De ketterij van Knot

    De president van De Nederlandsche Bank Klaas Knot hield volgens Ewald Engelen in Washington een bijzondere rede waarin hij onder andere stelde dat er nu geen noodzaak is tot loonmatiging

    Terwijl de blijdschap over de daadkracht van de ‘mannen acht zonder stuur’ (vrij naar René Cuperus) die in ruil voor wat strooigoed Rutte II een meerderheid moeten bezorgen net als vijftien maanden geleden (Kunduz) als een modderige tsunami over mijn schoenen klotste, gebeurde het echte nieuws 3861 mijl verderop. In Washington hield Klaas Knot in de schaduw van de IMF-jaarvergadering een opmerkelijke lezing op de Nederlandse ambassade voor alumni van zijn alma mater. Niet eerder schurkte Knot zo genotzuchtig aan tegen de economische ketterij van Flip de Kam, Bas Jacobs, Dirk Bezemer, Jaap van Duijn, Robin Fransman, Johan Witteveen, Jesse Frederik en ondergetekende. De Nederlandse recessie is een bestedingsrecessie van eigen makelij, veroorzaakt door hoge hypothecaire schulden bij dalende vastgoedwaarden, verarming door dertig jaar loonmatiging en een overheid die, om Brusselse oekazes te gehoorzamen, ontijdig haar eigen begrotingstekort probeert af te bouwen door huishoudens ruim vijftig miljard euro afhandig te maken.

    Hand op de knip

    Lees maar mee. Het begint ermee dat Knot de dip van 2009 onderscheidt van die van 2011, de eerste toeschrijft aan het buitenland en de tweede expliciet van ‘binnenlandse makelij’ noemt. Als je dat vergelijkt met de propaganda die uit de kelen van het kabinet opwelt die alles aan iemand anders wijt, is dit een wonder van intellectuele eerlijkheid: voortijdige tekortreductie heeft Nederland in het economische ravijn gestort. Kom daar in het spinbrakende Haagse maar eens om. Vervolgens constateert Knot dat het voornaamste verschil met onze buurlanden onze anemische consumptie is. Wij houden nu al vijf jaar de hand op de knip. En dat komt niet door gebrek aan vertrouwen (pace Rutte, Kamp, Samsom en Dijsselbloem) maar doordat Nederlandse huishoudens stomweg ‘minder geld in de knip’ hebben. Het reëel beschikbare inkomen, aldus Knot, is tussen 2009 en 2013 met negen (!) procent gekrompen, terwijl het in de rest van de eurozone (inclusief Griekenland) met drie procent is gestegen. En tussen haakjes staat er dan: ‘helft van die klap in 2013’. Lees: dat vervloekte Kunduz-akkoord was de doodsteek voor het Nederlandse herstel. Een rondborstigere veroordeling van politieke kippendrift ben ik nog niet tegengekomen.
    'Knot legt daarmee de schuld primair bij de banken'
    En we zijn er nog niet. Een pagina verder gaat Knot in op de huizenzeepbel. Hij erkent dat ‘veel ruimere hypothecaire kredietverlening’ de voornaamste oorzaak is geweest van gestegen huizenprijzen, legt daarmee de schuld primair bij de banken en neemt afstand van het uitentreuren herhaalde, bankvriendelijke cliché dat het door de hypotheekrenteaftrek uit 1893 zou zijn gekomen. En met een onthutsend grafiekje laat Knot zien dat de kosten en baten van de zeepbel extreem ongelijk zijn verdeeld: terwijl 55 procent van de veertig-minners tegen onderwaarde aanhikt, mag 75 procent van de vijftig-plussers zich ondanks crisis verheugen op fikse overwaarde. Oftewel, jong is de pineut, oud het goudhaantje.

    Geen noodzaak tot loonmatiging

    Maar het venijn zit in de staart. Daar vergelijkt Knot de abominabele schuldpositie van huishoudens met het historisch en internationaal ongekende spaaroverschot van het Nederlandse bedrijfsleven. Zoals blijkt uit het ‘aanhoudend hoge handelsoverschot’ zijn Nederlandse bedrijven zeer concurrerend. Daarom is er, aldus Knot, ‘nu geen noodzaak tot loonmatiging’, zoals begin jaren tachtig, toen er sprake was van een ‘excessieve toename’ van de arbeidskosten. Dit moet u toch echt even tot u laten doordringen. Hier zegt een hoge Nederlandse functionaris in zoveel woorden dat loonmatiging geleid heeft tot een forse verschuiving van welvaart van huishoudens naar het grootbedrijf, dat (jonge) huishoudens zuchten onder torenhoge hypothecaire schulden terwijl bedrijven zwemmen in het geld, en nodigt hij de vakbeweging uit om dit najaar forse looneisen te stellen. Sinds mensenheugenis luidt het antwoord op binnenlandse vraaguitval: loonmatiging, loonmatiging, loonmatiging. Dat heeft alles te maken met de Nederlandse geschiedenis. Diep in het DNA van Nederlandse bestuurders liggen eeuwen van handelskapitalisme besloten. Je hoeft maar een blik op de Amsterdamse grachtengordel te werpen om te zien dat dit land was voorbestemd een entrepoteconomie te worden. Er loopt dan ook een directe rode draad van deze ‘gouden eeuw’-ervaring naar de loonmatigingsreflex van de huidige elite. Deels is dat de uitkomst van de lobby van VNO-NCW. Maar belangrijker is dat de tegeltjeswijsheid dat wat goed is voor de exportsector goed is voor Nederland (‘we zijn nou eenmaal een handelsnatie’, ‘zeventig procent van onze welvaart halen we uit het buitenland’, ‘koopman, dominee’, ‘Nederland exportland’ – dat werk) gebeiteld staat in ons onderbewustzijn. Behalve dat van Knot. En dat zijn apostasie geen bevlieging is, bewijst het expertseminar dat voor volgende maand bij De Nederlandsche Bank op de agenda staat over de vraag of de lonen niet te lang zijn gematigd.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Ewald Engelen

    Gevolgd door 2079 leden

    FTM-columnist van het eerste uur, financieel geograaf aan de UvA en actief voor de Partij voor de Dieren.

    Volg Ewald Engelen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren