© ANP/Koen van Weel

Klaas Knot moet zich met z’n eigen zaken bemoeien

Opinie
81

    Centrale bankiers maken zich terecht boos als anderen zich op hun beleidsterrein begeven, betoogt Edin Mujagic, maar zelf doen ze niet anders. Ook dit jaar staan de jaarverslagen van De Nederlandsche Bank en de Europese Centrale Bank weer bol van de politieke stellingnames. Ergerniswekkend.

    Het is april, en van die maand weten we in Nederland minstens twee dingen zeker. Dat, hoe mooi het weer vandaag ook is, de winterjassen niet opgeborgen kunnen worden want morgen kan het alweer steenkoud zijn, en dat het jaarverslag van De Nederlandsche Bank (DNB) verschijnt.

    Wat dat laatste betreft, leert de geschiedenis ons dat de inleiding van de president altijd zeer de moeite waard is. Hij — de bank heeft in de ruim twee eeuwen van haar bestaan nog nooit een vrouw als president gehad — stopt er altijd veel tijd en energie in. Op zich is dat niet verwonderlijk. Omdat Nederland al lang voor de komst van de euro geen monetaire autonomie meer had en in feite lange tijd een bijkantoor van de Bundesbank was, is het schrijven van de inleiding in het jaarverslag een van de weinige kansen voor de president van DNB om zich aan de buitenwereld te laten zien.

    Die inleidingen zijn een genot om te lezen omdat de presidenten afstand nemen van het hier en nu

    Die inleidingen zijn een genot om te lezen omdat de presidenten van DNB er altijd voor kiezen, en erin slagen, afstand te nemen van het hier en nu en het grotere beeld onder de aandacht te brengen. Ook onderscheiden de inleidingen zich over het algemeen door hun pleidooien voor gedegen monetair beleid, hoewel dit uiteraard zeer subjectief is.

    Overigens vinden politici en vakbondsleiders de overpeinzingen van DNB-presidenten vaak geen prettige literatuur omdat de hoogste monetaire ridder van Nederland de regering regelmatig adviseert het geld niet te verkwisten en/of hervormingen door te voeren. In 1990 noemde de voorzitter van de vakbond CNV toenmalig DNB-President Wim Duisenberg zelfs een ‘professioneel zwartkijker’.

    Wat het bovenstaande betreft, past de introductie van Klaas Knot in het jongste jaarverslag van DNB prima in het geheel der inleidingen in DNB-jaarverslagen door de tijd heen, en toont hij zich alles behalve een professioneel zwartkijker.

    Soevereiniteit moet je delen

    Knot merkt op dat het beduidend beter gaat met de Nederlandse economie dan de afgelopen jaren  het geval is geweest, en pleit zelfs voor hogere loonstijgingen. En over het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) schrijft Knot: ‘In deze omgeving van aantrekkende groei en inflatie is het onconventionele beleid in de vorm van het aankoopprogramma onnodig zwaar geschut.’ Hulde daarvoor, hoewel Knot in mijn ogen vaker en steviger tegen dat ECB-beleid mag ageren.

    En toch heb ik me uiteindelijk groen en geel moeten ergeren aan wat op zichzelf een heerlijke inleiding is. De reden? Knot meende zich te moeten uitlaten over een beleidsterrein waarop de centrale bankiers, met alle respect, niets te zoeken hebben.

    Politici en vakbondsleiders vinden de overpeinzingen van DNB-presidenten vaak geen prettige literatuur

    In zijn inleiding schrijft hij op een gegeven moment dat ‘de status quo in Europese integratie niet wenselijk is: een versterking van de EMU levert belangrijke voordelen op’. Volgens Knot zijn grote sprongen op dat gebied op het moment niet mogelijk (maar blijkbaar wel wenselijk!) en daarom moeten de Europese landen meerdere kleine stappen zetten op dat terrein om uiteindelijk ‘verdergaande politieke en budgettaire integratie’ te bewerkstelligen.

    Knot is overigens niet de enige centrale bankier die pleit voor verdere Europese integratie, een terrein waarmee hij zich, zoals gezegd, niet te bemoeien heeft. Ook Mario Draghi, de President van de Europese Centrale Bank (ECB), doet dat veelvuldig. Zo lezen we in zijn eveneens deze maand verschenen jaarverslag: ‘Teneinde tussen de lidstaten het vertrouwen te creëren dat nodig is om de EMU verder te verdiepen, moeten de begrotingsregels volledig ten uitvoer worden gelegd en moeten de economische beleidslijnen doeltreffender worden gecoördineerd. De ECB heeft het belang beklemtoond van een ruimere gedeelde soevereiniteit op middellange tot lange termijn, bijvoorbeeld via een versterkte governance door over te gaan van een systeem bestaande uit regels op instellingen.’ In deze laatste, door mij gecursiveerde zin, gaat de bank in mijn ogen veel te ver.


    Mario Draghi, president Europese Centrale Bank

    "De ECB heeft het belang beklemtoond van een ruimere gedeelde soevereiniteit op middellange tot lange termijn"

    Hoe de monetaire unie in de EU eruit zal zien, is aan de lidstaten om te bepalen en níet aan een groep technocraten, wat het bestuur van de ECB is. De ECB heeft ooit een opdracht gekregen, en die luidt nadrukkelijk niet ‘de euro redden’ of ‘de set-up van de muntunie bepalen’ maar ‘zorgen voor lage inflatie’.

    Dat voorbeeld uit het jaarverslag van de ECB is slechts één van de vele voorbeelden van een ECB die zich bemoeit met een puur politieke zaak die het terrein behoort te zijn van soevereine landen. In februari 2011 al sprak Draghi’s voorganger, de Fransman Jean-Claude Trichet, al over de noodzaak voor een wat hij quantum leap noemde in de eurozone. Ter voorkoming van misverstanden zei Trichet er meteen bij wat hij ermee bedoelde, namelijk ‘dat de eurozone de facto een quasi begrotingsunie moet worden’. Merk op dat hij ‘de facto’ zegt, wat op te vatten is als dat de ECB niet wil wachten totdat zo’n verregaande samenwerking formeel geregeld is; zolang dat niet is gebeurd moet de muntunie zich maar gewoon gedragen alsof de begrotingsunie een feit is! Sinds begin 2011 is die zuiver politieke activiteit van de ECB schering en inslag.

    Boekje te buiten

    Zowel Draghi als Knot gaan in mijn ogen hun boekje te buiten door te schetsen hoe de muntunie er in de toekomst uit moet zien. Het is typisch het gedrag van een regent, iemand die meent boven alles en iedereen te staan en het recht te hebben zich overal mee te bemoeien, maar die als door een wesp gestoken reageert als iemand zich uitlaat over zijn terrein — in dit geval monetair beleid. Zodra iemand daar iets over zegt, roepen de euro-centrale bankiers dat dat niet mag, want het Verdrag over de Europese Unie stelt duidelijk dat de centrale bank onafhankelijk is en niemand zich met haar beleid mag bemoeien. Dat is waar. Maar het is evenzeer waar dat in datzelfde Verdrag helemaal niets te vinden is dat het de ECB zou toestaan zich te bemoeien met een politieke zaak zoals de inrichting van de muntunie. De ECB is vooral een uitvoerend orgaan, en nadrukkelijk géén wetgever.

    Een achtergrond met de uitstraling van een net opgeleverd pad in een Vinex-wijk

    En er is nog iets dat me behoorlijk ergert aan DNB als de bank haar jaarverslag publiceert. Aan de andere kant van de hal waar het kantoor van President Knot te vinden is, vinden we de portrettenzaal van de centrale bank. Dat is de oude vergaderkamer van het bestuur. Aan de muur, tegenover de ingang, hangen statige portretten van bijna alle DNB-presidenten. De kamer ademt monetaire historie uit, monetaire historie van Nederland waar ons land trots op kan zijn. Al enige tijd presenteert DNB haar jaarverslag niet meer in die ruimte, maar wordt er in een steriele zaal zo’n nietszeggend blauwe achtergrond met DNB logo erop in elkaar gezet als achtergrond voor het DNB bestuur — een achtergrond met de uitstraling van een net opgeleverd pad in een Vinex-wijk. Die prachtige, statige portrettenzaal blijft ook op zo’n dag leeg. De president van DNB zou zijn prachtige en zeer lezenswaardige visie op het grotere geheel juist in een tot de verbeelding sprekende ruimte moeten ontvouwen. Of zou DNB bang zijn het beleid van de ECB te gedogen onder de ogen van alle Presidenten van de bank sinds 1814, waarvan velen ongetwijfeld zouden gruwen van wat de ECB al jarenlang doet?

    ‘Wij gebruiken deze ruimte eigenlijk nauwelijks,’ liet een DNB’er mij weten toen ik er onlangs was. Best treurig. DNB, wees trots op je historie, want daar heb je alle reden toe. Als ik de president van DNB zou zijn, zou ik de portrettenzaal meteen in gebruik nemen. We verbergen toch de beste werken van Rembrandt en Van Gogh ook niet, maar stallen ze pontificaal uit in onze prachtige musea! Omdat we er, terecht, trots op zijn.

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid