Gemeenten zouden de jeugdzorg goedkoper en beter regelen. Het tegenovergestelde is gebeurd. Wat ging er mis? Lees meer

De gemeenten zouden jeugdzorg dichterbij, efficiënter en uiteindelijk ook goedkoper gaan regelen. Het tegenovergestelde gebeurde: het aantal zorgaanbieders is gestegen van 120 in 2014, naar zo’n 6.000 nu. En inmiddels ontvangt één op de tien Nederlandse kinderen een vorm van jeugdzorg.

In de zomer van 2020 was voor veel gemeenten de maat vol. Ze gaven zoveel geld aan jeugdzorg uit, dat zij het financieel niet meer konden bolwerken. Den Haag moet met meer budget over de brug komen, luidde de boodschap.

Maar is geld het enige probleem? Onder de werktitel "Jeugdzorg in het Rood” doet Follow the Money onderzoek naar de geldstromen in de jeugdzorg. In deze gids loodsen we je langs de belangrijkste bevindingen.

88 artikelen

© JanJaap Rypkema

Nul jongeren gesloten in 2030: over wat de staatssecretaris wil met de gesloten jeugdzorg, is hij duidelijk. Dus bouwen instellingen deze plekken af. In Alphen aan den Rijn ging dat ten koste van een kindvriendelijk alternatief, tot verbijstering van medewerkers: ‘Alles wat we hadden opgebouwd, zagen we door onze vingers glippen.’

0:00
Dit stuk in 1 minuut
  • Geen enkel kind meer in gesloten jeugdzorg in het jaar 2030. Dat is het doel van staatssecretaris Maarten van Ooijen. 
  • De afbouw brengt jeugdzorginstellingen in financiële problemen, onder meer omdat ze kampen met lege bedden. Het Rijk en gemeenten hebben al miljoenen uitgegeven om instellingen overeind te houden. 
  • Ook iHub, een van de grotere instanties met gesloten jeugdzorg, ontving miljoenen. De instelling besloot een kindvriendelijk alternatief om te bouwen tot een gesloten locatie met hekken en sloten op de deur.
  • De medewerkers raakten zo gedesillusioneerd, dat ze ziek thuis bleven of vertrokken. Binnen een jaar was van het oorspronkelijke team niemand meer over. 
  • Follow the Money deed dit onderzoek samen met Pointer (KRO-NCRV). We hebben gesproken met zestien oud-medewerkers en jongeren, iHub, vertegenwoordigers van jeugdhulpregio’s Rijnmond en Haaglanden, Jeugdbescherming West en de Jeugdautoriteit. Daarnaast baseren we ons op rapporten, Kamervragen, raadsvragen en brieven over de afbouw van de gesloten jeugdzorg. 
  • Zondag 5 februari wijdt Pointer om 19.00 uur op NPO Radio 1 een uitzending aan de gesloten jeugdzorg van iHub. 
Lees verder

‘Ik was suïcidaal en had hulp nodig. Maar ik kreeg geen hulp, geen therapie, geen school. Vriendschappen vielen weg. Alles wat ik had, is stukgemaakt. Geweld kende ik al. Wat ik nodig had, was het tegenovergestelde: een liefdevolle, veilige omgeving.’ 

Die kreeg Jason Bhugwandass niet, vertelt hij op de site van stichting Het Vergeten Kind. Wat hij wel meemaakte: geweld, afzondering, isoleercellen, straf. ‘Als je suïcidaal bent en iemand doet de deuren op slot, is het probleem niet ineens weg.’

Bhugwandass, nu 24, zat tussen 2014 en 2016 twaalf maanden in de gesloten jeugdzorg. Omdat hij dat niemand toewenst, werd hij één van de gezichten van de campagne ‘Stop gesloten jeugdzorg’. 

134.010 mensen ondertekenden de petitie om een einde te maken aan het opsluiten van jongeren met problemen. Op 23 februari 2022 overhandigden Jason en twee lotgenoten de handtekeningen aan Maarten van Ooijen (ChristenUnie). ‘Ik voel de druk nu echt,’ zei de staatssecretaris van Volksgezondheid, ‘en ik ben tot op het bot gemotiveerd dat er een stevig plan komt om echt verschil te maken.’

Afgelopen zomer ging Van Ooijen nog een stap verder: ‘Mijn streven is dat in 2030 geen jongere nog in de gesloten jeugdzorg zit,’ zegt hij tegen de Volkskrant. De grootschalige gesloten jeugdzorg bestaat in 2025 niet meer, kondigde hij aan. In dat jaar moeten al die instellingen dicht of omgevormd zijn tot kleinschalige, open woonvoorzieningen voor jongeren met complexe problemen. 

Vrijheid en zelfstandigheid

Een succesvol voorbeeld van zo’n open, kleinschalige aanpak was het kindvriendelijke ‘Hand in hand’. Deze methode, die ook onder gesloten jeugdzorg valt, werd al jaren met succes toegepast in Rijnhove, een instelling in Alphen aan den Rijn. Tieners verbleven er midden in een woonwijk, zonder slot op de deur. Ze konden zelfstandig naar school, sporten of met vrienden afspreken. Medewerkers werkten kinderen niet tegen de grond, en zonderden ze niet af. 

 ‘Het gevoel dat ze konden gaan waar ze wilden, werkte de-escalerend’

Kinderen hoefden niet in het regime te passen: de begeleiders voegden zich naar hen. ‘Wij keken naar wat er wél mogelijk was,’ zegt een oud-medewerker. ‘Een depressief kind komt zijn bed niet uit. Dat hoort bij het ziektebeeld. Wij verwachtten niet dat ze dan om acht uur aan het ontbijt zitten. En van een kind met ADHD eis je niet dat hij zijn kamer om acht uur ’s ochtends zelf heeft opgeruimd, daar spreek je mee af dat je om kwart voor 8 komt helpen.’ 

De open deuren gaven de kinderen vertrouwen. ‘Het gevoel dat ze konden gaan waar ze wilden, werkte al de-escalerend,’ zegt een oud-medewerker. ‘En als er al iemand wegliep, wisten we waar hij was.’ Ook de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, die de locatie Rijnhove kwam beoordelen, was positief over Hand in hand. De directie van iHub, het bedrijf achter Rijnhove, beloofde de Inspectie werk te maken van uitbreiding van de kindvriendelijke aanpak. 

Vanaf eind 2020 werkten de begeleiders in opdracht van de directie aan een plan om groepen van maximaal zes kinderen kort en intensief te behandelen, zodat ze binnen twaalf weken op eigen benen kunnen staan, of terug naar huis. Een bijzondere vernieuwing, want tot dan toe was een verblijf van zes tot achttien maanden gangbaar. 

iHub stak ruim twee miljoen in de verbouwing en uitbreiding van Rijnhove om te kunnen voldoen aan de wens van de staatssecretaris: afbouw van gesloten plekken. Driekwart van alle gesloten plekken van deze aanbieder moest kleinschalig en kindvriendelijk worden. Terwijl het terrein met drie woonhuizen werd aangepakt, verbleven de kinderen en hun begeleiders tijdelijk op een andere locatie. 

Geen straf, toch opgesloten

De gesloten jeugdzorg ligt al jaren onder vuur. Tot 2008 werden de kinderen met ernstige problemen die (al dan niet tijdelijk) niet meer thuis konden wonen, ondergebracht in justitiële inrichtingen. Zonder dat ze een strafbaar feit hadden gepleegd. Daar was veel kritiek op, omdat dit geen passende omgeving bleek voor kwetsbare kinderen die zorg nodig hebben. 

Maar de gesloten jeugdzorg die ervoor in de plaats kwam, in zogeheten JeugdzorgPlus-instellingen, is niet veel beter. Behandeling krijgen ze er nauwelijks, straf des te meer. Kinderen mogen gefixeerd worden, waarbij meerdere medewerkers een kind vastpakken en op hun kamer of in een isoleercel zetten. Door deze aanpak krijgen veel jongeren een nieuw trauma. 

In 2019 volgde een actieplan om de gesloten jeugdzorg te verbeteren. Als een kind gesloten jeugdzorg terechtkomt, moet die zorg goed en passend zijn. 

Vorig jaar kondigde staatssecretaris Maarten van Ooijen aan dat in 2030 de gesloten jeugdzorg (die op zestien plekken in Nederland wordt aangeboden) moet zijn verdwenen. In plaats daarvan moeten kleinschalige open woonvormen komen.  

Alleen de kinderrechter kan een ‘gesloten machtiging’ opleggen die bepaalt of een kind naar een gesloten instelling gaat. Volgens de Raad voor de Rechtspraak is er door gebrek aan alternatieven nog steeds behoefte aan gesloten plekken.

Lees verder Inklappen

Net voordat de medewerkers terug zouden gaan naar de verbouwde locatie kwam er tijdens een trainingsbijeenkomst een onverwachte mededeling. De deuren gingen voortaan op slot, nieuwe jongeren mochten niet meer naar buiten en de oude Hand in hand-bewoners alleen met toestemming. ‘Het was een complete verrassing,’ vertelt een oud-medewerker. ‘De nieuwe manier van werken leidde tot veel onbegrip, angst en woede bij de jongeren. Er lag ook geen plan hoe we deze verandering uit moesten voeren.’

Hoe valt die ommezwaai te rijmen met de opdracht van de directie om juist het  kindvriendelijke alternatief uit te werken?

Terug naar de harde hand

De sloten op de deuren leken op een terugkeer naar de ‘klassieke’ gesloten jeugdzorg. Die sfeer werd versterkt onder de invloed van overgeplaatste medewerkers van de beruchte iHub-locatie Midgaard in Den Haag. Ook de nieuwe afdelingscoördinator van Rijnhove kwam daarvandaan. 

Eén van de problemen van Midgaard, naast een ernstig verwaarloosd pand en het uitblijven van behandeling voor de kinderen, was het strenge regime. Wie niet luisterde, moest naar zijn kamer, afzonderen en fysieke dwang waren er heel gewoon. 

‘We hadden de kinderen beloofd er voor ze te zijn, wat er ook gebeurde. Maar het was niet vol te houden’ 

Omdat de Midgaard-medewerkers die harde aanpak gewend waren en hun afdelingscoördinator deze stimuleerde, ging in Alphen aan den Rijn de sfeer zienderogen achteruit. Steeds vaker waren er incidenten waarbij een kind tegen de grond wordt gewerkt. Terwijl de ‘oude’ Rijnhove-medewerkers niet getraind zijn om fysiek in te grijpen en dit ook niet wilden. ‘We moesten assistentie verlenen zonder heldere werkinstructies of adequaat alarmsysteem’, vertelt een oud-medewerker.’

Twee weken geen medicatie

De clash tussen de medewerkers die op de Hand-in-hand-manier werken en de harde aanpak van hun nieuwe collega’s was zo hevig, dat de een na de ander zich ziek meldde of een andere baan zocht. ‘De frustraties liepen hoog op bij ons. We hadden de kinderen beloofd er voor ze te zijn, wat er ook zou gebeuren. Maar het was niet vol te houden.’ 

Vaste krachten van Rijnhove werden vervangen door flexwerkers, die de dossiers van de kinderen niet mogen inzien. ‘Zij weten dus niets van een kind,’ legt een oud-medewerker uit. ‘Zo kon het gebeuren dat een jongen twee weken zijn antipsychotium niet had geslikt. Niemand had gemeld dat hij zijn medicatie had geweigerd. Deze jongen vloog uiteindelijk zo uit de bocht, dat hij naar een andere, veel strengere instelling moest. Dit had voorkomen kunnen worden.’

In het voorjaar 2022 waren alle vaste medewerkers van Rijnhove vertrokken. De inhuur van tijdelijke krachten kostte iHub in 2021 in totaal 12,3 miljoen euro, 5 miljoen meer dan het jaar ervoor. 

iHub heeft in Alphen aan den Rijn een goed team door de vingers laten glippen, erkent regiodirecteur George Ziedses des Plantes achteraf: ‘We hebben onderschat hoe ingewikkeld het toevoegen van een nieuwe doelgroep aan een terrein was. Met de wetenschap van nu zouden we geen andere besluiten hebben genomen, maar wel meer aandacht aan het proces hebben gegeven.’

‘Nul plekken is onrealistisch’

Die ‘nieuwe doelgroep’ die naar Rijnhove kwam, bestond uit jongeren die nog niet toe waren aan de vrijheden van Hand in hand. Zij hadden een strenger regime nodig, zoals in de klassieke gesloten jeugdzorg, die iHub juist aan het afbouwen was. Zoals Midgaard, waar als gevolg van de sluiting achttien kinderen weg moesten. Of Harreveld, dat 70 procent van de capaciteit moet inleveren. 

‘We moesten keuzes maken,’ verklaart George Ziedses des Plantes. ‘Deze kinderen moesten een onderkomen hebben. We hebben ze deels naar Rijnhove verhuisd.’ De hekken en sloten zijn er volgens iHub op verzoek van jeugdbescherming gekomen. 

‘We willen de expertise van Harreveld, zoals omgaan met heftige forensische problematiek en ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag, ook in onze regio hebben’, licht Curtis de Roo, manager van Jeugdbescherming West, desgevraagd toe. Dat zou hopelijk zorgen voor zo min mogelijk overplaatsingen. 

De regiodirecteur van iHub bestrijdt dat er in Rijnhove een terugkeer naar de klassieke gesloten jeugdzorg plaatsvond, en beroept zich op de ontstane noodsituatie waardoor acuut plek nodig was. ‘Samen met gemeenten hebben we deze keuze gemaakt.’ 

Maar de gemeenten bemoeien zich niet met wat zich op de terreinen van iHub afspeelt. ‘Wij gaan over wat er aan hulp nodig is, maar niet hoe die hulp geleverd wordt,’ zegt de wethouder van Krimpen aan den IJssel, Hugo van der Wal. Als bestuurder van de jeugdhulpregio Rijnmond benadrukt hij dat zijn gebied echt ‘zo veel mogelijk van gesloten plekken af wil’. 

Lege bedden

Door de snelle afbouw van gesloten plekken komen instellingen in financiële problemen. Een instelling als iHub krijgt niet per bed betaald, maar per kind. ‘Inmiddels is 73 procent van de bedden bezet,’ zegt Kees van Nieuwamerongen, directeur van de Jeugdautoriteit, een organisatie die in actie komt als de continuïteit van jeugdhulp in gevaar is. ‘Bij het bepalen van de tarieven is er geen rekening gehouden met leegstand, personeel en energiekosten. Die lopen wel gewoon door en daarom kampen instellingen nu met financiële tekorten.’ 

Dat geldt ook voor iHub. De Zuid-Hollandse gemeenten verstrekten na tussenkomst van de Jeugdautoriteit eind vorig jaar een lening van 13 miljoen euro voor ‘werkkapitaal’. Dit bedrag was onder andere voor de betaling van salarissen van het personeel, op voorwaarde dat iHub een degelijk continuïteitsplan zou opleveren. Dat plan moet deze zomer klaar zijn.  

Zo vangen de Zuid-Hollandse gemeenten vooralsnog de financiële tekorten van iHub op. ‘Ik spring met alle liefde telkens bij als gemeente,’ zegt de Haagse wethouder Hilbert Bredemeijer daarover, ‘maar eigenlijk is dat heel raar. Je moet dit probleem niet per instelling bekijken, er moet voor alle instellingen een oplossing komen.’ 

Plekken afbouwen en tegelijkertijd alternatieven ontwikkelen kan niet zonder landelijk plan

De ambitie om naar nul gesloten plekken te gaan is onrealistisch, zegt Bredemeijer. ‘Er zullen altijd kinderen zijn die tijdelijk deze zorg nodig hebben. Die plekken moeten goed verdeeld zijn over het land.’ 

‘Zie het als de brandweer,’ legt regiodirecteur George Ziedses des Plantes uit. ‘Die heb je niet op elke hoek nodig, maar als het nodig is, moet die er binnen zeven minuten zijn.’ 

Bredemeijer wil, net als andere wethouders uit Zuid-Holland, dat de staatssecretaris de regie gaat voeren. Want plekken afbouwen en tegelijkertijd de alternatieven ontwikkelen, kan niet zonder landelijk plan. Gemeenten springen nu telkens bij, maar dat moet stoppen, vindt ook Van Nieuwamerongen. ‘Het is zinloos. Na een paar maanden is dat geld weer op, zonder dat het probleem is opgelost.’ 

Staatssecretaris Maarten van Ooijen zegt samen met VNG en Jeugdzorg Nederland te monitoren of het aanbod landelijk dekkend blijft. Nul kinderen gesloten in 2030 is nog altijd de bedoeling. Dat kan alleen als vrijheidsbeperkende maatregelen in de open kleinschalige woonvormen die hij voor ogen heeft mogelijk worden. Hoeveel jongeren in 2030 vrijheidsbeperkende maatregelen nodig hebben, valt op voorhand niet te zeggen.

Ondertussen komen de alternatieven voor de gesloten jeugdzorg veel te langzaam van de grond. ‘Iedereen zit naar elkaar te kijken in plaats van dat er serieus aan alternatieven wordt gewerkt,’ stelt Kees van Nieuwamerongen, directeur van de Jeugdautoriteit vast. Volgens hem zit er maar één ding op: ‘Als de staatssecretaris geen landelijke regie gaat voeren, vallen instellingen om.’  

Trauma door gesloten opvang

Het verhaal van Serena illustreert – net als dat van Jason Bhugwandass – hoe kinderen in het gesloten jeugzorgsysteem van de wal in de sloot kunnen raken. 

Vanaf haar vroege puberteit lijdt Serena aan depressies, ze snijdt zichzelf, ze ontwikkelt een eetstoornis en doet verschillende suïcidepogingen. In de GGZ is geen plek beschikbaar, en omdat het meisje volgens de kinderrechter rust en stabiliteit nodig heeft, plaatst die haar in een gesloten instelling: Harreveld. Van alle iHub-locaties heeft ’t Anker, zoals Harreveld officieel heet, de slechtste reputatie onder jongeren. 

De eerste drie dagen zit Serena meer dan twintig uur per dag in een scheurjurk opgesloten in haar kamertje, met tralies voor de ramen en vastgenagelde meubels. Op de vierde dag mag ze in haar eigen kleding even naar de groep toe. Lang duurt dat niet. Als Serena na een paar minuten in tranen uitbarst, krijgt ze te horen dat ze te zeer de sfeer bepaalt en moet ze terug naar haar kamer. 

Na negen maanden Harreveld verhuist Serena in het voorjaar van 2020 naar de Hand in handgroep op Rijnhove. Voor Serena was het een uitkomst. ‘Ik vond het een warm bad,’ zegt ze. ‘Ik kreeg mijn vrijheid terug. Ik kon mijn opleiding weer volgen en weer kunstschaatsen. In Harreveld was ik gewend aan hard en koud personeel. Hand in hand was het tegenovergestelde. Ze waren betrokken en stelden zich kwetsbaar op.’ 

Dat veranderde enorm met de komst van het Midgaardpersoneel en de verbouwing waarbij de sloten op de deur kwamen. Haar vaste begeleiders worden steeds vaker vervangen door zzp’ers die haar dossier niet kennen. Als ze op verlof is bij haar ouders en hulp nodig heeft, appt ze de begeleiding. ‘Ik ben een flexkracht,’ krijgt ze terug. ‘Ik begrijp niet helemaal goed wat je bedoelt, maar hoop dat je deze nacht goed kunt slapen. Je kan morgen je onvrede bespreken met een vaste kracht. Fijne avond.’

‘Serena had nooit in de gesloten jeugdzorg terecht moeten komen. In Harreveld heeft ze flinke trauma’s opgelopen’

Door het ontbreken van communicatie tussen behandelaars, continuïteit in de behandeling en de rust en stabiliteit die ze zo hard nodig heeft, raakt Serena verslaafd aan slaapmedicatie en pijnstillers. Die koopt ze van een dealer. Als ze met een overdosis in het ziekenhuis belandt, wordt ze voor de tweede keer overgeplaatst. Terug naar een gesloten plek. Weer komt ze tegen haar wil alleen in een kamer terecht. Voor iHub en de jeugdbescherming is overduidelijk dat Serena een klinische opname in een ggz-instelling nodig heeft. Maar daar is nog altijd geen plek. 

Serena belandt uiteindelijk op de crisisafdeling van ggz-instelling Youz. Na twee maanden daar wordt ze 18. En dat betekent dat ze van jeugdzorg af is. Ergens is dat voor Serena een opluchting, want nu kan ze tenminste haar eigen keuzes maken. 

Oud-medewerkers van Hand in hand stellen dat ze meermaals tevergeefs bij hun leidinggevende hebben aangedrongen op een behandeling voor Serena. ‘Ze had nooit in de gesloten jeugdzorg terecht moeten komen. In Harreveld heeft ze flinke trauma’s opgelopen. Als ze in het begin een goede behandeling had gekregen, was het nooit zo afgelopen.’

Inmiddels woont Serena bij haar vader met uitzicht op een plek voor beschut wonen. Nog altijd is adequate hulp op één plek niet voorhanden. Ze heeft zich aangemeld bij verslavingskliniek Brijder en eetstoornissenkliniek Ursula. ‘Bij Brijder kan ik niet terecht omdat ik een eetstoornis heb. En bij Ursula niet omdat ik verslaafd ben. Voor een plek die mijn problemen tegelijkertijd behandelt, zou ik meteen tekenen. Maar dat is onmogelijk.’ 

Over haar tijd in de gesloten jeugdzorg zegt ze: ‘Het heeft zo lang kunnen sudderen. Iedereen keek maar toe en ik moet er nu mee dealen.’  

Lees verder Inklappen

Met medewerking van Margot Smolenaars.