Het keerpunt in de derivatenhandel is bereikt

3 Connecties

Onderwerpen

Derivaten Financiële sector

Organisaties

KPMG
3 Bijdragen

De veroordeling van accountant KPMG in de zaak Vestia markeert volgens Pieter Lakeman het einde van een deel van de derivatenhandel van banken en een nieuwe gezonde trend: aandacht voor claims.

De berisping van Vestia accountant KPMG - op klachten van SOBI, de AFM en n.b. Vestia zelf - heeft behoorlijk wat aandacht getrokken. De Accountantskamer deelde de berisping uit omdat KPMG de rentederivaten van Vestia onvoldoende had gecontroleerd. Deze veroordeling zie ik als het keerpunt in de derivatenhandel waarmee de banken Nederlandse bedrijven en non-profit organisaties de laatste jaren hebben leeggezogen. Deze uitspraak heeft als psychologisch gevolg dat vrijwel het gehele maatschappelijke leven ervan doordrongen is dat de handel in rentederivaten geen normale handel is geweest maar dicht tegen oplichting aanligt.  

Straf is zwaar genoeg

Een berisping is een middelzware straf. Lichtere straffen zijn gegrondverklaring van de klacht zonder maatregel en een waarschuwing. De zwaardere straffen zijn schorsing en doorhaling uit het accountantsregister. De controle door Marcel Noorlander van KPMG was volgens de Accountantskamer dermate beneden peil dat hij een zwaardere straf verdiend zou hebben. Die is om meerdere redenen niet opgelegd: Noorlander was in de media al afgebrand; hij had zelf de pijp reeds aan Maarten gegeven (zich uit het register voor registeraccountants laten uitschrijven); KPMG had de goedkeurende verklaring van Noorlander ingetrokken; KPMG had erkend dat de door Noorlander goedgekeurde jaarrekening onjuist was én KPMG had hem de bevoegdheid tot het afgeven van nieuwe verklaringen ontnomen. Nooit eerder is in Nederland een accountant door zijn eigen organisatie zo openlijk vernederd. De straf is daarom zwaar genoeg. Bovendien moet er ruimte overblijven voor het uitdelen van zwaardere straffen wanneer de accountant een goedkeurende verklaring heeft afgegeven zonder ook maar enige controle te hebben toegepast. Ook dat blijkt namelijk voor te komen.  

Aandacht voor claims

Er was ook aandacht voor financiële claims tegen KPMG. Dat kenmerkt een gezonde trend. Aanvankelijk was de schadevergoeding die de accountant van de failliete verzekeraar Vie d’Or (Deloitte) aan polishouders had betaald het enige algemeen bekende voorbeeld. Recent kon Ernst & Young op deze lijst worden toegevoegd met betrekking tot het eveneens failliete Landis en nu is wellicht KPMG met betrekking tot Vestia aan de beurt. Bij de vele jaarrekeningprocedures die SOBI voor de Ondernemingskamer heeft gevoerd was de inzet in het algemeen dat de Ondernemingskamer zou verklaren dat de jaarrekening onjuist was samengesteld. Dat deed de Ondernemingskamer bijna aan de lopende band terwijl de accountant de jaarrekening in al die gevallen had goedgekeurd. Na zo’n uitspraak was er dan soms enige schaamte bij het accountantsbureau maar het stadium van schaamte is allang voorbij. Het gaat nu om de harde pegels en de verzekeraar bepaalt het procesbeleid. In de Vestia zaak heeft de Accountantskamer voornamelijk gekeken naar de wijze waarop de accountant zijn controle had uitgevoerd en schriftelijk had vastgelegd. Het publiek is echter meer geïnteresseerd in een uitspraak over de jaarrekening zelf. De Accountantskamer heeft zich daar niet in verdiept. Ze vond dat zonder belang omdat ze de klacht dat de goedkeurende verklaring ten onrechte was gegeven al gegrond had verklaard. De vraag is of het publiek en de politiek met zo’n beperkte toepassing van het tuchtrecht op den duur blij zullen zijn.  

Klaagmonopolie voor de AFM?

Een ander nadeel van zo’n beperkte aanpak is dat er een monopoliepositie voor de AFM als klager dreigt te ontstaan doordat die als enige toegang heeft tot alle controledossiers. Normale klagers kunnen pas over een controledossier beschikken wanneer ze een kort geding tegen de accountantsorganisatie gewonnen hebben. Dat is niet voor iedere klager weggelegd gezien de advocatenkosten die daarmee gemoeid zijn. Het griffiegeld voor een klacht bij de Accountantskamer is nu slechts enkele tientjes. Na de uitspraak in de Vestia affaire rijst de vraag hoe deze past in de ontwikkelingen binnen de accountantswereld. In de jaren tachtig zijn accountants van algemeen belang organisaties veranderd in commerciële organisaties. Om een juridische basis te behouden groeide de behoefte aan politieke invloed en het is inmiddels bon ton om al dan niet uitgerangeerde politici in een Raad van Advies of Raad van Toezicht, of als partner op te nemen. Zo is ook oud-premier Balkenende, die geen snars verstand heeft van cijfers of geld, na afronding van zijn politieke carrière partner bij Ernst & Young geworden.  

Welke betekenis heeft een accountantsverklaring?

In de Verenigde Staten worden accountantsorganisaties met een zekere regelmaat strafrechtelijk vervolgd en veroordeeld, afgewisseld met schikkingen met de Amerikaanse beurswaakhond SEC. De in de Verenigde Staten gestarte subprime crisis had tot gevolg dat de jaarrekeningen van de grootste Europese en Amerikaanse banken omstreeks 2006 en 2007 vrijwel allemaal vervalst waren doordat waardeloze vorderingen veel te hoog in de balans stonden. Al die vervalste jaarrekeningen waren zonder mankeren goedgekeurd door de grote bureaus KPMG, Deloitte, E&Y en PwC. Je zou verwachten dat toen het geloof in de accountantsverklaring wel definitief verdwenen zou zijn maar dat bleek slechts een kleine dip te hebben gehad. Nu zoveel verschijnselen zichtbaar zijn waaruit blijkt dat de accountant geen wezenlijk maatschappelijke functie bekleedt en geen betekenis aan zijn goedkeurende verklaring gehecht kan worden rijst de vraag waarom accountants bij managers nog steeds geloofwaardigheid lijken te bezitten. Die vraag is eenvoudig te beantwoorden. Het management is de eerste laag die onjuiste jaarrekeningen opstelt en de accountant is daarbij slechts het hulpje van het management. Daarnaast vormt de accountant een beschermende laag om de aansprakelijkheid van managers. Wanneer topmanagers op valse jaarrekeningen worden aangevallen zullen zij zich altijd achter een accountant proberen te verschuilen. De directieleden van de Europese Centrale Bank hechten minder betekenis aan een accountantsverklaring dan een modale topmanager. Zij laten nu en dan een stresstest los op de balansen van grote Europese banken. Bij zo’n test worden veronderstellingen omtrent toekomstige economische grootheden in een computermodelletje gegoten, dat vermoedelijk evenzeer op wijzigingen in de maatschappelijke structuur achterloopt als de verouderde modellen van het IMF en het Centraal Planbureau. Vervolgens concludeert de ECB dat de solvabiliteit en de liquiditeit van de geteste bank voldoende zijn. Ook die mededeling heeft vooral propagandistische waarde. Dat de ECB die extra propagandaslag gewenst acht maakt duidelijk dat de ECB de propagandistische werking van een accountantsverklaring niet meer zo hoog inschat.   Pieter Lakeman is adviseur en voorzitter van de Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie SOBI

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Pieter Lakeman
Pieter Lakeman
Introductie behoeft hij nauwelijks. Lakeman (1942) studeerde natuurkunde en econometrie aan de Universiteit van Amsterdam. Na...