Het hoofdkantoor van SBM Offshore in Monaco. Klokkenluider Jonathan Taylor werkte met het topmanagement op de bovenste verdieping.
© Baptiste RIVIERE - Structurae.net

Donkere feestdagen voor de man die licht scheen op de rot bij SBM Offshore

Deze jaarwisseling geen ‘countdown’ met de familie en geen fireworks voor de Britse klokkenluider Jonathan Taylor (51), de bedrijfsjurist die zes jaar geleden naar buiten trad over de corrupte praktijken van zijn werkgever, de Nederlandse multinational SBM Offshore. Zijn vrouw Cindy, dochter Abigail en zonen Max en Will zaten met de feestdagen met zijn vieren aan tafel. Taylor bracht kerst en oud-en-nieuw noodgedwongen alleen door, in zijn Airbnb-onderkomen in een koud en verlaten Dubrovnik.

Het begint allemaal met een vakantie. Taylor vliegt met zijn gezin op donderdag 30 juli met British Airways naar de Kroatische havenstad Dubrovnik voor een weekje aan de Adriatische zee. Ze hebben kamers geboekt in Hotel More, een vijfsterrenaccomodatie aan de pittoreske Lapad-baai. De familie is dan ook in vakantiestemming wanneer het vliegtuig die dag om half twaalf landt, maar al bij de douane gaat het mis. De beambte die het paspoort bekijkt, belt meteen de grenspolitie. Taylor blijkt een red notice van Interpol op zijn naam te hebben. Hij wordt gezocht voor ‘omkoping en corruptie’. 

Interpol vaardigde op verzoek van de autoriteiten in Monaco een internationaal arrestatiebevel tegen hem uit. Waarom Monaco? En waarom een arrestatiebevel? In het prinsdom zat jarenlang het hoofdkantoor van SBM Offshore, dat op grote schaal orders binnenhaalde met vele miljoenen aan smeergeld. Taylor, die er huisjurist was, wist daarvan en was het er niet mee eens dat de zaak intern in de doofpot werd gestopt. Hij dreigde ermee naar buiten te gaan. Na een conflict vertrok hij. Toen hij daarna probeerde te onderhandelen over een betere afvloeiingsregeling voor hemzelf, stapte SBM naar de politie en deed aangifte van chantage.

Op grond van daarvan is hij nu, zes jaar later, aangehouden. 

Opvallend genoeg schrijft de secretaris van het Monegaskische justitieel parket in een schriftelijke reactie aan Follow The Money dat Taylor níet wordt vervolgd voor corruptie en omkoping, zoals de red notice van Interpol vermeldt, maar wegens poging tot afpersing.

Volgens de secretaris is de zaak in juni 2018 door een beroepsinstantie in Monaco terugverwezen naar de onderzoeksrechter, en wordt de kwestie op dit moment ‘actief onderzocht’. In oktober 2020 lieten de autoriteiten in Monaco aan een Britse journalist van The Daily Mail weten dat Taylor verschillende keren is uitgenodigd om bij een rechter verklaringen af te leggen, maar dat hij daaraan nooit gehoor gaf. Hij zou ook ‘verkeerde verklaringen’ hebben afgelegd. Verder zouden ‘mensen’ Taylors dossier niet kennen en daarom ‘voorzichtig [...] moeten zijn’.

Taylor, op zijn beurt, begrijpt niets van de reactie uit Monaco. Volgens hem is de zaak in 2018 afgedaan. Hij vindt het onbegrijpelijk dat nu opeens afpersing wordt genoemd als vervolgingsgrond, terwijl hij is aangehouden voor corruptie en omkoping. Ook onbegrijpelijk, zegt hij, is dat hij is aangehouden voor een zaak waarin nog niet eens onderzoek is gedaan. 

De rol van SBM Offshore is overigens onduidelijk. Direct na Taylors arrestatie meldt het bedrijf niet bij het aanhoudingsverzoek betrokken te zijn. Maar SBM reageert niet wanneer Follow The Money om nadere informatie vraagt.

‘Met de klik van de deur verloor ik mijn vrijheid, dit is waar mijn rol als klokkenluider me heeft gebracht’

Nadat de douane hem halt houdt, wordt Taylor voor de ogen van zijn verbijsterde vrouw en tienerkinderen afgevoerd. Achter het glas van de aankomsthal zullen ze vier uur – vergeefs – op hem wachten. Dan verhuizen vier gewapende agenten hem naar een belendend gebouw, waar hij de nacht doorbrengt in een politiecel. De volgende dag moet hij voorkomen in een rommelig zaaltje. De rechter geeft hem te verstaan dat hij wordt vastgezet in afwachting van zijn uitlevering aan Monaco. Na de korte zitting krijgt hij handboeien om en wordt hij in een cel gezet, met een drugssmokkelaar en twee mannen die vastzitten voor geweldpleging.

‘Met de klik van de deur verloor ik mijn vrijheid,’ schrijft hij later in zijn dagboek. ‘Dit is waar mijn rol als klokkenluider me heeft gebracht.’ 

Op borgtocht vrij

Na vijf dagen komt Taylor op borgtocht vrij. Een vriend in Zwitserland maakt de benodigde vijftienduizend euro over. Ook dat gaat niet zonder slag of stoot. De overschrijvingsopdracht wordt aanvankelijk niet in behandeling genomen omdat Taylors naam geregistreerd staat in het waarschuwingssysteem van de bank. Na een dag onderhandelen komt het geld toch in Dubrovnik aan en staat Taylor weer op straat.

Hij geeft een persverklaring uit waarin hij stelt het verontrustend te vinden dat de autoriteiten in Monaco – vestigingsplaats van SBM Offshore – zich op hem richten, terwijl ze nooit onderzoek deden naar omkoping door die onderneming. Het is nota bene maar een wandelingetje van een kwartier van het Monegaskische paleis van justitie naar het gebouw van SBM.

Na zijn vrijlating vertoeft het gezin Taylor nog een paar dagen in Hotel More, om toch wat van de zomervakantie te maken. Daarna blijft hij alleen achter. Zijn paspoort is ingenomen, in afwachting van zijn uitlevering, en hij moet zich twee keer per week melden bij de plaatselijke politie. Taylor huurt een Airbnb-kamertje niet ver van het hotel, waarvan de eigenaren zo met zijn lot zijn begaan dat ze hem uitnodigen om dagelijks te komen ontbijten op het terras met uitzicht op zee. ‘Dat was mijn enige moment van de dag dat ik wat aanspraak had.’

Na afloop van het zomerseizoen – en door de coronacrisis – sluit het hotel zijn deuren. Dubrovnik ligt er sindsdien verlaten bij. Taylor doodt de tijd door elke dag tien kilometer te wandelen, door de stad en langs het strand. En hij reist regelmatig naar Zagreb om zijn zaak te bepleiten. Daar in de Kroatische hoofdstad pendelt hij op en neer tussen de rechtbank, het advocatenkantoor en de Britse ambassade. 

Op 1 september besluit de rechter in Dubrovnik dat hij moet worden uitgeleverd. Maar een hogere rechter in Zagreb maakt dat besluit vervolgens weer ongedaan: eerst moet worden vastgesteld dat in Monaco – geen lid van de Europese Unie – martelingen en de doodstraf niet zijn toegestaan. Ook moet aan de autoriteiten in Groot-Brittannië worden gevraagd of zij Taylor wellicht naar eigen land uitgeleverd willen zien. 

Steekpenningen

Tussen 2002 en 2012 leidt Jonathan Taylor het leven van een man in bonis. Hij heeft een goedbetaalde baan als jurist bij SBM Offshore, marktleider in verkoop en verhuur van drijvende platforms voor winning, raffinage en opslag van olie en gas op zee. Het van oorsprong Schiedamse bedrijf heeft sinds 1971 zijn hoofdkantoor in Monaco. Het was in de tijd dat Taylor er werkte na het casino de grootste werkgever, met 1200 arbeidsplaatsen. 

Al snel komt hij erachter dat het betalen van smeergeld door de hoogste SBM-bazen wordt aangemoedigd en gefiatteerd

Taylor woont met Cindy en zijn dan nog jonge kinderen in het Franse dorpje La Turbie, in een huis met uitzicht op Monaco en de Middellandse Zee. Maar aan hun idylle komt begin 2012 een einde. Vanuit het Afrikaanse Equatoriaal-Guinea ontvangt SBM Offshore een melding over een voormalige medewerker die aan de zoon van de president steekpenningen heeft betaald om een grote order binnen te halen. Taylor en zijn collega’s krijgen de opdracht uit te zoeken wat er precies aan de hand is. 

Al snel komt hij erachter dat de corruptie zich niet beperkte tot Equatoriaal-Guinea maar dat het betalen van smeergeld in tal van landen door de hoogste SBM-bazen wordt aangemoedigd en gefiatteerd. 

Taylor wil schoon schip maken, maar de top vreest voor het voortbestaan van de onderneming. De dan net aangetreden bestuursvoorzitter, de Fransman Bruno Chabas, is volgens Taylor niet daadkrachtig genoeg. Hij beschuldigt Chabas ervan meerdere zaken in de doofpot te willen stoppen en vertrekt met klappende deuren – en een regeling van 200.000 euro, dat wel.

Bij zijn vertrek gaat Taylor ervan uit dat SBM zelf de autoriteiten over de smeergeldzaken zal informeren. Als dat niet gebeurt, begint hij zich zorgen te maken. In de Verenigde Staten – een belangrijke markt voor SBM en daarmee ook juridisch een hachelijk gebied – belanden in corruptiezaken oud-werknemers soms jaren na een cover-up alsnog in de gevangenis. Als SBM de zaak onder de pet wil houden, neemt het een groot risico – ook voor hem. Zijn Monegaskische advocaat stelt daarom een schadevergoeding voor van 3 miljoen euro, ook omdat hij mogelijk nooit meer aan het werk komt. Taylor dreigt heimelijk opgenomen geluidsopnamen en belastende documenten te delen met een breder publiek als SBM hem niet tegemoetkomt.

Enige tijd daarna krijgt hij bericht van Sietze Hepkema, een voormalige advocaat die is toegetreden tot de SBM-directie om de rommel op te ruimen. Hepkema herinnert Taylor aan de zwijgplicht die is verbonden aan de oorspronkelijke financiële afspraken bij zijn afscheid van SBM. Als hij zich daar niet aan houdt, dient hij 15.000 euro per dag te betalen. Er wordt vijf maanden lang onderhandeld door juristen van beide partijen, maar tot een deal komt het niet. 

Hepkema herinnert Taylor aan de zwijgplicht na zijn afscheid van SBM – als hij zich daar niet aan houdt, dient hij 15.000 euro per dag te betalen

Taylor, die tot dan toe alleen de Amerikaanse autoriteiten had ingelicht over de misstanden bij SBM Offshore, plaatst precies op de dag dat de deal klapt een document op Wikipedia – waarmee de corruptie publiekelijk uit de doeken wordt gedaan. Dit document blijft trouwens maandenlang onopgemerkt: omdat het veel te lang is, belandt het direct na Taylors upload automatisch in de ‘geschiedenis’ van de website. 

Aandelen maken duikvlucht

Pas wanneer het zakenblad Quote de explosieve pagina’s terugvindt en er in februari 2014 over publiceert, ontploft de affaire. SBM Offshore doet het document in eerste instantie af als ‘verouderd’ en stelt dat zaken uit hun verband worden gepresenteerd, maar de rel is een feit en de aandelen van SBM maken een duikvlucht. 

Vanwege het verband tussen de onderhandelingen over het openbreken van de vertrekregeling en de Wikipedia-publicatie schildert SBM Taylor daarna steevast af als ‘afperser’. In Nederland start het bedrijf een rechtszaak wegens smaad, en het laat beslag leggen op Taylors bezittingen. Als dat op niets uitloopt, begint Taylor op zijn beurt een smaadzaak in Nederland, die nog steeds loopt. Het conflict mondt uit in een loopgravenoorlog, met de arrestatie in Kroatië als voorlopig dieptepunt.

De onthullingen over corruptie en smeergeld brengen SBM Offshore ondertussen in zwaar weer. In totaal gaat het om een bedrag van 275 miljoen euro dat SBM Offshore betaalt aan opdrachtgevers in Equatoriaal-Guinea, Angola en Brazilië. In dat laatste land, veruit de grootste opdrachtgever van SBM, blijken hooggeplaatste functionarissen van staatsoliebedrijf Petrobras miljoenen te hebben geïncasseerd. Er ontstaat onrust op de aandelenmarkt en in verschillende landen, waaronder Nederland, gaan opsporingsdiensten aan het werk. Maar niet in Monaco: daar houden de autoriteiten zich muisstil – ondanks alle verontrustende berichten, en ondanks dat het hoofdkantoor van SBM Offshore er is gevestigd. 

In november 2014 sluit het openbaar ministerie in Nederland een deal met SBM: geen rechtszaak, maar een schikking van 240 miljoen dollar – op dat moment de grootste ooit.  Onderdeel van de deal is dat SBM zijn hoofdkantoor verplaatst van Monaco naar Nederland.

Taylor, die tijdens het justitiële onderzoek nauw met de autoriteiten samenwerkte, is teleurgesteld. Hij rekende erop dat de verantwoordelijken zich bij de rechter hadden moeten melden. Vooral de voormalige ceo’s Didier Keller en Tony Mace, die beiden persoonlijk leidinggaven aan de omkoperijen, en verder een hele reeks ondergeschikten die het vuile werk in de praktijk opknapten. 

Taylor doet steeds z'n verhaal

Drie maanden later, in februari 2015, besluit Taylor zelf naar buiten te treden met een interview in het weekblad Vrij Nederland. Daarin zegt hij onder meer: ‘De aandeelhouders is een rad voor ogen gedraaid, de concurrentie is op een oneigenlijke manier buitenspel gezet, en de autoriteiten zijn lange tijd onvolledig geïnformeerd. Nu er een schikking is, hoeft SBM zich niet voor de rechter te verantwoorden en dat kan ik niet verkroppen.’

In 2014 sluit het OM een deal met SBM Offshore: een megaschikking van 240 miljoen dollar – op dat moment de grootste ooit in Nederland

Met de megaschikking in Nederland ontspringen de grote bazen dus de dans, maar dat zal in de loop der tijd veranderen. Ook elders beginnen de autoriteiten strafrechtelijke onderzoeken, en Taylor is steeds weer bereid ze te helpen en zijn verhaal te doen. 

Zo belandt in oktober 2018 Tony Mace, de voormalige ceo van SBM Offshore, voor drie jaar achter de tralies in de Verenigde Staten. Hij erkent dat hij toestemming gaf voor het betalen van steekpenningen. Daarmee bevestigt hij wat Taylor eerder verklaarde over een kluis met briefjes waarop Mace zélf had gekrabbeld hoe de commissies verdeeld moesten worden. ‘Dat was voor ons hét bewijs dat de corruptie door de top was geïnitieerd en dat de voormalige hoogste man er zelf bij betrokken was,’ aldus Taylor. 

In de VS wordt ook Robert Zubiate veroordeeld. De voormalige marketingmanager gaat voor dertig maanden de cel in. En in Brazilië betaalt zakenman Julio Faerman maar liefst 54 miljoen dollar aan de autoriteiten. Hij werkt er ook mee aan een omvangrijk onderzoek naar corruptie bij Petrobras, de eerdergenoemde grote klant van SBM Offshore. Faerman krijgt uiteindelijk 28 jaar gevangenisstraf

Ook de Britse autoriteiten hebben Faerman op de korrel. Hij bezit in de luxueuze Londense wijk Kensington een appartement van bijna vijf miljoen euro dat gedeeltelijk met corrupt geld van SBM zou zijn betaald. Op 12 november 2020 komen ze tot een deal: Faerman betaalt een boete van 2 miljoen euro

In Zwitserland komt het eveneens tot een veroordeling, daar is Didier Keller aan de beurt. Keller is als voorganger van Tony Mace van 2004 tot 2008 ceo van SBM en zou de architect zijn van de smeergeldpraktijken. De rechter acht afgelopen juli bewezen dat hij 7 miljoen euro liet betalen om in Angola orders in de wacht te slepen. Maar omdat hij meewerkt met de Zwitserse autoriteiten, krijg hij een wel heel milde straf van 24 maanden voorwaardelijk en een boete van 430.000 euro. 

Taylor is not amused: ‘Ik heb vijf dagen vastgezeten terwijl ik niets heb misdaan, terwijl Didier Keller zich schuldig heeft gemaakt aan allerlei ongeoorloofde praktijken en hij nooit ook maar een dag in de cel heeft doorgebracht.’

Juridische kosten

Je zou zeggen dat Jonathan Taylor waardering moet krijgen voor zijn medewerking aan al die onderzoeken en dat zijn carrière een glanzend vervolg verdient. Maar niets is dus minder het geval: zoals het wel vaker gaat met klokkenluiders verloopt zijn leven moeizaam. Taylor krijgt na zijn vertrek bij SBM nooit meer een vaste baan. Wel een tijdelijk contract bij een dochteronderneming van het oliebedrijf Chevron, maar dat is inmiddels verlopen en sindsdien heeft hij onbetaald verlof. Ook zijn vrouw Cindy nam onbetaald verlof op om vanuit Groot-Brittannië zijn zaak te ondersteunen. Gelukkig voor hen beiden worden de juridische kosten betaald door een conglomeraat van maatschappelijke organisaties, waaronder het Nederlandse Free Press Unlimited. Want na zijn arrestatie ontstaat een coalitie van groeperingen die zich zijn lot aantrekken. 

‘Dit is de zoveelste poging van SBM Offshore om wettelijke instrumenten te misbruiken om Taylor te intimideren’

In augustus roept het European Centre for Press en Media Freedom – namens die organisaties – de autoriteiten in Monaco op de aanklacht tegen Taylor in te trekken. ‘Dit is de zoveelste poging van SBM Offshore om wettelijke instrumenten te misbruiken om Taylor te intimideren en het zwijgen op te leggen,’ aldus de verklaring. De organisatie wijst op de in 2019 ingevoerde Europese klokkenluidersrichtlijn. Daarin staat expliciet dat mensen als Taylor tegen vergeldingsacties van hun voormalige werkgevers beschermd dienen te worden. In de praktijk blijken al die woorden dus weinig waard. De verklaring veegt ook de vloer aan met Interpol, dat Monaco’s red notice klakkeloos overnam. Het is volgens het mediacentrum het zoveelste bewijs dat het systeem wordt misbruikt voor intimidatie van klokkenluiders.

De klokkenluidersrichtlijn van de Europese Unie

Europese klokkenluiders – bijvoorbeeld die van Dieselgate en LuxLeaks – werden jarenlang niet of nauwelijks beschermd. Uit onderzoek van Transparency International bleek dat in maar 15 van de 27 lidstaten een fatsoenlijke bescherming van klokkenluiders bestond. Daarmee liep Europa achter op de Verenigde Staten, waar de positie van klokkenluiders al sinds 1989 is vastgelegd in de Whistleblower Protection Act

Naar aanleiding van de affaire rond de Amerikaan Edward Snowden, die geheime documenten van de National Security Agency (NSA) naar buiten bracht, werd CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt rapporteur ‘afluisteren en klokkenluiden’ van de Raad van Europa. Bij de Raad staat het onderwerp sindsdien op de agenda. Dat liet onverlet dat bijvoorbeeld Alain Deltour, klokkenluider in de LuxLeaks, in 2016 aanvankelijk werd veroordeeld tot 12 maanden cel. Zijn straf werd pas in 2018 door de hoogste rechter in Luxemburg ongedaan gemaakt. 

In november 2019 komt de Europese Unie met een klokkenluidersrichtlijn die een einde maakt aan de gefragmenteerde regelgeving. Klokkenluiders krijgen bescherming tegen ontslag of demotie en bij juridische procedures. Als bewijsmateriaal dreigt te worden vernietigd, kunnen ze in de openbaarheid treden. Ook in dat geval moeten ze op bescherming kunnen rekenen. Ze dienen misstanden in eerste instantie te melden bij de werkgever, en als dat niet mogelijk is bij een nationale instantie – in Nederland het ‘Huis voor klokkenluiders’ dat in 2016 zijn deuren opende. 

Het uitvoering geven aan de Europese richtlijn is moeizaam, blijkt uit onderzoek van de Vrij Universiteit in Amsterdam, onder meer omdat overheden en bedrijven nog steeds niet adequaat reageren.

Lees verder Inklappen

Een land kan Interpol verzoeken om een red notice bij strafrechtelijke vervolging van een verdachte, of wanneer een opgelegde straf moet worden uitgezeten. In de zaak van Taylor is geen van beide het geval, omdat er geen sprake is van een concrete verdenking. ‘Mijn advocaat heeft zijn beklag in een 42 pagina’s tellend document gedaan bij Interpol, we wachten nog op een beslissing,’ zegt Taylor.

In januari 2019 publiceert de Europese Unie een onderzoek naar red notices en uitleveringen. Ook de Raad van Europa neemt er verschillende resoluties over aan. Beide stellen vast dat het systeem wordt misbruikt, en beide dringen aan op hervormingen bij Interpol

Op 12 oktober 2020 laat CDA’er Pieter Omtzigt van zich horen in de zaak-Taylor. HIj is naast Tweede Kamerlid ook rapporteur afluisteren en klokkenluiden van de Raad van Europa. Omtzigt vindt dat Monaco ‘misbruik maakt’ van zijn macht. ‘De meedogenloze vervolging van een succesvolle klokkenluider als Taylor moet worden stopgezet,’ zegt hij in een verklaring. Volgens hem hebben dit soort acties ‘een afschrikwekkend effect’. 

Omtzigt schrijft vervolgens een brief op poten aan de autoriteiten in Monaco, waarop hij ook een antwoord krijgt. Over de inhoud wil hij niets kwijt, maar hij zegt wel het ‘bizar’ te vinden dat Monaco in de zaak-Taylor een red alert heeft afgegeven. ‘Red Alerts zijn bedoeld voor ISIS-terroristen en moordenaars en ze worden misbruikt om tegenstanders het reizen onmogelijk te maken. Daaraan maakt ook Monaco zich in de zaak Taylor schuldig.’ 

‘Red Alerts zijn bedoeld voor ISIS-terroristen, ze worden misbruikt om tegenstanders het reizen onmogelijk te maken – daaraan maakt ook Monaco zich schuldig’

Van zijn vaderland Groot-Brittannië hoeft de klokkenluider niet veel te verwachten. Wanneer de Kroatische rechter aan de Britse autoriteiten vraagt of zij Taylor wellicht willen hebben, krijgt hij een afgemeten e-mail van twee regels. Nee. Taylor wordt in Engeland nergens van verdacht. Geen woord over het feit dat hij een klokkenluider is, en eentje die bovendien zeer nauw samenwerkte met de Britse opsporingsdiensten.

In het Britse parlement springen afgevaardigden van zowel Labour als de Conservatieven tijdens een debat op 9 november voor hem in de bres. Waarom doet Wendy Morton, de onderminister van Buitenlandse Zaken, niet meer voor hem? Is hier sprake van een vergeldingsactie van Monaco voor de misstanden die Taylor blootgelegde? En is de opstelling van de Britse overheid niet een heel slecht signaal voor andere klokkenluiders? Dat die er niet van op aankunnen dat hun regering hen onder alle omstandigheden te hulp schiet? 

‘Huiveringwekkende boodschap’

De onderminister reageert zacht gezegd nogal stijfjes. Ze stelt zich op het formele standpunt dat er geen bewijs is voor een verband tussen het uitleveringsverzoek en Taylors rol als klokkenluider, en dat hij op alle mogelijke manieren consulaire bijstand kreeg. En verder wil de Britse regering zich niet te veel bemoeien met de interne gang van zaken in Kroatië. Het conservatieve Kamerlid Caroline Nokes spreekt van een ‘huiveringwekkende boodschap’. 

Een paar dagen later, op 11 november, laat Taylor vanuit Kroatië via de BBC weten ‘verbijsterd’ te zijn over de houding van het Britse kabinet, zeker omdat hij het Serious Fraud Office op alle manieren bijstond toen dat onderzoek deed naar corruptie bij SBM Offshore. ‘Ik ben verlaten door mijn eigen regering.’

Kort daarop draait onderminister Morton enigszins bij: ze vraagt de Kroatische en de Monegaskische autoriteiten alsnog te overwegen Taylor de status van klokkenluider te geven, en de bescherming die daarbij hoort. Voor Taylor is dat een stap in de goede richting. ‘Het is nu te hopen dat de Kroatische minister het aandurft een eventueel uitleveringsbesluit van de rechter ongedaan te maken. Maar dan nog, voordat de rechters tot een definitief besluit zijn gekomen, zijn we maanden verder.’

Is dit geen slecht signaal? Dat andere klokkenluiders er niet van op aankunnen dat hun regering te hulp schiet?

Taylor is het wachten beu en probeert uit alle macht uit Kroatië weg te komen. Zijn verzet tegen uitlevering aan Monaco heeft hij opgegeven. Via zijn advocaat onderhandelt hij naar eigen zeggen met de autoriteiten in het prinsdom en even lijkt het erop alsof hij kan vertrekken. ‘Komende week zal ik in Monaco verhoord worden, en dan kan ik voor oud en nieuw doorvliegen naar huis, het is fantastisch,’ zegt hij half december hoopvol via de telefoon tegen Follow the Money. Maar vlak voor kerst spat die droom al uit elkaar. ‘Mijn koffers stonden klaar, die heb ik weer uitgepakt.’

De Kroaten willen hem niet laten gaan voordat duidelijk is dat Monaco definitief niet meer om zijn uitlevering vraagt. En dat bericht komt maar niet. ‘Wat er aan de hand is weet ik niet. De verantwoordelijken zijn bang om stappen te zetten, niemand wil gezichtsverlies lijden, lijkt het.’ En zo verstrijkt de tijd. ‘Dit is een catch 22-situatie,’ zegt hij somber. ‘Ik moet er niet aan denken hier nog eens 150 dagen te moeten blijven.’ 

Klokkenluider-rapporteur Pieter Omtzigt zegt zich ‘te beraden op volgende stappen’ en de Britse parlementaire commissie corruptiebestrijding zei al enkele weken na de arrestatie in Dubrovnik dat Taylor moet worden geholpen nu hij oog in oog staat met ‘internationale vergelding’: ‘Het publiek vertrouwt op de moed van klokkenluiders, maar veel te vaak worden die het slachtoffer van wraakacties van hun voormalige werkgevers.’ Mensen als Taylor verdienen bescherming want als ze die niet krijgen, komen anderen ‘minder snel naar voren om serieuze misdrijven bloot te leggen en wordt de strijd tegen corruptie ondergraven.’