AMSTERDAM - Een zwaar beladen dekschuit met vers hooi, wordt door twee vrouwelijke familieleden van de schipper, voortgetrokken door de Kostverlorenvaart aan de Baarsjesweg in Amsterdam West. Foto door J.D. Noske.
© ANP Historisch Archief

Beste vrouw: meer verdienen is een keuze (voor onafhankelijkheid)

  • Gold dat niet alleen voor ambtenaren?

Bijna 62 jaar zijn vrouwen in Nederland volgens de wet in staat om hun eigen beslissingen te nemen. Maar zijn ze anno 2018 ook financieel onafhankelijk? Een vooruitblik op de aflevering van Kasboekje van Nederland, vanavond op NPO2.

Vijf jaar geleden ging ik scheiden. Mijn man en ik hadden op papier een goed leven: we hadden een mooi huis in Nederland, een tweede huis in Frankrijk, twee auto's, we hadden geld en zekerheid en een baby. Alle kaarten waren geschud voor een lang en gelukkig gezinsleven. Alleen de praktijk werkte niet zo mee.

Ons goede leven betekende dat hij vaak tot diep in de nacht moest doorwerken en ik alleen in dat mooie huis voor ons lieve nageslacht aan het zorgen was. Het betekende ook dat er veel stress was — als je van alles twee hebt, dan moet er ook dubbel zo veel geld verdiend worden. En waar veel stress is, enfin, ik hoef die andere 33+ procent gescheiden Nederlanders niet te vertellen hoe een modern huwelijk ten onder kan gaan. Dat is niet waar dit stuk over gaat. 

Waar het wel over gaat, is geld. Want met de scheiding ontdekte ik twee dingen. Eén: een scheiding is vervelend. Don't try this at home. Twee: ik was lang niet de geëmancipeerde vrouw die ik dacht dat ik was. Ik was financieel afhankelijk van een man, die mijn man niet meer was. Niet alleen paniek maakte zich van mij meester, maar ook schaamte. We waren toch geëmancipeerd, wij moderne vrouwen?

Emancipatie in Nederland

Inmiddels weet ik dat heel veel vrouwen in Nederland niet financieel onafhankelijk zijn. Niet voor niets staat economische zelfstandigheid van vrouwen hoog op de kaart van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verantwoordelijk voor de emancipatie in Nederland. Dat staat het al sinds 1985. Er is in die tijd veel gebeurd, maar veel verbetering heeft het niet gebracht. De helft van alle Nederlandse vrouwen staat financieel niet op eigen benen, zo blijkt uit onderzoek van het CBS. 

Het CBS maakt daarbij onderscheid tussen financiële onafhankelijkheid (kunnen rondkomen van een eigen inkomen) en economische zelfstandigheid (een inkomen boven bijstandsniveau hebben). Van de Nederlandse vrouwen tot 65 jaar was in 2014 slechts 50,7 procent financieel onafhankelijk, en 48,4 procent economisch zelfstandig. Ter vergelijking: voor mannen tot 65 jaar waren die percentages respectievelijk 71,6 en 65,7. Nog altijd lijken vrouwen dus significant minder dan mannen doordrongen van de noodzaak de eigen broek op te houden. 

Die noodzaak is er wel. Want de tijd dat een huwelijk garant stond voor brood en bed tot de dood ons scheidt, is al geruime tijd voorbij. Het huwelijk is sinds een decennium of drie, vier een liefdesaangelegenheid, en dat betekent dat het veelal ontbonden wordt als er van liefde geen sprake meer is. En dat is nogal eens: één op de drie huwelijken eindigt in een scheiding.

En na die scheiding, je raadt het al, zijn het vrouwen die er bekaaid vanaf komen. Een groot percentage eenoudergezinnen, meestal alleenstaande vrouwen met kinderen, leeft onder de armoedegrens. Een groot deel van de alleenstaande vrouwen belandt in de bijstand. Deze cijfers zijn al jaren min of meer hetzelfde, ook al zijn beduidend meer vrouwen gaan werken sinds ze wettelijk niet meer zijn veroordeeld tot het aanrecht. 

Schat, mag ik een stofzuiger kopen?

Dat laatste is nog niet zo gek lang: zo'n generatie of twee geleden werden vrouwen nog wettelijk ontslagen zodra ze in het huwelijk traden. Deze wet werd pas op 14 juni 1956 afgeschaft — mijn moeder was toen 5, en haar moeder was weer een talentvolle pianolerares die haar carrière aan de wilgen moest hangen op de dag dat ze haar man trouwde. 

"De man kan moeilijk de hele dag thuisblijven om bakker en melkboer te betalen"

Tegelijkertijd werd ook de Wet Handelingsonbekwaamheid afgeschaft: vrouwen mochten voortaan werken, een bankrekening openen en zonder toestemming van vader de man op reis. Precies: dat betekende dat mijn oma vóór die datum nog aan mijn opa om geld en toestemming moest vragen om kleren te kopen, of een stofzuiger. Ook kon ze geen verzekering afsluiten of geld van de bank halen. Vrouwen heetten 'handelingsonbekwaam' — dit in tegenstelling tot de man.

Het enige waar een vrouw wél bekwaam voor werd geacht, naast de bevrediging van 's mans lusten, was het doen van huishouden en boodschappen. Hiertoe kreeg ze huishoudgeld, waarvoor ze haar hand kon ophouden bij de man des huizes. Want, zo schreef het progressieve tijdschrift Vrij Nederland in 1949 nog: ‘De man kan moeilijk de hele dag thuisblijven om bakker en melkboer te betalen’. 

De vrouw wel, en dat bleef ze ook na juni 1956 vaak nog. Dat zal allicht te maken hebben met het feit dat nog tot 1971 in het wetboek bleef staan dat de man het 'hoofd van de echtvereniging' was en de vrouw aan hem 'gehoorzaamheid was verschuldigd'. Die man stond er natuurlijk niet om te springen om de status quo te veranderen, waarom zou hij. En die vrouw, tja, er moest toch iemand thuis zijn om de bakker en melkboer te betalen.

Je kunt een vrouw wel uit het wetboek halen, maar hoe haal je het wetboek uit een vrouw?

Je verdiende loon

Dat is nog niet zo makkelijk, blijkt. Afgelopen november publiceerde het World Economic Forum (WEF) de jongste editie van het Global Gender Gap Report, met daarin een ranglijst van landen naar gelijkheid tussen man en vrouw. Slecht nieuws voor Nederland: ons land was zestien plaatsen gekelderd sinds de vorige editie.

Als een belangrijke factor van invloed op deze positie noemt het rapport de arbeidsparticipatie: qua school en hoger onderwijs doen Nederlandse mannen en vrouwen het even goed, maar zodra we de arbeidsmarkt betreden, gaat het mis. Daar blijken mores te regeren die hardnekkiger zijn dan wetten op papier. Zoals regel één: vrouwen verdienen minder dan mannen.

Stichting Loonwijzer doet al sinds 2000 systematisch onderzoek naar de lonen van vrouwen en mannen in 92 landen en stelt in al die landen een loonkloof vast die zich maar niet laat dichten. Wel is er verbetering te zien, ook in Nederland: volgens de laatste CBS-cijfers, uit 2014, worden de verschillen tussen beloning voor mannen en vrouwen de laatste jaren steeds geringer, zelfs significant minder. ‘Als je kijkt naar begin jaren 90, naar de eeuwwisseling en naar nu,’ zegt Paulien Osse, directeur van Loonwijzer, ‘dan zie je inderdaad dat er wel degelijk wat is veranderd. Dit is te danken aan het feit dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen al heel lang een topic is — dankzij ons onderzoek staat het op de kaart bij de vakbewegingen, bij de EU, global, bij het WEF. Het wordt niet meer afgedaan als gezeik. Het onderwerp staat op de agenda, dat is absoluut een ding dat zeker is. Maar dat betekent niet dat het klaar is; het klimaatprobleem is ook niet opgelost omdat het op de agenda staat. Loonverschillen is een waanzinnig complex fenomeen, dat los je niet even op, zelfs niet in dertig jaar.’

Hiervoor zijn vrouwen deels zelf verantwoordelijk, zegt Osse: ‘Loonverschil heeft te maken met de verschillende keuzes die worden gemaakt door mannen en vrouwen. Als vrouwen iets andere keuzes zouden maken, dan valt er op salarisniveau veel winst voor hen te behalen.’

Een belangrijke daarbij is de keuze van beroep: ‘Vrouwen kiezen voor vrouwenberoepen en mannen voor mannenberoepen,’ zegt Osse. ‘En ook de verdeling tussen sectoren is redelijk vastgeroest, gek genoeg.’ Er zijn wel voorbeelden van beroepsgroepen waarin je een verschuiving ziet: in de juridische wereld en in de medische wereld zie je bijvoorbeeld steeds meer vrouwen werken. Maar ook uit de statistieken blijkt dat er nog altijd beduidend meer mannelijke ingenieurs zijn dan vrouwelijke, en meer vrouwelijke leerkrachten dan mannelijke. En dat is in het nadeel van vrouwen: ‘Die sectoren waar meer mannen zitten, zijn over het algemeen ook de sectoren waar meer geld is,’ zegt Osse. ‘Als er meer geld is, is er ook al een beloningsstructuur waardoor je tredes kunt maken, elke maand of elk halfjaar of jaar iets erbij. In vrouwenberoepen is het veel platter, en dat betekent dat je minder loon krijgt, full stop.’

Werken is geen keuze: het is een middel om de eigen broek op te houden

Die verdeling in sectoren en beroepen is erg hardnekkig, en verklaart volgens Osse een belangrijk deel van het loonverschil: ‘Het grootste loonverschil per uur wordt veroorzaakt door opleiding, sector en beroepskeuze.’ Het is alleen de vraag in hoeverre we het hier over een vrije keuze hebben, zegt ze. ‘Mannen en vrouwen maken veelal stereotype keuzes: keuzes die minder met vrije wil en meer met sekse te maken hebben. Denk aan een opleiding die te combineren is met een gezin, denk aan een beroep dat makkelijk is uit te oefenen in combinatie met een gezin. Denk aan flexibele arbeidstijden en parttime werk.’

Verwende prinsesjes

Dat brengt ons bij ongeschreven regel nummer twee op de arbeidsmarkt: vrouwen werken in deeltijd. Althans in Nederland. Van de bijna 4,5 miljoen werkzame mannen in ons land werkt bijna driekwart voltijds en een kwart in deeltijd. Bij de 3,8 miljoen vrouwen op de arbeidsmarkt is die verhouding andersom.

In het buitenland is die verdeling helemaal niet zo ongelijk, weet Osse. ‘Ook omdat hier de wetgeving erop is ingericht: vrouwen kunnen parttime werken.’ Dat zorgt ervoor dat vrouwen in Nederland bovengemiddeld gelukkig zijn, dat is een gegeven. Maar economisch gezien is het fataal, zegt Osse: ‘Het grote nadeel is dat als ze met pensioen gaan, of hun man loopt weg of zo, dan zijn ze zo arm als ik weet niet hoe. En bovendien maken ze minder snel promotie.’

Het is een discussie die al langer woedt in Nederland, en waarin twee kampen te onderscheiden zijn: het ene kamp zegt dat Nederlandse vrouwen gewoon te weinig ambitie hebben en moedwillig hun financiële onafhankelijkheid om zeep helpen door parttime te werken. Journalist Elma Drayer schreef er in 2010 een boek over en ze gaf het de weinig subtiele titel Verwende prinsesjes. Want dat zijn volgens Drayer de vrouwen uit het andere kamp: de vrouwen die hun parttime banen verdedigen met het argument dat ze als geëmancipeerde vrouwen toch zelf mogen bepalen hoeveel ze werken. Drayer maakt in haar boek korte metten met deze zogenaamde vrijgevochtenheid van de Nederlandse vrouw. Feminisme is niet synoniem aan keuzevrijheid, betoogt ze, althans niet als die inhoudt dat je er als vrouw ook voor kunt kiezen om te moederen in plaats van te werken. Werken is geen keuze: het is een middel om de eigen broek op te houden — en in die zin een verantwoordelijkheid.

"Is het nu de schuld van de vrouwen, van de mannen, of van de arbeidsmarkt?"

Volgens Osse ligt ook dat iets genuanceerder: ‘Ik vind het een lastige vraag: is het nu de schuld van de vrouwen, van de mannen, of van de arbeidsmarkt? Vrouwen kiezen voor parttime omdat ze om hen heen die keuze zien. Het is natuurlijk niet zo dat je niet fulltime kúnt werken — als je wilt, kun je als vrouw de baas van een heel grote tent worden in Nederland. Het is meer: vrouwen voelen een soort sociale druk. Ik heb altijd het schoolplein vermeden, want dat was de plek waar je met goed fatsoen niet mocht werken. “Werk jij vijf dagen?”, hoorde je dan; “God, en hoe doe je dat dan met de kinderen?” Dat was toen zo, en dat is nu nog steeds zo. Dat zie je in andere landen wel wat minder. Wij doen ook onderzoek in India, en dat is bijna een déjà-vu van de jaren vijftig. Dus de omgeving van vrouwen is in Nederland ook gewoon klote. Het zou fijn zijn als meer echtgenoten door hebben dat een financieel zelfstandige vrouw goed is voor man, vrouw, kind en toekomst. Dat betekent aan de keukentafelonderhandeling de vrouw de kans geven, ook al is het uurloon van de man vaak hoger.’ 

Suzan Steeman, arbeidsmarktdeskundige bij vrouwenplatform Women Inc, signaleert ook een traditionele verdeling van werk en zorg tussen mannen en vrouwen in Nederland. ‘Als een stel kinderen krijgt, is het vaak zo dat de man hetzelfde aantal uren of meer gaat werken, en de vrouw minder uren gaat werken of geheel stopt. Uit onderzoek blijkt dat veel vrouwen en mannen werk en zorg het liefst gelijk verdelen, maar in de praktijk gebeurt dit nog weinig.’ Volgens haar is het belangrijk dat we stilstaan bij de redenen waarom stellen bepaalde keuzes maken: ‘Dit heeft onder andere te maken met beeldvorming over traditionele rolpatronen, financiële aannames en kort geboorteverlof voor vaders.’ 

Women on top

Eén ding is zeker: er is een direct verband tussen het in deeltijd werken van de Nederlandse vrouw en haar ondervertegenwoordiging aan de top. Ondanks quota en andere verwoede pogingen van de overheid zijn Nederlandse vrouwen nog altijd weinig te vinden in de top van politiek en bedrijfsleven, blijkt uit de Bedrijvenmonitor Topvrouwen 2017

In deze monitor, die jaarlijks wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van OCW, staan de cijfers over het aandeel vrouwen in de raden van bestuur en raden van commissarissen van grote bedrijven. Het percentage vrouwen in de Nederlandse raden van bestuur en raden van commissarissen van grote bedrijven blijft verontrustend laag: slechts 11,7 procent van de leden van raden van bestuur is een vrouw en voor de raden van commissarissen geldt dit slechts voor 16,2 procent.

 

‘Nederland blijft conservatief ogen en dat is zeer teleurstellend,’ schrijft het begeleidende rapport. Verantwoordelijk minister Ingrid van Engelshoven is wat minder eufemistisch: ‘Om te huilen,’ zei ze in reactie op het onderzoek. 'Ik wil en kan dit niet begrijpen. Een heel groot deel van de bedrijven doet helemaal niets om werk te maken van een evenredige vertegenwoordiging.'

Volgens Suzan Steeman komt stereotypering ook hier om de hoek kijken: ‘De lage representatie van vrouwen aan de top heeft zeker te maken met de scheve verdeling van werk en zorg in Nederland, maar ook de onbewuste bias van werkgevers speelt hierin een grote rol. Door automatische hersenmechanismen gaan je hersenen onbewust op zoek naar iemand die op jou lijkt. Er zitten veel mannen op verantwoordelijke posities en de kans is groot dat zij zich, onbewust, klonen. Daarom is het essentieel dat zij zich bewust zijn van deze bias en die bijsturen.’

Het ministerie van OCW helpt hier graag een handje bij mee: in 2017 is het wettelijk streefcijfer van 30 procent vrouwen in de boardroom verlengd tot 2020. Women Inc helpt ook mee door vrouwen via allerlei campagnes bewust te maken van hun kwetsbare financiële positie, onder andere met de ‘WerkZorgBerekenaar’: een tool die (toekomstige) ouders inzicht moet geven in de financiële gevolgen van de werk-zorgverdeling.

Volgens Steeman is die WerkZorgBerekenaar nodig om bewustzijn te creëren: ‘We zien dat stellen hun keuzes over de verdeling van werk en zorg nu vaak maken op grond van onvolledige financiële informatie. Bijvoorbeeld op basis van financiële aannames als: “de meest verdienende partner kan het best het meest werken” of “minder werken is voordeliger omdat de kinderopvang te duur is”. Maar er zijn allerlei belastingvoordelen, kortingen en toeslagen die meespelen als stellen werk en zorg gelijker verdelen.’

Een pot pindakaas

Bewustzijn lijkt sowieso het toverwoord als het gaat om financiën. Paulien Osse is het daarmee eens: ‘Je financiën op orde hebben moet een soort basic zijn. Maar die krijg je er niet met één berichtje in. Daarom zijn wij er ook al decennia en zijn wij nog steeds belangrijk. Onze issue is: hou dit onderwerp op de agenda. Financiële ongelijkheid en kwetsbaarheid is zo waanzinnig complex en dus niet iets wat je zomaar even oplost. Hier moet je gewoon heel lang aan sleutelen.Als je het mij vraagt is het probleem niet die loonongelijkheid, maar dat vrouwen zich ervan bewust moeten zijn dat ze geld moeten verdienen. En dan maakt het niet zoveel uit of ze nou vijftig cent minder verdienen dan een man, dat is een detail. Het gaat er meer om dat ze proberen zoveel mogelijk uren te maken nu en later, zodat ze niet totaal berooid eindigen.’

Vrouwen moeten zich ervan bewust zijn dat ze geld moeten verdienen

Soms komt dat bewustzijn met de snelheid van een brute scheiding. En dan nog kost het tijd. Na vijf jaar kan ik eindelijk zeggen dat ik mijn kasboekje min of meer op orde heb. Dat heeft me ook bijna al die vijf jaar gekost — ik kwam van ver. Ik verdiende als zelfstandig journalist nog niet de helft van wat ik nu verdien (zonder daar überhaupt veel zicht op te hebben), ik had nog nooit een belastingaangifte gedaan, geen arbeidsongeschiktheidsverzekering en geen pensioen. Niet alleen had ik geen flauw benul van mijn financiële positie, ik kon ook helemaal niet met geld omgaan. Ik wist niet eens wat een halfje bruin of een pot pindakaas kostte, stopte mijn boodschappen blind in de kar en kocht met hetzelfde gemak een paar Isabel Marant-laarzen dat ik niet nodig had. 

Als Elma Drayer me nu zou zien, zou ze trots zijn. Niet alleen draai ik in mijn eentje een omzet die bovengemiddeld heet, ik zit ook nog eens in een broodfonds, ik heb een oudedagvoorziening, en een boekhouder. Ik sta nooit meer rood, heb geen creditcard meer en doe geen uitgaven zonder na te gaan of ik ze echt nodig heb. En ik weet hoeveel mijn brood op de plank kost.

Of nou ja. Er zijn nog steeds zo van die dingen die ik weet en net zo makkelijk weer vergeet — de prijs van een pot pindakaas is er één van. Maar ik weet in elk geval wat een paar Isabel Marant-laarzen kost: een maand lang boterhammen met pindakaas eten.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Maartje Laterveer

Gevolgd door 119 leden

Ex-eindredacteur van FTM, journalist bij het FD, Vrij Nederland en de Volkskrant. Schreef een boek over vrouwen & seks.

Volg Maartje Laterveer
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren