Keynes wijst de weg uit de eurocrisis

Column
152

    Zoals de natuurkunde haar Newton en Einstein heeft, heeft de economie haar Adam Smith en Karl Marx. Maar voor een uitweg uit de eurocrisis, laat gastauteur André ten Dam ons zien, komen we uit bij John Maynard Keynes.

     Re_ Artikel _Keynes en het eurovraagstuk - jacqueline@ftm.nl - Mail van Follow The Money-3 The General Theory of Employment, Interest and Money (1936), het belangrijkste werk van Keynes, bevat zijn antwoord op de Grote Depressie van de jaren ‘20 en ‘30 van de vorige eeuw en geldt als de grondslag voor de hedendaagse macro-economie. Nog steeds bepaalt deze theorie voor een belangrijk deel het huidig economisch denken. Keynes zag een beperkte maar wel belangrijke rol voor de overheid. Overheden dienen een bijsturend kader te scheppen waarbinnen economieën en werkgelegenheid zich op een maatschappelijk dienstbare wijze kunnen ontwikkelen, zowel via budgettair als monetair beleid. Juist de economische beleidsterreinen waarover sinds de escalatie van de eurocrisis in 2010 zoveel te doen is. Maar ook een ander werk van Keynes,  zijn Bancor Plan uit 1942, dat hij inbracht bij de conferentie van Bretton Woods in 1944, bevat onontbeerlijke lessen voor het omgaan met onze eurocrisis.

    Keynes’ General Theory: budgettair én monetair beleid

    In de General Theory komt Keynes tot de conclusie dat conjunctuurcycli gepaard dienen te gaan met gereguleerd anticyclisch budgettair overheidsbeleid. In tijden van economische neergang met een sterk dalende werkgelegenheid dienen overheden een stimulerend-expansief budgettair beleid te voeren en in tijden van overmatige economische bloei met dreigende oververhitting juist een afremmend-beperkend budgettair beleid. Fwd_ Artikel _Keynes en het eurovraagstuk - jacqueline@ftm.nl - Mail van Follow The Money Maar budgettair beleid is slechts een deel van het verhaal. Bij het bijsturen van conjuncturen en werkgelegenheid is volgens Keynes monetair beleid minstens even belangrijk. In dat kader wijst Keynes op het belang van evenwichtige wisselkoersen en het belang van gedifferentieerd rentebeleid. Tussen landen met zich verschillend en meer of minder krachtig ontwikkelende economieën en conjunctuurcycli raken de wisselkoersen uit balans, met als resultaat scheve verhoudingen bijvoorbeeld in handelstekorten respectievelijk -overschotten. Met name waar deze macro-economische onevenwichtigheden tussen landen te groot zijn om via interne devaluatie/revaluatie overbrugd te worden, is aanpassing van de onderlinge wisselkoers (monetaire devaluatie/revaluatie) de remedie. De scheve verhoudingen worden daarmee immers in één klap gecorrigeerd. Hiernaast pleit Keynes voor een gericht rentebeleid waarmee economieën in geval van dreigende oververhitting of juist bij een neiging naar depressie kunnen worden bijgestuurd. Kortom, landen met verschillende conjunctuurcycli behoeven een aangepast rentebeleid.
    NATIONAAL GERICHT MONETAIR BELEID IS NATUURLIJK DE MEEST GEZONDE SITUATIE VOOR ALLE LANDEN
    Met een nationaal gericht monetair beleid zijn zowel de binnenland-gerelateerde als de buitenland-gerelateerde economie en werkgelegenheid op een evenwichtige wijze gediend. Dat is de meest gezonde situatie voor elk land en voor de landen waarmee het handels- of andere economische relaties heeft.

    De General Theory en de Optica-Group

    In het kader van het na-oorlogse Europese Project van Vrede (Eenheid) & Welvaart stonden de doelstellingen van een vrije Europese handelsmarkt (economische unie) en een Europese gemeenschapsmunt (monetaire unie) centraal: ‘Markt & Munt’. Ook Robert Mundell bepleitte de vorming van een Europese valuta. In zijn werk A Plan for a European Currency (1969) gaf Mundell aan dat een Europese gemeenschapsmunt noodzakelijk zou zijn om een gezond Europees tegenwicht te kunnen bieden tegen, en tegelijkertijd een alternatief voor, de (toenmalige) door de US-dollar als internationaal betaalmiddel en reservevaluta en door de Amerikaanse centrale bank (FED) gedomineerde wereld. Op lange termijn zou dat Europa in staat stellen om, in een gelijkwaardige samenwerking met de VS, instrumenten te ontwikkelen voor een monetair management van de wereldeconomie.
    DE EUROZONE LANDEN VORMEN MET ELKAAR GÉÉN OPTIMAAL VALUTAGEBIED
    De vorming van de Europese gemeenschapsmunt was een stip aan de horizon. Allereerst, vond  Mundell, zou de onderlinge economische divergentie weggenomen moeten worden en Europa politiek moeten integreren. Aangespoord door Mundells werk ging de Europese politiek in de jaren ‘70 van de vorige eeuw door met de gedachtevorming over de te introduceren Europese gemeenschapsmunt. Hierbij vroeg de Europese Commissie advies aan een groep Europese topeconomen, die zichzelf de veelzeggende naam Optica Group (‘Optimum Currency Area’)  gegeven had. Het Optica Report: Towards Economic Equilibrium and Monetary Unification in Europe verscheen in 1976. De conclusies en aanbevelingen hiervan waren duidelijk beïnvloed door Keynes’ General Theory en luidden, samengevat:
    1. De (toenmalige) EG-landen vormden, gelet op de grote onderlinge economische divergentie, met elkaar géén Optimum Currency Area (OCA);
    2. Ter voorkoming van ‘ongelukken’ (diepe en langdurige economische recessies met massawerkloosheid) in de economisch zwakkere Europese landen moest er in het toekomstige Europese monetaire systeem een safeguard (wisselkoersstelsel en de mogelijkheid van rentedifferentiatie) worden ingebouwd;
    3. De toekomstige Europese gemeenschapsmunt zou daarom parallel ingevoerd moeten worden aan de toen bestaande nationale valuta;
    4. Een ‘single (one-size-fits-all) currency’ zou, desgewenst, uitsluitend op de veel langere termijn ingevoerd kunnen worden, nádat er van structurele onderlinge duurzame economische convergentie gebleken zou zijn.

    De General Theory veronachtzaamd – de introductie van de eenheidseuro

    Hoewel er binnen Europa zelfs geen uitzicht was op economische convergentie, besloten de Europese politieke beleidsmakers in 1991 toch de Europese monetaire unie per 1999 versneld in te voeren, een politieke beslissing en het regelrechte gevolg van de Duitse hereniging. Frankrijk wenste daaraan namelijk, ter behoud van zijn macht en invloed, uitsluitend goedkeuring te geven indien het herenigde Duitsland ingebed zou worden in een Europese muntunie. De gemeenschapsmunt werd niet, zoals geadviseerd door de Optica Group, als een ‘parallelle’ valuta ingevoerd, maar als een single (one-size-fits-all) currency. Misschien deels omdat een parallelle constructie van de gemeenschapsmunt behalve de door de Optica Group genoemde veiligheidsvoordelen omvat, maar ook enige nadelen, zoals Greshams Law: bad money drives out good money en de kwetsbaarheid van valutawisselkoersen voor ‘speculatieve activiteiten’. De invoering van de euro zou verder gepaard gaan met het Europese Stabiliteits- en Groeipact (SGP) inzake uniforme regels voor de eurolanden aangaande staatsschulden en -begrotingen. Het pleit werd beslecht bij en bekrachtigd door het Verdrag van Maastricht (1992). Zowel wat betreft monetair beleid als budgettair beleid werd hierbij de General Theory veronachtzaamd. Indachtig de General Theory waarschuwden economen in de aanloop naar de invoering van de euro wereldwijd voor deze onverantwoorde politieke beslissing. Fwd_ Artikel _Keynes en het eurovraagstuk - jacqueline@ftm.nl - Mail van Follow The Money-1 In Nederland deed Arjo Klamer dat al direct in zijn artikel De Europese Spooktrein (1991, De Volkskrant).
    DE INVOERING VAN DE EURO WAS GEEN ECONOMISCH MAAR EEN POLITIEK BESLUIT
    In de verdere aanloop naar de introductie van de euro zette ook Milton Friedman, in zijn artikel The Euro: Monetary Unity To Political Disunity? (1997), helder uiteen dat de invoering van de euro zónder de mogelijkheid van onderlinge wisselkoersaanpassingen tussen de eurolanden niet alleen ‘economisch’ en sociaal maar ook politiek desastreus zou uitwerken voor Europa: ‘The drive for the Euro has been motivated by politics, not economics. The aim has been to link Germany and France so closely as to make a future European war impossible, and to set the stage for the Federal United States of Europe. I believe that adoption of the euro would have the opposite effect. It would exacerbate political tensions by converting divergent shocks that could have been readily accommodated by exchange rate changes into divisive political issues. […] Monetary unity imposed under unfavourable conditions will prove a barrier to the achievement of political unity.’ Fwd_ Artikel _Keynes en het eurovraagstuk - jacqueline@ftm.nl - Mail van Follow The Money-2 Later, na de invoering van de euro, toen Europa zich in nog hoger sferen bevond als gevolg van de ogenschijnlijk succesvolle start van de euro in 1999, voegde Friedman in een van zijn laatste interviews (EU-observer, 2004) aan het bovenstaande nog het volgende toe: 'There is a strong possibility that the euro zone could collapse in the next few years because differences are accumulating between countries […] Therefore the euro could be replaced with the old national currencies. […] My main concern with the workings of the euro zone is that it is difficult to have an economic union between countries that have substantially different economies, cultures and languages.' We konden er op wachten dat, als gevolg van de fundamenteel onjuiste constructie van het Euro Pact, de bom zou barsten.

    De eurocrisis verklaard volgens de General Theory

    In de eerste jaren na de invoering van de euro begonnen de nationale economieën van de deelnemende landen onderling al direct uit de pas te lopen. Deze divergentie werd niet alleen versluierd, maar ook aangewakkerd door de door de ECB te laag vastgestelde eenheidsrente voor en overcreditering door de financiële markten van de zwakkere Zuid-Europese economieën en overheden. Met nog verdere onderling uiteenlopende prijsniveaus tussen de eurolanden tot gevolg. In de onderlinge verhoudingen werd de wisselkoers van de euro voor de sterkere landen (met name Duitsland en Nederland) véél te goedkoop en tegelijkertijd voor de zwakkere (Portugal, Griekenland en Spanje maar ook Italië en Frankrijk) véél te duur.

    Morgan Stanley Research / WSJ (2013) — The unfair value of the Euro for all Euro-countries according to Morgan Stanley’s 2013 PPP-analyses of the relative changes in competitiveness for each country since they joined the Euro in 1999 — Because only the Netherlands entered the Euro with its national currency substantially (13%) undervalued, for the Netherlands the present ‘fair value’ euro exchange rate is now $1.38. Morgan Stanley Research / WSJ (2013) — The unfair value of the Euro for all Euro-countries according to Morgan Stanley’s 2013 PPP-analyses of the relative changes in competitiveness for each country since they joined the Euro in 1999 — Because only the Netherlands entered the Euro with its national currency substantially (13%) undervalued, for the Netherlands the present ‘fair value’ euro exchange rate is now $1.38.

    Deze onderlinge prijsverschillen tussen de eurolanden konden dus niet meer, in één klap, gecorrigeerd worden, wegens het gebrek van het daartoe noodzakelijke wisselkoersaanpassingsmechanisme in het Euro Pact.
    HET ‘ONE-SIZE-FITS-ALL’ EURO PACT IS DE BOTTLENECK VOOR DE EUROZONE

    Hans-Werner Sinn – IFO Institut Hans-Werner Sinn – IFO Institut

      Zoals Hans-Werner Sinn in zijn artikel Europe’s Easy-Money Endgame (maart 2015), heeft aangegeven, heeft het one-size-fits-all Euro Pact zich in dit ongelijke krachtenveld als de bottleneck voor de eurozone en als hoofdoorzaak van de eurocrisis ontwikkeld, net als de goudstandaard, de bottleneck en hoofdoorzaak was van de Grote Depressie in de jaren ‘20 en ‘30 van de vorige eeuw: ‘The Euro has brought a balance-of-payment crisis to Europe, just as the gold standard did in the 1920s. In fact, there is only one difference between the two episodes: During today’s crisis huge international rescue packages have been available.’

    De General Theory opnieuw veronachtzaamd – de aanpak van de eurocrisis

    Met de internationale financiële crisis als katalysator barstte de bom eind 2009 met de Griekse crisis. Het lag het voor de hand om direct te zoeken naar een monetair flexibele euroconstructie voorzien van een wisselkoersmechanisme en de mogelijkheid van rentedifferentiatie. De scheve economische verhoudingen hadden in één klap gedicht kunnen worden en de nationale economieën in Zuid-Europa middels anticyclisch expansief begrotingsbeleid ondersteund. Gedreven door, nota bene in de praktijk gelogenstrafte, ideologische waandenkbeelden, weigerden de Europese beleidsmakers echter halsstarrig de General Theory te accepteren en ernaar te handelen. In plaats daarvan veronachtzaamden zij de General Theory opnieuw en nog meer. Fwd_ Artikel _Keynes en het eurovraagstuk - jacqueline@ftm.nl - Mail van Follow The Money-4 Het rigide Euro Pact werd gecontinueerd en de Zuid-Europese landen lieten zich bovendien dwingen tot overheidsbesparingen, dus tot contraproductief procyclisch begrotingsbeleid. Waar de economische teruggang van en de werkgelegenheid in de Zuid-Europese nationale economieën middels de General Theory snel gekeerd had kunnen worden, werd daar een onvoorstelbare economische en inhumane sociale ravage aangericht: nog veel verder ineenstortende economieën, faillissementsgolven en de maatschappij ontwrichtende massawerkloosheid met bittere armoede. Deze ellende werkte door in de economieën en werkgelegenheid van initieel sterkere landen zoals Nederland. Door het uitblijven van krachtig economisch herstel ontbrak en ontbreekt tot overmaat van ramp het maatschappelijke draagvlak voor het doorvoeren van hervormingen in die landen waar deze noodzakelijk zijn.
    DE ECB WORDT DOOR DE EUROPESE BELEIDSMAKERS GEDWONGEN TOT HET NEMEN VAN DESOLATE EN EENHEIDVERBREKENDE MAATREGELEN
    In dit drama kon en kan de ECB – nu de Europese politieke beleidsmakers verzuimen de juiste maatregelen te nemen – niet anders dan op steeds wanhopiger maar vaak ook op onwettige wijze aan symptoombestrijding doen, met schadelijke bijwerkingen voor met name de sterkere eurolanden. Het is voor de ECB onmogelijk om een monetair beleid te voeren dat de sterkere én de zwakkere eurolanden dient, laat staan de als gevolg daarvan ontstane onderling tegengestelde belangen. Daardoor zijn zowel de geloofwaardigheid en de eensgezindheid binnen de ECB ernstig aangetast.

    Vergeet de Duits-Franse controverse niet

    Hoewel de media sinds 2010 zich voornamelijk concentreren op de problematiek van het in alle opzichten nietige Griekenland, is de aloude controverse tussen Duitsland en Frankrijk intussen in alle hevigheid opgelaaid. Terwijl de euro toch was bedoeld als Europees ‘vredesbindmiddel’, vooral tussen Duitsland en Frankrijk. Door het stelselmatig veronachtzamen van de General Theory - zowel bij de constructie van de euro als bij de aanpak van de eurocrisis -, heeft de euro zich juist ontwikkeld tot een gevaarlijk politiek explosief, exact als door Milton Friedman in 1997 voorspeld. Omdat de economische kracht en cultuur van Duitsland en Frankrijk onderling zo verschillend zijn, is er sinds de invoering van de euro in 1999 de voorspelde diepe kloof ontstaan tussen de internationale concurrentiekracht van deze twee grootste eurozone-economieën (zie onderstaande grafiek betreffende de relatieve loonkostenontwikkeling van Duitsland en Frankrijk sinds 1999). Fwd_ Artikel _Keynes en het eurovraagstuk - jacqueline@ftm.nl - Mail van Follow The Money-5 De dagelijkse praktijk is goed te zien in de auto-industrie van beide landen. Waar de Duitse autoproducenten zich suf exporteren en jaar-op-jaar recordwinsten maken, hebben de Franse autoproducenten de laatste jaren hun afzet zien stagneren, zijn zij in de ‘dieprode cijfers’ beland en hebben zij uitsluitend kunnen overleven door kapitaalinjecties van overheidswege. In meer algemene zin betekent de uit het lood geslagen concurrentieverhouding met Duitsland dat Frankrijk zijn economie nog uitsluitend op de been kan houden door bovenmatige overheidsbestedingen. Het gevolg daarvan is dat de Franse staatsschuld en begroting jaar-op-jaar niet voldoen aan de normen van het Stabiliteits- en Groeipact, en dat weer tot groot en toenemend ongenoegen van de Duitse en ook de Nederlandse autoriteiten. Scheve verhoudingen zijn er overigens niet alleen tussen Frankrijk en Duitsland maar ook binnen Duitsland. De voor Duitsland véél te goedkope internationale wisselkoers en véél te lage rente van de euro is weliswaar gunstig voor de concurrentiepositie van de Duitse export, maar tegelijkertijd zéér schadelijk voor de Duitse koopkrachtontwikkeling en dus voor de Duitse binnenland-gerelateerde economie en het Duitse welvaartsniveau. Scheve verhoudingen zijn er derhalve niet alleen tussen Frankrijk en Duitsland maar ook binnen Duitsland. In iets mindere mate dan Duitsland kampt overigens ook Nederland met dit probleem.
    DE EURO IS DE SPLIJTZWAM VOOR DE DUITS-FRANSE AS EN DUS VOOR EUROPA
    Duitsland en Frankrijk zijn om politieke redenen vooralsnog niet geneigd om de stekker uit de eenheidseuro te trekken. Toch zal Frankrijk vroeger of later voor de beslissing komen te staan om hetzij een wisselkoersaanpassing met Duitsland door te voeren, hetzij protectionistische maatregelen te nemen tegen de ‘oneerlijk’ goedkope Duitse exportproducten. In het eerste scenario dient uitsluitend het one-size-fits-all Euro Pact opgedoekt te worden. In het tweede scenario explodeert de gehele Europese Interne Markt en dus de Europese Unie.  En dan sneuvelen eveneens de monetaire unie en de euro. De keuze is dan niet zo moeilijk. Maar zijn er nu echt geen andere, betere opties? We kunnen toch ook gewoon op zoek gaan naar een Euro Pact nieuwe stijl dat wél voldoet aan de gegeven randvoorwaarden? Namelijk deze:
    1. De euro dient een Europese supranationale valuta te zijn die enerzijds de macht en invloed van het economisch sterkste euroland (Duitsland) inbedt in het grotere Europese geheel en anderzijds de Europese landen met elkaar verbindt in plaats van uit elkaar drijft — de euro als Europees project van ‘Vrede & Eenheid’;
    2. Het Euro Pact dient intern monetair flexibel te zijn, in de zin dat er binnen de onderling economisch divergente eurozone (weer) nationaal gericht monetair beleid (maatwerk) gevoerd kan worden middels de mogelijkheid van onderlinge wisselkoersaanpassingen en rentedifferentiatie — de euro als Europees project van ‘Welvaart’;
    3. De euro en de ECB dienen een Europees tegenwicht te bieden tegen en tegelijkertijd een alternatief te zijn voor de door de US-dollar (als internationaal betaalmiddel en reserve valuta) en de Amerikaanse centrale bank (FED) gedomineerde wereld — de euro als mondiaal geopolitiek monetair project.
    Voor het beantwoorden van de vraag hoe in de thans gegeven omstandigheden het eurovraagstuk opgelost zou kunnen worden, biedt Keynes de helpende hand.

    Keynes’ Bancor Plan

    Aan het eind van WOII werd het initiatief genomen om de globale economische relaties te herstellen. Daarvoor diende er een nieuw stabiel internationaal monetair stelsel te komen waarmee herhaling van de Goudstandaard-problematiek van de Grote Depressie voorkomen moest worden. Keynes was vertegenwoordiger van Groot Brittannië bij de daarvoor gehouden internationale conferentie in Bretton Woods in de VS in 1944 en bracht zijn, Proposals for an International Clearing Union (1942-43)  in, ook wel genoemd het Bancor Plan. Naamloos 3 Belangrijke punten van dit Bancor Plan waren:
    1. Oprichting van een supranationale ‘International Clearing Union (ICU)’ via welke de betaling van internationale (grensoverschrijdende) handelstransacties tussen de desbetreffende nationale centrale banken onderling verrekend zou worden. Bij deze ICU zouden de centrale banken daartoe een ‘Clearing Account’ (rekening-courant verhouding) krijgen;
    2. Deze Clearing Account zou worden gewaardeerd in ‘Bancor’, een supranationale monetaire rekeneenheid en gedekt worden middels goudstorting bij de ICU;
    3. De waarde van de nationale valuta van de deelnemende landen zouden worden gewaardeerd in termen van ‘Bancor’ (en dus van goud);
    4. De Bancor zou dus géén valuta (betaalmiddel) zijn waarmee in internationale (grensoverschrijdende) handelstransacties betaald zou kunnen worden, maar uitsluitend de ‘unit-of-account’ (monetaire rekeneenheid) waarin de ICU Clearing Accounts van de nationale centrale banken zou worden gewaardeerd en via welke accounts betaling van de internationale handelstransacties verrekend zou worden;
    5. Indien het saldo van de ICU Clearing Account van een nationale centrale bank bij de ICU met een groot percentage zou dalen, hetgeen dan zou betekenen dat het desbetreffende land een buitensporig tekort zou hebben op diens handelsbalans met de rest van de ICU-landen, zou dat land zijn nationale valuta in termen van Bancor moeten devalueren. Aan de andere kant zouden landen met een buitensporig overschot ook maatregelen dienen te nemen zoals revaluatie van hun nationale valuta in termen van ‘Bancor’ en/of verlaging van de importtarieven (protectionisme) voor producten van de economisch zwakkere ICU-landen.
    NAAR EEN SYSTEEM VAN VASTE (STABIELE) MAAR WEL AANPASBARE (FLEXIBELE) WISSELKOERSEN
    Belangrijke constateringen van Keynes waren:
    1. De Bancor is géén valuta (betaalmiddel) waarmee in internationale handelstransacties betaald zou kunnen worden maar uitsluitend de monetaire ‘unit-of-account’ (rekeneenheid) waarin de ICU Clearing Accounts van de nationale centrale banken zouden worden gewaardeerd en via welke de betaling van internationale handelstransacties tussen de desbetreffende nationale centrale banken onderling verrekend zou worden;
    2. Met de Bancor wordt de ‘rekeneenheid’ functie van geld losgekoppeld van de ‘betaalmiddel’ functie van geld;
    3. Het ‘Bancor Plan’ zou niet alleen de betaling van internationale handelstransacties faciliteren maar zou tegelijkertijd een wisselkoersstelsel introduceren tussen de nationale valuta van de aan de ICU deelnemende landen;
    4. Binnen het aldus ontstane wisselkoersstelsel zouden de onderlinge wisselkoersen tussen de nationale valuta van de aan de ICU deelnemende landen, zo nodig, periodiek aangepast (gedevalueerd of gerevalueerd) worden;
    5. Het ICU-wisselkoersstelsel betreft een wisselkoersmechanisme op basis van vaste (stabiele) maar wel aanpasbare (flexibele) wisselkoersen en heeft het doel de in de loop der tijd ontstane economische scheve verhoudingen tussen de ICU-landen te corrigeren;
    6. Het ICU-wisselkoersmechanisme zou vanzelfsprekend zeer stabiel zijn omdat de wisselkoersaanpassingen worden doorgevoerd op grond van objectieve economische fundamentals, zodat wisselkoersen immuun zijn voor speculatieve activiteiten.
    Keynes' BANCOR PLAN WAS BEDOELD ‘FOR THE GREATER GOOD OF ALL NATIONS’
    Het Bancor Plan was volgens Keynes bedoeld ‘for the greater good of all nations’. De supranationale ICU en Bancor zouden immers niet toebehoren aan een individueel land zodat een dominantie van de rest van de wereld door één individueel land kon worden uitgesloten. Bovendien zou met dit plan tegelijkertijd het probleem van valuta-asymmetrie structureel zijn opgelost waarmee de ontwikkeling van economieën, werkgelegenheid en welvaart in de wereld op een hoger niveau zou kunnen worden gebracht. Zoals we weten is de geschiedenis bij 'Bretton Woods’ echter een andere weg ingeslagen, een weg waarbij de VS en de US-dollar het dominante land respectievelijk de dominante internationale handels- en reservevaluta in de wereld zijn geworden (het White Plan). Maar het ‘Bancor Plan’ van Keynes is wél de blauwdruk geweest voor de ‘unit-of-accounts’ (monetaire rekeneenheden) van het IMF en het voormalige Europese Monetaire Stelsel (EMS), de ‘Special Drawing Rights (SDR’s)’ respectievelijk de ‘European Currency Unit (ECU)’. Van belang hierbij is dat wij van deze ervaringen juist hebben geleerd dat zo’n supranationale monetaire rekeneenheid niet goed van de grond komt, simpelweg omdat het niet tevens een dominant ‘betaalmiddel’ (valuta) is. Een valuta blijkt juist succesvol en dominant te kunnen zijn doordat een valuta (wettig) betaalmiddel is dat voor betaling bij handelstransacties en van belastingen wordt geaccepteerd.

    Keynes’ oplossing voor het eurovraagstuk

    Met het Bancor Plan, gecombineerd met: - het voortschrijdend inzicht dat een supranationale monetaire ‘unit-of-account’ uitsluitend dominant kan zijn indien deze tegelijkertijd ook een valuta (betaalmiddel) is, - de huidige internationale geopolitieke monetaire constellatie waarbij de VS met zijn US-dollar globaal dominant is en ook China met zijn renminbi dat zal worden, - het gegeven dat de euro en de ECB een Europees tegenwicht dienen te bieden in deze internationale constellatie, - het na-oorlogse Europees-politieke gegeven dat zowel de dominante Europese valuta geen nationale valuta (D-mark) mag zijn maar een Europese supranationale valuta, als dat die valuta de Europese landen met elkaar moet verbinden in plaats van uit elkaar drijven, en - het macro- en monetair economische gegeven dat, gelet op de interne economische divergentie binnen de eurozone, het Euro Pact monetair flexibel dient te zijn, kunnen we volgens de regels der logica, extrapolatie en deductie, heel goed vaststellen hoe Keynes het huidige ter tafel liggende eurovraagstuk zeer waarschijnlijk zou hebben beantwoord:
    1. De euro dient niet alleen monetaire ‘unit-of-account’ (rekeneenheid) te zijn maar ook een dominante valuta (betaalmiddel);
    2. De binnen de eurozone noodzakelijke nationale valuta dienen te existeren uitsluitend als nationale monetaire ‘unit-of-accounts’ (rekeneenheden) waarmee de stabiliteitsgevaren van Greshams Law en valutaspeculatie worden gepareerd.
    ZO ONTSTAAT HET DECENNIA LANG GEZOCHTE PERFECTE FRAMEWERK VOOR HET EURO PACT
    Hiermee ontstaat dan opeens het perfecte framewerk voor de al decennia lang gezochte ideale constructie van het Euro Pact. Zo’n Euro Pact nieuwe stijl is niet alleen economisch en sociaal effectief maar ook monetair heel eenvoudig uitvoerbaar en zelfs Europees- en geopolitiek zeer gewenst. Fwd_ Artikel _Keynes en het eurovraagstuk - jacqueline@ftm.nl - Mail van Follow The Money-6 Dus geen rigide en destructieve Europese monetaire unie en euro, maar een flexibel Euro Pact op basis van eenheid-in-verscheidenheid. Zo’n Euro Pact nieuwe stijl kan worden geïmplementeerd zónder wijziging van het EU-Verdrag. De euro blijft het enige wettige betaalmiddel in elk euroland. De benodigde ‘Bancor-instituties’ zijn ook al aanwezig: de ECB, het ESCB en Target 2, als de ICU en de Clearing Accounts. Nu wil het geval dat zo een Euro Pact nieuwe stijl al direct bij de escalatie van de eurocrisis in 2010 is gepresenteerd, namelijk in de vorm van de Matheo Solution.

    The Matheo Solution (TMS) volgt Keynes’ gedachtegang

    Fwd_ Artikel _Keynes en het eurovraagstuk - jacqueline@ftm.nl - Mail van Follow The Money-7 Ondergetekende presenteerde als euro-researcher in 2010 ‘The Matheo Solution (TMS)’, een alomvattend plan waarin niet alleen het schulden- en bankenaspect van de eurocrisis deugdelijk worden geadresseerd maar waarin ook de zo desperaat gezochte noodzakelijke constructie voor het Euro Pact Nieuwe Stijl wordt aangereikt. Het TMS-kernconcept blijkt achteraf bezien volgens de denklijnen van Keynes te zijn ontworpen en houd kortgezegd het volgende in:
    1. De euro blijft de supranationale valuta en het enige (chartale en girale) betaalmiddel in de eurozone en in ieder euroland;
    2. De supranationale monetaire rekeneenheid van de euro blijft de monetaire rekeneenheid voor grensoverschrijdende handelstransacties binnen de eurozone;
    3. Parallel aan de rekeneenheid van de euro worden nationale monetaire rekeneenheden in termen van 'euro' geïntroduceerd op basis waarvan de hoogte van prijzen en lonen als ook van de rente in ieder land afzonderlijk worden vastgesteld;
    4. Alle nationale monetaire rekeneenheden in termen van 'euro' vormen dan met elkaar een 'euro-wisselkoersmechanisme' op basis van vaste (stabiele) maar wel aanpasbare (flexibele) wisselkoersen;
    5. De ECB, ESCB en Target 2 blijven intact;
    6. De ECB voert het management van het nieuwe euro-wisselkoersmechanisme en stelt de nationale rentes vast, e.e.a. op basis van objectieven economische fundamentals en na consultatie van de nationale centrale banken.
    THE MATHEO SOLUTION (TMS): 'FOR MATHEO AND ALL OTHER EUROPEANS'
    De eurozone kan dan intact blijven en de Europese eenheid bewaard terwijl tegelijkertijd het noodzakelijke nationaal gerichte monetair beleid gevoerd kan worden. Bovendien zal de dan toekomstbestendige en stabiele euro eindelijk kunnen uitgroeien tot een krachtig tegenwicht en serieus alternatief voor de US-dollar als de internationale dominante handelsmunt en reservevaluta. Indachtig Keynes’ quote ‘The difficulty lies not so much in developing new ideas as in escaping from old ones’, resteert nog de vraag: hoe lang moet het nog duren voordat ook de Europese politieke beleidsmakers tot het euro-inzicht komen? Van het ruim vijf jaar geleden door onze politieke leiders beloofde snelle, krachtige herstel in de eurozone is weinig tot niets terechtgekomen. In plaats daarvan zijn de harde, dagelijkse feiten dat Europa in de laatste vijf jaar economisch, sociaal, monetair en politiek in elkaar is gestort en dat, als gevolg daarvan, het draagvlak voor zelfs verstandige Europese samenwerking met de dag afkalft. Keynes zou nu tegen de Europese beleidsmakers hebben gezegd: Fwd_ Artikel _Keynes en het eurovraagstuk - jacqueline@ftm.nl - Mail van Follow The Money-8
    Over de auteur

    Gastauteur

    FTM.nl biedt opiniemakers de gelegenheid om – op uitnodiging – een bijdrage aan maatschappelijke discussies te leveren.

    Lees meer

    Volg deze columnist

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid