Jeugdzorg in het rood

Gemeenten zouden de jeugdzorg goedkoper en beter regelen. Het tegenovergestelde is gebeurd. Wat ging er mis? Lees meer

De gemeenten zouden jeugdzorg dichterbij, efficiënter en uiteindelijk ook goedkoper gaan regelen. Het tegenovergestelde gebeurde: het aantal zorgaanbieders is gestegen van 120 in 2014, naar zo’n 6.000 nu. En inmiddels ontvangt één op de tien Nederlandse kinderen een vorm van jeugdzorg.

 

In de zomer van 2020 was voor veel gemeenten de maat vol. Ze gaven zoveel geld aan jeugdzorg uit, dat zij het financieel niet meer konden bolwerken. Den Haag moet met meer budget over de brug komen, luidde de boodschap.

Maar is geld het enige probleem? Onder de werktitel "Jeugdzorg in het Rood” doet Follow the Money onderzoek naar de geldstromen in de jeugdzorg. In deze gids loodsen we je langs de belangrijkste bevindingen.

55 Artikelen

Beeld © JanJaap Rypkema

Knokken om de kinderen kost miljoenen

Complexe scheidingen drukken zwaar op het werk van de jeugdbescherming. In zo’n 70 procent van alle gezinnen onder toezicht spelen botsende ouders een rol. Toch is de jeugdbescherming lang niet altijd bij machte om de strijdbijl tussen pa en ma te begraven. Sterker nog, soms draagt hun bemoeienis bij aan de strijd. Ondertussen loopt de rekening op.

Lees het hele verhaal (12 min.)
Lees de snelle versie
Je leest een experiment: een korte versie van ons onderzoeksverhaal. Wil je liever het hele verhaal lezen? Klik dan hier.
Dit stuk in 1 minuut

Waar gaat dit over?

Ouders die verwikkeld raken in een complexe scheiding beschadigen hun kind. Daardoor raakt de jeugdbescherming betrokken. Maar het gereedschap van de jeugdbescherming richt zich op het kind, niet op de ouders. Hoe slaagt de jeugdbescherming erin om deze ouders nader tot elkaar te brengen? 

Waarom is dit van belang?

Van de elfduizend kinderen die jaarlijks onder toezicht van de jeugdbescherming komen te staan, speelt in zevenduizend gevallen een complexe scheiding een rol. Het is dus van groot maatschappelijk belang om de schade daarvan zoveel mogelijk te beperken, vindt de overheid. Via het programma Scheiden zonder Schade zijn een boel ‘actielijnen en oplossingsrichtingen’ opgetuigd om te voorkomen dat kinderen lijden onder de complexe scheiding van hun ouders. 

Waarom onderzoekt Follow the Money dit?

Niet eerder is onderzocht wat al die complexe scheidingen de jeugdbescherming nu eigenlijk opleveren. Het blijkt om een fors bedrag te gaan: 66 tot 88 miljoen euro. Ook zochten we naar harde cijfers: hoe vaak komen complexe scheidingen voor, hoeveel kinderen lijden hieronder, hoeveel ondertoezichtstellingen ten gevolge van een complexe scheiding spreekt de rechter uit? In die zoektocht stuitten we op een moeras van schattingen. 

Hoe onderzocht Follow the Money dit?

Met Pointer volgden we in totaal vijf gezinnen. Bij de drie gezinnen die in dit artikel worden opgevoerd, keek Follow the Money sinds mei 2019 mee. Pointer volgde ruim een jaar lang twee andere gezinnen. We kregen toegang tot hun dossiers, mailwisselingen, beschikkingen, gezinsplannen en wob-verzoeken. We bestudeerden talloze rapporten en kostenanalyses, spraken met klachtencommissies, ouderverenigingen, advocaten, vertegenwoordigers van de jeugdbescherming en met wethouders. Pointer zendt zondag 14 februari om 19.00 uur uit op NPO Radio 1.

Lees verder

‘Al zeven jaar lang is er elk moment van omgang wel iets. Nog nooit zijn de kinderen zonder gedonder vooraf of achteraf bij ons geweest. Inmiddels zijn we aan onze vijfde jeugdbeschermer toe en zitten er nu twee jeugdbeschermers op onze zaak. Tegen de ene hebben we een klacht ingediend, die gegrond is verklaard. Toch heeft jeugdzorg deze persoon niet van onze zaak gehaald. Van de nieuwe jeugdbeschermer horen we alleen als de ondertoezichtstelling verlengd moet worden. Met de kinderen heeft hij nog nooit contact gehad.’ 

Aan het woord is Roy, die sinds hij in 2013 de relatie met de moeder van zijn drie kinderen verbrak, zijn kinderen nauwelijks te zien krijgt. Al vanaf 2014 ligt er een duidelijke zorgregeling, waaraan zijn ex zich niet houdt. Roy doet daarvan verschillende keren aangifte bij de politie, waardoor de jeugdbescherming betrokken raakt. ‘Aanvankelijk dacht ik over die ondertoezichtstelling: mooi, iemand gaat helpen die beschikking waar te maken,’ gaat Roy verder. ‘Maar per saldo verandert er niets: mijn ex frustreert zonder gevolgen de zorgregeling. De rechter heeft die opgelegd om het contact tussen mijn kinderen en mij te waarborgen. Dat zij tijd met mij doorbrengen, is goed voor hun ontwikkeling.’

Roy wijst om zich heen, naar zijn vakantiehuis dat hij kocht om dichter bij zijn kinderen te zijn, nadat zijn ex 150 kilometer verderop verhuisde. ‘Mijn leven ligt hierdoor overhoop, maar dat vind ik tot daar aan toe. Mijn deel van de deal moet worden nageleefd. Mijn kinderen hebben er ook recht op dat hun vader ze opvoedt, zoals afgesproken is bij de rechter. De jeugdbeschermer vindt dat ik alleen maar mijn gelijk probeer te halen en dat ik de strijd in stand houd. Mijn kinderen zijn intussen van me vervreemd, terwijl ik een vader was die alles voor en met hen deed. Ik bracht ze naar voetbal, naar school, smeerde hun boterhammen. Dat moeten “vechten” om hen te zien kost mij bijna al mijn tijd, ook mijn gezondheid gaat eraan onderdoor. Ik weet niet hoe lang ik dit nog volhoud.’

Frederique vraagt door

Roy is een van de drie ouders die Follow the Money ruim anderhalf jaar volgde, om te zien wat er gebeurt als een scheiding uitmondt in strijd. De term ‘vechtscheiding’ vinden zij niet terecht. In complexe scheidingen als deze tekent zich vaak hetzelfde patroon af: één ouder houdt zich niet aan de afspraken, de ander reageert daarop. Bij deze drie gezinnen is de jeugdbescherming respectievelijk vijf, vier en drie jaar betrokken, omdat de kinderen door de rechter onder toezicht zijn gesteld. De jeugdbescherming moet waken over het welzijn van de kinderen.

Slaagt zij in die missie? Nee, zeggen de ouders. De jeugdbeschermer zit op zijn of haar handen. Vraag het de jeugdbescherming, en die zegt: meestal komen we binnen afzienbare tijd tot afspraken. Daarbij is het belangrijk om dit fenomeen in het juiste perspectief te zien, zegt Astrid Rotering, bestuurslid van Jeugdzorg Nederland: 'Op het totaal van alle gezinnen in Nederland komt maar 1 tot 1,5 procent bij de jeugdbescherming terecht. Maar een heel klein gedeelte verhardt tot een conflictscheiding.’

Maar dat kleine gedeelte drukt wel zwaar op de jeugdbescherming, geeft ook Rotering toe. Naar schatting speelt in ongeveer 60 procent van alle gezinnen onder toezicht een complexe scheiding een rol. Volgens Rotering duurt zo’n ondertoezichtstelling (ots) gemiddeld twee tot drie jaar. Veel langer heeft geen zin. ‘Vijf jaar is wel heel erg lang. Wat bereik je na zo’n lange tijd nog?’

‘Geen zichtbare kindsignalen’

Met die vraag worstelt Ed al vanaf het moment dat de relatie met zijn ex verzuurde. Nog voor de echtscheiding door de rechter werd uitgesproken, raakte de Raad voor de Kinderbescherming betrokken. ‘Hoewel er nog geen zichtbare kindsignalen zijn, doen ouders een groot beroep op het welbevinden en de veerkracht van de kinderen,’ schrijft de Raad in zijn onderzoek naar het gezin. De rechter draagt de jeugdbescherming op de zorgtaken voor beide kinderen tussen de ouders te verdelen. ‘Jeugdbescherming bepaalt tijdstippen, duur, aantal, frequentie en inhoud van de contacten, na overleg,’ staat in de beschikking. Omdat vader fulltime als politieagent werkt, gaan de kinderen bij moeder wonen. Ed ziet zijn kinderen op woensdagmiddag. Voor het avondeten gaan ze terug naar moeder.

"Omdat de jeugdbescherming strijd ziet, wordt mijn omgang met de kinderen beperkt"

Ieder haal- en brengmoment mondt vervolgens uit in ruzie, waarna zowel vader als moeder de jeugdbeschermer mailen. Moeder met beschuldigingen aan het adres van Ed, Ed met weerleggingen dat het allemaal anders is verlopen dan moeder beweert. De jeugdbeschermer beslist dat Ed zijn kinderen dan maar helemaal niet meer mag zien. En dat is partij kiezen, vindt Ed. ‘Mijn kinderen hebben recht op een moeder én een vader. Maar omdat de jeugdbescherming strijd ziet, wordt mijn omgang beperkt. Nergens gaat het erover of ik voor mijn kinderen kan zorgen of niet. Zo stimuleert de jeugdbescherming dat mijn kinderen van mij vervreemden. En ik leg mij daar dus niet bij neer.’

Ed dient een klacht in bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd. Op zeven van de elf punten die hij daarin opsomt tegen de jeugdbeschermer, stelt de SKJ hem in het gelijk. De jeugdbeschermer krijgt een schriftelijke berisping, waartegen hij met succes in beroep gaat. Ondertussen zet jeugdbeschermer twee Eds omgang helemaal stop. ‘Waarom hij dat deed, is me nooit duidelijk geworden,’ zegt Ed. ‘Hoewel ik daar keer op keer om heb gevraagd.’ Na vijf weken beslist de jeugdbeschermer dat Ed zijn kinderen nu om de week op woensdagmiddag ziet. Eén uur onder toezicht, op het kantoor van de jeugdbescherming.

Pas een half jaar later krijgt Ed zijn kinderen vaker te zien: wekelijks een middag. Inmiddels ontfermen twee jeugdbeschermers zich over Ed en zijn ex. Zij schrijven in het nieuwe gezinsplan dat de ouders veel zorgen met en over elkaar te bespreken hebben. ‘Wij kunnen jullie daar niet altijd voldoende in tegemoet komen. Hulpverlening kan dat mogelijk wel.’

‘Naast dat u met elkaar strijd voert, wordt ook strijd gevoerd met de jeugdbescherming. U beiden verwijt ons partijdigheid’

Al twee maanden nadat het nieuwe gezinsplan er ligt, krijgen zowel Ed als zijn ex een schriftelijke aanwijzing, omdat het ze niet lukt de omgangsregeling na te leven. ‘Juridische vaststelling van de omgang van de kinderen met hun vader achten wij noodzakelijk.’ Terug naar de rechtbank, dus. Ook constateren de jeugdbeschermers dat de strijd maar blijft voortduren. ‘Na twee jaar intensieve ouderbegeleiding is vast te stellen dat het u beider (sic) niet lukt om samen tot een goed opvoedklimaat te komen voor de kinderen. [..] U bent beiden niet in staat om met elkaar overeenstemming te bereiken inzake belangrijke opvoedingszaken. Naast dat u met elkaar strijd voert, wordt ook strijd gevoerd met de jeugdbescherming. U beiden verwijt ons partijdigheid.’

Eds reactie? Hij dient een klacht in bij de SKJ.

Ouders moeten bewegen

Deze dynamiek is al te herkenbaar, zegt Emmy Berben. Als beleidsadviseur bij Jeugdbescherming west ontwikkelde zij samen met alle gecertificeerde instellingen van Jeugdzorg Nederland in 2014 de methodiek complexe scheidingen. ‘Destijds was er een grote noodzaak voor handvatten: gezinsvoogden wisten niet goed hoe ze met die strijd moesten omgaan. Er was een sterke behoefte om met elkaar te bekijken: hoe doen we dit op een goede manier?’

De richtlijn schrijft een periode van een half jaar voor, de duur om een verandering teweeg te brengen en de ondertoezichtstelling na een jaar af te kunnen sluiten. ‘In die maanden verkennen we de mogelijkheden van de ouders. Wat kunnen de ouders op welke manier, en hoe werken we daarnaartoe?’

"Er lag pas na zes maanden een concept-gezinsplan, en het duurde liefst tien maanden eer dat werd vastgesteld"

De praktijk is heel wat weerbarstiger dan de papieren werkelijkheid van de methodiek. Zo lag er in Roys geval pas na zes maanden een concept-gezinsplan en duurde het liefst tien maanden eer dat werd vastgesteld. ‘Was het maar zo, dat er kordaat binnen zes maanden gehandeld werd,’ zegt Roy. ‘Maar het duurde überhaupt twee maanden voor de jeugdbeschermer contact opnam.’

Uit de dossiers waarover Follow the Money beschikt, blijkt dat het wel vaker maanden stil blijft vanuit de jeugdbescherming. Pas als de datum nadert waarop de ots verlengd moet worden, horen de ouders wat. ‘Ik kan me voorstellen dat ouders het idee hebben dat er niets gebeurt,’ zegt Berben. ‘Zij zien niet wat zich achter de schermen afspeelt. Maar het zijn de ouders die moeten bewegen om de omgang voor elkaar te krijgen. Wij zien erop toe dat dat gebeurt.’

Daarbij is de jeugdbescherming niet toegerust om hulp te verlenen aan de ouders, zegt jeugdbeschermer en gedragswetenschapper Cora Bakker. ‘Ons juridisch gereedschap ligt op het vlak van het kind. We hebben de juridische middelen niet om ouders tot onderzoek en vervolgens behandeling te bewegen als zij dat niet vrijwillig willen.’ Is het zo bekeken niet vreemd dat de jeugdbescherming betrokken raakt bij conflictscheidingen? Die kan zich immers alleen op het kind richten, niet op de ouders. ‘Ergens is dat ook raar,’ zegt Bakker. ‘Maar als we dat met zijn allen vinden, geef ons dan ook de middelen om daadkrachtig te kunnen handelen. Dat betekent: toegang tot de volwassenen-ggz.’

Dat laatste houdt in dat de jeugdbescherming zich over de kinderen ontfermt, en de volwassenen-ggz over de ouders. ‘Vaak is een van de ouders geschaad tijdens of voorafgaand aan de scheiding,’ zegt Bakker. ‘Sommige ouders laten zich agressief uit over de andere ouder, of ventileren voortdurend angst en boosheid. Die ouder zou je ook behandeling toewensen, maar we kunnen ze niet dwingen.’

Wat is waar?

‘Waarheidsvinding’ is een heikel begrip in complexe scheidingen. De dossiers van de ouders die Follow the Money en Pointer langdurig volgden, laten zien dat de jeugdbescherming de zienswijze van de ene ouder overneemt zonder die te checken bij de andere ouder. De gezinsplannen bevatten aantoonbare fouten en er staan beweringen en aannames in die zonder nader onderzoek als feiten worden weergegeven. ‘Knip- en plakwerk’ noemt Roy het: in zijn dossier verschijnen keer op keer dezelfde fouten, die hij keer op keer moet weerleggen. ‘Dit is makkelijk op te lossen als de jeugdbeschermer hoor en wederhoor toepast. Maar dat gebeurt niet.’

‘Feiten valideren kunnen wij niet altijd,’ stelt Astrid Rotering, bestuurslid van Jeugdzorg Nederland. ‘Dat kan vaak ook niet, want wij mogen bijvoorbeeld niet nagaan of moeder inderdaad therapie volgt, zoals vader beweert. Wij zoeken dus niet uit wat er gebeurd is, wij schrijven op welke versies de partijen rapporteren. We moeten dan ook de bron vermelden.’ Daarbij zijn er altijd drie kanten van een verhaal: ‘Die van vader, moeder en de kinderen. Die zijn wat ze zijn. Wij zeggen ook niet dat het gebeurd is, wij zeggen dat het een issue is in deze complexe scheiding, zonder dat we er een mening over hebben.’

Dat is wat te makkelijk, zegt onder andere Roy. Wat de jeugdbescherming opschrijft, heeft gewicht in de rechtbank – meer dan het relaas van de ouders. Kinderombudsman Marc Dullaert schreef in 2013 al in zijn rapport Is de zorg gegrond? dat de foutmarges in de rapportages van de jeugdbescherming omlaag moeten. Zijn remedie: hoor en wederhoor toepassen, feiten van meningen scheiden, en concrete beschrijvingen gebruiken, zonder speculatieve formuleringen.

In februari 2019 oordeelt de klachtencommissie van de jeugdbescherming dat drie klachten die Roy indiende, gegrond zijn. Een daarvan: ‘jeugdbeschermer doet niet aan waarheidsvinding en feitenonderzoek’. Hoewel de klachtencommissie Roy in het gelijk stelt, houdt zij de jeugdbeschermer in kwestie toch de hand boven het hoofd, en stelt in haar uitspraak: ‘Het gegeven dat Roy ervaart dat de jeugdbeschermer zijn uitspraken, afspraken of beschrijvingen van een situatie niet correct of niet in de juiste/volledige context weergeeft, is naar de mening van de commissie inherent aan het feit dat de samenwerking tussen Roy en de jeugdbeschermer stroef dan wel moeizaam verloopt. Daarbij merkt de commissie op niet te hebben constateren [sic] dat de jeugdbeschermer de intentie heeft dit bewust te doen. Alhoewel Roy daartoe geregeld actie moet ondernemen, wordt hij in de gelegenheid gesteld de onjuistheden te weerleggen.’

Lees verder Inklappen

Complexe scheidingen als deze zijn ook voor de jeugdbeschermer zwaar. ‘Deze zaken vragen veel energie,’ zegt Berben. ‘We kunnen niet handhaven, we zijn niet de politie en het is niet onze taak om als een scheidsrechter tussen de ouders in te staan.’ Wel krijgt de jeugdbeschermer voortdurend dilemma’s voorgeschoteld. ‘Welk recht heeft nu eigenlijk voorrang: het recht van het kind om veilig op te groeien, of het recht dat het beide ouders kan zien?’ zegt Cora Bakker. ‘Waar ondervindt het kind de meeste schade van? Wat heeft dit kind nodig om gezond op te groeien? Dat laatste staat voor ons voorop.’ 

Dat voortdurend venijn tussen ouders schadelijk is voor kinderen staat buiten kijf. ‘We zijn dat zelfs als kindermishandeling gaan zien,’ zegt Bakker. Kinderen die klem zitten tussen hun ouders presteren minder goed op school en ervaren op latere leeftijd meer moeite met het aangaan en behouden van betekenisvolle relaties, zo beschrijft het visiedocument dat de Raad voor de Rechtspraak in 2016 over scheiden produceerde. ‘Omdat het gaat om zoveel kinderen, ieder jaar opnieuw, is de potentiële gecumuleerde en maatschappelijke schade ook groot. Er is dus sprake van een groot maatschappelijk belang als het gaat om preventie.’

‘Scheiden zonder Schade’ spreekt van 7200 vechtscheidingen. Dat cijfer is niet gebaseerd op het aantal ots’en waarin complexe scheidingen de hoofdrol spelen

Cijferbrij

Die preventieve aanpak moet komen van het in 2018 opgezette overheidsprogramma Scheiden zonder Schade. Binnen dit platform zette voorzitter André Rouvoet ‘concrete actielijnen en oplossingsrichtingen’ uiteen om de schade van een scheiding bij kinderen zoveel mogelijk te voorkomen.

In het begeleidende actieplan Scheiden… en de kinderen dan? schrijft Rouvoet dat hij vanwege zijn concrete opdracht en de tijd waarbinnen hij die moest volbrengen, heeft afgezien van onderzoek en wetenschappelijke analyses. Wel noemt hij cijfers die de noodzaak van actie onderstrepen: jaarlijks maken ongeveer 70.000 kinderen mee dat hun ouders uit elkaar gaan. Naar schatting hebben zo’n 16.000 kinderen daar ernstig last van. Ongeveer 7200 scheidingen kunnen als ‘vechtscheiding’ worden getypeerd. 

Waarop die cijfers gebaseerd zijn? Niet op het aantal ondertoezichtstellingen waarin complexe scheidingen de hoofdrol spelen, want het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum houdt precies bij hoeveel dat er jaarlijks zijn. In 2019 vroeg de rechter voor bijna 5200 kinderen een gezag- en omgangsonderzoek aan bij de Raad voor de Kinderbescherming. Een dergelijk verzoek, schrijft het WODC , doet de rechter alleen als er sprake is van heftige conflicten tussen de scheidende ouders. Zo komt het WODC uit op circa 2900 vechtscheidingen in 2019, aanzienlijk minder dan de 7200 die Rouvoet aanneemt. Voor 1377 kinderen volgde een beschermingsonderzoek, omdat de Raad zag dat zij in hun ontwikkeling bedreigd werden. Uiteindelijk kwamen in 2019 1056 kinderen vanwege een vechtscheiding onder toezicht te staan van de jeugdbescherming.

Dossier

Dossier: Jeugdzorg in het rood

De gemeenten zouden jeugdzorg goedkoper en beter regelen. Het tegenovergestelde is gebeurd. Wat ging er mis?

Volg dit dossier

Uit een rondvraag bij de gecertificeerde instellingen, belast met jeugdbescherming, blijkt dat zij inschatten dat een complexe scheiding in zeker 60 procent van alle gezinnen onder toezicht meespeelt. Meer dan een schatting kunnen deze instellingen niet geven, want de meeste houden geen aparte registratie per oorzaak bij.

De Jeugd- en Gezinsbeschermers (DJGB) doen dit sinds kort wel. Uit hun gegevens blijkt dat van ‘hun’ 1272 ondertoezichtstellingen in 2020 er 180 te boek staan als het gevolg van een vechtscheiding. In voorgaande jaren waren dat er meer, maar DJGB waagt zich niet aan uitspraken over een dalende trend. ‘Uit de praktijk weten we dat er sprake is van onderrapportage,’ mailt de woordvoerder, ‘want “conflictscheiding” wordt niet altijd aangevinkt; er zijn meer conflictscheidingen dan er geregistreerd worden.’

Forse rekening

De scheiding van Diane is een goed voorbeeld hoe die vervlochten raakt met andere problemen. Wanneer Diane in februari 2015 haar man na achttien jaar huwelijk hoort zeggen: ‘Ik wil scheiden,’ komt dat voor haar als een volslagen verrassing. Hij wil in het gezamenlijke huis blijven, Diane geeft toe.

In de zomer van dat jaar betrekt ze een appartement op vijf hoog in een galerijflat. Hun vier kinderen verhuizen met haar mee. Diane heeft het moeilijk. Door de scheiding raakt ze niet alleen haar man en haar huis kwijt, maar ook veel vrienden en haar schoonfamilie, waarmee het contact warm was. Althans, dat dacht ze. Haar werk als psychiatrisch verpleegkundige is haar enige constante. 

In november staan twee vrouwen van de Raad voor de Kinderbescherming onaangekondigd voor de deur. Ze komen de kinderen halen, om ze via een voorlopige machtiging uithuisplaatsing naar hun vader te brengen. Dat maakt Diane zo radeloos dat ze naar de psychiatrische kliniek rijdt. Daar vraagt ze om hulp. Omdat één van haar eigen patiënten op dat moment op de open afdeling verblijft, brengt Diane het weekend door op de half-gesloten afdeling om tot rust te komen.

Diane klaagt en krijgt grotendeels gelijk, maar de jeugdbescherming doet daar maandenlang niets mee

Deze opname zet de toon voor hoe Diane wordt gezien: ze heeft gesloten gezeten, dus is ze te labiel om haar kinderen een veilige omgeving te bieden. ‘Ik had hulp nodig,’ erkent ze, ‘en die heb ik gezocht. Oók bij de jeugdbescherming. Maar geholpen heeft dat niet. Integendeel zelfs.’

Diane ervaart tegenwerking. Ze klaagt en krijgt grotendeels gelijk, maar de jeugdbescherming doet daar maandenlang niets mee. Ze zoekt het hogerop en gaat naar het Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg, maar haar klacht wordt wegens een formaliteit niet opgepakt. En hoewel de Raad voor de Kinderbescherming adviseert een tweede jeugdbeschermer aan haar zaak toe te voegen, blijft ook dat maanden liggen. Als de tweede jeugdbeschermer eindelijk aantreedt, hoort Diane maandenlang niets. Na drie maanden gaat hij, tegelijk met jeugdbeschermer nummer één, met pensioen. Diane: ‘Hij heeft werkelijk geen enkele toegevoegde waarde gehad.’ 

Zo ligt vijf jaar nadat de jeugdbescherming betrokken raakte, haar gezin nog verder aan diggelen. Inmiddels willen de twee oudste kinderen haar niet meer zien. Een gevolg van voortdurend kwaadspreken door vader én de jeugdbescherming, meent Diane. Met haar derde kind gaat het bergafwaarts, nadat zijn vader hem op straat zette.

"Diane weet inmiddels wat vijf jaar bemoeienis van de jeugdbescherming met haar gezin heeft gekost: 256.638 euro"

Hoewel Diane volgens de jeugdbescherming meer omgang met haar kinderen nog niet aankon, nam ze haar zoon ‘natuurlijk’ in huis. De 17-jarige gaat niet naar school, zit al maanden thuis en gooit veel opgekropte woede eruit. ‘Juist nu heeft hij hulp nodig,’ zegt Diane. ‘Maar juist nu laat de jeugdbescherming ons los. Ik heb zelfs een nieuwe melding bij Veilig Thuis overwogen. Maar eer je daadwerkelijk hulp krijgt, ben je maanden verder. En dan is hij al 18 en trekt jeugdzorg helemaal de handen er vanaf.’

Wel weet Diane inmiddels wat vijf jaar bemoeienis van de jeugdbescherming met haar gezin heeft gekost: 256.638 euro. Naast de jeugdbescherming is daarvan naar haar beste weten één gefnuikt familietherapietraject betaald, dat voortijdig is beëindigd omdat niet alle gezinsleden eraan mee wilden doen. Waar al dat geld verder aan is uitgegeven, is haar een raadsel. Bij de gemeente vangt ze om privacyredenen bot als ze om meer details vraagt. Wel kan ze vlak voor kerst op gesprek bij de wethouder jeugdzorg. ‘Ze wilde van mijn zaak leren,’ zegt Diane over de uitnodiging. ‘Dat ze mij twee jaar eerder had ontmoet, toen ik haar ook al om hulp vroeg, wist ze niet meer.’

Verdienen aan scheidingsellende 

Doorgaans ontvangt de jeugdbescherming tussen de 9.500 en 11.000 euro per kind per jaar, meldt Jeugdzorg Nederland. Van de 11.000 jaarlijkse ondertoezichtstellingen speelt naar schatting in zeven- tot achtduizend van de aangevraagde ots’en scheidingsproblematiek een rol. Dat staat in de Kostenanalyse complexe scheidingen die Significant in september 2020 maakte, in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid en Scheiden zonder Schade. Houd je deze schatting aan, dan houdt dat in dat de kosten van alleen al de ondertoezichtstelling gerelateerd aan conflictscheidingen op minimaal 66,5 en maximaal 88 miljoen euro uitkomen.

Die kosten moeten ten dele gedragen worden door de ouders, vindt wethouder Leon Meijer (ChristenUnie) uit Ede. Hij adviseert samen met drie andere wethouders het Rijk over maatregelen om de tekorten in jeugdzorg te kunnen opvangen. Eén daarvan: een ouderbijdrage. ‘Zeggen we tegen ouders: je krijgt één kans, de gemeente betaalt één voorziening, waarmee ze eruit moeten zien te komen. Blijven ouders met elkaar overhoop liggen, dan berokkenen ze hun kinderen schade, en dan mogen zij ook een bijdrage leveren aan de kosten die dat met zich meebrengt. Dat daar een prijskaartje aan hangt, vind ik niet zo vreemd.’

Toch zijn die ondertoezichtstellingen niet eens de grootste kostenpost, zegt Astrid Rotering, bestuurslid van Jeugdzorg Nederland; de maatschappelijke kosten van conflictscheidingen zijn veel hoger. ‘De aanloop naar betrokkenheid van de jeugdbescherming kost alles bij elkaar veel meer. Voordat een conflictscheiding bij de jeugdbescherming belandt, is de strijd tussen ouders soms al jaren stapje voor stapje aan het verharden.’ Dat het vervolgens ook jaren duurt voor een ondertoezichtstelling het gewenste effect sorteert, is een logisch gevolg van dat ‘toernooi-model’, waarin ouders elkaar bestoken met advocaten en in de rechtbank alleen maar hun argumenten herhalen. 

En rijk wordt de jeugdbescherming er niet van. Rotering: ‘Welnee, eerder het tegendeel. Als ik dat tarief doorreken, komt dat bij dit soort ingewikkelde scheidingen neer op zo’n honderd uur werk per jaar. Gezinnen als deze kosten veel meer tijd, en soms zelfs meer menskracht, terwijl we daar niet extra voor betaald krijgen. Verdienen doen we er niet aan.’

"De rechter heeft de ots van Roys kinderen inmiddels beëindigd. Niet omdat de doelen uit het gezinsplan behaald zijn. Integendeel"

Rotering is voorstander van een ander financieringsmodel. Niet meer per ots per kind, maar per gezin, met het zwaartepunt op een gedegen analyse vooraf. Met de volwassenen-ggz erbij, zodat ouders ook de nodige hulp krijgen zodat ze de scheiding kunnen verwerken en om onderliggende problemen te behandelen. ‘Nu zijn de verwachtingen vaak erg hooggespannen zodra de jeugdbescherming betrokken raakt. Alsof wij met een toverstokje zwaaien en alles zullen oplossen. Zo werkt dat niet. In een koppeling met de volwassenen-ggz kunnen we via een plan van aanpak ouders tot het inzicht brengen hoe ze hun kinderen op de eerste plaats kunnen zetten. Ik zou ook graag zien dat ouders in die eerste periode bij de jeugdbescherming even niet kunnen klagen of procederen. We moeten onszelf de tijd gunnen om uit dat patroon te breken.’

De rechter heeft de ondertoezichtstelling van Roys kinderen inmiddels beëindigd. Niet omdat de doelen uit het gezinsplan behaald zijn. Integendeel zelfs: bij elk onderdeel in het gezinsplan staat in vette letters: niet gelukt. ‘Ik ben piloot. Als ik zo te werk zou gaan, zou ik elke dag neerstorten.’ Dat de jeugdbescherming nu uit zijn leven is, vindt Roy ergens een opluchting, en ergens ook niet. Gaandeweg verloor hij alle geloof dat de ondertoezichtstelling zou bijdragen aan een oplossing. Maar dit? ‘Ze hebben het gewoon opgegeven,’ constateert Roy. ‘En met welk resultaat? Mijn kinderen zie ik niet meer.’

Ook Ed nadert het einde van zijn Latijn. Omdat zijn ex niet thuis gaf op twee toegezegde omgangsdagen in de kerstvakantie van 2019, deed hij aangifte bij de politie wegens onttrekking aan het ouderlijk gezag. Maar het Openbaar Ministerie weigerde tot vervolging over te gaan, waarop Ed zijn toevlucht zocht in een artikel 12-procedure. Eind vorig jaar kreeg hij bericht van de advocaat-generaal, die meldde dat hij het ‘niet opportuun’ vond om tot vervolging over te gaan. ‘Wat moeten uw kinderen hier later wel niet van denken?’ vroeg de advocaat-generaal. Ed antwoordde: ‘Ze moeten weten dat ik voor ze gevochten heb.’