Klassenstrijd via de fiscus

    Na lezing van een revolutionaire studie van DNB komt Ewald Engelen tot de volgende conclusies: niet alleen laat de vakbeweging zijn leden in de neoliberale kou staan, de werkenden worden ook nog eens door de fiscus genaaid.

    Donderdag 14 november 2013 was ik met een aantal collega’s bij De Nederlandsche Bank (DNB) voor een seminar over het uitzonderlijk hoge spaaroverschot van het Nederlandse bedrijfsleven. Waar kwam dat overschot vandaan? En wat deden Nederlandse bedrijven ermee? Het was een memorabele middag omdat – zoals ik eerder in Het Parool schreef – het waarschijnlijk de eerste keer was dat er onder de 36 geschilderde ogen van de achttien voorgangers van Klaas Knot in de keurige vergaderzaal van DNB werd opgeroepen tot klassenstrijd. Het was ondergetekende die dat deed. Zij het onder goedkeurend knikken van een groot deel van de aanwezigen, waar­onder ondergeschikten van Knot. Wees gerust: ik zal geen namen noemen. Vorige week publiceerde DNB haar antwoord. Onder de geeuwzuchtige titel Overwegingen bij de loonontwikkeling gaat een revolutionair document schuil. DNB geeft daarin namelijk toe dat u wordt genaaid waar u bij staat. Zij het niet door Corpocratië maar door uw eigen overheid. En zij het niet in de opzwepende retoriek van het Communistisch Manifest maar in de dorknopperige taal van beleidseconomen. En zij het niet op de website, het begeleidende persbericht, de executive summary en de inleiding maar alleen in de paragrafen die toch niemand leest.

    Klassenvijand

    Op de eerste vraag luidt het antwoord: door loonmatiging. In 2007, zo schrijft DNB, bedroeg de Arbeidsinkomensquote (AIQ) – dat deel van de toegevoegde waarde geproduceerd door de private sector dat naar werknemers en zelfstandigen gaat – ‘ongeveer 77,5 procent, het laagste niveau sinds de jaren zestig’. En de stijging tot 81 procent in 2013 waarmee VNO-NCW de vakbeweging om de oren slaat, wordt door DNB weggewoven als veroorzaakt door een schromelijke overschatting van de zzp-tarieven. Die zijn sinds 2008 namelijk niet met vijftien procent gestegen zoals de officiële AIQ schat maar eerder met dertig procent gedaald. Het uitzonderlijk hoge spaaroverschot van het Nederlandse bedrijfs­leven is dus te danken aan een vakbeweging die zich jarenlang veel te veel heeft vereenzelvigd met het werkgeversperspectief en zich tijdens de crisis veel te gemakkelijk heeft laten chanteren met het dreigement van baanverlies. Typerend is het dat DNB – als puntje bij paaltje komt toch echt de klassenvijand – schrijft dat ‘sinds 1984 in Nederland kan worden gesproken van een verantwoorde loonontwikke­ling’. Dat is een kus des doods; dan heb je als vakbeweging je leden dus jarenlang in de neoliberale kou laten staan.
    'Het uitzonderlijk hoge spaaroverschot van het Nederlandse bedrijfs­leven is dus te danken aan een vakbeweging die zich jarenlang veel te veel heeft vereenzelvigd met het werkgeversperspectief'
    Maar de fiscus deed ook een forse duit in het zakje. Op pagina 30 constateert DNB fijntjes dat de crisis er bij u dan flink mag hebben ingehakt, bij het bedrijfsleven ‘is de nettowinst ondanks de economische neergang behoorlijk op peil gebleven’. Dat komt volgens DNB door de forse verlaging van de vennootschapsbelasting van de laatste jaren. Droeg het bedrijfs­leven in 2000 nog voor pakweg twaalf procent bij aan de schatkist, in 2013 was dat nog maar vier procent. In de opruiende woorden van DNB: ‘Na belasting houden de verschaffers van kapitaal meer over.’ Ook al constateert DNB dat Nederlandse burgers nauwelijks profiteren van de hoge spaartegoeden van het bedrijfsleven omdat ‘de bedrijfsinvesteringen ten opzichte van het bbp op een langjarig dieptepunt liggen’, het venijn van de toezichthouder richt zich meer op de overheid dan op Corpocratië. Net als Nederlandse huishoudens is het bedrijfsleven slachtoffer van een overheid die haar eigen budgettaire problemen afwentelt op huishoudens en bedrijven, in die volgorde.

    Vervloekt

    DNB constateert namelijk dat er een groeiende kloof gaapt tussen nominale en reële lonen. Bruto volgen de lonen vrij keurig de inflatie en de arbeidsproductiviteit – op bovengenoemde kanttekeningen bij de AIQ na. De problemen zitten vooral in de nettolonen – in de woorden van DNB: ‘Al sinds de eeuwwisseling is het reële nettoloon niet meer gestegen.’ Met desastreuze gevolgen voor de binnenlandse bestedingen. Dat verklaart tevens de historisch lage bedrijfsinvesteringen: ‘Voor bedrijven die op de binnenlandse markt zijn gericht, heeft het vanwege de zwakke binnenlandse vraag weinig zin om te investeren.’ En dat komt op zijn beurt door sterk gestegen zorgkosten (die vervloekte zelfstandig gevestigde specialisten), hogere pensioenpremies (die vervloekte babyboomers) en lastenverzwaringen (die vervloekte drie procent). Maar dat mochten de auteurs natuurlijk niet schrijven, gecommitteerd als de Nederlandse beleidselite – en daar behoort DNB onmiskenbaar toe – nu eenmaal is aan Brusselse afspraken. Net zo min als de auteurs mochten schrijven (maar wel mochten suggereren) dat in Nederland de klassenstrijd niet plaatsvindt aan de onderhandelingstafel maar via de fiscus loopt. Wat het bedrijfsleven niet langer hoeft op te hoesten, komt onherroepelijk voor rekening van de werkenden. Hun fiscale douceurtjes zijn onze lastenverzwaringen. Zoals ik al zei: een revolutionair document. *** De 'revolutionaire' passage op pagina 30 uit de DNB-studie Overwegingen bij de loonontwikkeling.    Pagina 30
    Over de auteur

    Ewald Engelen

    Gevolgd door 288 leden

    Ewald is FTM-columnist van het eerste uur. Ook zijn columns in de Groene zijn allemaal op deze site te lezen.

    Lees meer

    Volg deze columnist

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid