Beeld © Hans Prinsen

Snoetje & Pluisje en de vleestaks: landbouw en natuur in de verkiezingsstrijd

Nooit eerder waren landbouw en natuur zo prominent aanwezig in de verkiezingscampagne. Maar de keuzes worden versimpeld tot koeien of natuur, dan wel koeien of huizen. Ondertussen is – bijna - iedereen het erover eens: de landbouw, en dan vooral de veehouderij, moet minder beslag leggen op de leefomgeving in ons krap bemeten land.

Dit stuk in 1 minuut
  • De tegenstellingen zijn groot: CDA en VVD zoeken het in technologische oplossingen op de boerderij voor de milieu- en klimaatproblemen en willen eerder minder dan meer natuur;
  • Links van deze partijen heerst het besef dat een systeemverandering noodzakelijk is: een kleinere veestapel gecombineerd met een minder intensieve veehouderij plus investering in agrarisch natuurbeheer en nieuwe natuur;
  • De ChristenUnie verrast: als partij met een deels agrarische achterban durft ze het aan in het programma de veestapel te laten krimpen en een stevige vleestaks in te voeren;
  • De opgave om de veehouderij te ‘extensiveren’ en meer ruimte voor natuur te creëren is immens. Daarvoor moet heel landelijk Nederland op de schop, becijferde het Planbureau voor de Leefomgeving.
Lees verder

Oneindig veel debatten

Landbouwwoordvoerders staan deze verkiezingen hoog aangeschreven. Laura Bromet is nummer 4 van de GroenLinks-lijst, Tjeerd de Groot nummer 8 bij D66, ex-Greenpeace-directeur Joris Thijssen nummer 6 bij de PvdA, en Pieter Grinwis nummer 5 bij de ChristenUnie. De Partij voor de Dieren profileert zich in zijn geheel op landbouw- en natuurthema’s, en de traditionele boerenpartij CDA zette voormalig varkenshouder Jaco Geurts (die de boerenbelangen afgelopen jaar het beste behartigde) op plek 11.

De BoerBurgerBeweging van Caroline van der Plas, die de boerenstem wil afsnoepen van het CDA, zit in de peilingen tegen een zetel aan. Daarnaast is er nog lobbyist en stikstofmodellenbestrijder Jan Cees Vogelaar die met Van der Plas concurreert om de boerengunst. Hij stond op de lijst bij Forum voor Democratie, schreef er de landbouwparagraaf van het verkiezingsprogramma, maar stapte over naar JA21, toen Forum leegliep. Ook daar is hij verantwoordelijk voor het landbouwprogramma.

De afgelopen maanden trokken zij van debat naar debat, veelal op uitnodiging van de agrolobby en de agrarische pers. Daar is het ongenoegen over de stikstofperikelen nog steeds groot, evenals de angst dat de veestapel ervoor moet krimpen. Tekenend was de serie filmpjes met landbouwwoordvoerders in vakblad Boerderij, waarvoor ze op het Malieveld een minuut lang mochten pitchen. Vertrekpunt: ‘Wat gaat de politiek doen om ervoor te zorgen dat boeren niet hoeven te demonstreren de komende vier jaar?’

Wat gaat de politiek doen om ervoor te zorgen dat boeren niet hoeven te demonstreren de komende vier jaar?

Veel wijzer werd de in agrarische thema’s geïnteresseerde kiezer niet van de debattenhausse. Volgens een hedendaagse debatwijsheid krijgen politici niet meer dan een minuut om hun visie op landbouw en natuur uiteen te zetten. Wat dan blijft hangen: Tjeerd de Groot zweert bij kringlooplandbouw, Laura Bromet wil de grutto terug in de weide, Frank Futselaar (SP) ziet het liefst bloeiende akkerranden, Joris Thijssen wil ‘naast de boer gaan staan’ om de stikstof- en klimaatcrisis op te lossen en René de Jong (34 op de CDA-lijst) vindt dat alles ‘van onderop’ (de boer) moet komen. Maar een ding wordt wel duidelijk: dat er een transitie nodig is naar een duurzame, minder intensieve landbouw (lees: veehouderij) wordt ook door CDA en VVD – althans in de debatten – niet bestreden.

Constante in de debatten is dat de PVV, tweede partij van Nederland in de peilingen, geen enkele vertegenwoordiger stuurde. Een andere opvallende afwezige was corona. Dat had er ongetwijfeld mee te maken dat de Partij voor de Dieren, die een directe relatie legt tussen de huidige pandemie en de intensieve veehouderij, voor veel van de debatten niet was uitgenodigd.

Wat staat er in de partijprogramma’s?

 FTM licht er drie belangrijke thema’s uit.

Stikstof en natuur

De aanpak van de stikstofcrisis domineert de verkiezingsprogramma’s. Dat dit bovenaan de prioriteitenlijst staat, is niet verwonderlijk. De landbouw moet als grootste bron van stikstofuitstoot haar emissies flink terugdringen om kwetsbare natuur te beschermen en Nederland ‘van het slot te halen’. De stikstofwet van minister Schouten is nu aangenomen, maar daarmee is het stikstofprobleem bepaald nog niet de wereld uit.

In de aanpak van de stikstofcrisis tekent zich een fundamenteel verschillende visie op de veehouderij af, en op de inrichting van het landelijk gebied. Grofweg gezegd zijn er partijen die drastische maatregelen willen treffen zoals de verkleining van de veestapel – de linkse partijen. En partijen die het in technische maatregelen zoeken om uitstoot te beperken, en die tegelijk de huidige Natura 2000-gebieden kritisch tegen het licht willen houden zodat ze de agrarische bedrijvigheid zo min mogelijk hinderen – CDA en VVD.  Voor partijen als PVV en Forum is er geen stikstofprobleem, alleen een ‘juridisch probleem’ vanwege de uitspraak van de Raad van State. De VVD pleit in haar programma voor een ‘herijking’ van Natura 2000-gebieden: ‘Europese richtlijnen voeren we niet strenger in dan de EU voorschrijft. Zo kunnen we nog steeds genieten van de natuur en houden we ons natuurbeleid realistisch.’

We kunnen niet minder doen aan natuurbescherming dan we nu in wet- en regelgeving hebben vastgelegd, dat is al het minimale

Is dat ‘realistisch’ beleid? FTM legt het voor aan stikstofspecialist en kritisch volger van het omgevingsbeleid Raoul Beunen (universitair hoofddocent Open Universiteit). ‘In feite is dit een ontkenning van het probleem’, oordeelt hij. ‘Het milieuprobleem los je niet op door te morrelen aan Natura 2000-gebieden. Diverse studies hebben al laten zien dat het schrappen van gebieden ook niet mogelijk is. We kunnen niet minder doen aan natuurbescherming dan we nu in wet- en regelgeving hebben vastgelegd, dat is al het minimale.’

Beunen wijst op een in zijn ogen ‘gevaarlijke en valse tegenstelling’ tussen natuur en economische activiteit, regelmatig teruggebracht tot de keuze ‘koeien of natuur’. ‘De verkiezingsprogramma’s staan bol van de retoriek dat we trots moeten zijn op de boer en zijn innovatiekracht, en hem niet te veel in de weg moeten zitten. Dan veeg je de landbouw op een hoop. Uiteraard zijn er sectoren die duurzamer worden dankzij hun innoverend vermogen – met name de glastuinbouw. Maar er zijn ook delen van de landbouw die er onvoldoende in slagen te verduurzamen ondanks de inzet van technologie: de intensieve veehouderij.’ 

Het CDA wil een half miljard in duurzame staltechnieken investeren. ‘Dat hebben we de afgelopen tien jaar al geprobeerd. Maar technieken als luchtwassers en emissiearme stallen blijken telkens niet te doen wat ze beloven’, zegt Beunen. ‘En hoe meer je technologische oplossingen propageert, hoe meer boeren moeten investeren en daarmee afhankelijker worden van de bank. Dat maakt een omslag naar minder intensieve veehouderij alleen maar lastiger.’

De stikstofspecialist vindt de nadruk op stikstofuitstoot eenzijdig. ‘Dat is begrijpelijk vanwege de koppeling met huizenbouw en infrastructuur, maar wel een beperkte invalshoek om naar de natuur te kijken. Je moet het ook hebben over de invloed van de verdroging, het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de inrichting van het landelijk gebied buiten de natuurterreinen. Gelukkig zie je dat ook in een aantal programma’s terug.’

‘Rechter plaatst nieuwe bom onder stikstofbeleid’

Op 11 maart vernietigde de rechtbank van Noord Nederland het besluit van de provincie Friesland om een natuurvergunning te geven aan een melkveebedrijf dat wil uitbreiden. De motivering van de provincie was dat de emissies van het bedrijf niet toenemen hoewel het meer dieren wil houden omdat het ‘emissiereducerende’ technieken toepast. De bezwaarmakende partij, Mobilisation for the environment van Johan Vollenbroek en de vereniging Leefmilieu, voerde aan dat er op basis van recent onderzoek grote twijfels bestaan over de effectiviteit van emissiereducerende technieken. De Wet natuurbescherming bepaalt dat nieuwe vergunningen alleen mogen worden verleend als ‘geen redelijke twijfel’ bestaat dat de stikstofemissies niet toenemen. Omdat dit niet het geval is, oordeelde de rechter, moet het vergunningsbesluit van de provincie worden teruggedraaid.

Het ministerie van LNV en de provincie Friesland meenden tot nu toe dat de vergunningverlening gewoon door kon gaan, ondanks twijfels over de technieken. Dat wordt nu gedwarsboomd, stelt Mobilisation for the environment tevreden vast. De uitspraak brengt het vertrouwen in technieken als luchtwassers en emissiearme stallen als oplossing voor de stikstofcrisis, zoals CDA en VVD dat hebben, ernstig aan het wankelen. De afgelopen tien jaar is er zo’n 100 miljoen publiek geld aan deze technologie besteed.

Lees verder Inklappen

Intensieve veehouderij/bio-industrie

Opmerkelijk: de intensieve veehouderij heeft niet veel vrienden meer. Een uitgesproken boerenbelangenbehartiger als Jan Cees Vogelaar houdt bijvoorbeeld een pleidooi voor niet-intensieve, grondgebonden melkveehouderij. ‘De koe in de wei is al eeuwen een belangrijk kenmerk van het Nederlandse landschap. Versterk de kansen voor de weidende koe in het landschap en geef boeren die robuust duurzaam produceren de ruimte’, schrijft hij in het verkiezingsprogramma van JA21. Die grondgebonden melkveehouders krijgen wat Vogelaar betreft minder strenge mestregels dan de boeren die hun koeien – of ander vee – het hele jaar op stal houden.

PVV: Klimaathippies willen dat we minder vliegen, minder vlees eten. Het wordt ons allemaal opgedrongen, en dat moet stoppen

Ook de PVV, die vanzelfsprekend ‘trots op de boer’ is, wil de ‘bio-industrie’ (zoals de intensieve veehouderij bij de partij heet) indammen. ‘We zijn voor een gecontroleerde afbouw van de bio-industrie op de lange termijn’, meldt het programma. Dat betekent niet dat de partij ineens de duurzame veehouderij is toegedaan. Tegelijkertijd fulmineert ze dat de boer ‘onder het mom van natuur, milieu en klimaat de nek wordt omgedraaid’. Het gaat de partij louter om het welzijn van het dier in de veehouderij, onder invloed van dierenvriend Dion Graus. Zo dienen dierenrechten in de grondwet worden opgenomen, en moeten krap zittende 70-plussers ondersteuning krijgen als hun huisdier naar de dierenarts moet – de Snoesje en Pluisje-wet.

De linkse partijen, vanaf de ChristenUnie, zetten sterk in op extensivering. Ze trekken extra geld uit om de veenweidegebieden te ‘vernatten’ om zo broeikasgassen op te slaan en bodemdaling tegen te gaan. Die gronden gaan dan naar extensieve, natte landbouw en – in mindere mate – natuur. 

Alleen CDA en VVD komen in hun programma’s nog voor de intensieve veehouderij op.

Vleestaks/slachttaks

Steeds meer partijen hebben een belasting op vlees in hun programma opgenomen, om milieu- en klimaateffecten van vleesproductie te ‘beprijzen’ en de overgang naar een plantaardiger eetpatroon te vergemakkelijken. Opvallend genoeg hadden ChristenUnie en D66 de taks al in 2012 bedacht, maar vier jaar later weer geschrapt. Nu zijn het alleen PvdA (die niet aan de ‘vier gehaktballen per week’ wil tornen) en SP die er niet aan willen. De ChristenUnie wil met een speciale ‘doelheffing’ op vlees boeren belonen die extra inspanningen leveren voor natuur, dierenwelzijn en milieu. Dat lijkt op een belasting op vlees, zuivel en eieren die de Duitse regering in wil voeren en die ten goede moet komen aan de boeren.

VVD: De productie van kweekvlees is nu nog niet commercieel rendabel, maar als liberalen met een optimistische levenshouding hebben wij hoge verwachtingen van deze technologie

De Partij voor de Dieren wil nog een stapje verder gaan. In de campagne bracht ze het nieuws van een initiatiefwet voor een slachttaks. Leonie Vestering, nummer 3 op de lijst, zei daarover in een van de debatten: ‘Wie slacht, mag zelf ook wel een beetje bloeden. De vervuiler moet betalen, de veehouderij dus. We willen milieu- en klimaatschade zo vroeg mogelijk in de keten belasten. Het meeste in Nederland geproduceerde vlees wordt geëxporteerd, zo’n 70 procent. Als je de Nederlandse consument laat betalen, wordt die 70 procent nog niet belast.’

Ter rechterzijde verafschuwt men bemoeienis van de overheid met de vleesconsumptie. De PVV meent dat Nederland wordt geregeerd door ‘klimaathippies’. ‘Ze willen dat we minder vliegen, minder vlees eten. Het wordt ons allemaal opgedrongen, en dat moet stoppen.’ De VVD wil ook niets opdringen, maar ziet wel wat in alternatieven. ‘De productie van kweekvlees is nu nog niet commercieel rendabel, maar als liberalen met een optimistische levenshouding hebben wij hoge verwachtingen van deze technologie.’

Wat zijn de effecten van die plannen? En bij wie krimpt de veestapel het meest?

Daarover valt alleen iets te zeggen voor de partijen die hun programma hebben laten analyseren door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). PVV, VVD, Forum en de Partij voor de Dieren hadden daar om verschillende redenen geen trek in.

-   De ammoniakuitstoot loopt het meest terug bij D66 en GroenLinks die de veestapel willen laten krimpen, hoofdzakelijk met opkoopregelingen. PvdA en SP doen dat anders: zij korten op dierrechten (bij varkens en kippen) en fosfaatrechten (melkvee) en komen op een iets kleinere reductie uit. De CDA-aanpak – andere stalsystemen en ander voer – leidt volgens het Planbureau tot de minste uitstootbeperking. Hetzelfde geldt voor de beperking van broeikasgasemissies. Ook daarbij zijn D66 en GroenLinks de koplopers omdat ze de veestapel het meest willen laten krimpen – bij ontstentenis uiteraard van de Partij voor de Dieren die de grootste krimp heeft gepland.

-   De vleestaks draagt bij aan een ander eetpatroon, stelt het PBL. Opvallend genoeg is het de ChristenUnie die de grootste prijsverhoging voor vlees voorstelt, waarbij niet-biologisch vlees 30 procent duurder wordt. Het aandeel dierlijke eiwitten in het menu kan daardoor tot 5 procentpunt dalen, en de voetafdruk van onze voedselconsumptie met 6 tot 11 procent. Ook bij D66 en GroenLinks vindt er een – kleinere – daling plaats. Bij CDA, PvdA en SP verandert er niets aan de verhouding plantaardige en dierlijke eiwitten en de hoeveelheid landbouwgrond die voor dat consumptiepatroon nodig is. 

Hoe haalbaar zijn de plannen?

Alle plannen om emissies van ammoniak en broeikasgassen terug te brengen, zijn behoorlijk onzeker. Bij de technologische oplossingen geldt dat de kosten en effectiviteit van nieuwe emissiearme stalsystemen nog niet duidelijk zijn. En dan moeten boeren nog bereid zijn om in die nieuwe stallen te investeren. Ook bij het CDA worden de kosten niet volledig door subsidies gedekt. De boer wordt, kortom, op kosten gejaagd.

Ook het succes van de – vrijwillige – opkoop van bedrijven (GroenLinks en D66) hangt af van de bereidheid van de boer. De opkoopregelingen die tot nu toe open stonden, waren zeker in trek. Maar de zogenaamde piekbelasters gaan niet altijd vrijwillig – en moeten dan met veel moeite onteigend worden. Het effect van vrijwillige regelingen is vaak dat de kleine familiebedrijven stoppen. Dat leidt tot schaalvergroting en verdere intensivering – en werkt de transitie van de veehouderij dus tegen. 

Andere plannen die uitgaan van vrijwillige medewerking van boeren – de vernatting van de veenweidegebieden bijvoorbeeld – hebben eenzelfde nadeel. Staan agrariërs wel te springen om extensief te boeren in de buurt van natuurgebieden of aan agrarisch natuurbeheer te doen, zoals veel partijen willen? Dat zou een grote winst betekenen voor de biodiversiteit, waarbij insecten en weidevogels terugkeren op het boerenland en dat ook aantrekkelijk wordt om te recreëren. Mensen zien nu eenmaal liever houtwallen dan prikkeldraad en liever kruidenrijk grasland dan het ecologisch ‘dode’ Engels raaigras.

De plannen voor extensieve landbouw, vernatting en nieuwe natuur hebben veel voeten in de aarde, waarschuwt het Planbureau voor de Leefomgeving. ‘Om de plannen van D66, GroenLinks, de SP en de PvdA uit te voeren, moet 100.000 tot 200.000 hectare grond die momenteel in eigendom is van boeren worden opgekocht. Ter vergelijking: het oppervlak van de provincie Utrecht is ruim 150.000 hectare. De partijen willen dat opkopen in een periode van tien jaar voor elkaar krijgen.’ 

De kosten van die plannen voor natuur en landbouw zijn ook aanzienlijk voor de belastingbetaler en de boer, ze variëren van 0,9 miljard euro per jaar bij de ChristenUnie tot 1,9 miljard bij GroenLinks. De boer levert overigens het meeste in bij de PvdA, omdat hij wordt gekort op zijn dier- en fosfaatrechten.

 De krimp van de veestapel heeft ook zijn gevolgen voor de  toegevoegde waarde en werkgelegenheid in de hele agrosector – bij de veevoerbedrijven, de slachterijen en vleesverwerkende industrie. Bij D66, GroenLinks en de PvdA daalt die toegevoegde waarde het meest – tot 7 miljard euro vergeleken met 2018, maximaal 13 procent van de totale toegevoegde waarde in de hele sector. Dat zal op termijn wel loslopen, denkt PBL: bij krimp in de Nederlandse sector zoeken die bedrijven toeleveranciers of afzetmarkten buiten Nederland. De weglekeffecten daarvan – verplaatsing van zuivel- en vleesproductie naar plekken waar met een grotere voetafdruk wordt geproduceerd – lijken beperkt.

Wat wil de kiezer?

De kiezers zijn veranderingsgezinder dan de partijen waarop ze stemmen. Althans, als we een onderzoek van ProVeg Nederland, uitgevoerd door Kieskompas, mogen geloven. Zo wil 59 procent van de CDA-stemmers, tegen het partijstandpunt in, de intensieve veehouderij afschaffen. De kiezer hoeft niet consequent te zijn: maar 38 procent van de CDA-stemmers wil de veestapel inkrimpen. Een meerderheid van de kiezers is voor meer overheidssturing in het eetpatroon, inzetten op meer plantaardige eiwitconsumptie en een verbod op kiloknallers (75 procent maar liefst). 

Lees verder Inklappen

Wat gaat er na de verkiezingen gebeuren?

We zijn weer terug bij beleidsvolger en stikstofspecialist Raoul Beunen. Een zucht ontsnapt hem als hij het over de verkiezingsprogramma’s heeft. Het is per partij een wensenlijstje zonder al te grote consequenties – je kunt er zelfs loze beloftes in opnemen zoals het inkrimpen van natuurgebieden in plaats van de veestapel. ‘Wat me zorgen baart, is dat grote partijen zo negatief over natuur zijn. Ze ontkennen dat je een basiskwaliteit van natuur nodig hebt, en dat die voor iedereen belangrijk is. Straks in de coalitieonderhandelingen ligt de stikstofcrisis weer op tafel. D66 en ChristenUnie hebben al laten weten dat ze verder willen gaan in de bescherming van natuur dan het compromis dat nu in de stikstofwet is gekomen, terwijl CDA en VVD een ‘realistisch’ natuurbeleid willen – en dus uit lijken te zijn op een juridische list.’

Het kost tijd om tot een transitie te komen zoals in de veehouderij noodzakelijk is, zegt Beunen. ‘Maar op regionaal niveau zie ik mogelijkheden om verschillende opgaven te koppelen, zoals woningbouw, natuurherstel, klimaatadaptatie en het verduurzamen van de landbouw, om zo de middelen te vinden om die transitie te financieren. Opbrengsten van woningbouwprojecten en overheidsbudgetten vanuit het programma ‘stikstofreductie en natuurverbetering’ kunnen bijvoorbeeld ingezet worden om boeren te helpen om hun bedrijf natuurinclusief en duurzaam te maken. Zo krijg je een leefomgeving waarin iedereen een goede plek vindt. Dan blijkt dat de verschillen tussen politieke partijen veel kleiner zijn dan je uit de verkiezingsprogramma’s op zou maken.’