David Sassoli, voorzitter van het Europees Parlement, houdt een persconferentie over het akkoord over de meerjarenbegroting voor 2021-2027. Brussel, 11 november 2020
© DAINA LE LARDIC/European Union 2020/EP

Opgelet boeren en wetenschappers aan de TU Delft! Het Europees Parlement bereikte met EU-voorzitter Duitsland een akkoord over de nieuwe meerjarenbegroting van de Europese Unie. Vooral de Nederlandse landbouw en onderzoeksinstellingen kunnen ervan profiteren.

Nederland kan de komende zeven jaar rekenen op 6,8 miljard euro uit de EU-begroting, en zelfs aanspraak maken op miljarden meer – als het tenminste met goede projectvoorstellen komt. 

Alleen Viktor Orbán kan het nog even spannend maken voor de Nederlandse agrarische sector en universiteiten, maar verder lijkt het erop dat boeren nog zeven jaar kunnen rekenen op inkomenssteun uit Brussel, en dat het Europese wetenschapsprogramma toch nog wat wordt uitgebreid. Onderhandelaars van het Europees Parlement bereikten dinsdagavond met Duitsland een akkoord over de begroting voor de periode 2021-2027.

Hè, we hadden afgelopen zomer toch al een akkoord? Dat klopt, premier Mark Rutte en zijn collega-leiders kwamen in juli, na een dagenlange EU-top, tot een politieke deal over de meerjarenbegroting én over een nieuw economische herstelfonds om de klappen van de coronacrisis op te vangen.

De meerjarenbegroting heeft echter ook van het Europees Parlement goedkeuring nodig, en dat was er niet tevreden mee. Vooral ‘moderne’ begrotingsitems als wetenschap, studenten en gezondheid kregen te weinig geld. Na tien weken onderhandelen en elf gespreksrondes is er dan nu een deal.

Roet in het eten

Zoals vaker in de EU is dit formeel gezien een tussenstap: het Parlement moet in plenaire zitting nog akkoord gaan, en ook de lidstaten moeten in de Raad van de EU – waarvan Duitsland momenteel voorzitter is – hun fiat geven. 

En Hongarije kan nog roet in het eten gooien. Viktor Orbán toonde zich erg ontevreden met het resultaat van onderhandelingen over gerelateerde – maar formeel losstaande – afspraken over het inhouden van EU-geld als een lidstaat de rechtsstaat niet respecteert. De Hongaarse premier dreigt met een veto alles wat te maken heeft met de EU-begroting en het herstelfonds te laten klappen. 

Ervan uitgaande dat Orbán bluft, en dat de EU-instellingen het onderhandelingsresultaat van dinsdag bekrachtigen, wat betekent deze deal dan voor Nederland?

Het was tijdens de EU-top Ruttes hoogste prioriteit: Nederlands bijdrage aan de EU mocht niet veel groter worden. Hij kan opgelucht ademhalen. De deal met het Europees Parlement verandert weinig ten opzichte van de afspraken op de EU-top over de omvang van het budget: een zevenjarige begroting van 1.074,3 miljard, flink minder dan de 1.324 miljard die het Europees Parlement in 2018 nog vroeg.

Het in juli afgesproken begrotingsplafond zal niet worden gewijzigd, aldus de Raad van de EU in een persbericht. Dat betekent dat de afdrachten van Nederland aan de EU niet veranderen. Nederland is al jaren nettobetaler en zal dat ook de komende zeven jaar blijven.

Toch heeft het Europees Parlement iets weten aan te passen aan het moeizaam verkregen zomerse compromis tussen de regeringsleiders. Dat lukte door iets te veranderen aan de bestemming van boetes die de Europese Commissie int bij bedrijven die de mededingingsregels overtreden.

Nu is het zo dat wanneer de Commissie boetes int, lidstaten daarvan profiteren. Ze krijgen de boetes niet op hun rekening gestort, maar hoeven evenredig minder bij te dragen aan de EU-begroting. Stel dat de Commissie in een jaar 2 miljard euro aan boetes incasseert, dan wordt de bijdrage van lidstaten 2 miljard minder. De afspraak is nu dat maximaal 11 miljard aan boete-inkomsten niet meer ‘terug’ gaat naar de lidstaten, maar via de EU-begroting naar de ‘moderne’ programma’s vloeit.

Dossier: EU-geld in Nederland

Lees verder Inklappen
Inschrijven

Of die 11 miljard in zeven jaar daadwerkelijk wordt geïnd en hoe het in de praktijk gaat werken, is overigens nog maar de vraag. De opbrengst aan sancties fluctueert flink: in 2012 legde de Commissie bijna 2 miljard aan boetes op, in 2015 slechts 364 miljoen. Een andere onzekere factor is het Hof van Justitie, dat opgelegde boetes achteraf ongeldig kan verklaren. Een beroepszaak kan wel acht jaar duren. In het financiële jaarverslag over 2015 zei de Commissie dan ook dat voorlopige boetes daarom niet moeten worden ingeboekt totdat duidelijk is dat een gesanctioneerd bedrijf niet in beroep gaat, of zeker is dat het Hof van Justitie de boete staande houdt.

Samen met enkele andere verschuivingen in de begroting komt het totaal vrijgemaakte bedrag uit op 15 miljard, dat wordt verdeeld over de ‘modernere’ programma’s waarin de EU-leiders in juli juist hadden gesneden. Vooral het nieuwe gezondheidsprogramma EU4Health krijgt een kontje: van 1,7 miljard naar 5,1 miljard euro. Ook wetenschap en innovatie profiteren (van 80,9 miljard naar 84,9 miljard) en het studentenuitwisselingsprogramma Erasmus+ (van 21,2 miljard naar 23,4 miljard). 

De meeste van deze programmagelden worden niet van tevoren onder de lidstaten verdeeld. Het is dus nog niet te zeggen hoeveel Nederland ervan krijgt: dat hangt af van individuele projectaanvragen.

Wel weten we dat Nederland relatief goed ‘scoort’ in het wetenschapsprogramma Horizon2020. Nederlandse onderzoeksinstellingen en universiteiten kregen in de huidige begrotingsperiode 4,5 miljard euro, oftewel 8,5 procent van het totaal. Daarmee profiteert Nederland ruim bovengemiddeld, of je het nu afzet tegen bevolkingsgrootte of onze bijdrage aan de EU. Vooral de TU Delft haalde een groot aandeel binnen: 275 miljoen euro.

Als onze onderzoeks- en onderwijsinstellingen net zo succesvol blijven, kan Nederland dus jaarlijks een miljard aan wetenschapssubsidies verwachten. 

Misschien zelfs meer. Wetenschappelijke instellingen in het Verenigd Koninkrijk ontvingen de afgelopen jaren ruim 13 procent van het Horizon2020-budget. Als de Britten vanaf volgend jaar niet mee mogen doen, komt dat (theoretische) deel beschikbaar voor andere EU-landen, waaronder Nederland. Op basis van een bierviltjesberekening zou Nederland bij een harde Brexit kunnen rekenen op ongeveer een miljard euro extra, verspreid over zeven jaar.

Ook het geld van de andere programma’s waar dinsdag wat bijkwam, wordt verdeeld op basis van specifieke subsidieaanvragen en niet met een vaste verdeelsleutel per lidstaat.

Een belangrijk deel van de EU-begroting wordt echter wél vooraf onder lidstaten verdeeld: en voor Nederland zijn landbouwsubsidies nog altijd een substantiële inkomstenpost.

De Europese Commissie berekende onlangs alvast hoe het landbouwgeld wordt verdeeld. Nederlandse landbouwbedrijven krijgen de komende zeven jaar jaarlijks 717 miljoen euro inkomenssteun. Die steun is onder meer afhankelijk van het aantal hectare landbouwgrond van een boer. Hoe meer grond, hoe meer geld, dus. Een nivelleringsplan om lidstaten te verplichten een maximum te stellen aan de inkomenssteun per boerenbedrijf, strandde op de EU-top in juli.

De komende zeven jaar komen er ook opnieuw subsidies voor projecten die moeten bijdragen aan de ‘ontwikkeling van het platteland’. Nederland zal hiervoor jaarlijks 73 miljoen uit de EU-begroting mogen verdelen.

Dan zijn er nog de subsidies voor ‘regionale ontwikkeling’. Hoewel het grootste deel daarvan onder de noemer ‘cohesie’ naar de armste regio’s van Europa gaat, krijgt ook Nederland nog altijd geld uit die regiofondsen – ondanks dat het voor Rutte niet had gehoeven.

Nederland kan in zeven jaar tijd 506 miljoen euro verdelen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Daarnaast krijgt het voor werkgelegenheidsprojecten 414 miljoen euro uit het Europees Sociaal Fonds. Tot slot is voor Nederland een bedrag van 373 miljoen euro voor samenwerkingsprogramma’s in grensgebieden met andere lidstaten (het zogeheten Interregprogramma).

Boekhoudersbril

Een overzicht van inkomsten en uitgaven is ontoereikend om een afweging te maken van de voor- en nadelen van het EU-lidmaatschap. Daarmee mis je bijvoorbeeld de opbrengsten van de toegang tot een enorme markt. Maar Nederland kijkt nu eenmaal graag met een boekhoudersbril naar Europese samenwerking en de regering benadrukt al jaren vooral een nadeel: dat Nederland nettobetaler is, en meer afdraagt dan het via subsidies binnenkrijgt. 

Met de boekhoudersbril op is wat de Europarlementariërs dinsdag voor elkaar kregen gunstig, mits Nederlanders nu hun best gaan doen om zich in te schrijven op de fondsen zodra die beschikbaar komen. Dat laatste is niet automatisch gegarandeerd. 

Zo bleek in de week voor de EU-top – toen Rutte zo hamerde op ‘niet meer betalen aan Brussel’ – dat Nederland een van de weinige lidstaten is die geen moeite deed om een deel van de kosten van de coronapandemie te declareren bij het Europees Solidariteitsfonds. Voor een regering die een politiek punt maakt van (te veel) betalen aan de EU, valt er de komende jaren nog genoeg te halen.

Peter Teffer
Peter Teffer
Onderzoekt voor FTM hoe EU-geld in Nederland wordt besteed.
Gevolgd door 539 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren