© EPA/Justin Lane

    Enige tijd geleden publiceerde Niko Roorda een introductie van zijn nieuwste boek op FTM. Waarom hier? Omdat het een project in wording is dat hij samen met lezers wil maken. Want het gaat over een complex onderwerp dat ons allemaal aangaat: de zoektocht naar een écht duurzame economie. In dit tweede deel begint het boek echt. Niko presenteert de eerste paragraaf van hoofdstuk 1: over hoe het begon met de grootste financieel-economische ramp in de wereldgeschiedenis.

    Vooraf

    Zo, dat was gaaf: op mijn eerste bijdrage, op vrijdag 3 november, ontving ik meer dan 160 reacties. Heel veel daarvan bevatten interessante, waardevolle discussies, waar ik met plezier aan heb meegedaan. Er werden tips gegeven over boeken; die tips hebben me geld gekost, want meerdere ervan heb ik direct aangeschaft. 

    Ik vroeg of er jonge mensen zijn die lid willen worden van de Denktank, en diverse mensen hebben zich gemeld. Ik heb binnenkort een kennismakingsgesprek met een jonge politicoloog en een filosoof. Prachtig! 

    Ook een paar anderen ga ik naar aanleiding van hun reacties ontmoeten. Kortom: ik wil graag een Beweging op gang brengen – wel, de eerste stappen zijn gezet. En dat terwijl de publicatie van het boek zelf nog moet beginnen. Het blijkt dat veel mensen warmlopen voor het onderwerp en blij zijn dat er een poging wordt gedaan om er iets mee te doen.

    In deze tweede bijdrage bied ik je het eerste gedeelte van het boek aan, in de vorm van paragraaf 1.1 van het beginhoofdstuk. De tekst is een soort ‘smaakmaker’ met nog niet veel wetenschappelijke inhoud of structuur. Mijn bedoeling is – ik zeg het je eerlijk – om je direct geboeid te maken, je min of meer de tekst in te zuigen, zodat je aan het eind méér wilt. Of dat lukt, is aan jou om te beoordelen. Overigens bevat dit stuk wel degelijke relevante informatie. Misschien wilde je al lang een keer weten hoe het nu precies met die CDS’en zit, de beruchte Credit Default Swaps. Dat vertelt deze paragraaf je.

    De tekst bevat hier en daar verwijzingen naar de literatuur. Je kunt hier de literatuurlijst inzien en downloaden. De lijst bevat veel meer dan alleen de bronnen voor hoofdstuk 1, aangezien ik aan veel hoofdstukken tegelijk werk. Daarom zal ik de lijst van tijd tot tijd updaten.

    Even terzijde: in de zinnen die je nu leest, ben ‘ik’ aan het woord en spreek ik je met ‘je’ aan. Dat zal ik blijven doen in de in- en uitleidingen (zie het eind) die ik speciaal voor Follow the Money aan de boekafleveringen toevoeg. Die boekdelen zelf zijn wat formeler: daar kom ‘ik’ niet in voor en spreek ik de lezer aan als ‘u’. 

    Het boek begint nu.

    1. Het Pad en de Beweging

    Over de Naked Credit Default Swap, of: Wat deden ze nou eigenlijk?

    Case 1.1. Een begin van een einde

    Het begon met een olieramp. En het eindigde met de grootste financieel-economische catastrofe uit de wereldgeschiedenis.

    Het was 24 maart 1989. Langs de bevroren kusten van Alaska voer een mammoettanker afgeladen met aardolie: de Exxon Valdez, eigendom van oliemaatschappij Exxon.

    Het reusachtige schip was onderweg van de havenstad Valdez, waar het zuidelijke eindpunt is van de Trans Alaska Pipeline, naar Californië. Daar zou het echter nooit aankomen, want in een ijzige baai, de Prince William Sound, stootte de tanker op een rif op de zeebodem, het Bligh Reef. Het schip scheurde open en een grote hoeveelheid olie kwam in zee terecht: de schattingen lopen uiteen van 42 tot 144 miljoen liter.

    In de dagen en maanden daarna werd een kustlijn met een lengte van 2100 kilometer besmeurd, en een zee-oppervlak van 28.000 vierkante kilometer werd zwaar verontreinigd.

    Milieuorganisaties en lokale bewoners – veelal vissers – waren, zacht gezegd, niet blij. En dat zullen miljoenen zeedieren en vogels ook niet geweest zijn, ook al kunnen we ze dat niet vragen: de baai was een belangrijk natuurgebied met een grote ecologische waarde. 

    De omvang van de ramp was enorm, vooral omdat bij de zeer lage temperatuur van Alaska olie er jaren over doet om te worden afgebroken.

    De staat Alaska was vanzelfsprekend ook niet blij. Exxon werd voor de rechter gedaagd in wat een langlopend proces zou worden, en Alaska eiste een schadevergoeding van 5 miljard US-dollar. Zelfs voor het machtige Exxon was dat een groot bedrag. Daarom zocht de oliemaatschappij naar middelen om zich tegen deze eis in te dekken. Bij de bank J.P. Morgan & Co, een van de grootste banken van de Verenigde Staten, slaagde men erin om een lening af te sluiten ter waarde van 4,8 miljard US-dollar.

    Al had J.P. Morgan de lening dan verstrekt, de bank was er toch niet gerust op dat de terugbetaling ooit zou plaatsvinden. Wat zou er gebeuren als Exxon door de claims na de ramp in ernstige financiële moeilijkheden zou komen? Wellicht zou de lening niet of slechts gedeeltelijk kunnen worden terugbetaald, waardoor de oliemaatschappij ‘in default’ zou zijn: in gebreke. Het ‘House of Morgan’, zoals de bank wel genoemd wordt, zocht naar een manier om het risico te verkleinen. 

    Een van de eigen bankmedewerkers vond een oplossing. ‘Kun je je misschien verzekeren tegen het risico van geen of een slechte aflossing – een credit default – van de lening?’ vroeg zij zich af. Het antwoord was ‘ja’: de Europese Bank voor Reconstructie en Ontwikkeling bleek bereid om zo’n verzekering af te sluiten. Deze Europese investeringsbank nam een deel van het risico voor zijn rekening – het risico ‘swapte’ (verwisselde) van eigenaar – in ruil waarvoor J.P. Morgan een premie betaalde.

    De ‘Credit Default Swap’ was geboren. In 1994, veertien jaar voor de grote financiële explosie.

    Lees verder Inklappen

    De opgang

    Zo’n Credit Default Swap (CDS) bleek een prima plan. Er waren wel meer banken – en andere investeerders – die het een geweldig idee vonden om hun uitstaande leningen te verzekeren tegen onbetrouwbare debiteuren. 

    J.P. Morgan zag een gat in de markt. De bank bracht de CDS op de zakenmarkt als een nieuw derivaat, dat wil zeggen: als een nieuw beleggingsinstrument dat zelf geen directe waarde bezit, maar alleen een afgeleide waarde (vandaar de naam: ‘derivaat’ = ‘afgeleide’), ontleend aan andere zaken. In dit geval: aan tegoeden door uitstaande leningen.

    De handel in CDS’en groeide snel. Vooral nadat J.P. Morgan het in 1997 mogelijk maakte voor kleinere investeerders – voor wie miljardeninvesteringen veel te groot waren – om kleine CDS-pakketten aan te schaffen. Zo werden al snel allerlei CDS’en verhandeld, bijvoorbeeld gekoppeld aan obligaties van landen zoals Griekenland.

    Fig. 1.1. De J.P. Morgan Chase Tower in Dallas, Texas. Andere J.P. Morgan Chase Towers en paleizen staan onder meer in Austin, Houston, Chicago, New York City, San Francisco, Phoenix, Londen, Manila en Sydney.

    In 1998 was de CDS-portefeuille van J.P. Morgan gegroeid tot 50 miljard US-dollar. Maar dat was nog maar een klein deel van de handel. Andere banken handelden inmiddels ook in CDS’en, en de totale CDS-markt werd in dat jaar geschat op 300 miljard US-dollar.

    Geschat. Want er zat een addertje onder het gras. Anders dan sommige andere derivaten werden CDS’en niet op openbaar toegankelijke en gecontroleerde beurzen verhandeld, maar direct tussen de betrokken partijen. En daar bleef het niet bij. Niet alleen werden CDS’en verkocht door kredietverstrekkers, na verloop van tijd werden ze ook onderling verhandeld door allerlei partijen. Zo was de CDS-handel onoverzichtelijk en vrijwel onzichtbaar, en dus oncontroleerbaar. Transparantie ontbrak volkomen.

    Dat werd pas echt belangrijk toen sommige banken iets nieuws bedachten. Waarom – zo vroegen zij zich af – zou je de verstrekker van een lening of obligatie moeten zijn om er een CDS op af te sluiten? Zij begonnen aan de lopende band credit default swaps te verkopen aan iedereen die ze maar wilde hebben, ook aan instellingen die helemaal geen risicovolle leningen verstrekt hadden. ‘Naked Credit Default Swaps’ werden deze merkwaardige producten genoemd. De naked CDS’en waren helemaal geen verzekeringen: ze waren pure gokmethoden. Negatieve gokmethoden, want de eigenaar van een naked CDS maakte een dikke winst wanneer een bedrijf of een land dat de lening had ontvangen in betalingsproblemen kwam. Kijk naar dit voorbeeld, waarin een fictief land en denkbeeldige banken optreden – op J.P. Morgan na:

    Rekenvoorbeeld

    Het Scandinavische land Friesmark geeft een staatsobligatie uit ter waarde van 400 miljoen euro. Een bank met de naam Breedbank koopt deze obligaties. Voor de zekerheid sluit Breedbank voor de helft daarvan een CDS af bij J.P. Morgan. Omdat Friesmark gezien wordt als een financieel veilig land (AAA-rating), is de premie laag: Breedbank betaalt per jaar 3 miljoen euro, in ruil waarvoor Morgan garant staat voor het verzekerde bedrag van 200 miljoen euro.

    Dit is allemaal dik in orde: de CDS is keurig gebaseerd op een pakket obligaties dat Breedbank daadwerkelijk bezit. Geen naaktheid hier.

    Maar nu komen er andere partijen. Het hedgefonds Zeros besluit om ook een CDS af te sluiten gebaseerd op de staatsobligaties van Friesmark. Alleen: Zeros bezit helemaal geen staatsobligaties van Friesmark. Zeros betaalt eveneens 3 miljoen euro per jaar voor deze naked CDS, en heeft nu net als Breedbank recht op 200 miljoen euro als Friesmark zijn obligaties niet kan aflossen.

    Vanaf dat moment heeft Zeros er alle belang bij dat het in Friesmark economisch slecht gaat. En het blijft niet bij Zeros, want nog een stuk of tien andere partijen sluiten net zo’n deal met J.P. Morgan als Zeros, zodat er een paar jaar later voor wel 2,2 miljard euro aan naked CDS’en uitstaat: veel meer dan de waarde van de obligaties die Friesmark überhaupt heeft uitgegeven.

    De eigenaren van de naked CDS’en ‘loeren’ nu op een mogelijke economische crisis in Friesmark. Het valt zelfs niet uit te sluiten dat ze meer doen dan loeren en dat ze actief een handje gaan helpen om het Friesmark moeilijk te maken, bijvoorbeeld door bedrijven aan te moedigen om zich niet in Friesmark te vestigen of er zelfs uit weg te gaan. Een soort ‘matchfixing’ dus; maar heus wettelijk toegestaan.

    En als Friesmark inderdaad het schip in gaat en de obligaties niet kan terugbetalen? Dan moet J.P. Morgan ineens 2,2 miljard euro aan naked CDS-waarde ophoesten, plus nog eens 200 miljoen euro voor Breedbank. Als er in diezelfde periode nog een paar van dat soort tegenvallers zijn voor het House of Morgan, zou dat genoeg kunnen zijn om de megabank te laten omvallen. Waarna Breedbank, die zijn geld niet krijgt, eveneens omvalt. Waarna de klanten van Breedbank…

    Kent u het domino-effect? 

    Lees verder Inklappen

    Niet iedereen is gelukkig met deze bizarre toepassing van een derivaat. Dat er instellingen zijn – grote en machtige instellingen – die flinke winsten maken doordat andere partijen in crisis geraken, wordt gezien als gevaarlijk. De vergelijking wordt wel gemaakt met een brandverzekering, die niet wordt afgesloten op iemands eigen huis maar op dat van een ander. Als u dat zou doen, dan is het niet onlogisch dat u vervolgens gaat hopen dat er bij die ander brand uitbreekt. Wat zou u doen als u dan op een donkere nacht een klein, beginnend brandje in dat huis zag? 

    Een naked CDS is een pervers economisch instrument: het moedigt antisociaal gedrag aan.

    Perversiteit

    In het internationale economische stelsel opereren grote en invloedrijke partijen die er alle belang bij hebben dat het andere partijen – die helemaal geen concurrenten van hen zijn – zo slecht mogelijk gaat. Het woord ‘pervers’ wordt hier gebruikt in een combinatie van verschillende betekenissen. In hoofdstuk 2 zal de term nader worden toegelicht. In de loop van dit boek zullen meer perversiteiten van het economische systeem opdoemen. Zij zullen op dezelfde opvallende manier worden gemarkeerd.

    Lees verder Inklappen

    De val

    En het ging hárd met die CDS’en. Tussen 2001 en 2007 verdubbelde het uitstaande kapitaal elk jaar. Het bereikte in 2007 een waarde van 62 biljoen US-dollar (dat is: 62 duizend miljard dollar, 62 × 10^12 dollar, wat Amerikanen noemen: 62 trillion dollar). Zie figuur 1.1. 

    In datzelfde jaar 2007 bedroeg het Bruto Binnenlands Product (BBP) van de Verenigde Staten 14,5 biljoen dollar, oftewel nog geen kwart daarvan… 

    Tachtig procent van deze CDS-waarde zat in naked CDS’en en was dus ongedekt!

    Fig. 1.2. Uitstaand CDS kapitaal (nominale waarde), 2001 – 2010. Weergave van halve jaren, 2001 tot 2010: 1H01 betekent eerste helft van 2001.

    De CDS’en werden onderling verhandeld tussen de kopers ervan. Dat had tot gevolg dat de handelswaarde kon fluctueren. Als het met het onderliggende bedrijf of land (Friesmark, in het rekenvoorbeeld) slecht ging, dan steeg de handelswaarde van de eraan gekoppelde CDS’en, en omgekeerd. Opvallend was dat de CDS’en zich daarbij erg nerveus gedroegen. Kleine veranderingen in de waardering van het onderliggende bedrijf of land resulteerden onmiddellijk in grote schommelingen in de handelswaarde van de CDS. Zo droeg de handel in credit default swaps bij aan onrustige financiële markten.

    Toen brak in 2008 de bankencrisis uit, in gang gezet door de huizencrisis in de Verenigde Staten. Dat zat zo. Grote pakketten hypotheken op Amerikaanse huizen waren door de banken verzekerd door middel van CDS’en. Toen de ene na de andere huizenbezitter niet in staat bleek om de hypotheeklasten te betalen, moesten tal van CDS’en uitbetaald worden. Dat werd diverse banken te veel, en ze vielen om, waarbij ze andere banken in hun val meesleepten, die weer andere… enzovoorts. 

    Kernvraag

    Het CDS-systeem was niet de enige, maar wel een belangrijke reden waarom de huizencrisis omsloeg in een desastreuze bankencrisis die de hele wereld over ging en een jarenlange economische malaise opriep, die door iedereen gevoeld werd.

    De kernvraag rondom deze hele ontwikkeling is deze: 

    Hoe heeft het kunnen gebeuren dat een methode die bedoeld was om financiële zekerheid te creëren, juist een grote oorzaak bleek van financiële rampspoed? 

    De CDS-methode vormde het topje van een complex bouwwerk van beleggingsproducten, die samen ‘securitisering’ genoemd werden: ‘veiligstelling’. Meer hierover leest u in hoofdstuk 2. Maar het CDS-systeem veroorzaakte helemaal geen veiligheid – juist het omgekeerde. Toch waren de bedenkers van het systeem, deskundigen van de megabank J.P. Morgan, geen onnozele sukkelaars. Was dat maar zo! Dan hadden we hun de schuld kunnen geven. Maar integendeel: de ontwikkelaars vertegenwoordigden het beste wat de economische wetenschap te bieden had, en hun product werd breed omarmd. 

    Wat is er mis met het vakgebied economie, dat de experts het zo mis kunnen hebben? Weten ze niet wat ze doen?

    Deze en aanverwante vragen staan centraal in dit boek. Om uit te zoeken hoe het staat met de economie als wetenschap, zal een vergelijking worden gemaakt met andere wetenschapsgebieden. Bestudeerd zal worden hoe die zich, in de loop van enkele eeuwen, ontwikkelden tot volwassen wetenschap, na door een fase te zijn gegaan van protowetenschap. Dit sleutelwoord zal in detail worden gedefinieerd en beschreven; voorlopig is het voldoende om te denken aan een vakgebied waarin men nog in het schemerduister rondtast.

    De conclusie zal zijn: de economie is nog geen wetenschap. Het vakgebied is vooralsnog beslist niet meer dan een protowetenschap. En dat heeft verregaande gevolgen.

    Tot slot

    Tot zover hoofdstuk 1, althans het eerste deel ervan.

    Op de CDS’en kom ik verderop terug, als ik uitgebreider ga vertellen over derivaten. Voordat het zover is, zal ik hoofdstuk 1 verder aan je beschikbaar stellen in de twee volgende afleveringen. Daarin ga ik vertellen wat het doel van het boek is en hoe ik dat doel stap voor stap wil bereiken.

    Zo zul je binnenkort zien waarom de betrokkenheid van velen zo belangrijk is. Zonder heel veel mensen die meedoen met wat ik de Beweging zal noemen, zal het doel van het boek – of liever: van het project – niet bereikt worden. Ik hoop dat je erbij wilt horen.

    Voorlopig gaan de redactie van Follow the Money en ik uit van een publicatietempo van één aflevering per twee weken, steeds op vrijdag. De geplande verschijningsdata van de laatste twee delen van het eerste hoofdstuk zijn 1 en 15 december. Daarna pakken we de draad ergens in januari weer op.

    Het eerste hoofdstuk zal dus worden gepubliceerd in slechts drie delen. De volgende hoofdstukken zullen aanzienlijk langer zijn, en ook over meer afleveringen verdeeld worden.

    Intussen heb ik een vraag aan je. Ergens in de komende hoofdstukken zal ik ingaan op een thema dat bij het lezen wellicht bij je is opgekomen. De CDS’en zijn bedacht, ingevoerd en enorm uitgebreid door mensen die bij banken werken. Grof gezegd: door bepaalde bankiers. Toch geef ik de economische wetenschap mede de schuld van wat er misging. Bankiers en economische wetenschappers: dat zijn niet per se dezelfde mensen, dus ben ik wel fair? 

    Mijn beschouwing daarover komt over een poosje pas, maar ik zou nu al graag jullie mening horen.

    Over de auteur

    Niko Roorda

    Gevolgd door 117 leden

    Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    Een duurzame economie

    Gevolgd door 104 leden

    Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws i...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid