconomie is, net als het virus zelf, nog grotendeels onbekend. Wat we al wel kunnen vaststellen: een nieuwe economische crisis is begonnen. Die zal overal pijn opleveren, en de maatregelen die we nu nemen zullen bepalen hoe de economie van de toekomst eruit zal zien. 

Nieuwe vragen doemen op: welke oplossing dient welke belangen; welke vragen raken ondergesneeuwd; hoe verdelen we de schaarse middelen, en hoe houden we essentiële diensten en structuren overeind? 

118 Artikelen

Onze jongeren en hun kinderen betalen rekening coronacrisis

4 Connecties

Onderwerpen

Belastingbetaler Generatie-conflict Covid-19

Organisaties

KLM
310 Bijdragen

Medisch gezien is het beeld van Covid-19 steeds duidelijker: het virus blijkt vooral dodelijk voor mensen op leeftijd. De lockdown om verspreiding te remmen, raakt juist de beroepsbevolking en jongeren. De rekening van de crisis gaat naar de jeugd van Europa.

Maak op een zonnige dag een wandelingetje door het park en je ziet hoe Nederland met de vrijheidsbeperkingen probeert door te leven. Kringetjes verveelde jongeren houden netjes 1,5 meter afstand en stelletjes leggen hun kleedjes minimaal 3 meter van elkaar vandaan. Maar mocht een politieagent het oordeel vellen dat het ‘te druk’ is, dan wordt iedereen naar huis gestuurd – ongeacht je leeftijd of gedrag, en zelfs als je in je eentje bent.

Die ruimte voor ambtelijke discretie maakt de grenzen minder duidelijk, maar zorgt er ook voor dat het met de beperkingen nog meevalt. In Frankrijk had de politie op 16 april al 700.000 boetes uitgedeeld. Wie er een rondje fietst of voor slechts één stokbroodje de deur uitgaat, riskeert een bekeuring.

Democratie in lockdown

De rechtsstatelijkheid van de lockdown staat al wel volop ter discussie. Hoogleraar staatsrecht Jan Brouwer zegt dat de noodverordening die samenkomsten verbiedt, ingaat tegen de grondwet. Dat was in de eerste weken van de coronacrisis gerechtvaardigd, volgens Brouwer. Maar nu niet meer: ‘Er worden nogal wat fundamentele rechten beknot. De vraag is of een noodverordening daartoe het recht geeft.’

Ook de democratie zit in een lockdown, analyseerde Follow the Money. Vragen van Kamerleden en journalisten blijven onbeantwoord, informatieverzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) worden niet in behandeling genomen. Een groot deel van de besluitvorming is daardoor niet te traceren, laat staan te controleren.

'Het blijft onduidelijk of de adviezen zijn gebaseerd op meningen of op hard wetenschappelijk onderzoek'

Het Outbreak Management Team (OMT), dat onder leiding van RIVM-directeur Jaap van Dissel het kabinet adviseert, wordt gedomineerd door virologen en microbiologen, terwijl ook andere disciplines nodig zijn om slim door de crisis te komen. Eric-Jan Wagenmakers, hoogleraar methodologie aan de Universiteit van Amsterdam, uitte in Nieuwsuur zijn twijfel over de gang van zaken: ‘Het blijft onduidelijk of de adviezen gebaseerd zijn op de mening van de experts of op hard wetenschappelijk onderzoek.’ Zelfs wetenschappers die deelnamen aan het OMT bekritiseren het gebrek aan transparantie. 

Transparantie en democratische toetsing zijn van groot belang, eens te meer omdat er fundamentele onzekerheid bestaat over het virus en over de effectiviteit van de maatregelen. Wetenschappers van de Stanford University concludeerden bijvoorbeeld dat het virus onder de bevolking van Californië 50 tot 80 keer meer verspreid is dan aanvankelijk gedacht. Het label van een gerenommeerd instituut als Stanford blijkt in een pandemie geen garantie voor kwaliteit: andere wetenschappers maakten gehakt van de statistische methodes. Zo’n openbare discussie is alleen mogelijk wanneer de brondata, de interpretatie ervan en besluitvorming inzichtelijk zijn. Dat is veelal niet het geval.

Naarmate meer data beschikbaar komen, krijgen we langzaam een beter beeld van de verspreiding en de gevolgen van besmetting voor verschillende bevolkingsgroepen. De conclusies uit regio’s waar relatief veel is getest (zoals het Duitse Kreis Heinsberg en het ItaliaanseLombardije) en de resultaten van patiëntenstudies in de Verenigde Staten en van steekproeven in IJsland, wijzen voorzichtig in een bepaalde richting: het virus is weidser verspreid dan oorspronkelijk gedacht; beduidend minder dodelijk voor mensen onder de 60; en vooral gevaarlijk voor ouderen boven de 70 met ‘onderliggende aandoeningen’.

De maatregelen zijn vooral nodig ter bescherming van ouderen met een zwakke gesteldheid

Op basis van de internationale statistiek mogen we behoedzaam concluderen dat twintigers, dertigers en veertigers zich over hun eigen gezondheid, en die van hun kinderen, niet zo’n zorgen hoeven te maken. Maatregelen zijn – statistisch gezien – vooral nodig ter bescherming van ouderen met een zwakkere gesteldheid.

Beroepsbevolking in quarantaine

Maar juist op dat vlak schort het in Nederland aan een doortastende aanpak. Neem het testbeleid: thuiszorgmedewerkers die over de vloer komen bij zieken en ouderen werden niet getest. Dat was volgens het RIVM ook niet nodig. Jos de Blok, directeur van thuiszorgorganisatie Buurtzorg, noemde dat ‘onvoorstelbaar’ en regelde tests voor zijn eigen personeel. Zijn kritiek droeg eraan bij dat het RIVM op 28 april een aangepaste richtlijn naar buiten bracht. En dan waren er de verpleeghuizen, die achteraan stonden bij de verdeling van mondkapjes, terwijl juist daar de meeste dodelijke slachtoffers te betreuren zijn. In sommige verpleeghuizen zitten besmette bewoners gewoon tussen de anderen aan de ontbijttafel. 

De corona-uitbraak is de eerste pandemie in de wereldgeschiedenis waarin niet de zieken, zwakkeren en ouderen in quarantaine zitten, maar de gezonde beroepsbevolking en hun kinderen. De Zweedse epidemioloog Johan Giesecke, adviseur van de Zweedse regering, noemde de basis daarvoor ‘onwetenschappelijk’. Zweden koos als enige land in Europa niet voor een lockdown-uit-voorzorg. 

Er is ook weer felle kritiek op Gieseckes speculaties en de Zweedse aanpak, en het is dan ook te vroeg om harde conclusies te trekken. De toekomst zal uitwijzen of zijn strategie tot significant meer slachtoffers leidt, of juist tot minder omdat een lockdown ook negatieve effecten heeft. Terwijl de ziekenhuisopnames vanwege corona slinken, draait bijvoorbeeld de reguliere zorg op een laag pitje. Artsen vrezen dat andere ziekten hun tol zullen eisen.

De economie, dat zijn wij met zijn allen: de coronacrisis is ook een verdelingsvraagstuk

Was The Great Lockdown in een stadium van onzekerheid – vanuit de stelregel: beter voorkomen dan genezen – te rechtvaardigen, het continueren ervan is niet vanzelfsprekend. De effectiviteit en noodzaak staan overal ter discussie. 

Intussen ligt zo’n 30 procent van de Europese economie stil. Het IMF verwacht voor 2020 een economische krimp van 7,5 procent van het Europese bbp, en een crisis die qua omvang alleen nog te vergelijken zal zijn met die van het interbellum in de 20e eeuw. Het prijskaartje van de maatregelen is enorm. Dat kan niet meer worden genegeerd in de afweging tussen handhaven of versoepelen van het thuisblijfgebod. Uiteindelijk zal iemand de kosten moeten betalen, en dat is geen abstracte materie. De economie, dat zijn wij met zijn allen. De vraag is daarom wie er voor de kosten opdraait. De coronacrisis is ook een verdelingsvraagstuk geworden. 

De steunmaatregelen van de overheid helpen lang niet iedereen. Het is bijvoorbeeld voor tal van kleine ondernemers onhaalbaar om overbruggingskredieten later terug te betalen. Een deel van hen zal onherroepelijk failliet gaan. De Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) biedt even verlichting aan bedrijven met personeel op tijdelijk en flexibele contracten. Maar uitzendkrachten verliezen hun baan, en ook veel zzp’ers komen in de bijstand terecht. Zie in de gig economy maar eens rond te komen als je inkomsten plotsklaps halveren of helemaal opdrogen. Zo bezien eist corona meer slachtoffers dan alleen degenen die getroffen worden door het virus.

Too big to fail

De noodmaatregel is welkom, maar kan niet alle kopzorgen wegnemen bij de ondernemer die zijn geïnvesteerde spaarcenten ziet verdampen, of bij de jongere van wie het tijdelijke contract van zijn eerste baan niet wordt verlengd. Tegelijkertijd biedt hij onbedoeld mogelijkheden voor de graaiers die geen morele rem voelen om aanspraak te maken op de overheidskas, na eerst jarenlang megawinsten te hebben weggesluisd waarover maar minimaal belasting is afgedragen. Follow the Money beschreef vorige week Booking.com; een klassiek gevalletje van privatizing the gains, socializing the losses.

En het verdelingsvraagstuk blijft niet beperkt tot onethisch gebruik van de NOW-regeling. Op 24 april opende de minister van Financiën het nieuwe bail-out-seizoen: de belastingbetaler leent KLM 2 tot 4 miljard euro. Het hoofdargument van Wopke Hoekstra: ‘KLM is van vitaal belang voor de Nederlandse economie en de Nederlandse werkgelegenheid’. 

De minister echoot het verhaal waarmee het kabinet ook de dividendbelasting probeerde af te schaffen

De minister echoot hier het klassieke verhaal waarmee bedrijfslobbyisten het belang van multinationals voor de werkgelegenheid te rooskleurig afschilderen. Het is dezelfde voorstelling van zaken waarmee het kabinet in 2018 bijvoorbeeld ook de afschaffing van de dividendbelasting probeerde door te drukken, en die wordt gebruikt als rechtvaardiging voor allerlei fiscale deals waarmee Nederland de belastinginkomsten van andere Europese landen ondermijnt

De steunoperaties ogen, op zijn zachtst gezegd, willekeurig. Mise en Place, het grootste horeca-uitzendbureau van Nederland, vroeg bijvoorbeeld in april faillissement aan. Daar werkten ook 400 vaste medewerkers en 9500 uitzendkrachten, maar hun banen redt Hoekstra niet. De echte motor van de Nederlandse economie is nog altijd het midden- en kleinbedrijf, met een aandeel van meer dan 60 procent. En het mkb hapert net zo goed door de lockdown. Kapperszaken, kroegen en winkels zijn dicht, of draaien een fractie van hun omzet. Via de NOW-regeling worden de loonkosten gedekt, maar de vaste lasten lopen – net als bij KLM – grotendeels door.

Drogredenering

Het grootste mankement aan de onderbouwing van de staatssteun voor KLM is de drogredenering dat de luchtvaartmaatschappij in zijn geheel zou verdwijnen als de overheid niet bijspringt. Sinds juni 2019 kent de Europese Unie een richtlijn die ervoor moet zorgen dat ‘levensvatbare bedrijven in stresssituaties gered kunnen worden en failliete personen een tweede kans krijgen.’ De richtlijn is speciaal opgesteld om ‘de focus te verleggen van het liquideren van eigendommen’ naar: ‘het helpen van bedrijven om financiële problemen te boven te komen, terwijl het recht van crediteuren om hun geld terug te krijgen beschermd wordt.’ 


EU Science Hub

"Zombie-bedrijven drukken de groei van andere, meer levende bedrijven uit de markt"

Hoewel Europese regelgeving dus alternatieve opties biedt om bedrijven als Air France-KLM te redden, trekt de regering – zonder dat hier enig parlementair debat aan voorafging – de portemonnee. De Nederlandse belastingbetaler mag 2 tot 4 miljard ophoesten – en de Franse 7 miljard – voor leningen aan een bedrijf dat momenteel op de beurs niet meer waard is dan 2 miljard. Voor dat bedrag krijgen ‘we’ geen aandelen terug die recht geven op winstuitkering in goede tijden. 

Hoekstra en de zijnen presenteren die deal vervolgens alsof het de enige, en dus onvermijdelijke optie was. Over wie het meest zijn gebaat bij deze redding wordt onderwijl niet gesproken: de aandeelhouders, crediteuren en leveranciers van Air France-KLM. Volgens de regels van het kapitalisme zijn zij de eersten die hun verlies moeten nemen. Maar nu staat de overheid al garant. Hoe zouden zij de noodzaak moeten voelen om ook een deel van de pijn te dragen? Van de huidige kredietverstrekkers aan KLM wordt – voor zover nu bekend – bijvoorbeeld niet gevraagd om een deel van de leningen kwijt te schelden of om te zetten in aandelen, waardoor ze zouden moeten afzien van vaste rente-inkomsten.

Redden van zombies

Hoogleraar Arnoud Boot zei over de steunoperatie in het NRC Handelsblad: ‘De kans is groot dat we jarenlang minder gaan vliegen. Als de overheid probeert KLM in de huidige omvang in stand te houden, dan ben je bedrijfseconomisch inefficiënt bezig. Een levensvatbaar bedrijf zal moeten krimpen voordat het weer verder kan groeien.’ 

Er zijn goede economische redenen om terughoudend te zijn met bail-outs

Die uitspraak sluit aan op de resultaten van een wetenschappelijk onderzoek naar ‘zombie-bedrijven’, dat werd uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie. De zombies zijn bedrijven die hun schulden niet terug kunnen betalen, maar toch in leven worden gehouden. De onderzoekers concluderen dat ze ‘de groei van andere, meer “levende bedrijven” uit de markt drukken’ en zo bijdragen aan ‘een ongezonde investeringsdynamiek’.

Er zijn dus goede economische redenen om terughoudend te zijn met bail-outs: de samenleving is er op lange termijn niet altijd bij gebaat. De vraag is of dat algemene belang voldoende meeweegt in de keuze om bedrijven wel of niet te redden: het kabinet trok op 30 april ook 377 miljoen euro uit om scheepsbouwer Royal IHC overeind te houden, terwijl het bedrijf al voor de corona-uitbraak in de problemen zat. 

Ook centrale banken voeren beleid dat, hoe je het ook wendt of keert, grote ondernemingen bevoordeelt ten opzichte van het mkb. ‘Wanneer de economie uit de Covid-crisis komt met meer grote bedrijven, die sterker en gezonder zijn, terwijl kleine innovatieve bedrijven zijn weggevaagd, treft de Federal Reserve een deel van de blaam,’ zei hoogleraar Kathryn Judge van de Columbia University Law School in de Financial Times. 

Net als de Amerikaanse centrale bank maakt de Europese Centrale Bank (ECB) zich schuldig aan het steunen van multinationals. FTM onthulde vorige week hoe de ECB leningen verstrekt aan concerns als Shell, British American Tobacco en Louis Vuitton Moët Hennessy (LVMH). Een deel van dat geld wordt de komende maanden doorgesluisd naar de aandeelhouders van die bedrijven, onder wie Bernard Arnault, de op twee na rijkste man van de wereld.

Onder aandeelhouders is één groep sterk vertegenwoordigd: ouderen met vermogen

De aandeelhouders en kredietverstrekkers van grote bedrijven profiteren dus van steun via regeringen en centrale banken. Maar wie zijn dat? Het is onzin om van ‘de aandeelhouder’ een karikatuur te maken, alsof het allemaal rijke miljardairs zijn, zoals Arnault. Toch hebben aandeelhouders wel degelijk enkele generieke kenmerken. Het zijn mensen met genoeg geld om te investeren – en daarin is één groep sterk vertegenwoordigd: ouderen met vermogen. Dat zijn niet alleen rijke beleggers, maar ook gewone burgers met een oudedagsvoorziening bij een pensioenfonds dat belegt in aandelen en vooral in obligatieleningen aan staten en grote bedrijven.

*Bovenstaande grafiek is samengesteld door data-analist Jeroen Wijnen op basis van de portfoliogegevens van de grootste pensioenfondsen van Nederland. 

Een aantal van de grootste pensioenfondsen verkeert in een lastige situatie. Ze hebben in het verleden een groot deel van de renterisico’s niet afgedekt, waardoor hun pensioenpot in de nieuwe werkelijkheid (lage rentes) niet groot genoeg is om te voldoen aan hun verplichtingen: de pensioenuitkeringen nu en in de toekomst. De pensioenbeloftes zijn dus grotendeels geijkt op veel hogere rendementen. De fondsen kunnen die alleen nog proberen waar te maken door meer te beleggen in categorieën met een hoger risico

Onder politieke druk verlaagde Wouter Koolmees, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, vorig jaar de ondergrens voor de dekkingsgraad van de pensioenpotten van 100 naar 90 procent. Fondsen hoeven daardoor voor elke euro die aan (toekomstige) gepensioneerden is beloofd nog maar 90 cent in kas hebben. Zonder deze ingreep hadden 27 fondsen – met in totaal 7,8 miljoen deelnemers – al in 2019 de pensioenuitkeringen moeten verlagen. 

Maar door de coronacrisis is de dekkingsgraad van enkele grote pensioenfondsen nu nog veel verder omlaag gegaan, tot ver onder de 90 procent. Hoe onrechtvaardig het ook is om toegezegde uitkeringen in te perken, als de fondsen opnieuw niet korten, wordt de ellende vooruit geschoven. Naar volgende generaties gepensioneerden, mensen die nu nog werken maar óók al geld hebben ingelegd. Hoe meer er nu wordt uitgekeerd, hoe minder er resteert om in de toekomst te verdelen.

Ongeboren generaties

Inmiddels loopt het begrotingstekort van Nederland dit jaar op tot 92 miljard. Andere Europese landen krijgen waarschijnlijk nog grotere tekorten voor hun kiezen. Minister Hoekstra weigert het politieke taboe te doorbreken op ‘monetaire financiering’, het aanzwengelen van de geldpers om de crisismaatregelen rechtstreeks te betalen. Als dat taboe blijft bestaan, is er nog maar één manier om tekorten op de begroting te financieren: met een groeiende staatsschuld die weer moet worden gefinancierd met het uitgeven van nieuwe obligatieleningen. 

Het paradoxale is dat dit betekent dat de nu nog ongeboren generaties geld lenen van de vermogenden van vandaag. Van pensioenfondsen en rijke individuen die in staatsleningen investeren, waarmee overheden zich het geld verschaffen voor de noodsteun. Een deel daarvan wordt gebruikt om het faillissement te voorkomen van multinationals waarvan diezelfde rijke individuen en pensioenfondsen weer aandeel- en/of obligatiehouder zijn. Zo profiteert de huidige generatie van bezitters ten koste van toekomstige belastingbetalers. 

Hoogleraren economie Bas Jacobs en Coen Teulings zeggen dat ‘de staatsschuld het laatste is waar we ons nu druk om moeten maken’. Zij benadrukken dat Nederland nu immers tegen negatieve rentes kan lenen. Een eenzijdige focus op de hoogte van de staatsschuld zou inderdaad een grote fout zijn, zeker wanneer de economie aan een zijden draadje bungelt. Maar Jacobs en Teulings gaan voorbij aan de visie op begrotingsbeleid waarmee Hoekstra (CDA) – maar ook zijn voorganger Jeroen Dijsselbloem (PvdA) – in Europa hebben huisgehouden. Hun bezuinigingsdoctrine leidde tot grote schade aan economieën in Zuid-Europa – wat op lange termijn ook slecht is voor Noord-Europa. In de eurozone zijn noord en zuid van elkaar afhankelijk en de financiële belangen zijn door de muntunie haast onlosmakelijk met elkaar verweven.

De focus op multinationals verlengt de financiële adem van niet-duurzame bedrijven 

Hoekstra breekt nu met het beleid van publieke spaarzaamheid. Maar hij sluit niet uit dat oplopende staatsschulden – nu getolereerd om bijvoorbeeld Air France-KLM te redden – in de toekomst een reden kunnen zijn voor bezuinigingen op sociale zekerheden, onderwijs, zorg en cultuur. In dat licht gezien, wordt de pijn van een stilliggende economie in het heden niet alleen gevoeld door de huidige ondernemer en de flexwerker die zijn baan verliest. Want als hierna de bezuinigingsdoctrine nieuw leven wordt ingeblazen, zullen toekomstige generaties het moeten doen met aanzienlijk versoberde economische en sociale mogelijkheden.

Energietransitie

En daar blijft het niet bij. De focus op een Koninklijk icoon als KLM en de goedkope ECB-leningen aan multinationals als Shell, verlengen de financiële adem van bedrijven die niet bepaald koploper zijn in duurzaamheid. De groei van innovatieve uitdagers, die wel bijdragen aan de energietransitie, wordt daarmee beknot. Zo vergroot de aanpak van de coronacrisis het risico op een volgende crisis, veroorzaakt door klimaatverandering. Opnieuw een onbedoeld neveneffect waarvoor onze jongeren – en hun kinderen – gaan betalen. 

Corona eist zo zijn tol op een wel heel onnatuurlijke wijze. De generatie die het meest van het virus te vrezen heeft, wordt ontzien dankzij de lockdown. De werkenden en hun kinderen zijn daarin solidair. Op financieel vlak is solidariteit echter ver te zoeken: De rekening voor de crisisaanpak wordt doorgeschoven naar jongere generaties die hier zelf geen enkele zeggenschap in hebben.

Thomas Bollen
Thomas Bollen
Onderzoekt als financieel econoom de 'economische religie' om nuttige inzichten van dogma's te scheiden.
Gevolgd door 5542 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren