Minister Hennis van Defensie verzekert ons dat de vervanging van de F-16 niet ten koste gaat van de rest van de krijgsmacht. Jeanine ziet ze vliegen.

    ‘De tijd vliegt’. Onder die noemer viert de Koninklijke Luchtmacht dit jaar 100 jaar militaire luchtvaart. En hoe! In een zesdelige documentaire op National Geographic wordt teruggekeken op de afgelopen eeuw van de Nederlandse Luchtmacht. Couturier Mart Visser ontwierp nieuwe uniformen, waarbij hij ‘luchtmachtblauw koos als basiskleur voor het hele tenue’. En als klap op de vuurpijl kon het publiek tijdens de Luchtmachtdagen op de foto met het cadeau dat de toekomst van de Koninklijke Luchtmacht veiligstelt: De JSF. Feest dus voor de Top Guns. De kater van dit Luchtmachtfeest is voor de overige krijgsmachtdelen.

    Duurder dan F-16

    Terwijl de Luchtmacht zich verlekkert over de grootste wapenaankoop uit de Nederlandse historie moet de krijgsmacht zich schikken in de grootste bezuinigingsslag ooit. Volgens onze minister ‘krijgen de bezuinigingen bij defensie nu een gezicht’, doelende op de eerder geplande bezuinigingen van een miljard euro. Materieel zoals de Leopard tank is al niet meer in gebruik, maar de echte klappen onder het personeel moeten nog vallen. Vorige week werd bovendien duidelijk dat defensie nog eens 333 miljoen euro extra moet snoeien. De minister van defensie spreekt geruststellende woorden. In Hoofdlijnen toekomstnota gericht aan de Tweede Kamer verzekert ze dat de vervanging van de F-16 niet ten koste gaat van andere capaciteiten van de krijgsmacht.
    Maar het is zeer de vraag of de minister dat waar kan maken, want niet alleen de aanschafkosten zijn in nevelen gehuld. Ook over de toekomstige gebruikskosten bestaat veel onzekerheid. Toen de eerste politieke beslissingen vielen in het ontwikkel-, test- en aanschafproces van de JSF waren de gebruikskosten per vlieguur nog maar 9.145 dollar. Nu kost een uur vliegen ruim drie keer zo veel, 31.923 dollar. In den beginne van het verkoopproces van de JSF was de scherpgelijnde jager ook nog goedkoper in gebruik dan de F-16, die 12.036 dollar per uur kostte. Nu blijkt de F-16 goedkoper dan de JSF, maar houdt zij haar waarschijnlijke vervanger qua operationele kosten in het vizier.
    Hoe kan dit? Toen de Nederlandse regering zich begin deze eeuw committeerde aan de JSF zou het onderhoud van deze moderne straaljager nog goedkoper zijn dan de te vervangen F-16. Tien jaar later zijn de onderhoudskosten van zowel de moderne als de verouderde straaljager de lucht ingeschoten. Voor antwoorden moeten we zijn bij de projectleider van de JSF, het Joint F-35 Lightning II Program Office (JPO) en bij Lockheed Martin, de producent van de JSF én F-16. Lockheed Martin liet weten even over de vragen na te moeten denken. Al vrij snel was het antwoord dat we bij het JPO moesten zijn.
    Joe DellaVedova, de Public Affairs Director van het JPO, vertelt Follow the Money dat zij er alles aan doen om de kosten in het JSF-project in bedwang te houden. Ze zetten zelfs in op verlaging van de kosten: ‘The program continues to make progress toward reducing the program’s sustainment costs’. Zijn baas Christopher Bogdan vertelde onder andere in Nieuwsuur een vergelijkbaar verhaal. Ze draaien de duimschroeven bij producent Lockheed Martin aan, want de kosten moeten echt omlaag. Zelfs de Amerikaanse minister van defensie Chuck Hagel, de (grootste) opdrachtgever in het JSF programma, ziet licht aan de horizon, na positief nieuws over de JSF. In 2011 vond het Pentagon de JSF nog ‘onbetaalbaar’.

    Manipulatie Lockheed Martin?

    Maar waarom en hoe de gebruikskosten zo’n vlucht nemen, zegt DellaVedova liever telefonisch te willen bespreken. Op een middernachtelijke gemiste oproep uit de Verenigde Staten na is het daar niet van gekomen. Per mail geeft DellaVedova aan dat het JPO in de herfst van dit jaar met nieuwe cijfers komt.
    Boze vingers wijzen naar Lockheed Martin, de producent van zowel de F-16 als de JSF. ‘Lockheed Martin heeft de onderhoudskosten van de F-16 verhoogd,’ stelt de kritische JSF-expert Johan Boeder aan FTM over de producent die de cijfers aanlevert. ‘Hierdoor is de JSF verhoudingsgewijs minder duur in onderhoud. Slechts tien procent duurder dan de F-16, waardoor de JSF op  het oog niet zo duur is, maar dat in werkelijkheid wel is’. Zo duur zelfs dat de JSF volgens Boeder een ‘molensteen om de nek van defensie wordt’. Deze kosten zijn de parameters waar defensie de komende 40 jaar aan vast zit.
    Misleidend en meer gebaseerd op gehoopte dan daadwerkelijke onderhoudskosten, zo vertelt de Amerikaanse JSF-volger Winslow Wheeler van het Programme on Government Oversight (POGO) aan FTM over de cijfers. ‘Delusionary wishful thinking’. Volgens Wheeler zitten kostenverlagingen zoals het JPO voor ogen heeft er niet in, de aanschaf- en onderhoudskosten van de JSF gaan nóg verder omhoog. Onze minister van defensie moet dus varen op informatie die onzeker is en waar een luchtje aan lijkt te zitten.

    'De Vliegende Interventiemacht'

    Hoe ziet een krijgsmacht met de JSF eruit? Met de aanschaf van de JSF verschuift het zwaartepunt van de Nederlandse krijgsmacht richting de Luchtmacht. Instituut Clingendael schetst in haar visie op de Nederlandse krijgsmacht vier typen krijgsmacht voor de toekomst. Hoogstwaarschijnlijk heeft de minister van defensie het rapport wel gelezen, maar dat blijkt niet uit haar belofte dat de aanschaf van de JSF geen consequenties heeft voor andere ‘capaciteiten’. Binnen het huidige defensiebudget is er volgens Clingendael slechts in één type krijgsmacht plek voor de JSF: ‘De Vliegende Interventiemacht’. Keuze voor een dergelijke krijgsmacht heeft volgens de onderzoekers van de denktank consequenties voor de Koninklijke Landmacht en Koninklijke Marine. In de visie van Clingendael verdwijnen de gemechaniseerde brigades van de Landmacht, dat daarnaast onder andere genie- en medische capaciteiten verloren ziet gaan. Bij de Marine gaat een streep door de onderzeedienst en de M-fregatten. Voor nationale taken ter land en ter zee heeft de ‘Vliegende Interventiemacht’ minder capaciteit.
    In de herfst komt onze minister van defensie met haar besluit over de vervanging van de F-16, maar de aanschaf van de JSF lijkt al jaren onafwendbaar. In de eerder genoemde Hoofdlijnen Toekomstnota trekt de minister de strik van het cadeau aan de Luchtmacht verder los. Er staat niet letterlijk dat er is gekozen voor JSF, maar wel geeft het de Nederlandse ambitie dat de krijgsmacht op alle geweldsniveaus  inzetbaar moet zijn. De concurrenten van de JSF vallen hierdoor af, die stuk voor stuk goedkoper in gebruik zijn.
    De JSF moet al gauw veertig jaar meekunnen, waardoor het bestaansrecht van de Koninklijke Luchtmacht wordt veilig gesteld. De festiviteiten rond het 100-jarig bestaan vinden nog het hele jaar plaats. De Top Guns hoeven hun roes niet uit te slapen. De kater is voor de rest van de krijgsmacht.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Krijn Schramade

    Gevolgd door 240 leden

    Krijn Schramade (1980) krijgt een jaar na de val van Lehman Brothers (2008) de tegenwoordigheid van geest om zijn veilige lev...

    Volg Krijn Schramade
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    JSF

    Gevolgd door 133 leden

    De Joint Strike Fighter (JSF) is als een black box. Het is onduidelijk wat de beoogde vervanger van onze F-16's gaat kosten. ...

    Volg dossier